Closing Time | Nina Hagen
Ooit op TV gezien: een gesprek waarin Herman Brood en iemand van het Concertgebouworkest spraken over de verschillen tussen klassieke en popmuziek. Misschien hadden de TV-makers gehoopt op ruzie, maar de twee bleken het eens. Brood zei dat een symfonie discipline van alle betrokkenen eiste en dan iets geweldigs opleverde, terwijl zijn gesprekspartner vertelde dat popmuziek méér was dan alleen muziek: er kwam theater bij kijken.
Theater: Nina Hagen, in die tijd Broods echtgenote, wist van meepraten. Professioneel geschoold als operazangeres bracht ze eind jaren zeventig twee fantastische LPs uit, Nina Hagen Band (1978) en Unbehagen (1979). Met liedjes over abortus (“Unbeschreiblich Weiblich”), masturbatie (“Heiss”) en lesbische seks in een toilet (“Auf ’m Bahnhof Zoo”) wist ze de aandacht wel te trekken, en anders gebeurde dat wel met opzienbare optredens. Ondertussen sloot alle theatraliteit natuurlyriek niet uit, zoals in “Naturträne”, waar Hagens achtergrond in de opera duidelijk blijkt.
Elk jaar reizen duizenden toeristen in Israël van Megiddo naar Tiberias, dwars door Galilea. Vanuit de busramen zien ze eerst de slagvelden van Toetmozes III, Debora en Barak, Napoleon en Allenby, alvorens aan te komen bij Golani Junction, dat is vernoemd naar een Joodse brigade die hier actief was in 1948. Van een afstandje zien de toeristen dan de Hoorns van Hattin, waar in juli 1187 de Koerdische sultan Saladin het leger vernietigde van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem.