Een testament van de terreur

Een team van mensenrechtenactivisten heeft via verschillende bronnen in Libië een aardige verzameling weten aan te leggen met documenten uit de Libische staatsarchieven en videomateriaal, waaronder de beruchte executie van al-Sadek Hamed al-Shuwehdy en verscheidene andere dissidenten in 1984.

De Vlaming Peter Bouckaert, directeur crisissituaties voor Human Rights Watch, legt uit wat het belang van deze verzameling is.

De voormalige burgemeester van Bengazi en vertrouwelinge van Gaddafi, Huda Ben Amer, zou bij deze executie nog een griezelige rol hebben gespeeld. Terwijl de gehangen al-Shuwehdy schopte en trapte en worstelde naar adem, stapte de jonge vrouw vastberaden naar voren, greep de benen van de veroordeelde en trok ze omlaag totdat hij stierf. “We hebben niet meer gepraat nodig, maar meer ophangingen”, zou ze later snoeven. Deze meedogenloosheid leverde Ben Amer een snelle promotie op, en de bijnaam “Huda de beul”.

De executie van politieke tegenstanders was in Gaddafi’s Libië bepaald geen uitzondering. Nu en dan werden er voorbeelden gesteld, zoals in 1988 toen negen mensen openlijk werden terechtgesteld als een “les voor het volk”. Alleen al in 1984 vonden er tien van zulke publieke executies plaats.

Vaak ook werden executies heimelijk voltrokken. Burgers die als vijanden van het regime werden gezien, verdwenen zonder dat hun familie ooit nog iets van hen vernam. Een van de zonen van Gaddafi zou hebben gepocht dat hij zijn leraar op de middelbare school recht in diens gezicht had gezegd dat diens vader, die twintig jaar eerder verdween, ongetwijfeld allang was geëxecuteerd en ergens in een anoniem graf lag.

Soms hoefde men echter niet zo lang te wachten op uitsluitsel. In 2005 werd de kritische journalist Daif Al-Ghazal ontvoerd en negen dagen later doodgeschoten gevonden langs de kant van de weg. Zijn handen waren vastgebonden en zijn vingers verbrijzeld.

Zelfs in het buitenland waren kritische journalisten niet veilig: in 1980 werd een verslaggever voor de BBC, Mohamed Moutafa Ramadan, in Londen vermoord. De aanslag werd trots opgeëist door de Revolutionaire Comitées.

Volgens the Arabic Network for Human Rights Information wemelt Libië van de gevangenissen en martelkelders, en zaten er op elk tijdstip tijdens Muammar Gaddafi’s regime zeker honderden politieke tegenstanders en dissidenten gevangen. Midden jaren negentig, toen Gaddafi, een zuivering had afgekondigd werden er duizenden mensen opgepakt, waaronder zakenlieden, juweliers, importeurs en exporteurs. Wie aldus in de gevangenis belandde, wachtte wisse marteling en daarna mogelijk de dood.

    “Methods of torture include beating with the hands, feet, belts, sticks and electricity wires; hanging in painful positions accompanied by beating; the use of electric shock; rape, sexual violence and threatening to rape detainee wives and daughters to force them to confess, in addition to the abusive, inhumane treatment of prisoners, such as forcing them to drink their urine.”

In 1996 werd een gevangenisopstand en gijzeling van een bewaker beslecht door 1200 gevangenen naar de binnenplaats te drijven en zonder pardon af te slachten. Dit werd later door een overlevende van het drama naar buiten gebracht. Van de kant van de autoriteiten is er niets bevestigd, en de nabestaanden verkeren na al die tijd nog in onzekerheid of hun beminde zich onder de slachtoffers bevindt.

Het is deze sfeer van willekeur en repressie die Gaddafi in staat stelde zo lang de macht in handen te houden als hij deed, maar het verklaart ook waarom een fors deel van het volk hem en zijn familie zo intens haat, en lijf en leden waagt om de dictator en zijn lakeien werkelijk voorgoed te verdrijven.

  1. 2

    Gaddafi heeft zich zo misdragen dat ‘een fors deel van het volk [ ] lijf en leden waagt om de dictator en zijn lakeien werkelijk voorgoed te verdrijven.’

    Kan wel, zal wel, maar G. verdreven zal zijn opvolger niet anders = even wreed handelen. Zo zit de Arabisch-Islamitische Orient in elkaar.

    Persoonlijk geloof ik dat G. niet de gek is waarvoor hij door het Westen wordt aangezien. Sarkozy heeft dat ondervonden.