Het doolhof van de duurzame keuzes

Regelmatig raak ik verzeild in discussies over persoonlijke keuzes en klimaat en milieu. Dan moet ik me als eenzame structuralist teweer stellen tegen een overmacht aan individuele-verantwoordelijkheidsdenkers. Die stroming gaat ervan uit dat een goed geïnformeerd individu (waaronder de meeste van mijn zakelijke contacten, vakgenoten, vrienden en kennissen) de juiste keuzes maakt. Zo kan het in dergelijke discussies gebeuren dat ik stevig word aangesproken op mijn keuzes: Nou nou, jij hebt wel een snelle auto, zeg, mag dat wel in dat vak van jou? Moet jij niet in een Prius rijden? Goh, jij hebt nog aardig wat gloeilampen en halogeenspotjes in je huis. Ik had verwacht dat jij wel zonnepanelen op je dak zou hebben. En zo voorts.

Dan probeer ik maar weer eens uit te leggen hoe ik het zie, als milieukundige én als verantwoordelijk burger, waarvan de zielen in één borst samengesmolten zijn.
“Die snelle auto rijdt wel 1:17” – o, nou, dat is verrassend.
“Als ik autorijd is dat doorgaans voor langere afstanden naar onbereikbare oorden, terwijl een hybride auto vooral zijn winst in stadsritjes behaalt, die heb ik amper met als ik autorijd” – eh, tja, je hebt er kennelijk wel over nagedacht.
“Het merk is trouwens maar een van de twee autofabrikanten waarin een bekend duurzaam beleggingsfonds investeert” – echt, en zit mijn merk daar dan niet in? Dat verbaast me wel zeg.

“Ooit de milieubelasting per uitgegeven Euro van jouw auto met de mijne vergeleken? Je weet niet wat je ziet” – nee nooit gedaan, ik begin te vermoeden wat de uitkomst is.
“Jij krijgt van de belastingbetaler een paar honderd Euro per ton vermeden CO2 cadeau met je hybride auto, vind je dat te rechtvaardigen?” – pardon?
“En ik vind zo’n Prius ook niet bepaald mooi” – ho even, mag je dat als milieukundige wel vinden?
“Ik tank via mijn greencard altijd klimaatgecompenseerde brandstof, jij ook?” – o ja, nee, gut, ik niet. Zou ik natuurlijk ook best kunnen doen, waar kun je die krijgen, zo’n greencard?
“En ik neem aan dat het je bekend is dat vervangen van gloei- of halogeenlampen voor de CO2-uitstoot in Europa geen moer uitmaakt?” – Nee, wat zeg je nou?
“Wel, elektriciteitsproductie valt onder het CO2-handelssysteem, alleen de hoogte van het plafond bepaalt de hoeveelheid CO2 die sectoren die eronder vallen uitstoten. Als ik minder elektriciteit gebruik is er voor anderen weer meer emissieruimte beschikbaar, die dan ook wordt benut” – mijn hemel, wat ingewikkeld, dus het slaat eigenlijk nergens op als ik je op je aantal spaarlampen wil afrekenen?
“En ik had trouwens toch al groene stroom, van Neêrlands Groenste leverancier” – nou ik ook.
“En groen klimaatgecompenseerd gas” – wat, bestaat dat ook al?
Enfin, zou kan ik nog wel doorgaan.



Er is maar 1 factor die de milieubelasting van een huishouden bepaalt (met hier het energiegebruik als ‘proxy’ daarvoor): het inkomen. Dat verklaart de milieubelasting voor 60%, alle andere onderzochte factoren (houding, kennis, sociale positie enzovoorts) zijn ‘ruis’.
Bron: Vringer K. (2005), Analysis of the energy requirement for household consumption.

