Gastauteur

2.322 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: copyright ok. Gecheckt 29-09-2022

Ideeëndiefstal, plagiaat en auteursrechten in het ^C ^V tijdperk

Een gastbijdrage van about:

De klassieke opvatting is dat plagiaat, het knippen en plakken zonder bronvermelding, zonder meer verboden is. En het is daartegenover een veelvoorkomende gedachte dat je zulk plagiaat het makkelijkste kunt vermijden door wat je zou willen citeren in je eigen woorden te herformuleren. Hertaald? Klaar is Kees. Maar dat is natuurlijk niet helemaal juist: zo’n navertelling plagieert immers de ideeën wel, ook al zijn de woorden anders. Het blijft ideeëndiefstal, dus in de oude termen: plagiaat.

Het is bij hertaling immers ook niet zonder meer duidelijk waar de grens ligt. Als je na het knippen en plakken wat bijschaaft en een derde van de woorden verandert in zelfgekozen equivalenten, als je wat bijvoeglijke naamwoorden weg laat en elders wat toevoegt, en als je de loop van het verhaal, de redeneringen en de alinea’s een beetje bijstelt, is het dan nog plagiaat of niet?

Het schoolse idee dat dit geen plagiaat meer zou zijn en tegelijkertijd zelfs bronvermelding overbodig zou maken (want je wil natuurlijk niet betrapt worden – schijnheiligheid troef!), dat misverstand ontstaat omdat van zo’n bijgeschaafd verhaal de oorspronkelijke bron niet meer zo makkelijk terug te vinden is. Althans, door de zoekmachines dan.

Een goede lezer ziet het vaak wel, dat het geleende ideeën zijn, dat het betoog een beetje krom loopt, en de goede lezer kan misschien zelfs makkelijk onderkennen waar het verhaal oorspronkelijk vandaan komt. Voorbeelden? Wie kent niet bijvoorbeeld Pinoccio? Van Disney? Of Robin Hood, van Disney? Wie kent niet de Muppets film, van Disney? Of de sprookjes De Gelaarsde Kat, Hanzl und Gretl, of Bliksem McQueen, uit Cars, van Disney? Of, weer van Disney, de film de Lion King?

The times they are a-changing

In een wereld waar de wetten van het monetair-economische spel ons schuld en een geforceerde noodzaak voor winst brengt, laat ze ons achter met reële of fictieve schaarste, ernstige sociale ongelijkheid, segregatie en ecologische afbraak -met elk weer hun eigen desastreuze gevolgen. De onvrede en de roep om verandering is hiermee groot. Het wordt tijd om samen te werken in een richting die wezenlijke verandering biedt. Waar staan we vandaag de dag en waar kunnen we naartoe? Een lange bijdrage van Seth Lievense, coördinator van de Nederlandse Zeitgeistbeweging (blog).

Met de onvrede over ons huidige systeem en in de zoektocht naar verandering ontstaat de noodzaak tot verdieping. Niet enkel verdieping in het huidige systeem. We zullen ook van de mogelijkheden van vandaag de dag op de hoogte moeten zijn om de dag van morgen vorm te kunnen geven. Met de recente ontwikkelingen rondom Occupy Together/Occupy Amsterdam en de nodige media-aandacht die daarbij komt kijken voel ik me genoodzaakt me te verduidelijken hoe ik hier in sta. Naar mijn inziens zijn velen van de problemen van vandaag de dag symptomen van ons huidige paradigma en haar sociaal-economische inrichting. Ze toont ons een verouderde sociale structuur. Vervolgens ontbreekt het ons aan een richting waarin we de toekomst vorm kunnen geven. Een richting die deze problemen onderkent en waar we naar toe kunnen bewegen. Het begint echter allemaal eerst met een verdieping van ons huidig systeem; het spel en de spelregels.

Foto: Enric Borràs (cc)

De kut-Marokkanen van de internationale politiek

Onderstaande tekst van Said el Haji gaat niet over voetbal. Wel over schwalbes, ofwel fopduiken, op een ander speelvlak.

