Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (6-10)

Voilà: de derde aflevering van de reeks over de Europese canon. Nu we de Late Oudheid en de verantwoording hebben gehad, kunnen we beginnen met de Volle Middeleeuwen.

Democratisch bestuur

Periode: vanaf ca. 1000

Alternatieven: Althing, Magna Carta, Staten-Generaal, Defensor Pacis.

Priester Hendrik, een van degenen die de rechten van de Hollandse boeren hielp overbrengen naar oostelijk Europa

Het principe was simpel, daar in de landen langs de Noordzee: wie water deert, die water keert. Dat gaf iedereen een verantwoordelijkheid in de landverdediging en dus een stem. Nu was dat wat bewerkelijk en daarom kwamen er waterschappen en hoogheemraadschappen. Het was het begin van de representatieve democratie. Later namen de bewoners van de Lage Landen hun rechten mee naar het oosten, toen ze voorbij de Elbe nieuwe gronden ontgonnen.

Ik zou hier ook de IJslandse Althing, de Engelse Magna Carta, de eerste Staten-Generaal en de Defensor Pacis hebben kunnen noemen, maar de verspreiding van het rechtenpakket van de Lage Landen richting Oost-Europa geeft de doorslag. Het zou niet lang bestaan, zoals we nog zullen zien.

Het graf van Hendrik IV in Spiers

Investituurstrijd

Periode: 1075-1122

Vanouds stelden de wereldlijke heersers bisschoppen aan, die ook wereldlijke taken uitvoerden en aanzienlijke macht bezaten. Het was niet vreemd dat de kerkelijke verplichtingen er weleens bij inschoten en er was kritiek. In de loop van de elfde eeuw zwol die steeds verder aan, tot uiteindelijk paus Gregorius VII in 1075 de verhoudingen op scherp zette en koning Hendrik IV van Duitsland excommuniceerde nadat die een bisschop had aangewezen voor Milaan. De Duitse rijksgroten eisten dat de koning die excommunicatie ongedaan maakte, wat hij deed door een boetetocht te maken naar de paus, om vervolgens een nieuwe paus aan te wijzen die hem tot keizer kroonde.

Foto: Europa satellietfoto Nasa, public domain , via Wikimedia.

De historische canon van Europa (verantwoording)

Voordat we verder gaan met deze reeks over een Europese historische canon, is het zinvol stil te staan bij de wijze waarop ze is samengesteld. Europees, historisch en canon zijn immers begrippen die toelichting vergen.

Een canon voor Europa?

Om te beginnen: een canon dient om op een bevattelijke wijze inzichten over te dragen. Het is een didactisch hulpmiddel, het is wetenschapscommunicatie. Een canon is niet het resultaat van wetenschappelijk onderzoek en de inhoud is niet in beton gegoten. Een canon is slechts een aanleiding tot discussie, een ladder die je na gebruik kunt wegwerpen. Niet méér. Neem canons dus nooit serieus.

De geschiedenis van Europa?

Dan: het gaat over geschiedenis. Hoewel een canon geen wetenschap is, is geschiedenis dat wel. U zult daarom geen individuen tegenkomen, maar wel enkele instituties, een handvol ideologieën, een stuk of wat processen en diverse gebeurtenissen. Het staat u vrij die terug te leiden tot handelingen van individuen (methodisch individualisme, in jargon), maar de geschiedvorsing heeft sinds de negentiende eeuw natuurlijk wel een genuanceerder causaliteitsbegrip ontwikkeld. Het is een wetenschap hè.

Het gaat mij bovendien om vormende krachten, om zaken die agency hebben bij de totstandkoming van het Europese huis. Ik ben geboeid door de evoluerende maatschappelijke structuur, niet door de façade. Daarom presenteer ik wel sociale en economische ontwikkelingen, plus politieke gebeurtenissen die zulke ontwikkelingen richting gaven, maar negeer ik de culturele uiterlijkheden. Dat is mijn keuze. U kunt zeggen dat Europa beter niet sociaalwetenschappelijk bekeken wordt en beter is op te vatten als een losse verzameling cultuuruitingen. Dan is Made in Europe, het mooie boek van Pieter Steinz, iets voor u.

