Jona Lendering

635 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (21-25)

Dit is het zesde blogje in de reeks over de Europese historische canon. We zijn aanbeland in de zeventiende eeuw.

Vrede van Westfalen

Periode: 1648

Alternatief: Vrede van Utrecht

Het verdrag dat de Tachtigjarige Oorlog beëindigde (“Yo, el Rey”; Nationaal Archief, Den Haag)

Europa is nooit een religieuze eenheid geweest, en er zijn regelmatig conflicten geweest waarbij godsdienst een rol speelde. Maar nooit was het zo erg als in de eeuw na de Reformatie, een tijd die we weleens aanduiden als die van de godsdienstoorlogen. De Tachtigjarige Oorlog en de Dertigjarige Oorlog gingen echter niet alleen over religie. In dat laatste conflict intervenieerde bijvoorbeeld het katholieke Frankrijk aan de protestantse zijde. (Al eerder had de koning van Frankrijk, die zich omsingeld voelde door de Habsburgers, zich verbonden met het Ottomaanse Rijk.) De Tachtigjarige en de Dertigjarige Oorlog werden beëindigd met de Vrede van Westfalen in 1648.

De onderhandelaars deden hun best een machtsevenwicht te garanderen, waarvan ze meenden dat het de kans op toekomstige oorlog verkleinde. Het principe staat niet vermeld in de officiële verklaringen. Dat was wel het geval toen in 1713 de Vrede van Utrecht de Spaanse Successieoorlog ten einde bracht.

Portret Van Boxhorn, CC BY-SA 2.5 via Wikiemedia.

Modern nationalisme

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (16-20)

In de alweer vijfde aflevering in de reeks over de Europese canon gaan we kijken naar de overgang van Middeleeuwen naar Nieuwe Tijd.

De Grote Ontdekkingen

Periode: Vanaf 1419

Vanaf 1419 organiseerden de Portugezen systematische verkenningstochten langs de westelijke kust van Afrika. Die werden steeds ambitieuzer. Bartolomeu Dias passeerde in 1488 Kaap de Goede Hoop, Vasco da Gama bereikte in 1497 India. In de tussentijd was Columbus namens de reyes católicos de Atlantische Oceaan overgestoken. Rond 1500 begonnen de Europeane nte begrijpen dat Columbus niet in India was aangekomen, zoals hij dacht, maar een nieuwe wereld had ontdekt.

Vroege kaart van Amerika

We spreken van “de grote ontdekkingen”, namelijk de ontdekking van de al bestaande handelsnetwerken rond de Indische Oceaan en de Caribische Zee. Maar de grootste ontdekking was dat er een nieuwe wereld was, met bewoners die niet stonden vermeld in de Bijbel. De vraag naar hun herkomst speelt nog altijd, maar rond 1500 was er een veel belangrijkere vraag: wat was de informatie uit de Bijbel nog waard?

Collegium Trilingue, Leuven – foto Jona Lendering

Humanisme

Periode: Rond 1516

De vraag naar de compleetheid van de Bijbel kwam niet uit de lucht vallen. Al een eeuw waren er geleerden, ze zogeheten “humanisten”, die probeerden antieke teksten zo wetenschappelijk mogelijk te bestuderen. Erasmus van Rotterdam paste de nieuw ontwikkelde technieken toe op de Bijbel. Om christenen in contact te brengen met het Woord van God, ontdaan van alle onvolkomenheden die kopiisten er (ondanks alle goede intenties) in het voorgaande anderhalve millennium in hadden laten sluipen, publiceerde hij in 1516 een nieuwe, zo betrouwbaar mogelijke editie van het Nieuwe Testament. Dat betekende echter ook dat hij botste met de christelijke traditie.

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (11-15)

In deze vierde aflevering van mijn reeks over de Europese canon belandden we in de tijd die we, afhankelijke van het gekozen perspectief, kunnen aanduiden als het herfsttij der Middeleeuwen of de vroege Renaissance.