Eigenlijk heb ik deze tekst geschreven naar aanleiding van de strafklacht tegen Volkskrantcartoonist Jos Collignon, maar de ophef daarover ging zo snel liggen dat ik hem niet meer op Sargasso gepubliceerd kreeg toen ik hem afhad. Maar een nieuwe actuele aanleiding dient zich alweer aan: het gedicht van Nobelprijswinnaar Günter Grass, Wat gezegd moet worden, gepubliceerd in de Sueddeutsche Zeitung en La Repubblica van 4 april. Grass bekritiseert hierin de Westerse hypocrisie die zou schuilen in het militair beschermen van een kernmacht als Israël tegenover een land waarvan niet eens vaststaat dat het kernwapens bezit: Iran. Aanleiding van zijn gedicht vormt het besluit van Duitsland om een onderzeeboot te leveren aan Israël, boven op de vijf die het al geleverd heeft. ‘Israël bedreigt de reeds kwetsbare wereldvrede’, schrijft Grass. Een andere Duitse krant, Die Welt, betitelde de auteur als ‘eeuwige antisemiet’. Ik vind dat een typische schwalbe. Gaandeweg zal blijken waarom. Het zal ook duidelijk worden waarom steeds meer mensen maling hebben aan het verwijt van antisemitisme.

Schwalbes dus. Sommige spelers zijn er geweldig goed in. Luis Suarez, bijvoorbeeld. En Arjen Robben. Dramatisch en kermend van helse pijnen werpen ze zich op de grasmat, vooral in en om het strafschopgebied, in de hoop het eigenbelang te dienen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 15-03-2022

Intieme hersenscans

Met hersenscans gedachten lezen; spannend maar wel érg onbetrouwbaar, vindt neurowetenschapper Nienke van Atteveldt. Ze is één van de winnaars van de blogwedstrijd Intieme technologie van het Rathenau Instituut.

Onze gedachten zijn misschien wel ons intiemste bezit. Maken ontwikkelingen in hersenonderzoek het mogelijk ook hier in te breken, en zo dichterbij onszelf te komen dan welke techniek ook?

Sommige onderzoekers voorspellen dat we in de nabije toekomst op scans kunnen aflezen wat een ander denkt, droomt of zal beslissen. Gedachtelezen van een verlamde patiënt, die enkel nog kan communiceren met zijn of haar hersensignalen, lijkt een erg goed idee. Maar is het ook een goed idee om iemands gedachten af te luisteren tijdens een sollicitatiegesprek of politieverhoor? Naast de fundamenteel ethische kwestie is vooral ook van belang hoe betrouwbaar de technieken eigenlijk zijn, en kunnen worden, om hersensignalen nauwkeurig in “gedachten” te vertalen.

Marilyn Monroe

Gedachtelees-technieken hebben hun ontwikkeling vooral te danken aan onderzoek naar Brain Computer Interfaces (BCI’s). Hiermee kunnen bijvoorbeeld ernstig verlamde personen toch communiceren of bewegen. Rechtstreeks met hun hersenactiviteit, dus door te “denken”. De meest precieze BCI’s werken met in het brein geïmplanteerde elektroden die hersengolven direct opvangen waar ze ontstaan. Recentelijk waren onderzoekers zo in staat te ontcijferen of iemand aan Marilyn Monroe of Josh Brolin dacht. Ze hadden verschillende hersencellen gevonden die voorkeur hadden voor één van beiden.

Foto: copyright ok. Gecheckt 22-11-2022

Vroeger, straks, spullen, macht

Ben je gelukkiger als je alleen uitdrukking kan geven aan de dingen die je met eigen ogen kan zien? Een gastbijdrage van journalist Patrick van der Hijden, die onderzoek doet wat welvaart met mensen doet (blog).

