Bij Nader Inzien

31 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Bij Nader Inzien presenteert inzichten uit de academische filosofie voor een breed publiek. Actuele maatschappelijke kwesties worden van filosofische analyse en reflectie voorzien. Recente ontwikkelingen in de academische filosofie worden toegankelijker gemaakt voor niet-specialisten
Foto: Eric Heupel (cc)

Is verweer en weerlegging de juiste reactie op onware en kwetsende uitspraken?

ANALYSE - Door Fleur Jongepier (postdoc, University of Cambridge)

Wat is de juiste reactie op onwaarheden, kwetsende uitspraken en bullshit? Er is een manier om deze vraag te beantwoorden die ik steeds vaker tegenkom: ‘verweer en weerlegging’. In zijn TEDx Talk zegt Quassim Cassam bijvoorbeeld dat het antwoord op complottheorieën moet zijn “rebut, rebut, rebut”. En afgelopen maandag schreef Patrick Loobuyck dat moreel of wetenschappelijk foutieve meningen “niet verboden, maar bestreden [moeten] worden”.

De wortels van de deze benadering zijn te vinden in wat J.S. Mill’s schrijft over de vrijheid van meningsuiting in On Liberty. Daarin voert Mill het zogenaamde kennisargument voor vrijheid van meningsuiting op. Mill’s idee is dat er een vrij toegankelijke ‘marktplaats van ideeën’ bestaat waar kennis kan ontstaan en gedijen. Opvallend aan zijn betoog is dat onware overtuigingen ook toegelaten moeten worden tot de marktplaats. Een reden daarvoor is bescheidenheid: in de geschiedenis is het vaak gebeurd dat men dacht dat x waar was (‘er is niks mis met slavernij’) en y onwaar (‘de aarde draait om de zon’) terwijl dit niet zo bleek te zijn (Mill: “To deny this is to assume our own infallibility”). Door onware meningen niet te censureren, erkennen we dat we er faliekant naast kunnen zitten, hoe zeker we ook van onze zaak zijn.

Foto: Christoph Lehmann (cc)

Ethiek van de voortplanting

COLUMN - Er verschijnt de laatste tijd meer en meer interessant werk in de ethiek van de voortplanting. Daniel Friedrich kreeg van The Journal of Applied Philosophy  de prijs van beste artikel van het jaar 2013 voor zijn artikel ‘A duty to adopt?’, Christine Overall oogstte grote belangstelling met haar boek  Why Have Children?: The Ethical Debate, recent verscheen een bundel Permissible Progeny? The Morality of Procreation and Parenting.

De moraliteit van ouderschap en voortplanting –  waarover gaat dit eigenlijk? Zoals zal blijken was De Dag van de Aarde best een goed moment om hier enkele gedachten aan te wijden.

De eerste gedachte die in mij opkomt: bestaat er wel zoiets als een ethiek van de voortplanting? Of wordt dit domein bijvoorbeeld door publicatiedrang in het leven geroepen? Het is een tamelijk nieuw en onontgonnen (en dus spannend) terrein, maar misschien is dat zo om een goede reden?

Er zijn allerlei overwegingen die meespelen in de beslissing om een kind te nemen (eerst nog een grote reis maken? eerst een job vasthebben? en, misschien typischer voor Vlaanderen dan Nederland, eerst een huis kopen?), maar weinigen met een kinderwens zullen zich de morele vragen stellen die ze zich volgens Friedrich, Overall en collega-ethici moeten stellen. In een paar uitzonderlijke gevallen, zoals moeders van 60 jaar of ouders met een ernstige genetisch overdraagbare aandoening, zullen de meeste mensen hun morele oordeel klaar hebben. Maar wanneer een koppel gezonde dertigers beslist een kind te nemen  – wat zou moraalfilosofie daarover te zeggen hebben? Is dat geen persoonlijke beslissing, gebaseerd op voorkeuren, verlangens, ambities die buiten het morele blikveld vallen?

Foto: grevillea. (cc)

Den Haag: de internationale stad van vrede en recht

COLUMN - Den Haag is de internationale stad van vrede en recht met de hashtag: #peacejustice. “Tienduizenden mensen werken [daar] elke dag samen aan een vrediger, rechtvaardiger en veiliger wereld. In zo’n 160 organisaties, honderden bedrijven en kenniscentra. Ook in het Vredespaleis, al meer dan 100 jaar het symbool voor internationale gerechtigheid.”