Scholastiek

Periode: Late Middeleeuwen

De filosofie van de Late Oudheid, waarin het christendom zijn boodschap moest uitdrukken, staat bekend als het Neoplatonisme. Ook in de Arabische wereld was deze stroming lange tijd dominant, maar gaandeweg ontdekte men het belang van Aristoteles.

Scholastiek onderwijs (Benozzo Gozzoli), via Wikimedia.

Europa volgde. Aanvankelijk was men sceptisch over het aristoteliaanse denken, maar in de dertiende eeuw wist Thomas van Aquino, profiterend van de vertalingen van Willem van Moerbeke, de christelijke theologie uit te leggen in de termen van Aristoteles’ filosofie. Daarmee was hij de grote representant van de laatmiddeleeuwse filosofie, de scholastiek. Zo werd Aristoteles in heel Europa de “meester van alle wijzen”, zoals Dante hem typeert. In de Arabische wereld bleef Aristoteles’ populariteit daarentegen beperkt; de commentaren van Ibn Rushd waren invloedrijker in Latijnse vertaling dan in het Arabische origineel.

Illustratie uit de Hamburgse stadsrechten met Hanze-handel, via Wikimedia.

De Hanze

Periode: 1356

Alternatief: Ommelandvaart

In de loop van de veertiende eeuw begonnen de landen van Noordwest-Europa steeds vaker hun voedsel te importeren uit de gebieden ten oosten van de Elbe, zoals Pruisen en Polen. Dit had vérstrekkende gevolgen. De westerse steden ontgroeiden hun ommeland en zagen hun macht toenemen. Op het platteland kon men zich toeleggen op andere producten, waarop meer rendement viel te behalen. In het oosten profiteerden rijke tussenhandelaren, die later zouden opgaan in de lage adel. De boeren zagen zich echter gedwongen voor de westerse markt te produceren. De regio neigde naar monocultuur; innovatie werd gewantrouwd; de ooit vrije boerenklasse verloor steeds meer rechten.

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (6-10)

Voilà: de derde aflevering van de reeks over de Europese canon. Nu we de Late Oudheid en de verantwoording hebben gehad, kunnen we beginnen met de Volle Middeleeuwen.

Democratisch bestuur

Periode: vanaf ca. 1000

Alternatieven: Althing, Magna Carta, Staten-Generaal, Defensor Pacis.

Priester Hendrik, een van degenen die de rechten van de Hollandse boeren hielp overbrengen naar oostelijk Europa

Het principe was simpel, daar in de landen langs de Noordzee: wie water deert, die water keert. Dat gaf iedereen een verantwoordelijkheid in de landverdediging en dus een stem. Nu was dat wat bewerkelijk en daarom kwamen er waterschappen en hoogheemraadschappen. Het was het begin van de representatieve democratie. Later namen de bewoners van de Lage Landen hun rechten mee naar het oosten, toen ze voorbij de Elbe nieuwe gronden ontgonnen.

Ik zou hier ook de IJslandse Althing, de Engelse Magna Carta, de eerste Staten-Generaal en de Defensor Pacis hebben kunnen noemen, maar de verspreiding van het rechtenpakket van de Lage Landen richting Oost-Europa geeft de doorslag. Het zou niet lang bestaan, zoals we nog zullen zien.

Het graf van Hendrik IV in Spiers

Investituurstrijd

Periode: 1075-1122

Vanouds stelden de wereldlijke heersers bisschoppen aan, die ook wereldlijke taken uitvoerden en aanzienlijke macht bezaten. Het was niet vreemd dat de kerkelijke verplichtingen er weleens bij inschoten en er was kritiek. In de loop van de elfde eeuw zwol die steeds verder aan, tot uiteindelijk paus Gregorius VII in 1075 de verhoudingen op scherp zette en koning Hendrik IV van Duitsland excommuniceerde nadat die een bisschop had aangewezen voor Milaan. De Duitse rijksgroten eisten dat de koning die excommunicatie ongedaan maakte, wat hij deed door een boetetocht te maken naar de paus, om vervolgens een nieuwe paus aan te wijzen die hem tot keizer kroonde.