Daniel Everett vertrok naar de Amazone, om de indianen van de Pirahã-stam te kerstenen. Toen hij hun taal had leren spreken en vertelde over Jezus, vroegen de Pirahã of Everett hem in het echt gezien had. Ze barstten in lachen uit, toen bleek dat dat niet het geval was. De Pirahãtaal kent geen uitdrukkingen voor dingen die de spreker niet met eigen ogen heeft gezien. Everett viel van zijn geloof en verdiepte zich dertig jaar lang in de wonderlijke cultuur en taal van het volkje. De Pirahã kennen namelijk ook geen getallen, geen verwijzingen naar het verleden en de toekomst. Ze hebben geen leiders en kennen niet zoiets als bezit.

En o ja, de Pirahã zijn uitzonderlijk gelukkig. Althans, daar getuigen degenen van, die hen hebben bezocht. Dat is een fascinerende vaststelling. Enerzijds omdat hij op een bepaalde manier zo logisch is. Als je aandacht hebt voor het verleden noch de toekomst, en macht en bezit je weinig waard zijn, loop je een hoop redenen voor ongeluk mis. Anderzijds omdat het leven van de Pirahã zo weinig weg heeft van ons leven, terwijl Nederland samen met Scandinavië altijd als hoogst prijkt op de lijst met gelukkige landen – toekomstgerichte volkeren met een lang verleden en lekker veel bezit.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De zwembadpas van Europa

Europa struikelt voortdurend naar voren. Het risico om plat voorover te vallen is te groot als we de consequenties van onze stappen niet beter overwegen, denkt Kars Veling, directeur van ProDemos.

Griekenland niet steunen is geen optie, wordt in Europa gezegd. Het opbreken van de gezamenlijke munt is duurder dan uitbreiding van kredieten voor landen met te grote schulden. Met de invoering van de euro heeft Europa A gezegd. We kunnen nu niet anders dan B zeggen. Dat wil zeggen: solidariteit opbrengen en de zeggenschap van lidstaten over hun eigen begrotingen beperken. Lastig, maar de door onszelf gecreëerde druk zal er wellicht toe leiden dat Europa er per saldo sterker door wordt.

Deze gang van Europa doet me denken aan de zwembadpas, de uitvinding van Kees de Jongen in het beroemde boek van Theo Thijssen. Eigenlijk moet je er witte gymnastiekschoentjes voor dragen, maar Kees wist ook zonder de juiste outfit aan iedereen te laten zien dat hij zich als een echte sporter kon voortbewegen. Bijvoorbeeld als hij naar het zwembad liep. “Als je ’s goed opschieten wou; moest je voorover gaan lopen, net of je telkens víel, en dan maar met je armen zwaaien, heen en weer. ” Voorover vallen en je armen heen en weer zwaaien, dan ga je vanzelf wel vooruit. Het alternatief is immers op je gezicht gaan.

In de theorie over de Europese integratie heet dit de functionalistische benadering. De voorstanders van Europa hebben de laatste decennia ervaren dat gezamenlijk politiek committment niet gemakkelijk te bereiken is. De zelfstandigheid van staten wordt uiteraard door regeringen en parlementen gekoesterd. Een strategie om toch voortgang te maken is om nuttige functies van de Europese gemeenschap te creëren. Het gevolg is dat dan vanzelf de druk ontstaat om de instituties en de procedures zo aan te passen dat deze functies aan alle lidstaten ten goede komen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 28-02-2022

Is de mens vrijer dan hij denkt?

In ons handelen vooronderstellen we dat we vrij zijn en de neurowetenschap, of welke wetenschap dan ook, kan daar volgens Marcus Düwell weinig verandering in brengen. Vandaag als allerlaatste in de kettingreactie van Studium Generale Utrecht het antwoord van Liesbeth Woertman. Zij is onderwijsdirecteur Psychologie en hoogleraar Kwaliteit en Vormgeving Psychologie Onderwijs. Woertman hield zich onder andere bezig met het schoonheidsideaal van vrouwen, seksualiteit en het lichaamsbeeld. Hebben deze aspecten invloed op hoe vrij we ons voelen?