Deze tekst komt van een website die een initiatief is van de gemeente Den Haag en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Buiten Den Haag werken er nog vele juristen, gewetensvolle non-profit mensen en academici (filosofen, sociale wetenschappers, juristen, enz.) aan internationale gerechtigheid. In Nederland is er uit gemeenschapsgelden een hele intellectuele infrastructuur van leerstoelen en onderzoeksinstituten opgebouwd om mensenrechten te bestuderen en te helpen verankeren. Er wordt, al met al, in Nederland goed verdiend aan het internationaal recht. (Echt waar: een van de links op die website, waar The Hague Security Delta en Toeristische informatie Den Haag naast elkaar staan,  is naar Doing Business in the Hague.)

Beroepshalve spreek ik weleens jonge mensen die carrière willen maken in deze intellectuele infrastructuur om via het internationaal recht zich in te zetten voor een rechtvaardiger wereld; ik leer dan over methoden om het onrecht elders te verminderen of zelfs te voorkomen. Ik hoor over nieuwe juridische, politieke, of filosofische concepten en strategieën die het internationaal recht zullen versterken. Het is mijn taak om jonge geesten aan te moedigen, dus ik luister welwillend. Ik ben altijd onder de indruk van de wilskracht om voor anderen op te komen.

Foto: Ben Sutherland (cc)

Criminele asielzoekers uitzetten is discriminatie

OPINIE - De Nederlandse overheid wil criminele asielzoekers uitzetten, maar is vooral bezig ze te discrimineren, betoogt Jurriën Hamer op Bij Nader Inzien.

PvdA en VVD maken bij voorkeur ruzie over asielzoekers. Het kinderpardon, de strafbaarstelling van illegaliteit, bed, bad en brood – het is een klein wonder dat Rutte II nog in het zadel zit. Toch zijn de coalitiepartners op één punt heel eensgezind: criminele migranten moeten zo snel mogelijk worden uitgezet.

Die houding is begrijpelijk. De overheid en duizenden solidaire vrijwilligers hebben geen opvang gebouwd en slaapzakken uitgedeeld om geconfronteerd te worden met intimidaties, vechtpartijen en aanrandingen. Juist zij die geven om hun medemens hebben weinig geduld met onverlaten die het goede werk bederven en het imago van fatsoenlijke vluchtelingen kapot maken.

Maar helaas maakt alle terechte verontwaardiging ook blind. Het gaat namelijk niet om geschonden gastvrijheid, maar om het rechtvaardig bestrijden van criminaliteit.

Het lot van criminele vluchtelingen

In het najaar verscherpte Staatssecretaris Dijkhoff de regels: als je asielzoeker bent en veroordeeld wordt voor een zwaarder delict, zoals verkrachting, inbraak met recidive of een ramkraak, dient je verblijfsaanvraag afgekeurd of je verblijfsvergunning ingetrokken te worden. Daarmee lijkt de kous netjes af.

Foto: UN Women (cc)

Pro-vrouwen ≠ anti-mannen

Of: waarom ongelijkheid niet moet worden bestreden met nog meer ongelijkheid

OPINIE - De Twitter-hastag #ikschrijf die voortkomt uit het ‘‘vrouwifest’ van Filosofie Magazine, zet mij, net als Ingrid Robeyns, aan tot bloggen. Het is mooi te zien dat er de laatste tijd (weer) veel aandacht is voor genderongelijkheid. Zo is er Athena’s Angels (vier vrouwelijke hoogleraren die zich hebben verenigd om op te komen voor de belangen van vrouwen in de wetenschap), de kersverse Lezeres des Vaderlands (die o.a. bijhoudt hoe ongelooflijk weinig aandacht er in de boekenbijlages eigenlijk is voor vrouwelijke schrijvers), het nieuwe blog Vileine.com (‘Een moderne feministe heeft nu dus geen idee wat ze met haar bh of okselhaar moet’). En dan zijn er natuurlijk ook nog de columns van Asha ten Broeke of de recente column van Ionica Smeets (‘Voor echte lezingen moet je natuurlijk bij mannen zijn’— link).

Valt u iets op?

