Discussie megastallen gebruiken om relatie boer – consument te herstellen

Deze gastbijdrage is van Jan Paul van Soest: adviseur, entrepreneur en auteur op het gebied van duurzaamheid. Dit artikel staat ook op zijn eigen blog Natuurlijke Wereld.

De komst van megastallen in het landelijk gebied roept veel emoties en verzet op, en is aanleiding voor polarisatie. Onder meer Wakker Dier, Milieudefensie en het Burgerinitiatief Megastallen-néé laten van zich horen. Is de discussie in enkele factoren ‘te ontbinden’? Er zijn immers onderliggende problemen die lijken te culmineren in een welles-nietes-discussie over de megastallen.

De thema’s die spelen achter de discussie over de megastallen zijn vooral:

1. Dierenwelzijn: gaat dierenwelzijn er bij introductie van megastallen er op vooruit of op achteruit? Mijn vermoeden is dat de megastallen een verbetering zouden kúnnen betekenen, mede omdat bij grootschaligheid ook meer financiële mogelijkheden ontstaan voor investeren in dierenwelzijn. Ik vermoed echter ook dat de publieke perceptie anders is. Het zou echter wel aannemelijk moeten worden gemaakt dat de mogelijke verbeteringen ook echt worden gerealiseerd. Het is dan ook van belang dat juist de overheid regelt dat een deel van de financiële ruimte die door de schaalvergroting ontstaat ook daadwerkelijk voor verbetering van dierenwelzijn wordt benut. Wat betreft de diergezondheid is het beeld overigens nog niet zo helder: er kunnen plussen zowel als minnen zijn.

2. Emissies naar het milieu. Vergelijkbare opmerkingen gelden als onder 1: een meer industriële benadering geeft in beginsel ruimte voor allerlei emissiebeperkende maatregelen (investeringen). De perceptie zou ook hier een omgekeerde kunnen zijn. En ook hier geldt: de milieu-investeringen moeten wel worden geregeld of afgesproken, de markt zal ze bij de huidige condities niet spontaan doen.

3. ‘Voetafdruk’: de sector gebruikt veel inputs, waaronder krachtvoer, die stroomopwaarts in de keten bijvoorbeeld in Brazilië (sojateelt) tot grote problemen leiden. De angst lijkt dat verdere industrialisatie van de sector tot nog meer externe inputs leidt. Het lijkt me de vraag of dat inderdaad het geval is; ik zie op voorhand geen reden om aan te nemen dat de inzet van krachtvoer hoger wordt als er meer varkens per bedrijf worden gehouden. De totale Nederlandse inzet van externe inputs hangt primair af van de vraag naar varkensvlees, en niet zozeer van de aantallen varkens per stal. Maar de perceptie is vermoedelijk anders.

4. Mest/mineralenoverschot: de keerzijde van de inputs is dat in ons land mineralen als stikstof en fosfor ophopen: vermesting. Analoog aan het vorige punt is de angst dat meer industrialisatie ook meer vermesting betekent. Of de werkelijkheid met deze perceptie overeenkomt is de vraag.

5. Transportbewegingen: concentratie leidt naar verwachting tot meer transportbewegingen ter plekke. Dat is meer een verdelings- dan een absolute kwestie (bij gelijkblijvende vraag naar varkensvlees): elders ontstaan dan minder transporten. De toename van transport op locatie versterkt uiteraard wel het NIMBY-effect: not in my backyard. De vraag is wel of extra transportbewegingen rondom een megastal wel passen bij het karakter van het agrarisch gebied. Ruimte voor megastallen op industrieterreinen ligt dan meer voor de hand. Zie ook hieronder, bij landschap.

6. Landschap: de megastallen worden als verstoring van het landschap gezien. Vooral als de stallen als ‘varkensflats’ worden betiteld ontstaat dit beeld: flats in het buitengebied, en dan nog wel voor varkens, dat nooit! Eisen aan landschappelijke inpassing zouden mogelijk aan de bezwaren tegemoet moeten kunnen komen. Maar misschien is het logischer bedrijven met meer dan x dieren of stallen van meer dan y meter hoog per definitie als industriële en niet als agrarische bedrijvigheid te zien, met als consequentie dat vestiging op bedrijventerreinen moet plaatsvinden in plaats van in het landelijk gebied. Ook voor de transportbewegingen is dat beter.

