Ongeveer twee jaar geleden kwam in de media de discussie over biobrandstoffen opgang. Opgestookt door een Europese richtlijn die stelt dat in 2010 aan de pomp 5,75 procent biobrandstof moet worden bijgemengd gingen overheid en bedrijven op zoek naar geschikte biomassa. Allemaal om die vermaledijde CO2-stijging af te remmen. Natuurorganisaties verzetten zich hevig want de aanleg van suikerriet- en palmolieplantages zou wel eens ten koste kunnen gaan van kostbare (tropische) bossen en wetlands. Maar ook ontwikkelingsorganisaties zetten hun vraagtekens bij de wenselijkheid van grote monoculturen die lokale bevolking en kleine boeren zullen verdringen en een opdrijvend effect hebben op de voedselprijzen. Als reactie hierop / of desondanks ontwikkelde de Nederlandse overheid criteria voor de import van duurzame biomassa [pdf]. Tegelijkertijd werd hier meerdere malen door geëngageerde burgerdeskundigen in de vorm van reaguurders eindeloos gerekend aan en gediscuzeurt over de mogelijk- en onmogelijkheden van biobrandstoffen.
Opbrengst per hectare, netto winst of verlies CO2 uitstoot, aantal joule per liter… STOP!! Het is allemaal niet meer nodig:
Medewerkers van de natuurorganisatie World Land Trust en de University of Leeds hebben berekend dat het terugdringen van houtkap en extra bos bijplanten veel meer CO2-besparing oplevert dan bossen omzetten in energie-akkers. It sounds counterintuitive, but burning oil and planting forests to compensate is more environmentally friendly than burning biofuel. (NewScientist). Het gaat allemaal om de CO2 die vrijkomt bij de kap van een bos, zeker bij ontginning van de Indonesische veenbossen zijn deze emmissies aanzienlijk. Ontbossing is na elektriciteitsproductie tweede in de lijst sectoren die het meeste CO2 produceren. In december zal er op een VN-klimaattop op Bali worden gesproken over het opnemen van avoided deforestation in een post-Kyoto verdrag als instrument om CO2-uitstoot terug te dringen. Het bovengenoemd onderzoek is een goede duw in die richting.