Jona Lendering

602 Artikelen
15 Waanlinks
318 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.

Closing Time | Human League

Een tijdje geleden leidde ik een paar mensen rond door het Nationaal Museum in Beiroet. We stonden alweer bij de uitgang en ik rondde mijn praatje af, toen een mevrouw me aansprak: was ik Jona Lendering?

Het duurde een moment voor ik haar herkende. We waren eens zo oud als destijds, maar zoals zij mij had herkend, zo herkende ik haar: een geliefde van bijna een kwart eeuw geleden. Ik had haar al die tijd niet gezien, aangezien zij en haar man voor hun werk doorgaans verbleven in verre buitenlanden.

Foto: Apeldoorn Jugendstil Sonnevanck Deventerstraat 33 © eigen foto J. Lendering

Kunst op Zondag | De Jugendstil van Apeldoorn

Apeldoorn is een laatkomertje. De groene Veluwestad heeft geen grootse middeleeuwse geschiedenis. Het werd pas later wat, toen mensen zich realiseerden dat de beekjes die van de Veluwe kwamen neerstromen nuttig konden zijn om watermolens aan te drijven. Zo ontstond de papierindustrie. Maar Apeldoorn werd pas echt meer dan een vlek op de landkaart toen stadhouder-koning Willem III besloot een oud jachtslot uit te breiden met een paleis, Het Loo.

Apeldoorn Jugendstil Hoofdstraat 92-102 © eigen foto J. Lendering

Apeldoorn Jugendstil Hoofdstraat 92-102 © eigen foto J. Lendering

En het was nog later, toen koning Willem I een kanaal liet graven, dat het grote dorp veranderde in een kleine stad.

Langs het kanaal kwamen industrieën. Er kwam een gasfabriek. Een spoorwegstation – eigenlijk twee: Het Loo had een eigen station – zorgde voor snellere verbindingen, zodat koning Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina regelmatig in Apeldoorn verbleven. Een negentiende-eeuwse boom town.

Dat zie je aan de architectuur. De Apeldoornse Dorpsstraat, die inmiddels Hoofdstraat heet, staat vol gebouwen uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw. U mag het Art Nouveau noemen of Jugendstil, al zijn er natuurlijk ook gebouwen in andere bouwstijlen. Het is me als Apeldoorns kind nooit opgevallen, maar toen ik er onlangs een maand rondwandelde, zag ik het ineens overal. Hier zijn wat voorbeelden.

Foto: Rose Davies (cc)

Doorstroomlocaties

COLUMN - Een bevriende schilder exposeerde in het Museum Amstelland en omdat ik daar nog nooit was geweest, fietste ik er deze zondag even naartoe. Zes kilometer. Bij binnenkomst was er een fles zeep en een blocnote om je naam en telefoonnummer op te schrijven. Iedereen droeg mondkapjes. Er was een groot plastic scherm bij de kassa. Je kon betalen voor het museumbezoek door geld in een soort plastic kubus te gooien. Toen ik naar het volgende vertrek wilde wandelen, stapte een medewerker zorgvuldig voor me opzij. Er was prima ventilatie. Er waren maximaal tien aanwezigen tegelijk. Kortom: hier werden de corona-regels voorbeeldig nageleefd.

Ik kan hetzelfde zeggen over museum Coda in Apeldoorn en museum De Waag in Deventer, waar ik heen ben gefietst toen ik in Apeldoorn moest zijn, of het Allard Pierson in mijn woonplaats Amsterdam. Iedereen houdt zich aan de regels.

Ik vertel dit omdat het kabinet nieuwe corona-maatregelen gaat nemen en ik de bui alweer zie hangen. De musea zullen wel weer op slot gaan. Hoewel de bezoekers zich daar keurig aan alle corona-regels houden en er niets gevaarlijks gebeurt. In oktober gebeurde dat immers ook en een reconstructie van de besluitvorming in het NRC Handelsblad toonde dat het kabinet dat toen vooral deed om, tijdens een impasse in de besluitvorming, te laten zien dat het iets deed.