Opmerkelijk is dat landschap nu het belangrijkste issue in het debat lijkt te worden, wat het gelet op de andere thema’s in wezen niet is. Op elk van bovenstaande thema’s zijn stappen nodig: beleidsmaatregelen, afspraken, onderzoek, randvoorwaarden, regelgeving etc., maar er is ook meer aan de hand dan de noodzaak van maatregelen.

Vervreemd geraakt
Zichtbare stappen naar oplossingen op elk van de thema’s zullen wellicht de acceptatie van megastallen vergroten, maar vermoedelijk verstomt die discussie toch niet. Dat heeft te maken met de achterliggende maatschappelijke en emotionele aspecten van het debat. Een sociaal-psycholoog heeft hier wellicht meer inzichten te bieden dan ondergetekende, milieukundige, maar als ik een hypothese zou mogen formuleren zou deze als volgt luiden.

De consument is vervreemd geraakt van de productie van het eigen voedsel, dat wordt gezien als afkomstig van ‘de markt’ en ‘de winkel’. Wat zich daarvóór afspeelt ziet de consument niet, en wat meer is: wil hij of zij ook niet zien, zeker als het dierlijke productie betreft. Intensieve veehouderij is goeddeels onzichtbaar voor de stedeling, ook als hij in het landelijk gebied recreëert. De komst van grote stallen confronteert de consument met een ontwikkeling die hij liever niet onder ogen wil zien, omdat hij er uiteindelijk een medeverantwoordelijkheid voor draagt via de dagelijkse keuzes, waarvan hij overigens de consequenties niet wil accepteren. De consument wil zich warmen aan het pastorale beeld van de boer en zijn scharrelvarkens, de koeien in de wei, en een platteland waar het goed toeven is, maar is (behalve wanneer dit collectief wordt afgedwongen) niet bereid de bijbehorende prijs te betalen.

De zichtbare megastallen, en meer algemeen duidelijke tekenen van industrialisatie van de landbouw, verstoren de pastorale illusie, en confronteren de consument/burger met de eigen gespletenheid. De gemakkelijke oplossing is dan: in het geweer komen tegen de nieuwe ontwikkelingen, dat ontslaat hem of haar van de eigen verantwoordelijkheid.

Als dit beeld juist is, zijn oplossingen niet uitsluitend te zoeken in de technisch-economische hoek. Werken aan herstel van relaties tussen producent en consument op alle niveaus is de sleutel. Initiatieven in die richting groeien ook, zoals de maatschappelijke stages bij agrariërs, regionale initiatieven waarin consumenten (bijvoorbeeld via restaurants) nauwe contacten onderhouden met boeren in de regio, acties als adopteer een koe, campagnes als ‘een varken kan niet kiezen’, en zo meer. Het lijkt mij van belang dit soort initiatieven te versterken, zodat consumenten en producenten (en beleidsmakers op alle niveaus) weer een gezamenlijke verantwoordelijkheid gaan ervaren voor ontwikkelingen van landbouw, platteland, groene ruimte, landschap, dierenwelzijn, voedselkwaliteit én de prijzen en maatregelen die nodig zijn om alle wensen te realiseren. Dat is natuurlijk wel een kwestie van lange adem.

Een deel van de benodigde oplossingen op de eerdergenoemde thema’s kan ook via beleidsmaatregelen als financiële prikkels, regelgeving, randvoorwaarden enzovoorts worden afgedwongen. Analyses van onder meer het Planbureau voor de Leefomgeving laten zien dat mensen in het algemeen bereid zijn dergelijke maatregelen te accepteren, als dat maar voor allen geldt, en men niet als individuele consument zich hoeft in te spannen terwijl de buren niet meedoen. Verbetering van de relaties tussen agrariër en consument kan het draagvlak voor verdergaande maatregelen nog versterken.

