De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
Moordbeesten
COLUMN - Vanmorgen was het weer raak. Ik trek mijn laars aan en stuit op een vogellijkje. En bedankt. Half aangevreten merel, een vrouwtje ook nog, dus er zitten nog ergens wat weesjes in een nest, vermoed ik. Haar poten staken fier overeind. Haar kop miste volledig. Ik keek de katers beschuldigend aan. Zij keken vol trots mijn kant op. Zelf gevangen, helemaal voor jou! Ik mompelde nog ‘Foei’, maar kreeg een dikke liefdevolle katerkop langs mijn kuiten.
Het is weer in volle gang. De moordpartijen in de tuin. Niet alleen onze katers, alle buurtkatten gaan los. Ik vind dit een vreselijke tijd van het jaar. Al die nesten waar wel iets uit kukelt, al die jonge vogels die je halfaangevroten terugvindt. Katten zijn allemaal volledig vetgemest, maar dat jagen, dat zit er nog steeds in. Dat levert vaak levende muizen op hier in huis. Nou ja levend is wat overdreven, ze zijn meer half dood dan levend, maar de kill wordt niet gemaakt.
Minder voeren heeft geen zin. Je zou denken dat ze de vogels door de honger dan direct doodbijten en opeten, dan is het lijden in ieder geval minder, maar ik krijg van de buren terug dat ze de bakken van de buurtpoezen leegvreten. Hier loopt ook allerlei harigs rond dat niet van ons is. Vreet wat van het voer en gaat weer verder. Al die kattenluikjes zijn eigenlijk voordeuren van exotische restaurants. Overal valt wat anders te vreten. Ik heb ooit belletjes om de nek geprobeerd, maar toen hingen ze zichzelf op aan de eerste de beste struik, dus dat werkt ook niet echt. Ja, het werkt natuurlijk perfect tegen de vogelmoord, maar kattenmoord vond ik toch echt te radicaal.
Muis
COLUMN - Vorige week beschreef ik in mijn column hoe moeizaam het opkrabbelen kan zijn na de dood van een geliefde. Ik kreeg daar veel persoonlijke reacties op. Sommige lezers betoonden zich geschrokken, anderen wilden troosten, maar de meeste mensen die iets terugschreven, zeiden vooral: ja, zo moeilijk is het inderdaad.
Daar had ik eigenlijk nog het meest aan: te weten dat dit normaal is, ook al voelt het uitzonderlijk hard. Ineens werd de kitsch waarmee we verlies gewoonlijk overladen, me duidelijk. We zien zo graag moedig gedragen verdriet, en hopen op een spoedig herstel.
De werkelijkheid is anders. Geen zacht verdriet, niks weemoedige herfstbeelden, geen beschaafd weggepinkte tranen, en weg ook met die harmonieuze grijstonen. Rouw is schriller dan dat, heftiger, en vooral: rauwer en langduriger.
Misschien is het goed zijn om minder beschaafd en besmuikt te zijn over ons verdriet. Want dat weet ik van de maanden dat Christiane nog leefde, terwijl ze haar eigen nabije dood onder ogen moest zien: het hielp haar ontzettend om daar geregeld over te kunnen praten, zonder soesah, zonder poespas. Het was goed om er een alledaags onderwerp van te maken, op vergelijkbaar plan als de boodschappen en wat ze die avond wilde eten. Met harde grappen, met natte ogen, met een angstaanval hier en een lachbui daar, maar vooral: met heel veel mensen om haar heen, waren de dood en het verdriet beter te verdragen.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
Closing Time | What a Wonderful World
Door de Canadees Ben Caplan deze keer:
Avondvierdaagse
COLUMN - Geen idee of ze er nog zijn, mijn pinnetjes van de avondvierdaagse. Ik weet niet eens hoe vaak ik heb gelopen. Een keer? Twee keer? Nog meer? We liepen met een grote groep achter onze juf aan, ‘een potje met vet’ zingend en we hadden allemaal komkommer, wortel, peperkoek en een minirolletje Kingpepermunt in onze jaszak. Er was er altijd een bij met een zak vol snoep. Daar probeerde iedereen naast te lopen, hij of zij mocht eens wat verliezen. Ik kan me nog een aardige mevrouw herinneren die de deur voor me opendeed omdat ik dreigde te stikken in zo’n Kingpepermuntje. Ik ging alleen naar binnen, zij deed de deur even dicht anders tochtte het zo en gaf me een glas water. Daarna liet ze me weer los en rende ik terug naar de groep.
