Epiloog

tourdujourLangzaam trok de auto op. Ergens in de verte klonk nog het geroezemoes van het tourcircus waar hij zo aan verslaafd was. Hij keek op zijn horloge en glimlachte. Hij hield niet van terugkijken, maar op momenten als deze had hij zijn gedachten nooit helemaal onder controle en bewandelden zij wegen die hij liever ontkende. Hij dacht aan de zomer, een jaar geleden. Hij had thuis op de bank gezeten, heel eventjes, tussen alle dingen door die hem bezig hielden. Dat waren er veel. Hij had tijd gemaakt, en hij had zich gerealiseerd dat hij nog kans maakte tegen die sukkels ook.

Hij dacht terug aan de zomer, toen hij had gemountainbiked om deze gedachte aan de werkelijkheid te toetsen. Hoe kwam het toch, dat als hij iets vermoedde, dat het altijd leek te kloppen? Na de race deed hij eens een paar belletjes. Naar Bruyneel, naar wat vrienden die hij nog niet had opgebruikt. Hij wilde nog niet het achterste van zijn tong laten zien, maar heel voorzichtig de situatie proeven.

Hij dacht aan de winter, nadat hij zijn comeback had aangekondigd. De maanden ascese, van opoffering, van krachttraining. Uren in het zweethok, ijzervouwen. Uren op de fiets, in regen, in sneeuw, kilometers maken. Hij had eigenlijk geen herinneringen aan die periode, het was een amorf geheel van gewichten, staal, zweet, carbon en pedaalslagen. Hij had getraind alsof hij twintig was, maar zijn lijf was oud. Dat had hij toen al gevoeld. Oud, maar niet versleten.

Hij dacht terug aan de Tour Down Under, de Australische debuutwedstrijd. Er waren geen verwachtingen in de wereld, maar tegelijk waren ze hooggespannen. Niemand durfde er eigenlijk echt iets van te verwachten, hijzelf incluis. Maar niemand onderschatte hem, hijzelf incluis. Hij wist wat hij nog kon. En hij had het gedaan ook. Natuurlijk was hij niet in topconditie, en God wat had hij afgezien. Als een nieuweling had hij tussen de wielen gereden, hij moest alles opnieuw leren. Maar zijn oude lijf leerde snel. En hij had de benen al eens echt getest, gelijk al. Want van je wegsteken hield hij niet. En omdat hij toch niet kon winnen, ging hij maar aanvallen. Afzien. Diepgaan. De beste training en goeie publiciteit. The Boss was back, en de wereld zou het weten.

In eigen land toonde hij de wereld voor het eerst weer dat hij nog relevant was. Hij reed een keurige ronde van California, een koers die met elk jaar aan belang toenam en reed top 10 (7e). Hij realiseerde zich nu pas dat hij in de eerste koers waar hij echt zijn best op had gedaan, de plek bevolkte die het aantal tourzeges evenaarde. Dit was geen toeval, dit was een voorteken. Hij was niet bijgelovig, hij wist immers hoe hij het universum naar zijn hand moest zetten, maar zijn mentale denkraam vertoonde nu even een zwakte. Nu kon het nog, nu was hij even alleen. Heel even alleen. Nou ja, alleen met een chauffeur dan. Maar dat was een ondergeschikte.

Hij dacht terug aan de val, die stomme val. Die beginnersfout. Moest hij hier oud voor worden? Heel even liet hij het gevoel toe dat hij al die tijd wegstopte, het knagende gevoel dat hij een fout had begaan. Hij maakte bijna nooit fouten, en als hij ze maakte, stopte hij ze heel diep weg in zijn mentale foutdoos. Maar heel soms, als hij even rust had, dan ging die als Pandora open, maar dat was altijd van zeer korte duur.