Foto: © Foto Jona Lendering Twee antieke grafstenen met een animatie van een crematie op een grafveld

Kunst op Zondag | Het nieuwe Thermenmuseum

Voor wie het Thermenmuseum in Heerlen nog niet mocht kennen: het is gewijd aan een van de grootste Romeinse ruïnes benoorden de Alpen. Coriovallum, zoals Heerlen destijds heette, was aanvankelijk de voornaamste nederzetting van een lokale stam. Fijne klei in de beekdalen zorgde ervoor dat hier veel pottenbakkers kwamen wonen. (Ik blogde vorige week over Lucius en Amaka.) Een Romeinse weg verbond het stadje met Bavay en Keulen en met de rest van de wereld, terwijl een andere weg leidde naar het noorden en naar Aken. Ergens in het midden van de eerste eeuw n.Chr. verrees hier ook een badhuis. Voor reizigers, voor soldaten, voor pottenbakkers en voor iedereen die verlost wilde zijn van het stof en zweet. En voor iedereen die gewoon behoefte had aan een babbel.

Kortom, Coriovallum was een van de vroegste centra van de romanisering in de Lage Landen. Een van de laatste ook. Nog in de vijfde eeuw n.Chr., toen andere nederzettingen allang waren opgegeven, woonden hier soldaten die zich identificeerden met het Romeinse Rijk. Het badhuis lijkt nog altijd te hebben gefunctioneerd. De opgraving documenteert dus een periode van een half millennium – het eerste kwart van de geschiedenis van de Lage Landen.

Een van de twee tijdelijke exposities © Eigen foto.

Foto: Een Perzische "speerdrager": reliëf uit Sousa, nu in het Louvre in Parijs.

Verdachte transactie

COLUMN - Mooie foto hè, hierboven. Dat vond een mevrouw uit Italië ook. Ze was een boek aan het maken over de geschiedenis van Perzië en wilde deze foto daarin graag gebruiken. Dus ze mailde me en ik stuurde haar het digitale bestand. Daarna nam ze nog wat andere foto’s af en uiteindelijk stuurde ik haar een factuur voor de tijd die ik had besteed aan het zoeken naar de bestanden. Niets ingewikkelds, geen groot bedrag. Iedereen tevreden.

Tot de bank me schreef.

Verdachte transactie

De bank had een betaalopdracht gekregen uit het buitenland en wilde wat informatie ontvangen. Het betrof namelijk een betaling met de vermelding “nine photos of several Persia-related themes”. Perzië! Iran! Hóógst verdacht natuurlijk. En dan gaat het ook nog om fotografie die maar een paar tientjes kost. Dat maakte dit tot een zéér verdachte transactie.

Wat er aan de hand was, staat hier beschreven. Het komt erop neer dat de bank met een reeks zoekwoorden digitaal speurt naar alles wat een verdachte transactie kan zijn. De aanname is daarbij dat mensen zulke betalingen zelf aangeven met woorden als “verkoop heroïne”, “Revolutionaire Garde” of “wapens”. Het systeem is absurd en iedereen weet het. Al zolang dit soort digitale sleepnetten worden geworpen, gebruikt iedereen met familie in Iran of met wetenschappelijke contacten trefwoorden als “bloemetjes”, “drop en pindakaas” of “Luxemburg”. Ofschoon ik geen ervaring heb op crimineel gebied, vermoed ik dat ook criminelen op deze manier het systeem ontwijken.

Foto: Alan Wilson (cc)

De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed

COLUMN - Ook als we geen coronacrisis hadden, zou ik een flink deel van mijn tijd thuis werken. Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk. Als een vliegtuig overkomt, verlies ik concentratie. Dat geldt ook voor bouwvakkers of andere kabaal. Of, als ik zit te werken in de trein, voor geklets in de stiltecoupé.