Het debat over de megastallen is een goede aanleiding om de discussie over de onderliggende thema’s en problemen te voeren. En als het daarnaast nog mogelijk is het debat over de megastallen te gebruiken om de benodigde beweging naar verbinding tussen producenten en consumenten en gedeelde verantwoordelijkheid in een hogere versnelling te brengen, dan kan er veel worden gewonnen.

  1. 1

    Ik zou liever zien dat er geinvesteerd werd bij biologische boeren. Voor mij is er pas sprake van welzijn voor dieren als ze een zo natuurlijk mogelijk leven hebben geleid.
    Hoevaak komen de dieren die in een megastal worden geplaatst nog buiten?
    Zijn die megastallen niet juist een uiting van vervreemding met de natuur inplaats van een “confrontatie”?
    In eerste instantie dan misschien vervreemding voor de dieren met hun natuur..
    Dát is wat mij tegenstaat, juist op deze manier wordt een dier meer een product en minder een dier.. Juist op deze manier gaan we verder weg staan van de natuur.

    De relatie tussen boer en consument herstellen… De consument dichter bij de natuur of de boer dichter bij consumptie-industrie?

  2. 2

    Wat de auteur nog vergeet, maar wat ook een belangrijke factor in de discussie lijkt te zijn is gezondheid van omwonenden. Er lijkt op dit moment onvoldoende onderzoek te zijn om definitieve uitspraken te doen, maar het is aannemelijk dat er risico’s zijn. Met name de fijnstof die vrij komt bij het gebruik van megastallen kan een bedreiging vormen voor luchtwegen. Daarnaast kunnen infectieziekten makkelijker van dier op mens worden overgebracht.

    Waar het gaat om vervreemding lijkt het mij beter om in te zetten op biologische landbouw, zoals Mar al zegt. In de grootschalige landbouw wordt een dier tot een product dat in duizendtallen voorradig is. Ook de boer kent zijn dieren niet meer en dreigt daardoor zijn dieren minder als wezens met immanente waarde te zien. Dat dit slecht is voor het dierenwelzijn lijkt me evident, aangezien een dier individueel niet meer de aandacht krijgt die voor zijn welzijn nodig is. Maatregelen die genomen worden zullen meer voor de hele stal opgaan, waardoor een dier bijvoorbeeld langer door zal moeten lopen met pijn of ziekte.

  3. 3

    Wat een gezever. Bij een raffinaderij stellen we ons toch ook geen vragen over de relatie tussen de automobilist en de brandstofproducent? Die moeten gewoon aan strenge milieu-eisen voldoen en mogen alleen op terreinen voor zware industrie.

    Het zou natuurlijk fijn zijn als mensen minder brandstof gaan verbruiken doordat ze kennis hebben van de milieubelasting van brandstofproductie, maar daarvoor hoef je geen relatie met de producent op te bouwen. En er zijn ook andere instrumenten om de consumptie te ontmoedigen: flinke accijnzen, stimuleren van alternatieve (vb. vervoers)producten die tot minder consumptie leiden. Idem voor landbouwproducten, waarbij vleesproductie&consumptie veruit het grootste (maar niet het enige) probleem is.

  4. 4

    @3 Verschil is dat we het bij een raffinaderij over dode brandstof hebben. Bij een stal hebben we het over heel erg levende dieren. Vergelijking slaat dus als een tang op een varken.

  5. 5

    @3 behalve dat een dier juist niet vergeleken moet worden met ene product, zou het niet eens zo gek zijn als de automobilist zich bewuster was van de herkomst en effecten van het product. We willen alles oplossen met geld? Heffingen, subsidies, accijnzen… hoe leidt dat tot meer besef behalve dan dat er nog meer nadruk gelegd wordt op consumeren?

    @Herman, inderdaad! Als je de relatie tussen boer en consument wilt verbeteren, zou de consument dichter bij de boer en de natuur moeten komen en niet andersom. Ik probeer het in het klein, neem mijn kinderen af en toe mee naar een bioboerderij om ze hopelijk wat besef bij te brengen.