De Giro was de sleutel geweest. Voor de Ronde van Italië was hij gewoon een goede renner. Tijdens de Giro had hij het gevoel. Hij had Kafka nooit gelezen – hij had het altijd te druk – , maar hij was zich zeer bewust geweest van een metamorfose. Zijn benen, die daarvoor nog de rondingen vertoonden van zomaar een goede renner, hadden die vertrouwde, slanke vorm terug aangenomen. Zijn bovenlijf was nog wat te zwaar, daar moest hij nog aan werken. Maar dat speciale, springerige gevoel in de benen, die kriebel zonder jeuk, die had hij terug. Hij wist dat het goed was. Hij zou ze eens laten zien hoe het moest.

Het was anders gelopen. God wat haatte hij evaluaties. Als hij moest evalueren, betekende dat, dat hij had gefaald. Waarom zou je anders evalueren? Hij hield er niet van, hij was er niet goed in, en daarom was het meestal ook niet nodig.

Diep van binnen kon hij niet accepteren dat hij niet had gewonnen. Hij had zich groot gehouden op Verbier, nadat de een en de ander van hem was weggereden. Één momentje had hij zich zwak getoond. Hij verachtte zichzelf zo, dat er een vieze smaak in zijn mond kwam. Dat misselijke gevoel dat hij kreeg als hij aan zijn vader dacht.

Hij bande zijn vader uit zijn gedachten. Hij banden die derde plek uit zijn gedachten. Hij had gebeden dat God de Tour een week langer moest laten duren. Hij had ze allemaal in de vernieling kunnen rijden. Hij werd nog altijd beter met de dag. Maar de Tour was voorbij. Waarom had hij niet gewonnen? Hij had fouten gemaakt. In de voorbereiding eigenlijk al. Hij had niet naar Aspen moeten gaan om in de bergen te trainen. Hij had meer in Europa moeten koersen.

Hij schudde de gedachten uit zijn hoofd. Als hij de perfecte voorbereiding had gedaan, dan had hij zijn achtste Tour gewonnen. Wat een achterlijk palmares had hij nu. 1-1-1-1-1-1-1-3. Waardeloos. Hij maakte zichzelf ziek. Hij wist dat hij beter was, dat hij beter had kunnen doen. Wat was er misgegaan in de tijdrit? Hij wist verdomme toch hoe je een tijdrit wint?

Op Mont Ventoux had hij moeten springen. Wegdansen. Hij had de rit kunnen winnen, moeten winnen, die hij had weggegeven aan Pantani. Hij had zichzelf naar de eeuwigheid kunnen fietsen, en hij had het niet gedaan? Hij had het laten liggen in de rit over te Romme en de Colombière, toen de Schleckattack had plaatsgevonden. Daar had hij heel even getwijfeld. Weer een golf misselijkheid. Twijfel. De grootste handicap van de menselijke soort, gadverdamme, hij walgde van zichzelf.

Hij voelde zich een klein, zwak, misselijk ventje. Onttroond en weerloos.
De auto stopte bij het hotel en hij stapte uit. Hij glimlachte minzaam naar de weinige pers die op hem stonden te wachten. Zijn persoonlijke assistent schermde hem van hen af en vroeg hem of hij wilde weten op welk na-tour-criterium hij ’s anderendaags werd verwacht. Lance schudde nee. Hij wilde alleen nog maar slapen. En dromen. Dromen van winst.

– Disclaimer: The characters and circumstances depicted in this blog entry, are entirely fictional and exist only the imagination of the author –

  1. 2

    Daniël, dank voor al je mooie wielerverhalen, ik heb er van genoten. Bovendien heb ik er meer en anders door naar de tour gekeken!

  2. 6

    Caprisonne :-) Héél raar product … je dacht dat het ook een zweem naar de verpakking smaakte, en dan drink je het jaren later in een andere verpakking, en is die zweem er weer …

  3. 9

    Eerder al door mij opgemerkt maar het kan geen kwaad te herhalen: zwaar respect voor je schrijftalent!

    Je hebt een niet geinteresseerde (en televisieloze) aan het lezen over de Tour gekregen.

  4. 11

    Ik drink het liefst op mijn willems veranda een door mijn saeco machine gezette kop Faema koffie.

    ’s Avond mag ik er trouwens graag een fles vini caldirola drinken, tezamen met een blokje formaggi pizolo, maar dat zal niet verbazen.