Petities om de vliegbewegingen van Schiphol terug te brengen tot een aanvaardbaarder niveau, of om rolkoffers uit de Amsterdamse straten te weren, of om de stiltecoupés te voorzien van automatische schietstoelen voor mensen die blijven kletsen, zal ik ongezien tekenen. Geluidsoverlast veroorzaakt hart- en vaatziekten. Het RIVM schat dat we door onvoldoende bestreden geluidsoverlast elk jaar ruim tachtig extra doden hebben.

Ik sympathiseer dan ook ten diepste met de mensen in Gilze, die deze zomer klaagden over een B-25 Mitchell-bommenwerper. Die vloog nogal laag over en bleef laag overvliegen. “Je kunt buiten geen gesprek meer voeren als het gevaarte overkomt.” Heel herkenbaar. Ik zou een grap over luchtdoelgeschut maken als die grap niet al duizend keer gemaakt was.

Er is aan deze zaak een andere kant. De B-25 Mitchell is niet zomaar een bommenwerper. De Britse luchtmacht heeft deze Amerikaanse vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt om Duitse stellingen in Europa te bombarderen. Ook het 320 Dutch Squadron van de RAF vloog met dit type. De Militaire Luchtvaart van het KNIL heeft B25s gebruikt in Nederlands Indië en bij de bevoorrading van geïsoleerde dorpen na de Zeeuwse Watersnoodramp vloog de Marine Luchtvaartdienst met dit toestel. Dit is vliegend erfgoed.

Closing Time | Osmonds

Zat ik laatst in een snackbar een broodje te eten, hoorde ik ‘Crazy Horses’ van de Osmonds op de radio. Ineens was ik weer even een jongetje van zeven op een lagere school in een Apeldoornse nieuwbouwwijk. Ik heb later nog weleens gelezen dat de Osmonds destijds een ware manie hebben ontketend. Dat is destijds langs me heengegaan, maar nu ik het exuberante clipje zie, denk ik dat ik er iets van snap. Je kunt van de muziek denken wat je wilt, maar het enthousiasme spat er vanaf.

Explosie in Beiroet

Ik heb hier op Sargasso al eens eerder verteld dat ik Libanon een fijn land vind en Beiroet een heerlijke stad. Het was letterlijk liefde op het eerste gezicht: we waren net geland; het was avond; mijn zakenpartner, zijn echtgenote en ik zaten in een taxi; ik zat voorin; we draaiden de kustweg op en ineens rolde de stad – een verzameling wolkenkrabbers in het donker – zich voor me uit. “Wauw”, zei ik. En ik was verkocht.

Problemen

Libanon is een land met enorme problemen. Een slechte relatie met Syrië, dat de onafhankelijkheid van Libanon lange tijd niet heeft willen erkennen; een intens slechte relatie met Israël, dat een muur langs de wederzijdse grens heeft gebouwd; 100.000 Armeense en 175.000 Palestijnse vluchtelingen; de Syrische bezetting; de Israëlische bezetting; de wonden van de Burgeroorlogen; een speelbal voor vreemde mogendheden; de staat-in-de-staat van Hezbollah; gierende corruptie; de nasleep van de moord op oud-premier Hariri; vervuiling; de slechte positie van vrouwen; problemen rond de kieswet. En sinds een tijdje ook nog eens anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen op een bevolking van ongeveer vier-en-half miljoen Libanezen.

Laat dat laatste even op u inwerken. De Syriërs bezetten Libanon van 1976 tot 2005; zes jaar later keerden de Syriërs terug, nu als vluchtelingen. De Libanezen hebben ze opgevangen. Niet van harte, vaak harteloos, maar ze deden het. Ik ben er vrij zeker van dat de tien miljoen Nederlanders in 1951 géén drie miljoen Duitsers zouden hebben opgevangen. Ik heb de Libanezen altijd bewonderd om wat ze voor vluchtelingen doen.

