De grote koloniale oorlog
Chris Kaspar de Ploeg herschrijft in zijn trilogie ‘De Grote koloniale oorlog’ vijfhonderd jaar geschiedenis vanuit het gezichtspunt van kolonialisme, racisme en het verzet van onderworpen volken, arbeiders en vrouwen. Deel 1 gaat tot en met de Tweede Wereldoorlog. Het is een indrukwekkend werkstuk gebaseerd op een enorm aantal bronnen. Die leveren verrassende feiten en gezichtspunten op die de westerse beeldvorming van de Tweede Wereldoorlog en alles wat er aan voorafging op scherpzinnige wijze corrigeren en vooral ook aanvullen.
De oorlog is in de meeste populaire verhalen een conflict tussen staten met een hoofdrol voor de leiders. Onze vijand was Duitsland, de kwade genius was Adolf Hitler. Vorig jaar, bij de 80e herdenking van de bevrijding, fietste ik door een Drents dorp waar aan elke boom vlaggen van bevrijders hingen: Canadese, Amerikaanse, Franse en Britse. Ik miste de vlaggen van de Sovjets die met hun Rode Leger de nazi’s de genadeklap hebben gegeven, ook al kwamen ze uiteindelijk niet zo ver als Drenthe. Grote verbazing. De rol van Sovjet-Rusland is na de oorlog snel ondergesneeuwd onder de Koude Oorlogspropaganda. Zoals ook het in de westerse landen virulente antisemitisme. Na de bevrijding was er voor de verschrikkingen van de holocaust lange tijd slechts beperkte aandacht. De bezetting van ons land door een vreemde mogendheid stond centraal en niet het fascisme. Dat was voor velen, zeker in de jaren dertig, niet het grootste probleem. De Ploeg citeert in zijn boek diverse Amerikaanse en Britse autoriteiten die zich positief hebben uitgelaten over het fascisme als tegenwicht tegen socialisme en communisme. En die ook niet vies waren van antisemitisme en racisme. Zo toonde Churchill zich in de jaren twintig enthousiast over het verbod van linkse partijen door Mussolini. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk steunden met een geheim pact de bezetting van Ethiopië door de Italiaanse fascisten.