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (1-5)

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon is een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang (foto Jona Lendering)

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

De voornaamste erfenis, en de reden waarom de Romeinen deel uitmaken van de Europese canon, is echter een andere: bescheidenheid. De Romeinen hadden er geen enkele moeite mee te erkennen dat ze hadden geleerd van andere beschavingen. Ze erkenden het wezenlijk andere. Die bescheidenheid gaven ze door aan het middeleeuwse christendom, dat erkende te staan op de schouders van reuzen, aan de Renaissance en aan het latere Europa. Met een woord van Rémi Brague is bescheidenheid Europa’s “Romeinse weg”.

Foto: Emma Kwee (cc)

De BTW op boeken

COLUMN - Bij het woord “boeken” heb ik twee associaties. De eerste is die van gerijpte wijsheid. Ik heb weleens iets gepubliceerd en het proces waarmee een boek wordt gemaakt, is inspirerend. Je meelezers wijzen je op feitelijke onjuistheden en ondoordachte formuleringen. Je redacteur doet dat nog eens over. Er zijn persklaarmakers, correctoren en vormgevers. Iedereen denkt met je mee om de informatie zo goed mogelijk over te dragen.

Mijn tweede associatie, moet ik bekennen, is weerzin. Die heeft alles te maken met de wijze waarop de vaderlandse boekenbranche het boek als cultuurgoed kapot maakt.

De marketing van het boek bestaat immers voor een fiks deel uit het dresseren van de consument. Door middel van boeken-top-tiens vestigt de branche uw aandacht op een beperkt aantal titels. De literaire prijzen – de kermis van longlists, shortlists en winnaars – dienen hetzelfde doel: uw aandacht op een steeds smaller aanbod richten. In december krijgt u de jaaroverzichten en wordt alles nog eens dunnetjes overgedaan. Top-tiens, prijzencircussen en eindejaarslijstjes dienen allemaal om u te verleiden tot de aanschaf van zoveel mogelijk dezelfde boeken. Ik betwijfel niet dat uw boekhandelaar ook wel anders zou willen, maar hij verschraalt het culturele aanbod.

Gebrek aan concentratie

RECENSIE - Ik ging ietwat verstrooid van huis en bedacht, op weg naar de tram, dat ik mijn boek was vergeten. Mijn concentratie was weer eens minder dan gewenst. Het gebrek aan lectuur was des te urgenter omdat de tram net voor mijn neus wegreed. Ik loste het op door in de nabijgelegen kiosk een boek te kopen dat mijn belangstelling al wat langer had: Johann Hari, Stolen Focus. Why You Can’t Pay Attention (2022). Dat bleek een gelukkige aanschaf. Sterker nog, ik was er zó in verdiept, dat ik niet in de gaten had dat ik ook de volgende tram miste.

Het informatieoverschot

Hari claimt – en onderbouwt – dat mensen in de westerse samenleving steeds meer moeite hebben met concentratie. Dat is in elk geval iets dat ik voor mij herken en ik heb daarom bijvoorbeeld geen e-mail op mijn draagbare telefoon. Het prettige van Hari’s boek is dat hij niet de cultuurpessimist uithangt, beweert dat vroeger alles beter was of over álles loopt te jeremiëren. Hij accepteert de technologie als een kracht voor het goede, maar ziet wel dat ze maatschappelijk anders moet worden ingebed. Hieronder is mijn uittreksel van Hari’s boek, dat overigens geen zelfhulpboek is. Aan het einde schrijft hij ontwapenend dat zijn eigen pogingen te komen tot betere concentratie slechts beperkt resultaat hebben gehad.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Antiek glas

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

 

Babylonische instructie voor de glasmaker (Pergamonmuseum, Berlijn)

Het oudste glas

Foto: eigen foto Jona Lendering Beirut Malala Fund

Onderwijs aan Syrische vluchtelingen

Nederland biedt de kinderen van vluchtelingen momenteel onvoldoende onderwijs aan. Het kabinet overweegt noodmaatregelen: ook ongediplomeerden mogen voor de klas staan. Dat is des te gênanter omdat Nederland een welvarend land is dat, ondanks alle publiciteit, geen werkelijk vluchtelingenprobleem kent. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen blijft immers in de regio en hoopt snel terug te kunnen keren.

Onlangs luisterde ik in Libanon, een land met ruim vier miljoen inwoners en anderhalf miljoen vluchtelingen, naar een lezing over het onderwijs dat men daar verzorgt voor ongeveer 600.000 Syrische kinderen. Los van het feit dat onderwijs simpelweg een mensenrecht is, is het belangrijk kinderen, al is het maar voor enkele uren per dag, weg te halen uit een vluchtelingenomgeving. Gebeurt het niet, dan worden de kinderen ingezet als goedkope arbeiders. Of te jong uitgehuwelijkt.

