Jonge boefjes moet je vooral opvoeden
Een gastbijdrage van Peer van der Helm, onlangs gepromoveerd aan de Vrije Universiteit op zijn onderzoek naar het leefklimaat in Justitiele Jeugdinrichtingen. Het stuk is ook op Sociale Vraagstukken te lezen.
Het plan van de staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie om het jeugdstrafrecht aan te scherpen, is heilloos. Strenger straffen helpt niet, dat is wetenschappelijk aangetoond. Opvoeden helpt wel. Maar het is, mede in het huidige beleidsklimaat, een uiterst delicate opdracht.
Staatssecretaris Fred Teeven wil volgens een brief van 25 juni aan de Kamer de maximale celstraf voor jongeren van 15, 16 en 17 jaar verhogen van twee naar vier jaar. Daarnaast wil de staatssecretaris de mogelijkheden tot het opleggen van taakstraffen beperken en de jeugd-tbs laten overgaan in tbs voor volwassenen. Gezamenlijk leiden deze maatregelen tot een enorme verharding van het jeugdstrafrecht.
Met zijn voorstel lijkt Teeven een diepe knieval te willen maken voor de PVV. Deze partij roept in de maatschappelijke discussie over de aanpak van jonge criminelen (12-18 jaar) vaak het beeld op van ‘onverbeterlijke stadsroofdieren waarbij niks werkt’. Ik vraag mij af of een zinvol debat over de bestrijding van jeugdcriminaliteit gebaat is bij dit soort metaforen. Natuurlijk raken we boos, verdrietig of gefrustreerd door de daden van sommige jongeren, maar we moeten ons altijd blijven realiseren dat zij kinderen zijn wier hersenen – en daarmee hun gedrag – nog niet uitontwikkeld zijn. Er is dus een mogelijkheid voor gedragsverandering.





De PVV kreeg vorige week veel aandacht met de uitspraak van Wilders in 