Van belang is dat uit dergelijke conversaties twee hoofdpunten blijken.
De eerste is dat iemands keuzegedrag hoegenaamd niets zegt over diens milieubelasting. Dat bleek al eerder uit een doorwrocht proefschrift van Kees Vringer: Er is eigenlijk maar 1 grootheid die iemands persoonlijke milieubelasting verklaart, namelijk diens inkomen, en wel voor 60%. De rest is onbegrepen ruis.
De tweede, dramatischer conclusie is dat zelfs een ogenschijnlijk goed geïnformeerd publiek geen weet heeft van deze eerste conclusie, en een niet-effectieve strategie blijft hanteren om maatschappelijke veranderingen op milieugebied te bewerkstelligen: hameren op individuele verantwoordelijkheid op basis van goede informatie.
Die ‘informatie’ is echter waardeloos als er geen begrip is van het systeem, de context waarbinnen de keuzes worden gemaakt. En die ‘juiste keuzes’ blijken, afhankelijk van iemands persoonlijke omstandigheden, soms niet veel meer dan symbolen te zijn (hybride auto, spaarlamp).
Vandaar mijn sombere momenten: als zelfs veel van mijn vakgenoten de mechanismen al niet doorzien, hoe krijgen we beleidsmakers er dan in hemelsnaam toe de economie binnen de ecologische kaders te persen?

(eerder verschenen als column in Energiegids.nl, oktober 2010)

Jan Paul van Soest

  1. 2

    @1: Belasting omhoog, dat is wel duidelijk. Toch even aanmerken dat maar 1 verklarende factor en 60% verklaring niet samengaan.

  2. 3

    De eerste is dat iemands keuzegedrag hoegenaamd niets zegt over diens milieubelasting.

    Dit geldt natuurlijk alleen op populatieniveau, zoals het hierboven geformuleerd staat lijkt het net alsof keuzegedrag echt geen effect kan hebben op milieubelasting. De conclusie moet zijn dat weinig mensen keuzes maken die echt effect hebben.
    De conclusie omtrent ruis is overdreven, er is wel degelijk sprake van uitschieters die mogelijk wel effectieve keuzes gemaakt hebben.
    Halve oplossingen zoals hybride auto en elektrische fietsen zorgen bij bepaald gebruik juist voor meer energieverbruik terwijl men denkt de juiste keuze gemaakt te hebben.

    Maar inderdaad: economische teruggang lijkt me qua milieu uiterst gewenst en lijkt de enige echt effectieve ‘maatregel’.

  3. 4

    @1, je zou een deel van je inkomen kunnen beleggen in plaats van uitgeven. Wel in sectoren waar de wereld iets mee opschiet natuurlijk, anders heb je er nog niks aan.

    @0, dit stuk is uit mijn hart gegrepen. Ik denk dat we de externe factoren in de economie moeten internaliseren of ophouden ons druk te maken over duurzaamheid. Het overlaten aan de welwillendheid van individuele beslissers levert alleen maar frustratie en zeker geen resultaten op.

  4. 5

    @1, Dm: What about minder vliegen, meer met de trein reizen, trui aan en gordijnen dicht, TV de deur uit en een abbonnement op de bibliotheek nemen, minder vlees eten en lid worden van GreenPeace, huis en haard isoleren, spaarlampen kopen en die dan ook nog zo snel mogelijk weer uit doen, groenten van het seizoen eten en geen import, alles wat in plastic is verpakt mijden en wat 4 NN zegt: sparen en investeren in goeie dingen, niet in technoflut, goedkoop spul uit China en zo en JSF’s. Sparen en goed investeren betaalt zich allicht voor meer dan 60 % terug!

  5. 6

    De laatste tijd ben ik wat kritisch op duurzaamheid. Wel herkenbaar de sombere momenten van Jan Paul van Soest. Des te meer ik weet over duurzaamheid des te ingewikkelder het eigenlijk wordt. Was ik maar weer onwetend dan hoefde ik niet zo na te denken en stond ik niet aan dit doolhof van duurzame keuzes.
    Als duurzaamheid nu eens geen keuze was, zou dat niet heerlijk gemakkelijk zijn. Gewoon er niet meer over nadenken. Dat hebben we tenslotte al jaren gedaan! Wat hebben we al jaren gedaan? Nou geen duurzame keuzes maken.
    Eigenlijk kun je stellen dat we veel meer ervaring hebben in het maken van niet duurzame keuzes. Zou het dan niet een idee zijn dat we deze kennis en ervaring eens beter gaan benutten.
    Mijn voorstel is dat iedereen die niet duurzame keuzes maakt hier vooral veel en goed over na blijft denken. Deze keuzes gevraagd of ongevraagd onderbouwt en uiteraard ruimhartig uitdraagt.
    Dan kunnen zij die dat willen in alle gemak en rust gewoon duurzaam zijn.