Over bewapening hebben we het niet meer
COLUMN - Het minderheidskabinet-Jetten worstelde met het rondkrijgen van de begroting voor volgend jaar. In de berichtgeving krijgen we een beeld van een strijd tussen VVD, die partijen aan haar rechterzijde tegemoet wil komen en CDA/D66 die PRO mee willen krijgen. Sociale zekerheidsuitgaven spelen een belangrijke rol, belastingen ook. Maar veel details krijgen we niet. Waar je weinig over hoort zijn de stijgende uitgaven voor Defensie om tegemoet te komen aan de NAVO-afspraken conform Trumps eis: 5% van het BNP moet naar de oorlog. Als er al naar verwezen wordt is het in verhullende termen, zoals de extra belasting die het CDA voorstelt als ‘vrijheidsbijdrage’. Waar het echt om gaat zijn miljardeninvesteringen in de wapenindustrie die niet ter discussie staan. En die dus niet of nauwelijks in de openbaarheid komen.
Eerder schreef de NRC dat het Nederlandse ministerie van Defensie bezig is in een ijltempo geld uit te geven, maar steeds minder informatie vrij geeft over waar al deze miljarden aan worden besteed. ‘In 2021 kreeg minder dan de helft (43 procent) van alle materieelprojecten het stempel ‘vertrouwelijk’; dit jaar was dat driekwart (76 procent).’ De redenen zijn zowel commercieel (bescherming van de onderhandelingspositie) als operationeel (de vijand niet informeren). Defensie probeert het zichzelf zo gemakkelijk mogelijk te maken. De grens voor uitgaven waarboven melding moet worden gemaakt aan de Kamer wordt verhoogd, aanbestedingsregels worden soepel gehanteerd. Dat leidde tot kritiek van de Algemene Rekenkamer die constateerde dat van de in totaal 4,4 miljard euro aan „fouten en onzekerheden” die de Rekenkamer vond in de door Defensie aangegane verplichtingen 3,6 miljard direct was gegund, zonder voldoende onderbouwing. De Rekenkamer is al jaren kritisch op Defensie. Dit jaar kapittelde voorzitter Pieter Duisenberg minister van Defensie Dilan Yesilgöz omdat zij volgens hem de onvolkomenheden niet serieus genoeg neemt. “Dat de verantwoordelijke minister defensief reageert en deze bevinding niet erkent, is niet goed voor een lerende overheid”, zei Duisenberg.