Jona Lendering

580 Artikelen
15 Waanlinks
311 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Stadsgezicht op een olielamp (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Kunst op Zondag | Olielampen

ACHTERGROND - Het Römisch-Germanisches Museum in Keulen is momenteel wegens een langdurige verbouwing gesloten. Ik hoop dat als het weer open gaat, ook de studiecollectie olielampjes er weer is: ooit hingen er honderden lampjes, met allerlei afbeeldingen, zodat je een fantastisch beeld kreeg van wat de Romeinen leuke afbeeldingen vonden. Je had bloemen, mythen, erotiek, goden, dieren, voorwerpen, gladiatoren: alles wat een mens maar verzinnen kon stond wel eens op zo’n lamp.

Maar er valt met lampen meer te vertellen. Het bovenstaande plaatje is een stadsgezicht. Gevonden in Keulen (en in principe te zien in het Römisch-Germanisches Museum) maar vervaardigd in Noord-Afrika. Dat vertelt ook iets over de antieke netwerken. Blijkbaar is ooit iemand van Karthago naar Keulen gegaan – we hebben uit die laatste stad ook de grafsteen van een legionair uit Tunesië die overleden is aan de Rijn – en heeft deze lamp meegenomen.

Fenicische olielamp (Musée d’Utique) Foto - Jona Lendering

Fenicische olielamp (Musée d’Utique)

De oudste olielampen waren simpele schaaltjes zoals de bovenstaande uit Utica: een schaaltje waarin twee lonten konden branden, drijvend op een kraal. Later werden de bovenkanten bedekt, zodat een lampje kon worden meegenomen zonder dat je olie lekte (en per ongeluk je huis in brand stak), en al snel kwamen de mooiste plaatjes erop.

Closing Time | Theo Koomen

Omdat zomers leuker zijn als de Ronde van Frankrijk niet pas in september is. En natuurlijk ook omdat de quatorze juilliet het leukst is als een gretige jonge Nederlandse wielrenner alle Fransen op achterstand rijdt op de berg der bergen, op de top der toppen, op de aankomst der aankomsten. Peter Winnen was pas vierentwintig toen hij op 14 juli 1981 op Alpe d’Huez bergkoning Lucien van Impe en Bernard Hinault het nakijken gaf. Morgen negenendertig jaar geleden.

Foto: Cernunnos (Musée de Cluny, Parijs)

Keltische verhalen

RECENSIE - Als de Vlaamse auteur Herman Clerinx in zijn nieuwe boek Het oudste geheugen op aarde. Verhalen uit de Keltische wereld de La Tène-cultuur moet typeren, de tweede grote fase van de Keltische beschaving, schrijft hij:

deze kunstenaars leefden gelijktijdig met de meesters van de klassieke Griekse kunst. Maar terwijl de Grieken bedreven waren in het realistisch afbeelden van mensen, hadden de Keltische kunstenaars een andere belangstelling. De dagelijkse werkelijkheid boeide hen niet; zij toonden liever hun dromen, hun angsten, hun fantasie en hun mythen. Ook dat herkennen we in de verhalen uit de Keltische wereld. Realistisch kunnen we die moeilijk noemen, fantasierijk des te meer.

Ineens dacht ik: ja, dát is het. Wonderlijke goden met hertengeweien of drie gezichten, toverketels waar allerlei goeds in zit en dat in oneindige hoeveelheden, mensen die ingeklemd zijn in bomen: het zijn droomgezichten, fantasieën en soms ook angsten. Clerinx is een goede docent die vaak precies de juiste formulering weet te vinden.

Navertellen? Niet doen!

Het oudste geheugen op aarde bevat, zoals de ondertitel al aangeeft, verhalen uit de wereld van de Kelten en ik beken dat ik een zekere scepsis voelde toen Clerinx, met wie ik graag lunch als ik in Limburg ben, me vertelde van dit project. Ieder verhaal bestaat uit een plot die je kunt navertellen en uit de woorden waarin de plot is gegoten, en er gaat iets cruciaals verloren als je het een geeft zonder het ander. Het is ook helemaal niet nodig. Je kunt Homeros’ verhaal van Bellerofon moeiteloos (in een vertaling) voorlezen aan een kind van zes. In het Grieks beluisteren zou vermoedelijk nog beter zijn, maar zolang dit niet mogelijk is, zou ik de vertaalde woorden verkiezen boven de navertelling.

