De Europese canon (26-30)
In de aanloop naar de verkiezingen van 6 juni voor het Europees Parlement, ontvouwt Jona Lendering in elf deeltjes de Europese historische canon. Vandaag deel zeven over het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.
Het museum
Periode: 1734
De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.
Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.
Agrarische Revolutie
Periode: c.1735

De agronoom Jethro Tull, via Wikimedia.










Babylonische instructie voor de glasmaker (Pergamonmuseum, Berlijn)