Uitdagingen

De onderwijzers staan voor diverse uitdagingen, waarvan de eerste financieel is. De Syriërs konden al nauwelijks betalen voor transport en leermiddelen; de economische crisis in Libanon heeft die problemen verder verscherpt. De gezinnen zullen eerst moeten betalen voor het eten en pas daarna voor het onderwijs. Aan de Libanese zijde is nauwelijks geld om de docenten te betalen, al heeft een recente staking wel geleid tot een verbetering van hun inkomen. Gedurende die staking was het onderwijs natuurlijk onderbroken.

Foto: Maya-schaal voor een bloedoffer met middenin de Maïsgod (Costa Rica; MAS, Antwerpen, foto auteur)

Kunst op Zondag | Precolumbiaanse kunst

Ongetwijfeld woedt er discussie over de vraag of we de geschiedenis van de Amerika’s vóór de komst van Columbus nog moeten aanduiden als “precolumbiaans”. Zoals alle historische periodiseringen, verheldert én verdoezelt ook dit etiket. Ja, de komst van mensen van overzee was een schok, een breuk. Nee, er waren continuïteiten.

Azteekse watergodin uit Mexico (MAS Antwerpen; foto auteur)

Azteekse watergodin uit Mexico (MAS Antwerpen)

Schok en continuïteit

De klap van de Spaanse aanwezigheid was in elk geval onvoorstelbaar. De conquistadores kwamen met schepen, paarden, kanonnen, christendom, gouddorst en het pokkenvirus. De mensen in Midden-Amerika, die leefden in wat wij het Chalcolithicum zouden noemen, konden zich geen voorstelling maken van wat hun te wachten stond. Vermoedelijk begrepen ze het evenmin nadat Hernán Cortés, samen met de Tlaxcalteca’s en de Texcoca’s, de hoofdstad Tenochtitlan had verwoest. De ervaren schok schiep ruimte voor de snelle verspreiding van het christendom en de Spaanse taal.

Een Maya-hoofd uit Guatamala (MAS Antwerpen, foto auteur)

Een Maya-hoofd uit Guatamala (MAS Antwerpen)

Er bleven ook dingen hetzelfde. De Azteekse Drievoudige Alliantie mag dan in 1521 gewelddadig ten onder zijn gegaan, in Mexico leven nog een kleine twee miljoen Azteken en het Nahuatl is een levende taal, waarin men informatie over het verleden mondeling doorgeeft. We bezitten zo’n tachtig Azteekse boeken, uitgegeven door de Leidse onderzoeker Maarten Jansen. Daarvan zijn er vijftien precolumbiaans, terwijl ook de jongere boeken informatie bevatten over de precolumbiaanse periode. Over de Maya’s, waarvan er in Guatamala en Yucatán nog acht miljoen leven, is iets soortgelijks te zeggen. Een voor hen belangrijk boek, Popol Vuh, bevat verhalen over de vroegste periode. Kortom: er zijn bronnen van informatie.

Foto: Multatuli in Amsterdam (© Livius)

Mimi en Multatuli

RECENSIE - Dat is nou eens een leuk boek: Verheven ongemanierd. Mimi en Multatuli van Gaia van Bruggen. Mimi, voor wie het even niet paraat mocht hebben, heette voluit Mimi Hamminck Schepel en was de tweede echtgenote van Multatuli.

Niet over rozen

Mimi – zoals we haar maar zullen noemen – heeft geen makkelijk leven gehad. Ze koos ervoor een keurig, burgerlijk en ongetwijfeld welgesteld bestaan op te geven om te leven met iemand die weliswaar gold als een geniaal schrijver, maar die van de ene naar de andere moeilijkheid liep. Dat ik hem in de vorige zin “schrijver” heb genoemd, zou hij me vermoedelijk kwalijk hebben genomen, want de Havelaar was zijns inziens geen roman maar een politiek middel. En het boek dat mij het dierbaarst is, Woutertje Pieterse, zou hij nooit uitgegeven hebben willen zien zoals het uitgegeven is. Het was geen zelfstandig boek, vond hij, maar een uitwerking van zijn Ideën. Wat ik maar zeggen wil: Multatuli was iemand die het met iedereen oneens lijkt te zijn. Op zich een zinvolle intellectuele positie, maar lastig voor wie ermee moet samenwonen.

