Jona Lendering

636 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: sp!ros (cc)

Parthenon Marbles

OPINIE - Traditioneel worden ze de “Elgin Marbles” genoemd, maar een slimme, ongetwijfeld Griekse, taaltacticus heeft het woord “Parthenon Marbles” bedacht om te benadrukken dat het gaat om kunstwerken die behoren in de tempel op de Atheense akropolis. De prachtige marmeren reliëfs zijn momenteel in het British Museum maar Griekenland wil ze terug. De bovenste verdieping van het enkele jaren geleden in Athene geopende, prachtige Parthenonmuseum is alvast ingericht om ze terug te verwelkomen. Natascha Neef legde gisteren uit waarom ze weer naar Athene moeten.

Laat vooropstaan staan dat ik eigenlijk al haar argumenten hout vind snijden. Ik heb in het oude Akropolismuseum – dat met zijn beperkingen overigens ook zijn charmes had – wel eens een petitie getekend waarin de Britten werden opgeroepen de stukken terug te geven. Nu ik erover denk, geloof ik dat ik daar voor het eerst de naam “Parthenon Marbles” tegenkwam.

U voelt echter al aankomen dat ik aan de kwestie ook een andere kant ontwaar.

De Grieken willen de reliëfs terug omdat het gaat om werelderfgoed. Het omgekeerde is echter ook waar: juist omdat het werelderfgoed is, is het van universele waarde en past het ook in de collectie van universele schoonheid die het British Museum is. De secundaire context is in het geval van de Elgin Marbles even zinvol als de primaire. Als er een petitie zou zijn om het British Museum te laten blijven wat het is, zou ik ook die tekenen.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Fappy the Anti-Masturbation Dolphin

COLUMN - Wat mensen tussen de lakens doen, mogen ze zelf uitmaken. Sommigen experimenteren en anderen zijn wat behoudender, maar geen van allen wil dat Vadertje Staat in de slaapkamers meekijkt.

Dat is anders in de Verenigde Staten, waar christelijk rechts regelmatig campagne voert om de seksualiteit te reguleren. Alleen binnen het huwelijk, alleen man en vrouw, en het liefst alleen gericht op voortplanting. Dat leidt eigenlijk elk jaar weer tot de gênante vertoning dat deze dominee moet toegeven een prostituee te hebben bezocht of dat die homohatende senator moet erkennen zelf gay te zijn. Er zijn zoveel absurde berichten geweest, dat ik inmiddels alles geloof uit het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Bericht nummer één: de Amerikaanse filmmaker Michael Moore werkt aan een documentaire over een christelijke organisatie die kinderen wil wijzen op de gevaren van masturbatie en daartoe “Fappy the Anti-Masturbation Dolphin” in het leven heeft geroepen. Facebookpagina hier. Motto: “Masturbation is a gateway drug to rape”. Uiteraard liep het project verkeerd: de acteur die zich als dolfijn verkleedde, zou zijn betrapt toen hij de hand aan zichzelf sloeg.

Verschillende serieuze nieuwssites namen het over, waardoor het even duurde eer ik in de gaten had dat het satire was. Het muntje viel bij mij pas toen ik las dat de antimasturbatiedolfijn zou zijn gesponsord door Monsanto.

Nationale rouw

OPINIE - Gezegend het land dat zó weinig tragedies kent, dat de koning en de minister-president niet weten hoe ze vorm moeten geven aan de gevoelens van onmacht. Thomas Erdbrink, Iraans correspondent van o.a. het NRC Handelsblad, constateert verbaasd dat Nederland zich geen houding kan geven en de regering nog geen nationale rouw afkondigde over het neerhalen van vlucht MH17.

Een initiatief daartoe is inmiddels  door enkele politieke partijen genomen, maar Erdbrinks stuk blijft een mooie schets van een land dat radeloos is om deze enormiteit.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Wetenschapsfraude in 1498

COLUMN - In 1498 publiceerde een geleerde monnik uit Viterbo, Giovanni Nanni (1432-1502), zeventien delen met Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, ofwel “Commentaren op de werken van diverse oudheidkundige auteurs”. Het ging om aantekeningen bij materiaal dat hij deels had gekregen van een Armeense monnik en deels had aangetroffen in een bibliotheek in Mantua.