Foto: Europa satellietfoto Nasa, public domain , via Wikimedia.

De historische canon van Europa (verantwoording)

Voordat we verder gaan met deze reeks over een Europese historische canon, is het zinvol stil te staan bij de wijze waarop ze is samengesteld. Europees, historisch en canon zijn immers begrippen die toelichting vergen.

Een canon voor Europa?

Om te beginnen: een canon dient om op een bevattelijke wijze inzichten over te dragen. Het is een didactisch hulpmiddel, het is wetenschapscommunicatie. Een canon is niet het resultaat van wetenschappelijk onderzoek en de inhoud is niet in beton gegoten. Een canon is slechts een aanleiding tot discussie, een ladder die je na gebruik kunt wegwerpen. Niet méér. Neem canons dus nooit serieus.

De geschiedenis van Europa?

Dan: het gaat over geschiedenis. Hoewel een canon geen wetenschap is, is geschiedenis dat wel. U zult daarom geen individuen tegenkomen, maar wel enkele instituties, een handvol ideologieën, een stuk of wat processen en diverse gebeurtenissen. Het staat u vrij die terug te leiden tot handelingen van individuen (methodisch individualisme, in jargon), maar de geschiedvorsing heeft sinds de negentiende eeuw natuurlijk wel een genuanceerder causaliteitsbegrip ontwikkeld. Het is een wetenschap hè.

Het gaat mij bovendien om vormende krachten, om zaken die agency hebben bij de totstandkoming van het Europese huis. Ik ben geboeid door de evoluerende maatschappelijke structuur, niet door de façade. Daarom presenteer ik wel sociale en economische ontwikkelingen, plus politieke gebeurtenissen die zulke ontwikkelingen richting gaven, maar negeer ik de culturele uiterlijkheden. Dat is mijn keuze. U kunt zeggen dat Europa beter niet sociaalwetenschappelijk bekeken wordt en beter is op te vatten als een losse verzameling cultuuruitingen. Dan is Made in Europe, het mooie boek van Pieter Steinz, iets voor u.

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (1-5)

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon is een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang (foto Jona Lendering)

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

De voornaamste erfenis, en de reden waarom de Romeinen deel uitmaken van de Europese canon, is echter een andere: bescheidenheid. De Romeinen hadden er geen enkele moeite mee te erkennen dat ze hadden geleerd van andere beschavingen. Ze erkenden het wezenlijk andere. Die bescheidenheid gaven ze door aan het middeleeuwse christendom, dat erkende te staan op de schouders van reuzen, aan de Renaissance en aan het latere Europa. Met een woord van Rémi Brague is bescheidenheid Europa’s “Romeinse weg”.

Foto: Emma Kwee (cc)

De BTW op boeken

COLUMN - Bij het woord “boeken” heb ik twee associaties. De eerste is die van gerijpte wijsheid. Ik heb weleens iets gepubliceerd en het proces waarmee een boek wordt gemaakt, is inspirerend. Je meelezers wijzen je op feitelijke onjuistheden en ondoordachte formuleringen. Je redacteur doet dat nog eens over. Er zijn persklaarmakers, correctoren en vormgevers. Iedereen denkt met je mee om de informatie zo goed mogelijk over te dragen.

Mijn tweede associatie, moet ik bekennen, is weerzin. Die heeft alles te maken met de wijze waarop de vaderlandse boekenbranche het boek als cultuurgoed kapot maakt.

De marketing van het boek bestaat immers voor een fiks deel uit het dresseren van de consument. Door middel van boeken-top-tiens vestigt de branche uw aandacht op een beperkt aantal titels. De literaire prijzen – de kermis van longlists, shortlists en winnaars – dienen hetzelfde doel: uw aandacht op een steeds smaller aanbod richten. In december krijgt u de jaaroverzichten en wordt alles nog eens dunnetjes overgedaan. Top-tiens, prijzencircussen en eindejaarslijstjes dienen allemaal om u te verleiden tot de aanschaf van zoveel mogelijk dezelfde boeken. Ik betwijfel niet dat uw boekhandelaar ook wel anders zou willen, maar hij verschraalt het culturele aanbod.