Van Bruggens verhaal is dus te lezen als een verslag van een reeks moeilijkheden. Moeilijkheden met de eigen familie, die Mimi verbiedt om te gaan met Multatuli. Niet onbegrijpelijk, want zijn omgang met goedgelovige jonge vrouwen zou tegenwoordig gelden als grensoverschrijdend. Moeilijkheden met Multatuli’s kinderen en eerste echtgenote, Tine. De kinderen haatten hun stiefmoeder als de poorten van de hel. En uiteraard behandelt Van Bruggen de financiële moeilijkheden. Die vormen nu eenmaal de rode draad in elke Multatulibiografie. Ronduit wreed zijn de moeilijkheden na Multatuli’s dood, als ze de boedel niet op de normale manier te gelde kan maken omdat daarvoor moet worden samengewerkt met Multatuli’s kinderen, waarvan niemand weet waar die zijn.

Closing Time | Cornelis Vreeswijk

De Nederlands-Zweedse troubadour Cornelis Vreeswijk, bekend van vrolijke liedjes als “De nozem en de non”, zag het niet bepaald zonnig in.

Bent u vooruitstrevend?
Ha, daar blijf ik bijna in.
Een merkwaardig soort illusie:
naar de afgrond coûte que coûte.
En misschien wordt het morgen beter,
maar het wordt toch nooit goed.

Wie zal zeggen wat het nieuwe jaar gaat brengen? In elk geval wenst Sargasso u het allerbeste toe: het ongelijk van Cornelis Vreeswijk.

Closing Time | Himesh Patel

De film Yesterday (2019; momenteel op Netflix) oogt als een simpele feel-good movie. De hele wereld blijkt de Beatles te zijn vergeten, op één B-artiest na, gespeeld door Himesh Patel. Die plagieert de Fab Four en lijkt een geweldige carrière te gaan krijgen.

De film loopt desondanks goed af. De held sluit het meisje in zijn armen.

Fin.

Een onderhoudende film zonder veel pretenties, denk je, en dat is ook zo. Maar ergens zegt iemand terloops dat de wereld zonder de Beatles minder mooi zou zijn.  “A world without the Beatles is a world that’s infinitely worse.”

Foto: (foto Jona Lendering (cc))

Fietsstad Amsterdam

Het zijn niet alleen de toeristen die het historische centrum van Amsterdam onbegaanbaar maken. Iets minder erg, maar daarom nog niet verwaarloosbaar, zijn de werkzaamheden aan de bruggen en kades. De verklaring voor het groot onderhoud is vrij simpel: decennialang zijn vrachtauto’s toegelaten in de binnenstad en dus zijn de straten langs de grachten inmiddels verzakt en op andere manieren kapot.

Het zal niemand verbazen die de eerste hoofdstukken leest van Fietsstad Amsterdam. Hoe Amsterdam de fietshoofdstad van de wereld werd van Fred Feddes en Marjolein de Lange. Jarenlang definieerde het stadsbestuur de toegankelijkheid van de binnenstad als bereikbaarheid voor het autoverkeer. Midden jaren zestig droomde men openlijk van een zesbaansweg op de plaats van de huidige Singelgracht. Voor fietsers was geen ruimte. Die waren te watervlug, te ongrijpbaar voor de planologen. Daarom heeft de IJtunnel geen fietspaden en is er nog altijd geen snelle fietsverbinding tussen de twee oevers van het IJ. Wat Feddes en De Lange niet noemen is dat de rijksoverheid jarenlang het automobilisme stimuleerde door zoveel mogelijk dienstplichtigen een rijbewijs te laten halen.

Erfgoed

Toch is Amsterdam geen autostad geworden. In plaats daarvan kun je er nu alleszins prettig op de fiets rondrijden. Niet zo watervlug als mogelijk, want er blijven toeristen en opgebroken straten, maar toch. Feddes en De Lange leggen uit hoe dat zo is gekomen en dat levert een vlot boek op. Eén factor is dat de stedelijke infrastructuur zich simpelweg niet leent voor autoverkeer. De Grachtengordel zó aanpassen dat je er vlot met de auto doorheen kun, betekent grootschalig asfalteren en daarmee vernietig je een aantrekkelijk stadscentrum. De erfgoedsector kwam dus in het geweer tegen de auto.

Vorige Volgende