Het was voor de geleerden van die tijd volkomen nieuw, al waren de auteursnamen Berossos en Megasthenes vertrouwd en waren uit hun oeuvre zelfs wat fragmenten bekend. Ook Manethon was een oude bekende: verschillende antieke auteurs verwezen naar zijn Egyptische geschiedenis. De vondsten vormden een sensatie, aangezien onder de herontdekte teksten beschrijvingen waren van gebeurtenissen waarbij het Joodse volk betrokken was geweest. Talloze Bijbelpassages waarvan de historische betrouwbaarheid in twijfel was getrokken, vonden nu onafhankelijke bevestiging, zodat het gelijk van de Kerk was vastgesteld.

Bovendien formuleerde Nanni als eerste westerling een principe dat sindsdien door alle historici wordt gehanteerd: primaire bronnen zijn in principe betrouwbaarder dan secundaire. Een primaire bron is een tekst die de directe neerslag vormt van een historische gebeurtenis, zoals een archiefstuk, de notulen van een vergadering of een ooggetuigenverslag. Secundaire bronnen daarentegen zijn gebaseerd op het oeuvre van eerdere auteurs.

Foto: copyright ok. Gecheckt 02-03-2022

Maliki’s gok

ACHTERGROND - Het verhaal is in de islamitische wereld overbekend. De profeet Mohammed had gezegd dat als hij moest worden opgevolgd, zijn opvolger vooral een goede moslim moest zijn en presenteerde tijdens zijn afscheidsbedevaart zijn schoonzoon Ali als opvolger. Hierover zijn, als ik het wel heb, alle moslims het eens. Na de dood van de profeet (in 632) werd echter Abu Bakr aangewezen als eerste kalief, “plaatsbekleder”. Hij werd opgevolgd door Omar en die werd weer opgevolgd door Othman, tot uiteindelijk Ali kalief werd.

Zijn regering werd geteisterd door interne problemen en Ali stemde ermee in dat een daarvan werd opgelost door arbitrage. Sommige moslims vonden het echter schandalig dat hij een Godgegeven ambt ondergeschikt maakte aan een menselijk oordeel. Ali werd tijdens het gebed vermoord en sindsdien zijn er, om het simpel samen te vatten, twee soorten moslims.

De ene groep meent dat de macht daarna legitiem behoorde aan Othmans familie; dit zijn de soennieten. De andere groep meent dat de legitieme macht eigenlijk behoorde aan de afstammelingen van Ali, zoals zijn zonen Hasan en Huseyn. Deze laatste deed ook een gooi naar de macht, maar werd in 680 door de Umayyadische leider Yazid verslagen in de slag bij Kerbala. Sjiieten rouwen nog elk jaar om die gebeurtenis, bij een herdenking die Ashura heet.

Foto: copyright ok. Gecheckt 13-10-2022

Aquaduct

ACHTERGROND - De scepsis rondom het Romeinse aquaduct in Nijmegen is doorgeschoten. Archeologen betalen hier namelijk voor fouten die niet zij hebben gemaakt.

1.

In het oosten van Nijmegen ligt een oud Romeins aquaduct. De vijver, de geulen en de drie dammen zijn goed vergelijkbaar met antieke waterleidingen als die in Dorchester en Tongeren, maar er zijn weinig concrete vondsten gedaan. Hout, het materiaal waarmee de eigenlijke waterloop was gebouwd, is nu eenmaal vergankelijk en kan niet meer worden opgegraven.

Het is daarom begrijpelijk dat er een stevige discussie is losgebarsten of de vijver, geulen en dammen wel door de Romeinen zijn aangelegd. Aanvankelijk waren het sceptische burgers die vragen stelden; later kwamen daar journalisten bij; daarna gaf de Nijmeegse Rekenkamer advies; tot slot oordeelde de Nijmeegse politiek dat er geen reden was tot twijfel. De affaire interesseert me, maar niet om de vraag of er werkelijk een aquaduct is geweest. Voor zover we weten, was het er. Voor zover we weten, is de kritiek onterecht. Daarom is de scepsis zo boeiend. De Nijmeegse archeologen betalen namelijk voor fouten die niet zij hebben gemaakt.

