Nederland is veiliger dan ooit. De criminaliteitscijfers zijn historisch laag. En toch fietsen vrouwen om, vermijden ze donkere straten, dragen ze sleutels tussen hun vingers en appen ze bij thuiskomst. Niet omdat het nodig is, maar omdat het zo geleerd is.
Dat is natuurlijk niet de hele waarheid, en het is belangrijk om eerlijk te zijn over waar vrouwen wél meer risico lopen. Maar het is een wezenlijk deel ervan, dat zelden hardop wordt gezegd.
Waar vrouwen écht meer risico lopen
Laat we beginnen met wat de cijfers wél zeggen. Uit de CBS Emancipatiemonitor 2024 blijkt dat vrouwen significant vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld: het slachtofferpercentage van seksueel geweld ligt bij vrouwen vijf keer zo hoog als bij mannen (3,1 tegenover 0,6 procent). Vrouwen zijn ook vaker slachtoffer van huiselijk geweld: 10 procent van de vrouwen tegenover 8 procent van de mannen. En bij meer dan de helft van de vrouwen die in de periode 2014–2023 werden vermoord, was de vermoedelijke dader een (ex-)partner.
Daar komt bij dat seksueel geweld voornamelijk plaatsvindt in het uitgaansgebied, zowel bij mannen als bij vrouwen, en dat vrouwen meer dan mannen slachtoffer worden in uitgaansgebied, op het werk of bij iemand anders thuis.
De angst van vrouwen is dus niet uit de lucht gegrepen. Er zijn specifieke contexten: thuis, in relaties, op het werk, tijdens het uitgaan, waar vrouwen structureel meer risico lopen. Die realiteit verdient erkenning, geen relativering.
Maar buiten die contexten klopt het plaatje niet
Het probleem is dat de angst die vrouwen meekrijgen, zich niet beperkt tot die specifieke risicocontexten. Ze kleurt het hele dagelijks leven, de donkere straat, de vreemde fietser, de man die achter je loopt. En op dát vlak vertellen de cijfers een ander verhaal.
Bij bedreiging en mishandeling zijn het juist de jonge mannen die het meest slachtoffer worden, met respectievelijk 7 en 3 procent, tegenover respectievelijk 5 en 2 procent bij jonge vrouwen. En wat betreft de locatie: geweld op straat treft mannen meer dan vrouwen: 46 procent van de mannelijke slachtoffers geeft straat als locatie op, tegenover 32 procent van de vrouwelijke.
Met andere woorden: de anonieme dreiging op straat, het gevaar van de onbekende, is statistisch gezien meer een mannelijk probleem dan een vrouwelijk probleem. Toch organiseren we het dagelijks leven van vrouwen juist om dát risico heen.
Twee scripts, allebei verkeerd
Dit leidt tot een merkwaardige paradox in hoe we opvoeden. Meisjes leren voortdurend alert te zijn op een dreiging die in de openbare ruimte zeldzamer is dan gedacht. Jongens leren vaak nergens bang voor te zijn, ook als ze op straat juist statistisch meer risico lopen.
Beide scripts deugen niet. Maar het script van meisjes heeft een extra dimensie: het beperkt actief de vrijheid. 45 procent van de vrouwen jonger dan 25 jaar loopt of rijdt weleens om om bepaalde plekken te vermijden, tegenover 22 procent van jonge mannen. 49 procent van de vrouwen voelt zich ’s avonds op straat weleens onveilig, tegenover 18 procent van de mannen.
Dat is een enorm verschil in hoe vrij mensen zich bewegen in de publieke ruimte, terwijl de feitelijke dreiging op straat dat verschil niet rechtvaardigt.
Het patriarchaat heeft baat bij bange vrouwen, maar beschermt hen niet
Hier dient zich een ongemakkelijke vraag aan: wie heeft er eigenlijk belang bij dat vrouwen de publieke ruimte als gevaarlijk ervaren?
Een patriarchaal systeem, niet als samenzwering van individuen, maar als een structuur van normen, verwachtingen en machtsverhoudingen, heeft er baat bij dat vrouwen zich kwetsbaar voelen en bescherming nodig hebben. Angst maakt afhankelijk. Wie ’s avonds niet alleen durft te fietsen, zoekt gezelschap. Wie de straat als vijandelijk terrein ervaart, trekt zich eerder terug naar de privésfeer. Wie gelooft dat ze bescherming nodig heeft, staat minder stevig in haar autonomie.
Dat is geen bewuste strategie van individuele mannen. Het is de uitkomst van een systeem dat vrouwen al generaties lang klein houdt door ze groot gevaar voor te spiegelen.