    Bewustzijn, dat is wat we missen en dat gaan we niet oplossen alles te gooien op financiële consequenties

  6. 6

    Ho, ho. Waar ik het bij die raffinaderij heb over strenge milieu-eisen, gaat het in de landbouw natuurlijk over milieu-eisen en eisen aan dierenwelzijn. Als we eerst lieve discussies gaan voeren over de relatie tussen mensen en hun voedsel, bewustzijn en zo, duurt het nog wel honderd jaar voor er serieus schonere en diervriendelijkere landbouw komt en mensen echt worden aangezet tot lagere vleesconsumptie. Die romantiek zit alleen maar in de weg.

  7. 9

    @eli
    Financiele consequenties en restricties zijn in mijn ogen “oplossingen” aan de oppervlakte.
    Het financiele plaatje wordt de reden en daarmee kom je zeker niet dichter bij waar het om gaat.

    Bewustzijn dus, bewust van de gevolgen en bewust van de consequenties, andere dan de achteraf bedachte financiele consequenties en eisen. Als je in de kern niets veranderd, blijft het dweilen met de kraan open.

    Ja, het zal gerust honderd jaar duren voordat we op dat punt zijn, als dat er al komt en in de tussentijd is het prima om kortere klappen te maken zodat het in elk geval niet al te veel uit de klauwen loopt, maar als we niet tegelijk bezig gaan met lange termijn denken en ons bewust worden van waar we nou eigenlijk mee bezig zijn, wordt het nooit meer dan korte termijn oplossingen. De geschiedenis leert dat de grens van wat geaccepteerd wordt steeds verschuift. Daar gaan we met zijn allen vroeg of laat keihard mee op onze bek en dat weten we allemaal ook.

    Hoelang heeft het geduurd voordat het zover kwam als het nu is? Ook wel iets meer dan honderd jaar..

  8. 10

    Lekker antropocentrische benadering, om die koeien, kippen en moedertje aarde te laten wachten totdat bij ons het juiste bewustzijn is doorgebroken.

  9. 12

    Gewoon samenvoegen met bejaardentehuizen. Als je die megastallen dan zo inricht dat onze bejaarden er ook een fijn gevoel bij hebben, dan sla je twee vliegen in één klap.

    Het ìs niet moeilijk.

  10. 13

    Onder punt 3, ‘voetafdruk’: Sojateelt leidt tot grote problemen in Brazilie????? mag ik dat een erg eenzijdige verwende Westerlingenbenadering noemen? het levert werk en inkomsten op voor een land waar die twee buitengewoon belangrijk zijn.

  11. 14

    Mijn gevoel, net als dat van gastauteur JP van Soest, is ook dat een mega-stal beter ‘kan’ zijn voor broeikasgassen; precies om de redenen die je noemt: meer (financiele) ruimte voor verbetering. En terecht zeg je dat het daarbij ook om jouw ‘vermoedens’ gaat. De vervolgvraag is dan: hoe zorgen we ervoor dat groter ook gebruik maakt van die kansen op verbetering: plicht, afspraak, CO2-markt, subsidie, groene lening? Ik weet het ook nog niet. Als het maar werkt!
    In mijn werk probeer ik de CO2-markt als prikkel te laten werken voor CO2-reductie in landbouw. Dat ziet er steeds beter uit. Een voorkolen ontbossen voor soja en mais kan met de zgn REDD-CO2-markt. Dan is de hele keten betrokken. Maar ook dan is een grotere schaal rendabeler (monitoringkosten etc).
    Misschien helpt een andere term al, zoals ‘multi-stal’, klinkt gelijk beter. En dan transparant zijn over waar voer vandaan komt, jobs, besparing, buren betrekken etc.

  12. 15

    Iedereen wil natuurlijk wel dat zijn vlees komt van een varken dat lekker in de wei heeft gescharreld, maar hoe reël is dat? Hebben we plaats genoeg daarvoor in Nederland of moeten we dan in het buitenland grote stukken wei aan gaan leggen en het dan weer hier heen transporteren? Accepteren we dat vlees net als vroeger weer een luxe produkt wordt, terug naar de aardappel eters?