2.

Eerst even een woord over de kritiek. De sceptici stellen dat er, alvorens te concluderen dat er een aquaduct is geweest, sprake moet zijn van concrete, positieve aanwijzingen. Zulk bewijs is echter niet te leveren: zoals gezegd is het bouwmateriaal te vergankelijk om op te graven. De onmogelijkheid iets vanuit direct bewijsmateriaal te reconstrueren geldt echter niet alleen voor het aquaduct, ze geldt voor alles uit de oude wereld. De oudheidkundige disciplines hebben nu eenmaal een smalle empirische basis.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Esthetiek

COLUMN - Zondag herdacht de katholieke kerk Petrus en Paulus, de twee apostelen die het christendom naar Rome brachten en daar om het leven kwamen toen keizer Nero de christenen liet executeren. De intree in de hemel is voor christenen iets feestelijks en lange tijd zette het Vaticaan de feestelijkheden op 29 juni extra luister bij door duizenden en duizenden lantaarns op de koepel van de Sint-Pieter te plaatsen. De foto, die de Vlaamse classicus Patrick Lateur zondag op zijn Facebookpagina deelde, toont de laatste keer dat dit gebeurde, in 1937.

koepel

Voor een moment heb ik overwogen op Lateurs Facebookpagina te schrijven dat het Vaticaan de traditie moest herstellen. Het heeft iets feeërieks. Ik zou ook de paus wel eens met een tiara hebben willen zien, rondgedragen in zijn draagstoel, en ik zou ook eens een Vaticaanse hoogmis hebben willen bijwonen, zoals die moet zijn geweest voor het Tweede Vaticaanse Concilie. Puur vanuit historische en esthetische motieven, zoals ik ook zou willen rondneuzen in Versailles, een Kruisvaarderskasteel of de bibliotheek van Alexandrië.

Maar nee, het Vaticaan kan de koepel van de Sint-Pieter beter ongeïllumineerd laten. Als ik voor de katholieke kerk een balans van goede en minder goede dingen zou moeten opmaken, dan staan de pracht en praal vrij hoog in het lijstje van mindere zaken. Voor het goede begrip haast ik me te zeggen dat er ook een lange lijst van goede dingen bestaat, waarbij ik meteen denk aan de wijze waarop de parochie in mijn stadswijk zorgt voor vereenzaamde ouderen, aan de hulp die de zusters augustinessen boden aan een gedwongen prostituee en een vluchtelinge, of aan recente pauselijke uitspraken over de georganiseerde misdaad.

Foto: jinterwas (cc)

Recensie | De eerstgevallenen

RECENSIE - Door een gelukkige speling van het lot woont mijn collega Theo Toebosch bij me in de buurt. We komen elkaar elke maand wel eens in de winkelstraat tegen, lunchen regelmatig en komen ook wel eens bij elkaar over de vloer. Dat maakt me niet tot de meest objectieve recensent van zijn laatste boek, De eerstgevallenen, maar dat weerhoudt me niet dit boek over de Eerste Wereldoorlog onder uw aandacht te brengen.

De eerste eerstgevallene is de Franse korporaal André Peugeot, die op 2 augustus 1914 om het leven kwam bij een incident aan de Frans-Duitse grens. Dat was dertig uur voordat Duitsland met een oorlogsverklaring aan Frankrijk een tot dan toe kleinschalig conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië deed escaleren en misschien moet je daarom zeggen dat de dood van Peugeot geen oorlogshandeling was maar een moord in vredestijd. Hoe dat ook zij, Peugeot geldt als de eerste dode van de Eerste Wereldoorlog.

De andere eerstgevallene is Albert Mayer, die die ochtend was uitgestuurd op een missie over de grens, bij het dorpje Joncherry stuitte op Franse troepen en Peugeot doodde. Misschien was de Duitse cavalerist een moordenaar. Misschien was hij het slachtoffer van een bevel dat hij beter niet had kunnen opvolgen. Hoe dat ook zij, Mayer geldt als de eerste Duitse dode van de Eerste Wereldoorlog.