Maar dan stuit dat systeem op een vernietigend probleem: de cijfers werken niet mee. Want als de beschermingslogica klopt, als vrouwen bang moeten zijn voor de gevaarlijke buitenwereld en veiligheid thuis moeten zoeken, dan zouden thuis en in relaties de veiligste plekken moeten zijn. Dat zijn ze niet. Bij meer dan de helft van de vermoorde vrouwen was de vermoedelijke dader een (ex-)partner, en bij vrouwen tussen 20 en 60 jaar liep dat op tot 70 procent. Huiselijk geweld wordt het vaakst door een partner of ex-partner gepleegd.
Het systeem dat vrouwen bescherming belooft tegen het gevaar buiten, biedt hun die bescherming dus niet waar het het hardst nodig is. De beschermer is statistisch gezien vaker de dader. Dat is niet alleen een morele mislukking: het is een interne tegenstrijdigheid die de hele redenering ondermijnt.
Angst als norm, voorzorg als gehoorzaamheid
Jonge vrouwen worden niet bang geboren. Ze worden bang gemaakt. Vanaf de puberteit krijgen ze een script aangereikt: niet te uitdagend kleden, altijd achterom kijken, niemand zomaar vertrouwen, liever niet alleen fietsen. De boodschap: jij bent kwetsbaar, en het is jouw taak om dat risico te managen.
Maar het risico waar die boodschap op slaat – het onbekende gevaar op straat – is in de openbare ruimte niet het gevaar dat vrouwen het meest treft. De echte risico’s voor vrouwen liggen thuis, in relaties, op het werk, in het uitgaansleven. Niet op de donkere fietsroute naar huis.
We leren vrouwen bang te zijn voor het verkeerde gevaar, op de verkeerde plek. En we sturen hen daarmee richting de situaties waar het gevaar wél reëel is, terwijl we dat gevaar structureel onderschatten en onderbenoemen.
We maken vrouwen kleiner, terwijl het echte probleem elders ligt
Een samenleving die vrouwen verantwoordelijk houdt voor het vermijden van risico’s, moet die vrouwen overal gevaar laten zien, anders werkt het systeem niet. Elke onbekende man een potentieel gevaar. Elke straat een risicozone. Waakzaamheid als levenshouding.
Dat is niet empowerment. Het is een vorm van omgekeerde gehoorzaamheid: meebewegen met de angst, de route aanpassen, de blik vermijden. En het lost niets op aan de plekken waar vrouwen wél kwetsbaar zijn, sterker nog, het leidt de aandacht er structureel vanaf.
Echte veiligheid voor vrouwen vraagt om gerichte aandacht voor de contexten waar de cijfers dat rechtvaardigen: huiselijk geweld, seksueel geweld in relaties en uitgaanssituaties, ongewenst gedrag op de werkvloer. Dat zijn de domeinen waar beleid, opvoeding en cultuurverandering het verschil kunnen maken.
Maar tegelijkertijd: zolang we vrouwen leren dat de hele publieke ruimte gevaarlijk is, beperken we hun vrijheid op basis van een misplaatste angst, en houden we ze weg van juist dié ruimte waar ze, statistisch gezien, het veiligst zijn, en daarmee klein. Het wordt tijd dat script te herschrijven. En de vraag wie er baat bij heeft dat het blijft bestaan, verdient vaker gesteld te worden.
Reacties (2)
Interssant artikel!
Ik vermoed dat mannen op straat minder snel vluchten bij een conflict, dat kan ook gevolgen hebben voor de aantallen mishandeling. Er is geen duidelijke grens tussen een vechtpartij en mishandeling.
Ik heb een opmerking over de de statistieken:
Het zou natuurlijk kunnen dat vrouwen op straat minder vaak slachtoffer zijn, doordat ze zo goed opletten.
(ik denk niet dat dit de oorzaak is. Ik denk eerder dat mannen in de privé-sfeer meer durven dan buiten).
geweld op straat treft mannen meer dan vrouwen: 46 procent van de mannelijke slachtoffers geeft straat als locatie op, tegenover 32 procent van de vrouwelijke.
Deze cijfers bewijzen niet dat de straat voor vrouwen veiiger is.
“46 procent van de mannelijke slachtoffers”. Is dat 46 slachtoffers op straat, en 54 elders? of 460 op straat, en 540 elders? of 23 en 27?
Het zou best kunnen dat in een week 23 mannen op straat mishandeld worden, en 32 vrouwen.
Om te vergelijken moet je weten:
– hoeveel mishandelingen zijn er op straat
– hoe vaak is het slachtoffer een man, hoe vaak vrouw.