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

Ongevraagd advies aan Sigrid Kaag

COLUMN - Ik ben zwevend kiezer, waarbij de uitersten zich bevinden tussen Groen Links en de VVD. Over het algemeen kan ik namelijk in elk standpunt wel een zekere rationaliteit ontwaren. Voor lijsttrekkers ben ik beducht omdat ze me te machtsgeil zijn, maar als je voorbij de waan van de dag en de hysterie van de week kijkt, zijn de meeste politici geen charlatans. Meestal breng ik een voorkeurstem uit.

Van Engelshoven

Maar nu zit ik toch met een probleem. Ik zou eigenlijk willen stemmen op Sigrid Kaag (dus toch een keer een stem op een lijsttrekker), maar aan haar kleeft een moeilijk overkomelijk bezwaar: ze is lid van D66. Dat is – ik leg het even uit voor lezers in Vlaanderen – de partij van de huidige minister Van Engelshoven, die werkelijk alles doet om onderwijs, cultuur, en wetenschap te vernietigen.

Wetenschap? Ze implementeerde het catastrofale advies van de Commissie van Rijn. Cultuur? Ze kwam in de coronacrisis nauwelijks op voor de sector. Onderwijs? De minister heeft een scenario laten uitdenken om er twee miljard op te bezuinigen. Erop vertrouwend dat de bewindsvrouw de waarheid spreekt en dat dit slechts een theoretische exercitie is, wil ik de resultaten lezen van de theoretische exercitie om twee miljard méér te investeren in de toekomst.

Closing Time | Arsenal

Hoewel de naam Arsenal misschien een herkomst op de Britse eilanden doet vermoeden, komt het duo Hendrik Willemyns en John Roan gewoon uit Brussel, voor zover iets uit de prachtige hoofdstad van België ooit gewoontjes zou kunnen zijn. Ik heb ze één keer zien optreden in de Brakke Grond en heb daar verdomd goede herinneringen aan. Het liedje Longee, gezongen door Ruth Da Costa, kwam uit in 2003.

Dendrochronologie en klimaat

RECENSIE - Dendrochronologie is de tak van wetenschap die door middel van jaarringtellingen helpt vaststellen hoe oud houten voorwerpen zijn. Dat lijkt simpel en het is makkelijk te denken dat het intellectueel weinig voorstelt, maar dat is een grof misverstand, zoals blijkt uit Wat bomen ons vertellen (Engelse titel Tree Story) van de Belgische onderzoekster Valerie Trouet.

Om te beginnen: dendrochronologie is niet simpelweg een kwestie van even de jaarringen van een omgezaagde boom tellen, zoals we allemaal weleens in het bos hebben gedaan. Zelfs als we dat zouden kunnen, moet je maar hopen dat je in zo’n schijf hout elke ring herkent. Soms is een jaar namelijk zó slecht dat de boom domweg geen ring aanmaakt. Een tweede kwestie is dat dendrochronologen geen bomen kappen – dat zou immers neerkomen op de vernietiging van data – maar een monster nemen met wat hoveniers een “aanwasboor” noemen, een soort appelboor om een staaf hout uit een boom te trekken. Een dikke boom levert veel informatie op maar is lastig om tot in de kern te bemonsteren. Een derde kwestie is dan weer dat je van levend hout terug moet naar monsters uit oude gebouwen en naar archeologisch en fossiel hout. Matches tussen de diverse delen zijn nog niet zo makkelijk gelegd.

