Daar is hij weer: het stadium van onbeschaving


Of het nu om GeenStijl, games, raps, films of erotisch getinte clips gaat: elke keer staat er wel weer een kordate melaatse gereed om de tieneroren te wassen. Gisteren was er een middelmatige reportage bij het NCRV-programma Altijd wat. Reporter vraagt aan kinderen wat ze van New Kids Turbo vinden. Met een plopkap de regionale klas in: altijd een fijn staaltje onderzoeksjournalistiek. ‘De invloed van’-politie doet altijd alsof ouders niet bestaan. Ewout van der Staaij citeert in het Reformatorisch Dagblad hogeschooldocent Ewald Mackay: ‘We zijn in het stadium van de onbeschaving aangeland’. Alweer?

Wanneer je een kind aan een infuus van Red Bull en Cola legt, op een dieet van donuts en zakken chips dwingt en vervolgens 24 uur per dag laat kijken naar vechtsporten, is de kans onbetwist klein dat hij op een dag qua wijsheid Einstein zal evenaren. Toch mogen we in zo’n situatie nooit de beelden van de vechtsporten, de chipsfabrikant of de frisdrankfabrikant de schuld geven. Waren deze elementen niet in het leven van ons proefkonijn geweest, dan had hij waarschijnlijk zijn tanden gezet in een rondslingerend karrewiel, een tinnen emmer omver getrapt om zich tot slot maar te vergrijpen aan het achterwerk van een zwijn.

De entertainmentcultuur, hoe stompzinnig en exemplarisch voor leegheid dan ook, kan je niet verantwoordelijk houden voor enige stilstand of achteruitgang. Het kwaad schuilt in de consumenten zelf; zelfs de wapenindustrie zal ik niet verantwoordelijk houden voor pistoolgeweld. Leegheid openbaart zich in vele facetten. Van Life4You met Carlo en Irene tot holle BNN-formats, tot de eenmalige meligheid van CQC tot hilarische zetpildouwers als de Moraalridders van de EO en, inderdaad, New Kids Turbo: marshmallows voor de verdwaalde geest. Maar als de hbo-docent Cultuurgeschiedenis Ewald Mackay van de Driestar Hogeschool in Gouda meent dat de ‘geld- en media-industrie’ eropuit is ‘om de jeugd vakkundig te verpesten, in de hoop bij jongeren in het gevlei te komen’, moet ik hem teleurstellen: dat is al zo sinds de uitvinding van Mens Erger Je Niet. Het is aan de opvoeders welke kant het op gaat.

Je bent pas een slechte ouder als je veronderstelt dat je eens zo brave en vrome kind volledig verziekt wordt door een filmpje met een hoop gesmijt en gevloek. Rebellie en conflicten zijn onontbeerlijk voor de ontwikkeling van het individu; hele gezinnen die compleet met adolescenten lachend geforceerd met zijn allen naar een mooie film, pretpark of concert gaan, wantrouw ik. Als tiener moet je wég van de fleecejacks van je ouders, wég van die degelijke gezinsauto, vluchten voor de tirannie van moraal en rede. Dat hoeft niet altijd gepaard te gaan met vernieling of drankzucht; het is voor een tiener veel belangrijker om zelf een identiteit en een eigen smaak te vormen – soms is dat kennelijk de meligheid van een film als Sint of New Kids, en bij de ander zal de keuze vallen op een messcherpe roman of een opruiend rits mp3’s.

Terug naar het Reformatorisch Dagblad en het stadium van onbeschaving: ‘In directe zin is dat volgens Mackay te zien in de toename van verhuftering en agressie in de openbare ruimte. „In indirecte zin zie ik een concentratieloze funcultuur, waarin het steeds moeilijker wordt om nog iets van een hogere, diepere wereld te laten zien in bijvoorbeeld het onderwijs.” Een beetje gelijk heeft Mackay wel; de here we are now, entertain us-modus van de jeugd is maar moeilijk te bezweren. Maar is dit zo vreemd? Welke illusie heb je nog te verkopen aan de nieuwbouwkids uit Venlo, Oosterbeek, Roosendaal en Drachten? Je wordt registeraccountant bij een tapijttegelfabrek op een tochtig industrieterrein, net als papa. Je gaat je moeder achterna, die in het beste geval iets vaags doet bij de gemeente, omzwachteld door een dieet van senseopads en Knorr-braadzakken en in het slechtste geval thuis zit. En je school werkt nog met methoden uit 1991 waar je twee aan twee zit te luisteren naar een kalende nietsnut die een stuurloos verhaal vertelt waar geen einde aan komt. Tja, als tiener wil je uitbreken. Dus zoek je het morele gevaar op; in je beginjaren zal dat een opruiende film kijken waar iedereen over praat – en later ga je comazuipen. Of je zet je juist dáár weer tegen af.