Foto: Judy van der Velden (cc)

Stiltecoupé

COLUMN - Het is de nacht van maandag op dinsdag en ik reis vanuit Nijmegen terug naar Amsterdam. Ik heb een lift gekregen tot Utrecht en heb daar op het perron moeten wachten tot mijn trein kwam. Dat is vervelend: op het perron staan geen bankjes en ik kan dus niet mijn laptop uitpakken om iets nuttigs te doen. Je kunt wezenloos voor je uit staren, meer niet. En ik heb echt wel iets belangrijkers te doen dan wezenloos voor me uit staren, want ik heb werk bij me dat voor morgenochtend af moet.

Gelukkig komt de trein wat vroeg langs het perron rollen en kunnen we instappen. Om er zeker van te zijn dat ik in elk geval het halve uur tot Amsterdam CS zal kunnen werken, ga ik zitten in de stiltecoupé, en ik tref het: ik heb een fijn compartiment voor mezelf. Ik start mijn computer en werk verder.

Even later is het echter gedaan met mijn rust. In het compartiment naast me strijken enkele conducteurs neer – twee mannen en twee vrouwen, als ik goed heb geteld – die de voetbalwedstrijd bespreken. En daarmee is de rust die ik zo hard nodig heb, voorgoed weg.

Er iets van zeggen heeft geen enkele zin. Zolang er stiltecoupés zijn, zijn er mensen die daar praten. Even lang zijn er mensen die anderen daarop aanspreken, maar het heeft niet geleid tot een merkbare verandering van het gedrag. Een tijdje geleden “vierde” ik het moment dat ik voor de honderdste keer vergeefs had gevraagd of mensen de regels alsjeblieft wilden respecteren. Terwijl reizigers zich destijds wel iets gelegen lieten liggen aan de niet-rookcoupés, wordt de stiltecoupé genegeerd.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Boekenjood

COLUMN - Elke maandag verzorgt Ewoud Sanders – full disclosure: ik ken hem persoonlijk – op de achterpagina van het NRC Handelsblad de ‘woordhoek’, waarin hij vertelt over de geschiedenis van Nederlandse woorden en uitdrukkingen. Hij kan die geschiedenis reconstrueren dankzij een digitale databank waarin tienduizenden boeken zijn opgenomen. Als Sanders dus zegt dat het woord ‘speleoloog’ voor het eerst in gedrukte vorm verscheen in de Opregte Haarlemsche Courant van 16 juni 1896, dan is dat een snoeihard feit.

Vorige maand publiceerde Sanders een leuk boek over één enkel woord: ‘boekenjood’. Achter dit vergeten begrip gaan negentiende-eeuwse handelaren in tweedehandsboeken schuil, en achter hen schuilt een wereld die voor mij volkomen nieuw was.

Het boek begint met een anekdote over Vincent van Gogh, die geïllustreerde tijdschriften koopt bij een boekenjood in Den Haag. Dan volgen Sanders’ verrukkelijke, onweerlegbare statistieken: tussen 1877 en 1882 had Van Gogh het in zijn brieven zevenmaal over boekenjoden.

Het was niet de minste boekenjood bij wie Van Gogh zijn tijdschriften kocht: de familie Blok bood haar waren aan op het Binnenhof en mocht ministers, premiers en andere politici rekenen tot haar vaste klanten. Het riep bij mij het beeld op van een jonge schilder die stond naast de toenmalige minister president, Theo van Lynden van Sandenburg: de toen onbekende kunstenaar is nu wereldberoemd, de toen beroemde politicus is nu zo vergeten dat in maar twee van de talloze staatsliedenbuurten straten naar hem zijn vernoemd.

Steniging van homo’s

NIEUWS - Probeer eens onverdraaglijk genuanceerd te zijn als alle vooroordelen over religieuze fundamentalisten, Amerikanen en de Tea Party zó elegant worden bevestigd.

Vorige Volgende