Foto: Muurschildering Amsterdamsestraatweg/Mimosastraat

Kunst op Zondag | Utrechtse muurschilderingen

Utrecht is het Teheran van Nederland, althans als het gaat om muurschilderingen. Net als in de hoofdstad van Iran kun je daar aan de Rijn en de Vecht geen hoek omslaan of er is wel een mooi versierde wand. Een tijdje geleden keek ik al vol bewondering naar de bovenstaande schildering op de hoek van de Amsterdamsestraatweg en de Mimosastraat. De bewoners hebben hun favoriete boektitels mogen noemen en een kunstenaarscollectief dat “De strakke hand” heet heeft er iets moois van gemaakt. Ik vind het grappig dat iemand de Playboy als favoriet heeft genoemd.

Wie Utrecht over de Amsterdamsestraatweg binnen komt rijden, heeft dan op de hoek van de Sint-Ludgerusstraat de onderstaande muurschildering al gezien: een landkaart van de voormalige gemeente Zuilen. Zulke plattegronden, gemaakt door Jos Peeters, zijn op diverse plekken in Utrecht te zien.

Muurschildering Amsterdamssestraatweg/Sint-Ludgerusstraat

Diverse schilderingen zijn door “De strakke hand” gemaakt in opdracht van het Centraal Museum, zoals deze tot huisgrootte opgeblazen Slapende Mars, in 1629 geschilderd door de toen in Utrecht werkzame Hendrick ter Brugghen. Te zien op het Westplein, tegenover de moskee.

Muurschildering Westplein

In dezelfde reeks tot-huisgrootte-opgeblazen kunstwerken is er ook deze Luitspeler van de eveneens Utrechtse schilder Dirck van Baburen uit 1622 aan het Attleeplantsoen op het Kanaleneiland …

Foto: Matthias Stomer, De ongelovige Thomas (c.1645)

Hoe zag Jezus eruit?

ACHTERGROND - Het Davidsfonds bood Sargasso een recensie-exemplaar aan van Hoe zag Jezus eruit? van Willie Van Peer en hoewel ik op een geschenkje positief wil reageren, weet ik niet goed hoe. Dit boekje is niet slecht, het is niet goed, het is iets daartussen en eigenlijk ook dat niet. Van Peer behandelt een non-probleem en slaat zijwegen in. Hele paragrafen kunnen eruit, maar wat hij daarin ten berde brengt is niet onzinnig. Dat maakt het lastig recenseren.

Non-probleem

Over het uiterlijk van Jezus valt, zoals Van Peer aangeeft, niets met zekerheid te zeggen. Hij benadrukt dat de man niet heeft geleken op de blanke, blauwogige afbeeldingen uit de artistieke traditie, maar vermeldt niemand die zo denkt. De iconen uit de Byzantijnse traditie en de afbeeldingen uit de School van Beuron waren, om twee voorbeelden te geven, nooit bedoeld als realistisch.

Matthias Stomer, De ongelovige Thomas (c.1645)

Van Peers vertrekpunt is dan ook geen hedendaagse cultuuruiting, die zou bewijzen dat het idee van een blanke, blauwogige Jezus momenteel werkelijk bestaat, maar de hierboven getoonde Ongelovige Thomas van de zeventiende-eeuwse caravaggist Matthias Stomer. Volgens Van Peer was Jezus donkerder dan Stomer weergeeft en door veel verblijf buitenshuis gebruinder. De vraag of Jezus een baard had, behandelt Van Peer uitgebreid en met zinvolle argumenten pro en contra, om te concluderen dat het wellicht zo is geweest.

Foto: Skara kommun (cc)

Marcus en wetenschapsfraude: De affaire-Obbink

ACHTERGROND - Geïnspireerd door Sargasso’s volkscultuur-specialist Hans Overduin over de evangelist Marcus was ik begonnen u te vertellen over Eerste-Eeuwse Marcus, een in 2012 ontdekt, opvallend oud fragment van het oudste evangelie dat de ontdekkers almaar niet publiceerden.

Pas in 2018 verscheen de Griekse tekst in de reeks waarin de duizenden papyri worden gepubliceerd die ruim een eeuw geleden zijn ontdekt in het Egyptische stadje Oxyrhynchos. Eerste-Eeuwse Marcus staat inmiddels officieel bekend als P.Oxy. 83.5345. De papyrus kwam dus niet, zoals men had beweerd, uit een mummiemasker van papier-maché maar was al een eeuw geleden opgegraven. Hij dateerde niet uit de eerste eeuw n.Chr. maar uit de tweede of derde. Je zou willen denken dat we te maken hadden gehad met een vergissing – maar dat was niet het geval.

