Sybren Spit

5 Artikelen
1 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Van der Gijp is gay

COLUMN - Afgelopen zaterdag was het weer zo ver: de Gay Pride vond plaats in de Amsterdamse binnenstad. Honderden homo’s en niet-homo’s dansten, sprongen en waren blij, al varend over de Prinsengracht, de Amstel en de Oude Schans. Op tv zag ik Ewout Genemans vragen stellen aan Jeanine Hennis, Jet Bussemaker en Jeroen Dijsselbloem, terwijl Cornald Maas eigenlijk net iets té flauwe grapjes maakte. ‘Bij elke regenboog hoort ook een pot met goud.’ Het was in elk geval een mooi beeld van de tolerantie die kenmerkend is voor het centrum van de hoofdstad, waar al in de Gouden Eeuw ten tijden van de Republiek iedereen mocht doen en denken wat hij wilde. Zolang anderen daar tenminste geen last van hadden en er een goede pot met goud aan verdiend kon worden. Ook toen al waren overvolle schepen een teken van de vrije geest in de Nederlanden.

Het was dan ook goed om te zien dat zelfs de KNVB een boot de grachten op stuurde, om daarmee bij te dragen aan de homoacceptatie binnen de wereld van het voetbal, het mogelijke probleem bespreekbaar te maken en daarmee de vrijheid van de sporters te vergroten. René van der Gijp gaf de maandag erna in Voetbal International echter aan dat de boot van de KNVB voor hem niet zo nodig was en dat een statement maken echt niet hoefde. Hij moest er wel om lachen.

#Dezeweek | Ik ben de walvis

COLUMN - Geen Johannes of Johanna dit keer. Nee, de prijs voor zeezoogdier van de week ging naar de naamloze potvis die op Terschelling was aangespoeld. Goo goo good job! De mediamachine draaide op volle toeren. Twitter, tv en de kranten besteedden er allen aandacht aan. Het blijft knap hoe Rob Bats, de burgemeester van het eiland, schijnbaar futiele gebeurtenissen die binnen zijn gemeentegrenzen plaats vinden, weet te hypen tot het zaken van landelijke proporties zijn. Eerder was de VVD’er burgemeester van het dorp Haren. Gelukkig liep het dit keer niet uit de hand; Bats wist immers wat hij moest doen, want: er is een protocol!

Het betreffende protocol is opgesteld omdat het in ons land niet zo vaak voorkomt dat er een levende walvisachtige strandt. Bovendien bestaat er de mogelijkheid dat het een emotionele aangelegenheid voor het publiek wordt, omdat de kans op sterven bij zo’n stranding aanzienlijk is. Wat er met al dode walvisachtigen gebeurt, is een stuk minder belangrijk. Blijkbaar verliest datzelfde publiek zijn empathisch vermogen als de beesten al dood zijn. Of er stranden gewoon veel meer dode walvissen: alleen al 522 dit jaar. Voor zulke grote aantallen is het ook veel te moeilijk om uitgebreide generaliserende protocollen te schrijven.

#Dezeweek | Mijn drone en ik

COLUMN - Deze week heb ik een drone gekocht. Bij de Bart Smit voor maar €99,99. Nu kan ik eindelijk aan de slag als huis-tuin-en-keukenjournalist. Of als spion natuurlijk. Dat kan namelijk ook vanuit huis: organisaties als de AIVD schijnen het afluisteren uit te besteden aan private bedrijven, omdat ze zelf de grote hoeveelheid data nooit zo snel zouden kunnen verwerken. Als dat zo is, wil ik ook best meewerken vanuit mijn luie stoel. Bovendien krijg je er ook nog eens veel meer voor betaald dan wanneer je gewoon in overheidsdienst werkt. En een beetje spelen met zo’n op afstand bestuurbare helikopter, dat lijkt me ook wel wat.

