De zegeningen van die vervloekte euro
Deze bijdrage is van Jan Luiten van Zanden van de Universiteit Utrecht. Het stuk is overgenomen van Me Judice.
Het experiment van de euro is in het verleden bekritiseerd omdat een gemeenschappelijke munt een collectief goed is dat door gemeenschappelijke besluitvorming beheerd moet worden, terwijl binnen de EU de feitelijke macht over financiële en budgettaire kwesties gedecentraliseerd bleef. Het leek daardoor een instabiel systeem te zijn, dat alleen door soepele international coördinatie overeind kon worden gehouden. En die coördinatie werkt misschien goed in tijden van voorspoed, maar komt onder druk te staan wanneer het tegenzit.
Crisis als lakmoesproef
De afgelopen jaren vormden een goede testcase van deze fundamentele kritiek op de euro. In feite ontwikkelde zich een nachtmerriescenario waarvan het eind nog niet in zicht is. Het wordt in de discussie van de laatste jaren nog wel eens over het hoofd gezien dat juist landen als Duitsland en Frankrijk als eerste begonnen te knagen aan de grondslagen van het systeem. Dit uitte zich in verzet tegen te rechtlijnige uitvoering van het Stabilisatiepact, waarin de regels van het spel vastgelegd waren. Vooral Duitsland had er problemen mee dat de tekorten die sterk waren opgelopen na de hereniging van het land, en opnieuw groeiden na de recessie van 2002-2003, conform de regels van het spel zouden worden bestraft met het opleggen van boetes. Aldus werd het boetesysteem in feite al in een vroeg stadium buiten werking gezet, tot frustratie van toenmalig Minister van Financiën Zalm. Deze verwikkelingen in die jaren vormden nog maar een bescheiden voorspel van het echte drama dat zich de afgelopen jaren aan het ontvouwen is. Maar het is de moeite waard om deze fase even te memoreren – te vaak wordt in de recente discussies gedaan alsof het overtreden, ondermijnen of ontlopen van regels een typisch Zuid-Europese aangelegenheid zou zijn.




Het kabinet wil de bijstand, de Wajong en de sociale werkplaatsen bijeenvegen, met als uitgangspunt dat arbeidsgehandicapten zoveel mogelijk op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag moeten. Tegelijkertijd wordt alle hulp aan arbeidsgehandicapten bij het zoeken naar een baan, of ondersteuning teneinde hun werk te kunnen houden, radicaal wegbezuinigd: in totaal moet met de nieuwe regeling met twee miljard euro minder worden uitgevoerd.

