De eeuwige sneeuw van tropisch Nederland

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De wereld draait al een tijdje mee, maar broeikas-adepten zien dat liever niet. Afbrekende ijschotsen en warme zomers geven voor hen al snel aanleiding tot het leggen van een causaal verband met de aanwezigheid van de mens op aarde. Maar trends die wij nu zien zijn soms al veel eerder ingezet, zoals de terugtrekking van gletsjers na de Kleine IJstijd.

In het tijdschrift Geografie staat een artikel over nederlandse geologen die in dienst van Shell in 1936 in Nieuw Guinea het Carstensz gebergte beklommen. De bevindingen van de inmiddels 93 jaar oude Jean Jacques Dozy destijds zetten hedendaagse paniek berichten over klimaatsverandering in een ander perspectief.


“Op 16 februari 1623 zeilde de Nederlandse zeevaarder Jan Carstensz op 5°14′ zuiderbreedte langs de zuidkust van Nieuw Guinea. Hij zag daar een ‘overhoogh geberghte’ dat ‘op vele plaatsen wit met snee bedect lach’.
Sneeuw zo vlak bij de evenaar vond men in die tijd (en lang daarna) een vreemd verschijnsel. Colijn, Dozy en Wissel bedwongen in 1936 als eersten de Ngga Poeloe. Het duurde echter nog tot 1962 tot de Carstenszpiramide bedwongen werd door de Oostenrijker Heinrich Harrer, de man die later bekend werd door de film Seven years in Tibet.”

Minder sneeuw en kortere gletsjers; is het broeikaseffect ook op Nieuw-Guinea merkbaar?
‘Flauwekul. Wij kwamen in ’36 al jonge eindmorenen tegen uit de periode 1830-1850. Toen was er geen sprake van een broeikaseffect. Er is al heel lang sprake van een natuurlijke klimaatverandering. Ik ben allerminst tegen de reductie van de CO2-uitstoot, maar we moeten niet de illusie hebben dat we daarmee de temperatuurstijging kunnen tegenhouden.’

Als men vanuit de eerste berekening extrapoleert is al het ijs op Nieuw- Guinea over 350 jaar (in 2320) verdwenen; vanuit het tweede uitgangspunt is dat 90 jaar ofwel 2090. Hoe snel de gletsjers verdwijnen is niet alleen afhankelijk van de stijgende temperaturen. Ook neerslag, instraling, lichtweerkaatsing (albedo), vochtigheid en de topografie spelen een rol.

0

Reacties zijn uitgeschakeld