Gebrek aan concentratie

RECENSIE - Ik ging ietwat verstrooid van huis en bedacht, op weg naar de tram, dat ik mijn boek was vergeten. Mijn concentratie was weer eens minder dan gewenst. Het gebrek aan lectuur was des te urgenter omdat de tram net voor mijn neus wegreed. Ik loste het op door in de nabijgelegen kiosk een boek te kopen dat mijn belangstelling al wat langer had: Johann Hari, Stolen Focus. Why You Can’t Pay Attention (2022). Dat bleek een gelukkige aanschaf. Sterker nog, ik was er zó in verdiept, dat ik niet in de gaten had dat ik ook de volgende tram miste.

Het informatieoverschot

Hari claimt – en onderbouwt – dat mensen in de westerse samenleving steeds meer moeite hebben met concentratie. Dat is in elk geval iets dat ik voor mij herken en ik heb daarom bijvoorbeeld geen e-mail op mijn draagbare telefoon. Het prettige van Hari’s boek is dat hij niet de cultuurpessimist uithangt, beweert dat vroeger alles beter was of over álles loopt te jeremiëren. Hij accepteert de technologie als een kracht voor het goede, maar ziet wel dat ze maatschappelijk anders moet worden ingebed. Hieronder is mijn uittreksel van Hari’s boek, dat overigens geen zelfhulpboek is. Aan het einde schrijft hij ontwapenend dat zijn eigen pogingen te komen tot betere concentratie slechts beperkt resultaat hebben gehad.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Antiek glas

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

 

Babylonische instructie voor de glasmaker (Pergamonmuseum, Berlijn)

Het oudste glas

Foto: eigen foto Jona Lendering Beirut Malala Fund

Onderwijs aan Syrische vluchtelingen

Nederland biedt de kinderen van vluchtelingen momenteel onvoldoende onderwijs aan. Het kabinet overweegt noodmaatregelen: ook ongediplomeerden mogen voor de klas staan. Dat is des te gênanter omdat Nederland een welvarend land is dat, ondanks alle publiciteit, geen werkelijk vluchtelingenprobleem kent. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen blijft immers in de regio en hoopt snel terug te kunnen keren.

Onlangs luisterde ik in Libanon, een land met ruim vier miljoen inwoners en anderhalf miljoen vluchtelingen, naar een lezing over het onderwijs dat men daar verzorgt voor ongeveer 600.000 Syrische kinderen. Los van het feit dat onderwijs simpelweg een mensenrecht is, is het belangrijk kinderen, al is het maar voor enkele uren per dag, weg te halen uit een vluchtelingenomgeving. Gebeurt het niet, dan worden de kinderen ingezet als goedkope arbeiders. Of te jong uitgehuwelijkt.

Uitdagingen

De onderwijzers staan voor diverse uitdagingen, waarvan de eerste financieel is. De Syriërs konden al nauwelijks betalen voor transport en leermiddelen; de economische crisis in Libanon heeft die problemen verder verscherpt. De gezinnen zullen eerst moeten betalen voor het eten en pas daarna voor het onderwijs. Aan de Libanese zijde is nauwelijks geld om de docenten te betalen, al heeft een recente staking wel geleid tot een verbetering van hun inkomen. Gedurende die staking was het onderwijs natuurlijk onderbroken.

Foto: Maya-schaal voor een bloedoffer met middenin de Maïsgod (Costa Rica; MAS, Antwerpen, foto auteur)

Kunst op Zondag | Precolumbiaanse kunst

Ongetwijfeld woedt er discussie over de vraag of we de geschiedenis van de Amerika’s vóór de komst van Columbus nog moeten aanduiden als “precolumbiaans”. Zoals alle historische periodiseringen, verheldert én verdoezelt ook dit etiket. Ja, de komst van mensen van overzee was een schok, een breuk. Nee, er waren continuïteiten.