    Varkens eten overigens sojaschroot, wat voor ons onverteerbare afval is. De olie en het meel van de soja worden voor onze consumptie gebruikt. Ook al gebruik je het schroot niet als veevoer blijft de vraag naar de olie en de meel en blijft het schroot als afval over. Sterker met minder varkens zal er zal zelfs meer soja geproduceerd moeten worden om de voedingswaarde van het varkensvlees te vervangen, het kost dus zelfs meer landbouwgrond.

  13. 16

    @15 Wat minder vlees eten hoeft nog niet meteen te betekenen dat er vleesvervangers in de plaats moeten komen.
    Biologisch vlees is overigens al zo ongeveer een luxeproduct, dat houdt mij niet tegen en dát ligt dan weer niet aan mijn inkomen. Ik eet gewoon wat minder voor hetzelfde geld.

    En wederom is het laatste argument dat het meer kost… it´s all about the money.

  14. 17

    @15: varkens eten alleen sojaschroot? In welke realiteit leef jij? Naast sojaschroot krijgen varkens ook normale soja te eten, wat heel goed voor menselijke consumptie geschikt is. Anders nodig ik je even uit op de varkenshouderij van m’n oom.
    Knap hoe jij het om weet te draaien, dat het eten van minder vlees leidt tot meer landbouwgrond. Helaas wel met onwaarheden.

  15. 18

    Vreemd dat dierziekten die door overmatig antibiotica gebruik een gevaar vormen voor de volksgezondheid niet genoemd worden (Q-koorts anyone?). In die zin is #3’s vergelijking helemaal niet zo vreemd. Maar goed, pas als meerdere kalveren verdrinken..

  16. 19

    @hanedop #13, dat is geen eenzijdige benadering, ja de sojateelt geeft welvaart door export deviezen en in Brazilië zijn er nieuwe dorpen gebouwd waar vroeger ´niks´ was maar waar je nu dankzij straatverlichting de supermarkt kan vinden die tot negen uur open is.

    Maar de sojateelt waaraan miljoenen hectare natuur wordt opgeofferd is arbeidsextensief en levert dus maar weinig werkgelegenheid maar gebruikt wel weer veel pesticide. De hydrologie van Brazilië wordt compleet omgegooid om de soja maar zo snel mogelijk via kanalen naar de havens te krijgen. Bergen kalksteen worden afgegraven voor kalkbemesting. Bodemerosie is een groot probleem. Paraguay, Argentinië en Brazilië kennen honderdduizenden landloze boeren die zijn verdreven van hun land door grote soja bedrijven. En dan heb ik het nog niet over de verdreven en bedreigde inheemse volkeren. Gewapende bendes bewaken de boerderijen en schieten savonds als ze dronken zijn op wat zij ´aapmensen´ noemen. De ready roundup maakt slachtoffers in gemeenschappen nabij de sojavelden en benedenstrooms. Verminkte kinderen, kanker. Vis sterft in rivieren die door soja gebieden stromen. Grote gebieden van Argentinie zijn praktisch insectloos door de bestrijdingsmiddelen. Dezelfde bestrijdingsmiddelen waarvan boeren in Amerika weten dat ze na het sproeien even drie weken niet op hun akker moeten komen, zo giftig is het. Nederland importeert een hoeveelheid soja die gelijk staat aan 5 miljoen hectare, ons land is zelf 3,8 miljoen hectare groot.

    Het verzet tegen de sojasector is in Zuid Amerika juist heel groot. Lokale ngo´s zijn veel feller gekant tegen grote soja bedrijven dan de gemiddelde Nederlandse milieuorganisatie. Een felheid daar schrik je als polderende Nederlander gewoon van, maar een felheid die ook wel te begrijpen is. Mensen die daar hun mond opendoen worden op een dag langs de kant van de weg gevonden met een paar kogels door hun hoofd. In Paraguay reed ik mee in de gepantserde auto van de directeur van de vogelbescherming. Geen radicale man, maar hij was gezien zijn welbespraaktheid een onwelgevallig persoon voor agrarische bedrijven. Hij overleefde een bomaanslag.