Foto: Frans Vlaanderen copyright ok. Gecheckt 02-03-2022

Vakantiebestemming 2020 | Wallonië

Wij nodigen u uit de komende tijd uw verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden over uw vakantiebestemming bij te dragen aan onze zomerserie. Vandaag een, in meerdere opzichten  ‘onverwachte’, bijdrage van Jona Lendering.

Het was niet mijn bedoeling in juli al op vakantie te gaan maar familieomstandigheden maakten dat ik mijn huis even moest uitlenen, zodat ik een vaag plan om eens naar Wallonië te gaan vervroegd uitvoerde. Er waren collega’s die ik eens wilde opzoeken, zoals de Herman Clerinx wiens boeken over de hunebedden en de Keltische verhalen ik al eens besprak. Ik moest een stuk of acht musea bezoeken waarvan ik de collectie niet kende. Maar wat me vooral motiveerde is dat ik van België houd.

En zoals het gaat: als je een idee onverwacht en te vroeg uitvoert, dan loopt het nooit helemaal zoals je wil. Zeker in coronatijden.

Evengoed heb ik een leuk reisje gemaakt in Wallonië, dat ermee begon dat ik mijn fiets in Aken moest zien te krijgen. Het verbod om je fiets mee te nemen is inmiddels niet meer van kracht, dus mijn bezorgdheid hierover was misplaatst. Ik bracht mijn eerste nachten door in Gemmenich, op de Belgische helling van de Vaalserberg, in een huisje waar ik vaker logeer. Daarvandaan ben ik op een maandag naar Luik gefietst – en toen merkte ik pas goed hoezeer corona onze levens verandert.

Foto: Stadsgezicht op een olielamp (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Kunst op Zondag | Olielampen

ACHTERGROND - Het Römisch-Germanisches Museum in Keulen is momenteel wegens een langdurige verbouwing gesloten. Ik hoop dat als het weer open gaat, ook de studiecollectie olielampjes er weer is: ooit hingen er honderden lampjes, met allerlei afbeeldingen, zodat je een fantastisch beeld kreeg van wat de Romeinen leuke afbeeldingen vonden. Je had bloemen, mythen, erotiek, goden, dieren, voorwerpen, gladiatoren: alles wat een mens maar verzinnen kon stond wel eens op zo’n lamp.

Maar er valt met lampen meer te vertellen. Het bovenstaande plaatje is een stadsgezicht. Gevonden in Keulen (en in principe te zien in het Römisch-Germanisches Museum) maar vervaardigd in Noord-Afrika. Dat vertelt ook iets over de antieke netwerken. Blijkbaar is ooit iemand van Karthago naar Keulen gegaan – we hebben uit die laatste stad ook de grafsteen van een legionair uit Tunesië die overleden is aan de Rijn – en heeft deze lamp meegenomen.

Fenicische olielamp (Musée d’Utique) Foto - Jona Lendering

Fenicische olielamp (Musée d’Utique)

De oudste olielampen waren simpele schaaltjes zoals de bovenstaande uit Utica: een schaaltje waarin twee lonten konden branden, drijvend op een kraal. Later werden de bovenkanten bedekt, zodat een lampje kon worden meegenomen zonder dat je olie lekte (en per ongeluk je huis in brand stak), en al snel kwamen de mooiste plaatjes erop.

Closing Time | Theo Koomen

Omdat zomers leuker zijn als de Ronde van Frankrijk niet pas in september is. En natuurlijk ook omdat de quatorze juilliet het leukst is als een gretige jonge Nederlandse wielrenner alle Fransen op achterstand rijdt op de berg der bergen, op de top der toppen, op de aankomst der aankomsten. Peter Winnen was pas vierentwintig toen hij op 14 juli 1981 op Alpe d’Huez bergkoning Lucien van Impe en Bernard Hinault het nakijken gaf. Morgen negenendertig jaar geleden.

Vorige Volgende