Is de mens vrijer dan hij denkt, of denkt hij dat hij vrijer is dan hij is?

Aan wie wordt deze vraag eigenlijk gesteld? Wordt deze vraag aan mij als opleidingsdirecteur psychologie gesteld? Of is deze vraag gesteld aan mij als onderzoeker op het gebied van lichaamsbeelden? Of is dit een vraag aan de klinische psychologe? Is dit een vraag voor de (groot)moeder, de vriendin, de dochter of de minnares?

De vrije wil is een aanname als we over menselijk gedrag denken en praten. We gaan er in de geleefde werkelijkheid van uit dat mensen een vrije wil hebben. Maar er zijn uitzonderingen. Aan sommige mensen schrijven we geen vrije wil toe. Denk aan verslaafden en bepaalde groepen psychiatrisch patiënten. De definitie van Dick Swaab is: ‘de vrije wil is de mogelijkheid om te besluiten iets wel of niet te doen zonder interne of externe beperkingen die deze keuze bepalen’. Thomas Müller beargumenteert dat als we de vraag op deze manier stellen, het antwoord nee moet zijn. Onze wil is niet vrij. Ik ga als opleidingsdirecteur, onderzoeker, klinisch psycholoog, (groot)moeder, vriendin, dochter en minnares uit van een wil. Niet noodzakelijk van een vrije wil. Ik ben gevormd door de tijd waarin ik leef. Mijn ervaringen met bovengenoemde rollen vormen een kader maar daarbinnen is allerlei ruimte om keuzes te maken.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Trek je minder aan van anderen en wees prosociaal

Stel, je zit rustig op je trein te wachten op Utrecht Centraal. Er komt een rennende student op je af die zijn trein moet halen. Net als hij jou wil passeren ritst zijn tas open en vallen er allemaal pennen over het perron. Wat doe je? Een gastbijdrage van Studium Generale Utrecht.

Sta je op en help je de student met het oprapen van de pennen zodat hij toch nog zijn trein kan halen? Of blijf je zitten en laat je de gehaaste student zelf alles bij elkaar sprokkelen? In de meeste gevallen blijft men gewoon zitten. Niemand anders staat op, dus waarom zou jij dat wel doen? Er is hier sprake van een zogenaamde bystander situation: er gebeurt iets en de omstanders kijken toe zonder hulp te bieden.

Het is een van de vele voorbeelden die prof. dr. Kees van den Bos noemde tijdens zijn lunchlezing in de serie Geloof, hoop en liefde, over zijn psychologisch onderzoek naar sociaal gedrag. Dit onderzoek, dat hij uitvoerde met vele collega’s, spitst zich toe op goed gedrag en ongeremdheid. Zijn algemene conclusie: ongeremd gedrag leidt ertoe dat we het goede doen.

Van den Bos vroeg in een enquête aan zijn proefpersonen om een herinnering op te halen waarbij zij ongeremd gedrag vertoonden. (Wanneer voelde jij je ongeremd en hoe voelde dat toen?) Bijvoorbeeld tijdens de eerste ontmoeting met je schoonmoeder of bij het stellen van een kritische vraag aan een hoogleraar. Het ging om situaties waarbij je je minder van de rest aantrekt en je je eigen plan hebt gevolgd. Na het invullen van de vragenlijst gebeurde er iets in de omgeving van de proefpersonen; er deed zich een bystander situation voor. Wat bleek: mensen die herinnerd waren aan hun eerdere ongeremde gedrag stelden zich behulpzamer op dan de mensen die in dezelfde enquête herinnerd waren aan een ‘gewone’ dagelijkse ervaring. Vertaald naar het voorbeeld van de rennende student: ongeremde mensen zullen sneller geneigd zijn om te helpen met het oprapen van de pennen dan de controlegroep. Ook raapten zij gemiddeld méér pennen op dan de geremde mensen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Heeft de Franse geheime dienst gefaald?