Vanavond loop ik weer. Vier avonden vijf kilometer. Ieder kind moet worden geëscorteerd door een volwassenen. Was vroeger de juf voldoende, dat is allang niet meer zo. Er lopen evenveel volwassenen mee als kinderen. Dat leidt ertoe dat je uren doet over vijf kilometer. Al die scholen, al die kinderen en dan ook nog al die volwassenen. Lekker doorlopen is er niet bij. Schuifel de schuifel…
De gezonde groente is vervangen door lekkere dingen. Snaaiwaar. Mijn oudste vroeg om kauwgum, dus wil de jongste dat ook. Een grote pot, zodat ze uit kunnen delen. Het is een levendige ruilhandel tijdens de wandel. Er zijn kinderen bij met komkommer en radijsjes. Niet veel meer hoor. Zij ruilen knikkers en ander speelgoed tegen minimarsjes, allemaal keurig achter de rug van paps of mams. Ik zorg dat ik wat extra meeneem. Voor het kind dat een uur met een treurig koppie op een wortel loopt te kauwen. Stuk peperkoek, dropje of tumtummetjes. De laatste avond krijgen ze van school een waterijsje. De ouders ook. Boffen.
Woede en schaamte
COLUMN - In rouw blijk ik vrij slecht te zijn. Althans: ik bak niks van de geëigende stadia van rouwverwerking, ik haal ze allemaal door de war. Van depressie – stadium vier volgens de boekjes; aanvaarding, het vijfde en laatste stadium, scheen daarna eindelijk binnen bereik te liggen – schoot ik hopeloos en redeloos stadium twee in: boosheid.
Zeg maar gerust woede.
Niet dat ik tegenwoordig tierend door de straten loop, maar zodra iets me niet zint, overvalt een onblusbare boosheid me en neemt die me in de greep. Mijn lontje is kort, momenteel.
Mijn woede richt zich op niemand in het bijzonder en dus op alles en iedereen in het algemeen. Een ongerichte boosheid die zich hunkerend een uitweg zoekt. Met als gevolg dat ik bijna blij ben wanneer ik denk dat mijn woede dit keer gerechtvaardigd is. Dan mag ik namelijk eindelijk met recht & reden flink zieden, kan ik te langen leste echt schaamteloos laaiend zijn.
Nee, ik ben oprecht niet boos op mijn hartsvriendin annex echtgenote omdat zij dood ging, zoals iemand laatst suggereerde: zó verblind ben ik nou ook weer niet. Ik ben alleen maar immens – en vreselijk onvruchtbaar – boos op het lot. Boos dat zo’n grandioos mens geen langer leven beschoren was. Boos dat mijn allerbeste vriendin er niet meer is. Boos omdat ik me sindsdien zo ongeneeslijk kut voel.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Oksels scheren en deodorant verhogen mogelijk risico op borstkanker
Moderne gewoontes zoals oksels scheren en deodorant gebruiken, verhogen mogelijk de kans op borstkanker bij vrouwen. Net overigens als bepaalde BH’s.
Anders nog iets? | In memoriam: Selfie
COLUMN - In 2013 werd ‘selfie’ gekozen tot Woord van het Jaar. Met een grote meerderheid aan stemmen kreeg het trendy woordje de voorkeur boven ‘socialbesitas’ en ‘sletvrees’, respectievelijk de nummers twee en drie uit het lijstje. Een vermelding in de prestigieuze Dikke Van Dale was de bijbehorende hoofdprijs. Vanaf die tijd ging het eigenlijk mis met het veelgeprezen woordje. De roem en aandacht zorgden ervoor dat de selfie niet meer zichzelf kon zijn. Met alle gevolgen van dien.
Wanneer we het hebben over de eerst gemaakte selfie, klinkt dit alsof we praten over een opgraving uit de Middeleeuwen. Voor ons gevoel lijkt 2002 inmiddels eeuwen geleden, maar feitelijk is dat nog niet zo gek lang terug in de tijd. Op een Australische website plaatste een jongen destijds een ingezoomde foto van de hechtingen in zijn lip. Het was een stille getuige van de verwondingen die hij had opgelopen tijdens een avondje stappen. ‘Sorry van de focus, het is een selfie,’ plaatste hij als begeleidende en verontschuldigende tekst bij zijn ietwat onsmakelijke foto van een opgezwollen en gehechte onderlip. Waarschijnlijk had hij in de verste verte niet kunnen vermoeden wat hij zo’n twaalf jaar later zou hebben aangericht met zijn selfie van destijds.
In 2002 bestonden de grootste social media-grootmachten, zoals Twitter en Facebook nog niet. Daarnaast waren de mobiele belapparaatjes nog niet uitgerust met een fotocamera. Wanneer dat wel zo was, werden het echter foto’s waarbij je het aantal pixels met het blote oog zou kunnen tellen. Toen deze mobiele hightechbranche echter in de jaren erna explodeerde, qua mogelijkheden, snelheid en vooral verkoop, was er dan ook geen houden meer aan. Naast het volledig apathische turen op het beeldschermpje, in welke willekeurige situatie dan ook, en het overal bereikbaar kunnen zijn, werd de selfie een onontkoombaar fenomeen waar we – helaas – niet meer omheen konden.
Een mooie traditie op de Faeröer eilanden, ook in 2014
Een gezellig gezinsuitje. Misschien moeten Greenpeace en Sea Shepherd volgend jaar een paar bootjes sturen.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.