    Ja dat is een hele klaagzang maar de zegeningen van de soja zijn beperkt. Natuurlijk biedt het kans op economische ontwikkeling maar de sociale en ecologische impact is aanzienlijk. Ik ben realist genoeg om te erkennen dat we met een mensheid van 7 miljard grootschalige landbouw misschien wel nodig hebben. Maar hierbij moeten alle effecten van die landbouw onder ogen worden gezien.

    Het belerende vingertje dat ´wij in het Westen´geen kritiek mogen hebben op ontbossing omdat wij zelf al onze bossen hebben gekapt komt meestal van overheidsfunctionarissen en grootgrondbezitters uit Indonesië en Brazilië. Toen ik mij zes jaar geleden met deze problematiek ging bezighouden zag ik de Indonesische minister voor Palmolie in de Rode Hoed hetzelfde zeggen. In haar betoog over ´hoe geweldig palmolie wel niet was´ sprak ze over de lokale Dayak bevolking als ´those are barely people´. Tekenend in mijn ogen hoe hypocriet de oplossing van sommigen in deze sectoren zijn, enerzijds op hoge toon beweren dat het Westen zich er niet mee mag bemoeien maar anderzijds hun eigen bevolking en natuur vertrappen.

  17. 22

    De megastallen roepen zoveel weerstand op omdat ze staan voor verdere uitbreiding van de industriële veeteelt. Het is grappig dat je lijstje een aantal grote problemen van deze industrie op een rijtje zet om vervolgens te verkondigen dat een megastal op deze punten wellicht iets minder schadelijk zou kunnen zijn dan de huidige industriële veelteelt.

    Per saldo zullen de problemen met de komst van megastallen dus alleen maar groter worden. Misschien in iets mindere mate dan wanneer de uitbreiding plaats had in de vorm van meer van de huidige dieren industrie, maar groter zullen ze worden.

    Je analyse gaat aan het echte probleem voorbij. Uitbreiding van de productie met een iets minder schadelijke technologie blijft schadelijk.

  18. 23

    @15
    “Varkens eten overigens sojaschroot, wat voor ons onverteerbare afval is”
    Hoe zo afval? Sojaschroot maak 50% – 75% uit van de waarde van de soja (in geld uitgedrukt). ’t Is maar wat je afval noemt. Je kunt even goed stellen dat de mensen het afval eten van de veevoerproduktie.
    Bron: http://www.ers.usda.gov/Briefing/SoybeansOilcrops/background.htm

    De soja olie die in voeding kan overigens in de meeste gevallen uitstekend worden vervangen door een andere plantaardige olie. Daarom vermoed ik dat als de sojaschroot onverkoopbaar wordt, de olieprijs stijgt en dan daalt de vraag.

  19. 24

    ter aanvulling van mijn preek op #19, de nieuwste rel rondom Zuid Amerika als agro-exporteur:

    Het Rotterdamse graanhandelsbedrijf Nidera maakt zich volgens justitie in Argentinië schuldig aan ‘slavernij-achtige’ praktijken.
    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2680/Economie/article/detail/1825061/2011/01/17/Nederlands-bedrijf-betrokken-bij-slavernij-in-Argentinie.dhtml

    Kamervragen over Nederlands bedrijf betrokken bij slavernij Argentinië
    http://www.duurzaam-ondernemen.nl/detail_press.phtml?act_id=10227

  20. 25

    Beste auteur en lezers van Sargasso,

    Zoals u wellicht weet, wordt er op dit moment op de website http:/www.dialoogmegastallen.nl een uitgebreide discussie gevoerd over megastallen in Nederland. We willen u van harte uitnodigen om op die website uw visie op megastallen (nogmaals) uiteen te zetten.

    Alvast hartelijk dank en vriendelijke groet,

    Tom, namens Team Alders