Met de kennis van nu wordt verondersteld dat snellere en betere informatie-uitwisseling tussen de Franse inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de politie Mohammed Merah eerder in beeld zou hebben gebracht. De realiteit is echter veel complexer. Gastredacteur Quirine Eijkman is senior onderzoeker bij het Contraterrorisme Centrum van de Universiteit Leiden. ,,Het effect van het delen van informatie tussen diverse veiligheidsdiensten wordt overschat.”

Na de verschrikkelijke moorden in Zuid-Frankrijk staat het uitwisselen van informatie tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de politie ter discussie. Volgens de Franse premier was er geen reden om Mohammed Merah eerder te arresteren. Dit ondanks het feit dat de verdachte in de gaten werd gehouden door de Franse geheime dienst. Hij was immers meerdere malen in Afghanistan en Pakistan geweest en had naar eigen zeggen een training van Al Qaida gehad. In binnen- en buitenland is er kritiek. De surveillance zou hebben gefaald en de geheime dienst had informatie eerder met de politie moeten delen. Er wordt verondersteld dat als na de eerste moorden de informatie voortvarend was gedeeld de laatste aanslag op de Joodse school voorkomen had kunnen worden. De vraag is daarom of het niet makkelijker zou moeten worden om informatie tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de politie uit te wisselen.

Sinds 9/11 en de aanslagen in Londen en Madrid zijn inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de politie meer informatie met elkaar gaan delen. Toch is er in een democratische samenleving een groot verschil tussen het werk van de geheime diensten en de politie. De taak van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is het beschermen van de nationale veiligheid, terwijl de politie de openbare orde handhaaft en strafbare feiten oplost. Dit verschil vertaalt zich ook in de bevoegdheden van geheime agenten en rechercheurs. Het monitoren van websites is makkelijker voor inlichtingendiensten dan voor de politie. Alleen kan deze informatie vervolgens niet zomaar worden overgedragen aan de politie en aan een strafdossier worden toegevoegd. Daarnaast willen inlichtingendiensten vaak hun bronnen beschermen en is er een risico dat die bronnen openbaar worden bij de overdracht aan de politie. Het recht op een eerlijk proces vereist dat dit gebeurt. In de praktijk zijn geheime diensten daarom terughoudend met het delen van informatie met de politie. Dit geldt overigens ook vaak in relatie tot collega-diensten in binnen- en buitenland.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het sprookje van de universele moraal

Morele oordelen veranderen zoals het weer verandert – over oorzaken valt vast iets te zeggen, maar van rede is geen sprake. Morele diversiteit is daarmee onafwendbaar. Zelfs als die er eens even niet zou zijn, ontstaat die als vanzelf opnieuw. ’t Wordt tijd dat we leren ons daarbij neer te leggen, zegt ethicus Bart Voorzanger.

Ik zie een recht als iets dat je krijgt, dat je wordt toegekend door wie of wat het ook maar voor het zeggen heeft. Ik denk ook stiekem dat die rechten-opvatting de oudste papieren heeft. Als je ergens het vis- of tolrecht had mocht je daar vissen of tol heffen van de lokale heerser. En als anderen er een hengeltje uitgooiden of een tolpoort bouwden, of jou het vissen of tol heffen onmogelijk probeerden te maken, kregen ze het met die heerser aan de stok. Bij dat soort rechten kan ik me iets voorstellen. ’t Is helder hoe ze tot stand kwamen en wat ze betekenen. (En terzijde: voor plichten en andere morele categorieën geldt precies hetzelfde).