Maar wie is hier de schuldige? Niet die jeugd. Ook niet de entertainmentcultuur. Het zijn de ouders. Mackay: ‘Ik hoor van mijn studenten soms verhalen over reformatorische middelbare scholen waar ik van schrik. Soms zijn jongeren daar, uit verzet tegen de opvoeding, lastiger dan jongeren in het gewone middelbare onderwijs.

Zucht. Ik wens al die kids een hele gezellige zondag toe met The Fight Song van Marilyn Manson op tien. We’ll scar your mind.

  1. 1

    Van de week merkte ik iets leuks.
    Altijd wordt ons voorgehouden door de orenwassers dat “de school” belangrijk is voor de opvoeding en dat “de school” ouders moet aanspreken blah.
    In een of ander orenwassersprogramma werd de kijker nu voorgehouden dat kinderen “maar hooguit 8 uur” op school zitten, en dat dus de ouders blah.

  2. 4

    “En je school werkt nog met methoden uit 1991 waar je twee aan twee zit te luisteren naar een kalende nietsnut die een stuurloos verhaal vertelt waar geen einde aan komt.”

    Ik ben niet kalend.
    Dank u.

  3. 8

    “Zucht. Ik wens al die kids een hele gezellige zondag toe met The Fight Song van Marilyn Manson op tien. We’ll scar your mind.”

    Mag niet hè, want op zondag gaat het internet op zwart voor de refkids.

  4. 9

    Toch mogen we in zo’n situatie nooit de beelden van de vechtsporten, de chipsfabrikant of de frisdrankfabrikant de schuld geven.

    Dat is niet waar. De fabrikanten van Red Bull en Pringles geven er heel veel geld aan uit om de jeugd wijs te maken dat je vooral Red Bull moet drinken en Pringles moet eten. De gezamenlijke faculteiten exacte wetenschappen hebben maar heel weinig geld om de jeugd te overtuigen dat ze net als Einstein de natuurkunde in moeten gaan. De uitgever van Thomas van Aalten kan ook niet concurreren met de marketingbudgetten van de computerspelindustrie.

    Je kunt er een hele nature/nurture-discussie over houden, maar feit blijft dat de cultuur waarin iedereen Wesley & Yolanthe en hun balansbandjes kent en de meeste wetenschappers anoniem zijn, een andere is dan die waarin Einstein en Bohr supersterren waren.

  5. 11

    @9
    Ik ken Bohr en Einstein anders wel, zowel als een oppervlakkige kennis van waar zij zich mee bezig hebben, voorzover een leek dat begrijpt.
    Ik heb geen flauw idee wie de bedenkers of CEOs van Red Bull of Pringles zijn, dus dan doet de wetenschap het in mijn boek tot nu toe toch beter.

  6. 12

    @10 en jij niet hoeveel in de marketingbudgetten van Red Bull en Pringles e.a. ;)

    Maar in onze parallelle wereld maakt dat ook allemaal niets uit natuurlijk.

  7. 13

    @11: Dat je Bohr en Einstein kent, is omdat ze in hun tijd supersterren waren en dat die roem is blijven hangen. Anders waren ze nu net zo bekend als zeg John Bardeen.

    Maar goed, dat is alleen een voorbeeld. Het punt is dat je regelmatig het getal van 1/3 van de Nederlanders hoort die geen idealen zou hebben dan louter nihilistisch consumeren. Dan zitten we anno 2011 ongeveer in het culturele klimaat van een Brett Easton Ellisroman. Nou ben ik geen cultuurpessimist; het gaat wel weer over. Dan kijken we over 20 jaar wel naar een aflevering van Pauw & Witteman waarin Richard de Mos, Fred Teeven en Jan Mulder gezellig zitten te babbelen met hetzelfde mengsel van verbazing en horror waarin we nu kijken naar een reportage uit de jaren 70 over een commune waarin alles werd gedeeld, van sokken tot seksuele partners.