Het is maar waar je je voor in wil zetten…
COLUMN - De ‘je’ in de titel slaat in dit geval op de Servische regering. Er is daar natuurlijk een bloederige oorlog geweest in de jaren negentig. Het verhaal is de meeste lezers waarschijnlijk bekend: verschillende deelrepublieken wilden het federatieve Joegoslavië verlaten. In Joegoslavië had de kliek van Slobodan Milosevic de macht gegrepen, en wilde kost wat kost die macht behouden. Toen het niet lukte om het land bij elkaar te houden, moesten deelrepublieken die de onafhankelijkheid uitriepen met geweld veroverd worden – in ieder geval de delen waar Serviërs woonden, want als er dan geen Joegoslavië kon zijn, dan toch ten minste een Groot-Servië.
Die oorlog duurde tot halverwege de jaren 90, met de genocide in Srebrenica als tragisch dieptepunt. Vervolgens herhaalde de geschiedenis zich nog een keer eind 99 in Kosovo – waar de Servische agressie uiteindelijk mede door bombardementen van de NAVO een halt toe werd geroepen. De nationalistische waanzin eiste het leven van naar schatting 130.000 a 140.000 levens, waarvan een groot deel burgers.
De vraag is dan: waar zet je je als Servische regering voor in, 25 a 30 jaar later? Je kan je energie besteden aan het verbeteren van de verstoorde relaties met buurlanden. Het opsporen van nog voortvluchtige oorlogsmisdadigers uit die tijd. Het werken aan de relatie met Europa, omdat Servië toe wil treden tot de EU (werkt vast beter dan spelletjes te spelen en te voetjevrijen met de Russen).