Nadat ik mijn drone uit de verpakking had gehaald, besloot ik om er eerst maar eens mee naar Brussel te vliegen. Er was een kroning en een groots feest. Ik kreeg er beelden door van een niet zo houterige nieuwe koning. Maar hoe heet die nieuwe koning eigenlijk? Moet ik hem Filip noemen, of Philippe? De strijd tussen de twee namen is natuurlijk kenmerkend voor de verdeeldheid bij onze zuiderburen, maar ik vind het maar onhandig. Als de beste man twee verschillende namen krijgt, bestaan er ook twee verschillende beelden van hem, die ieder hun eigen geschiedenis creëren. Nu ik zo’n mooie drone heb, wil ik wel weten wat de waarheid is, hoe het werkelijk zit. En daar hoort één naam bij, anders kan ik natuurlijk nooit weten wat hier echt gaande is.  

#Dezeweek | Dierennieuws

COLUMN - De paradijsvogel sprong van een takje, spreidde kort zijn vleugels en landde in het zachte gras. Hij bevond zich nu aan de rand van het bos bij het water. In het bos gebeurde niet zo veel. Aan de waterkant lag de luiaard die net een hap nam uit een lange groene stronk. Hij zoog het vele water dat uit de stronk kwam gulzig op. De paradijsvogel hupte naar de luiaard toe. ‘Wat eet je?’ vroeg hij. ‘Ik weet het niet,’ antwoordde de luiaard. ‘Maar het is best lekker. Zeker in de zomer, als de zon schijnt.’

‘Verveel jij je ook zo?’ vroeg de paradijsvogel. ‘Ja,’ antwoordde de luiaard. ‘Dat krijg je, als iedereen weg  gaat,’ zei de paradijsvogel. ‘Normaal is de wolf er nog. Die doet altijd wel iets geks. Maar die is twee weken geleden ook vertrokken. Sindsdien heb ik niks meer van hem vernomen.’ De luiaard nam nog een hap en op zijn neus twinkelden een paar druppels water in het zonlicht. ‘Ja, inderdaad. Jammer,’ zei hij.

‘Laatst was er toch wel een orang-oetan in het bos?’ vroeg de luiaard toen aan de paradijsvogel. ‘Nee,’ antwoordde die laatste, ‘dat was maar een grapje.’ ‘Oh,’ zei de luiaard, die nog maar eens een hap nam. ’Maar de schildpad, die komt toch wel af en toe langs?’ ‘Ja, dat klopt. Maar die moet dan meestal meteen weer terug naar huis. En hij loopt al niet zo snel.’ ‘Als de zon schijnt, hoeft er toch ook eigenlijk niet zo veel te gebeuren?’ vroeg de luiaard. ‘Dat is misschien ook wel zo,’ antwoordde de paradijsvogel.

#Dezeweek | Lekker reien

COLUMN - De honderdste Tour is nu bijna twee weken oud en het is een bijzondere editie. Er wordt niet alleen een jubileum gevierd, maar het is ook de eerste keer dat het publiek zich ervan bewust is dat het al jaren en masse naar een klassiek tragedie zit te kijken. Vol van de dope (schande!) proberen overmoedige renners het lot in eigen hand te hebben en boven hun kunnen uit te stijgen, om minstens een paar keer per week een Franse Olympos te beklimmen.

Geen wonder dat Zeus je dan van je fietsje flikkert.

Ondertussen wordt het hele schouwspel lyrisch bezongen door onze nieuwe poëet des vaderlands, Maarten Ducrot, die bij vlagen welhaast halve alexandrijen weet te produceren: ‘Ten lange leste in de chasse patate // gaat er alweer een renner op z’n gat.’ Alsof dat nog niet genoeg is, oreert Mart Smeets elke avond ook nog eens alsof ‘ie uit Delphi komt. Hij weet wel waar het heen moet met de sport.

En de mensen luisteren er nog ook naar. Wat een orakel. Uh, mirakel.

Het schijnt overigens dat er zich in het peloton ook nog een stel gereformeerden uit de Biblebelt bevindt; de overstap van een Utrechtse heuvel naar een Franse Alp is immers niet al te groot. De groep werd lange tijd geïmiteerd door Duitse volgelingen: ook het niet inenten is blijkbaar een virus dat zich onder grote groepen mensen kan verspreiden.  Deze hardlerenden gingen dan ook nog lang op voor de rode bollen maar schikten zich uiteindelijk rustig in de gebruiken van de wielerwereld door verboden middelen hun bloedbaan in te spuiten. (Schande!!) Dit alles om niet meer afhankelijk te zijn van het credo “mazzel of de mazelen”.