De bekentenis van Wallace

Om te beginnen erkende Daniel Wallace, de man die begin 2012 het bestaan van Eerste-Eeuwse Marcus had aangekondigd, dat hij het fragment destijds niet had gezien. Hij erkende verder dat degene die hem erover had verteld, had geweten dat zijn aankondiging als een bom zou inslaan, dat hij lont had behoren te ruiken en dat hij naïef was geweest. Een non-disclosure agreement had hem belet eerder te vertellen dat hij had geweten dat iemand ophef had willen creëren.

Foto: Armeense miniatuur van de evangelist Marcus (Noravank-klooster)

Marcus en wetenschapsfraude: Eerste-Eeuwse Marcus

ACHTERGROND - Het stuk van Sargasso’s volkscultuur-specialist Hans Overduin over de evangelist Marcus was voor mij een aanleiding om iets te vertellen over de merkwaardige zaak rond het zogeheten Geheime Evangelie van Marcus. Met die tekstvondst zou wel eens een heel slimme bedrieger aan het werk kunnen zijn geweest. Daar kan ik ergens wel om lachen. De affaire rond de papyrus die bekendstaat als Eerste-Eeuwse Marcus is grimmiger.

Mythicisme

Een van de grootste drama’s in de hedendaagse bestudering van de oude wereld is de terugkeer van achterhaalde ideeën. De verklaring is simpel. Grote digitaliseringsprojecten plaatsen allerlei negentiende-eeuwse boeken online, terwijl wetenschappers hun inzichten achter academische betaalmuren verbergen. Mensen die informatie zoeken, vinden dus makkelijk achterhaalde kennis en blijven verstoken van actuele inzichten. Bad information drives out good.

Een gênant voorbeeld is de terugkeer van het Jezusmythicisme, het negentiende-eeuwse idee dat Jezus niet heeft bestaan en dat het christendom ontstond uit de Grieks-Romeinse religie. Voor zover dit idee, ooit uitgedragen door een antisemitische denker als Bruno Bauer (1809-1882), nog weerlegging verdiende, is dat gebeurd toen de Dode Zee-rollen een jodendom documenteerden waarin het vroege christendom past als een hand in een handschoen. Desondanks maakt het Jezusmythicisme een onverdiende comeback.

Foto: De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

Marcus en wetenschapsfraude: Geheime Marcus

ACHTERGROND - In zijn rubriek over de volkscultuur ging Hans Overduin maandag in op de evangelist Marcus. Er is, voorzichtig uitgedrukt, nogal wat verdichting rond die Griekse auteur. En verdichting is er nog steeds. Zo is er het bizarre Geheime Evangelie van Marcus, waarmee ik me in een andere context heb beziggehouden. Het is misschien leuk er iets meer over te vertellen. Om met het begin te beginnen: wat is het Geheime Evangelie van Marcus?

Eerste antwoord: een oude tekst. Tweede antwoord: een vervalsing. Derde antwoord: we hebben geen idee. In elk geval: de tekst is uitsluitend bekend als citaat uit een brief van de vroeg-derde-eeuwse filosoof Clemens van Alexandrië aan een verder onbekende Theodoros. Die brief is verloren gegaan maar is in de achttiende eeuw in een Palestijns klooster overgeschreven op de laatste bladzijden van een zeventiende-eeuws boek. Dat is in 1958 gefotografeerd door de Amerikaanse oudheidkundige Morton Smith (1915-1991), die de vondst in 1973 publiceerde.

Het achttiende-eeuwse handschrift is voor het laatst gezien in 1983, toen ook nieuwe foto’s zijn gemaakt. Een poging in 2011 om het boek te traceren was succesvol maar op dat moment ontbraken de beschreven bladzijden. Hierdoor is een laboratoriumanalyse van de inkt onduidelijk. We kunnen niet bepalen of de tekst van de brief is geschreven in de achttiende eeuw.

Vorige Volgende