Maar er zijn nogal wat mensen die daarnaast ook ruimte zien voor ‘natuurlijke’, ‘inherente’ rechten, rechten die er gewoon zijn, ook als ze niet worden erkend, en niet door machthebbers worden beschermd – rechten die als het ware in de rechthebbende zitten ingebakken. En waar de rechten die ik snap altijd tijdelijk en plaatsgebonden zijn – gewoon omdat niemand het overal en voor eeuwig voor het zeggen heeft en er dus niemand is die je voor eeuwig en overal een recht kan toekennen – zien aanhangers van ‘natuurlijke’ rechten die rechten als eeuwig en universeel.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Drugsdebat is een debat van doven

Gisteren werd er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het Nederlandse drugsbeleid.Het was een bizar debat, constateert lezer Matthijs Pontier in dit verslag.

De punten die het kabinet wilde bespreken waren het invoeren van de wietpas, het stoppen met gedogen van cannabis met een THC-gehalte boven de 15% en het verwijderen van coffeeshops die binnen 350 meter omtrek van een school staan.

Boris van der Ham (D66), Tofik Dibi (GroenLinks), Lea Bouwmeester (PvdA) en Nine Kooiman (SP) leveren namens de oppositie fikse kritiek op deze plannen. De ochtend voor het drugsbeleid had De Pers een minister van justitie Opstelten met oorkleppen afgebeeld op de voorpagina met daarnaast de tekst ‘Ik luister lekker toch niet’. Uit het bijbehorende artikel bleek dat Opstelten niet willen luisteren naar kritiek en willens en wetens een debat voeren op basis van valse claims.

Achterdeur

De oppositie stelt vragen over het reguleren van ‘de achterdeur’ om de rol van de georganiseerde misdaad terug te dringen. Opstelten reageert afwijzend. Hij kondigt aan het experiment in Utrecht met wietclubs waar mensen zelf kunnen kweken aan te willen pakken. De Nederlandse regering moet zo weinig mogelijk met drugshandel te maken hebben. Ook niet als hiermee voorkomen wordt dat het in handen komt van criminelen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 25-10-2022

De grens van de grenzeloosheid

Nieuwe technologieën: er is niets nieuws onder de zon, vindt theoloog Els Rooseboom. Ze waarschuwt tegen overdreven optimisme én tegen doemdenken. Ze is één van de winnaars van de blogwedstrijd Intieme technologie.

Techniek is sinds uitvindingen als het vuur en de steenbijl per definitie onbegrensd voor de mens. Er is geen weg terug, we kunnen alleen maar vooruit door het immer groeiende vermogen van de mens tot onderzoeken en uitvinden. Het leven wordt er aangenamer van: door de loop der eeuwen kwamen onder andere de boekdrukkunst, elektrisch licht en de trein tevoorschijn. Zaken die nu doodgewoon zijn, maar in hun tijd opzienbarend. Soms worden de vernieuwingen ons door de strot geduwd, maar alles went, zelfs hangen (oftewel: opgehangen worden), zei mijn vader altijd.

Revolutionair is de recente uitvinding van de computer. De digitale ontwikkeling voltrekt zich op vele gebieden met een duizelingwekkende snelheid. Iedereen doet hieraan mee, kinderen en bejaarden niet uitgezonderd. Betrekkelijk eenvoudige technieken zijn veranderd in ingewikkelde technologieën. Concrete apparaten en werktuigen zijn abstracte toepassingen van elektronica geworden. Op alle gebieden van het leven evolueert dit in een hoog tempo. ‘Vroeger’ was een koelkast of een wasmachine absoluut onmisbaar, nu een computer of een smartphone.

Extra lichaamsdeel
Communicatie verloopt sneller en veelomvattender dan in de tijd van de postkoets. Het concrete werktuig is geen verlengstuk van de mens meer, zoals bijvoorbeeld een pen of een boek, maar een abstract intrinsiek onderdeel geworden zoals bijvoorbeeld internet. Mensen leven er dagelijks mee en dragen het bij zich als een extra lichaamsdeel. Er is nauwelijks scheiding meer tussen private en technische wereld; ze zijn met elkaar verweven geraakt.

Vorige Volgende