Azteekse watergodin uit Mexico (MAS Antwerpen; foto auteur)

Azteekse watergodin uit Mexico (MAS Antwerpen)

Schok en continuïteit

De klap van de Spaanse aanwezigheid was in elk geval onvoorstelbaar. De conquistadores kwamen met schepen, paarden, kanonnen, christendom, gouddorst en het pokkenvirus. De mensen in Midden-Amerika, die leefden in wat wij het Chalcolithicum zouden noemen, konden zich geen voorstelling maken van wat hun te wachten stond. Vermoedelijk begrepen ze het evenmin nadat Hernán Cortés, samen met de Tlaxcalteca’s en de Texcoca’s, de hoofdstad Tenochtitlan had verwoest. De ervaren schok schiep ruimte voor de snelle verspreiding van het christendom en de Spaanse taal.

Een Maya-hoofd uit Guatamala (MAS Antwerpen, foto auteur)

Een Maya-hoofd uit Guatamala (MAS Antwerpen)

Er bleven ook dingen hetzelfde. De Azteekse Drievoudige Alliantie mag dan in 1521 gewelddadig ten onder zijn gegaan, in Mexico leven nog een kleine twee miljoen Azteken en het Nahuatl is een levende taal, waarin men informatie over het verleden mondeling doorgeeft. We bezitten zo’n tachtig Azteekse boeken, uitgegeven door de Leidse onderzoeker Maarten Jansen. Daarvan zijn er vijftien precolumbiaans, terwijl ook de jongere boeken informatie bevatten over de precolumbiaanse periode. Over de Maya’s, waarvan er in Guatamala en Yucatán nog acht miljoen leven, is iets soortgelijks te zeggen. Een voor hen belangrijk boek, Popol Vuh, bevat verhalen over de vroegste periode. Kortom: er zijn bronnen van informatie.

Foto: Multatuli in Amsterdam (© Livius)

Mimi en Multatuli

RECENSIE - Dat is nou eens een leuk boek: Verheven ongemanierd. Mimi en Multatuli van Gaia van Bruggen. Mimi, voor wie het even niet paraat mocht hebben, heette voluit Mimi Hamminck Schepel en was de tweede echtgenote van Multatuli.

Niet over rozen

Mimi – zoals we haar maar zullen noemen – heeft geen makkelijk leven gehad. Ze koos ervoor een keurig, burgerlijk en ongetwijfeld welgesteld bestaan op te geven om te leven met iemand die weliswaar gold als een geniaal schrijver, maar die van de ene naar de andere moeilijkheid liep. Dat ik hem in de vorige zin “schrijver” heb genoemd, zou hij me vermoedelijk kwalijk hebben genomen, want de Havelaar was zijns inziens geen roman maar een politiek middel. En het boek dat mij het dierbaarst is, Woutertje Pieterse, zou hij nooit uitgegeven hebben willen zien zoals het uitgegeven is. Het was geen zelfstandig boek, vond hij, maar een uitwerking van zijn Ideën. Wat ik maar zeggen wil: Multatuli was iemand die het met iedereen oneens lijkt te zijn. Op zich een zinvolle intellectuele positie, maar lastig voor wie ermee moet samenwonen.

Van Bruggens verhaal is dus te lezen als een verslag van een reeks moeilijkheden. Moeilijkheden met de eigen familie, die Mimi verbiedt om te gaan met Multatuli. Niet onbegrijpelijk, want zijn omgang met goedgelovige jonge vrouwen zou tegenwoordig gelden als grensoverschrijdend. Moeilijkheden met Multatuli’s kinderen en eerste echtgenote, Tine. De kinderen haatten hun stiefmoeder als de poorten van de hel. En uiteraard behandelt Van Bruggen de financiële moeilijkheden. Die vormen nu eenmaal de rode draad in elke Multatulibiografie. Ronduit wreed zijn de moeilijkheden na Multatuli’s dood, als ze de boedel niet op de normale manier te gelde kan maken omdat daarvoor moet worden samengewerkt met Multatuli’s kinderen, waarvan niemand weet waar die zijn.

Vorige Volgende