Allemaal initiatieven over vrouwen door vrouwen. Niet zo gek, natuurlijk. Degenen die aan het ‘ontvangende eind’ zitten van onrechtvaardigheid (minder betaald krijgen voor dezelfde baan, minder snel worden uitgenodigd als spreker, als agressief of autoritair worden gezien wanneer slechts mondig, bij sollicitaties gevraagd wordt of ze misschien ooit baby’s willen, of bij presentaties worden voorgesteld met de bijzin: ‘ze is ook nog moeder van twee!’), zijn vaak ook degenen die het onrecht als eerste opmerken (ervaren) en daarmee eerder het probleem aan de kaak kunnen stellen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Ook over Keulen kan de NOS maar geen relevant nieuws brengen

COLUMN - Het was woensdagavond weer raak. In een reportage over de aanrandingen bij het treinstation in Keulen opperde verslaggever Kysia Hekster dat de Duitsers zich af beginnen te vragen of de vluchtelingenproblematiek in de hand gehouden kan worden: schaffen wir das? Zonder duidelijke feiten te geven over de herkomst van de daders – Noord-Afrikanen – of over de totale hoeveelheid aanrandingsincidenten met vluchtelingen – volgens een Duitse onderzoeker is er een ‘trend’ wat betreft ‘jonge mannen onder de 30’–, was de suggestie helder: jonge mannelijke vluchtelingen zijn een gevaar voor Westerse vrouwen.

Het is angstige berichtgeving die alleen een dienst bewijst aan Pegida en de PVV. En dat zou eens beter moeten.

Het basisprincipe is eenvoudig: een goede nieuwsorganisatie presenteert feiten die mensen zouden moeten weten. We zouden raar opkijken als Rob Trip ons ging onderhouden over zijn liefdesrelaties, of als Rik van de Westerlaken een uitzending zou wijden aan zijn passie voor irissen. Die informatie is irrelevant voor het leven van de kijker – zij wil elke dag op de hoogte gesteld worden van de belangrijke zaken.

Nou zijn we het geregeld oneens over het gewicht van bepaalde kennis. Voor mij is bijna alle sportberichtgeving totaal irrelevant – ik zou slechts op de hoogte gesteld willen worden van klimhalnieuws. Maar voor sommige mensen is het wel en wee van Ajax hun wel en wee. Kiezen welk nieuws je brengt is dus een morele keuze: je verkiest bepaalde interesses en belangen boven andere, op basis van een opvatting over wat voor de meeste mensen het belangrijkste is. Dat is allemaal heel ingewikkeld.

Foto: FaceMePLS (cc)

Kunnen we CO2-emissies compenseren?

COLUMN - Tussen klimaatontkenners en klimaatasceten zit een enorme groep mensen die wel klimaatverandering wil tegengaan maar (nog) niet bereid is hun manier van leven significant te wijzigen. Velen van hen zoeken de oplossing in het compenseren van hun klimaatschadelijke emissies. Bijvoorbeeld door tegelijkertijd met de aankoop van een vliegticket ook te betalen voor investeringen in duurzame energieprojecten en bosprojecten waardoor uitstoot elders wordt voorkomen. Er zijn vele aanbieders van klimaatcompensatie en bijna even zo vele verschillende manieren van compensatie. Maar is deze aflaat moreel wel in orde? Ik betwijfel het.

In Liberty and Justice geeft politiek filosoof Brian Barry een overtuigend voorbeeld wat er mis is met compensatie:

We will all agree that doing harm is in general not cancelled out by doing good, and conversely that doing some good does not license one to do harm provided it does not exceed the amount of good. For example, if you paid for the realignments of a dangerous highway intersection and saved an average of two lives a year, that would not mean that you could shoot one motorist per year and simply reckon on coming out ahead.

Het gaat hier geeneens om een deontologisch argument dat het toebrengen van schade altijd verkeerd is. Ook een utilist die niets om rechten en plichten geeft, maar enkel het geluk of nut in de wereld wil maximaliseren, zal problemen hebben met deze vorm van compensatie.

eHealth: panacee voor de participatiemaatschappij?

‘eHealth biedt chronisch zieken de mogelijkheid om te blijven werken en meedoen, met behulp van slimme technologie. Inventieve hulpmiddelen geven ouderen hun vrijheid en privacy terug. Zij hoeven de regie niet meer uit handen te geven. En iedereen, jong en oud, kan profiteren van apps en wearables om gezonder te leven.’ (Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn in een Kamerbrief van 9 oktober jl)

De opkomst van eHealth – ICT-toepassingen op het gebied van gezondheid – kan gemakkelijk worden begrepen als hulpmiddel voor het realiseren van de geprezen en vervloekte participatiesamenleving. Bovendien getuigen de aanprijzingen van eHealth van een begrip van ‘gezondheid’ dat naadloos aansluit bij dit participatie ideaal.

De actieve patiënt & burger

Nieuwe communicatie- en informatietechnologieën versterken en stimuleren de nu al zichtbare verschuiving van de patiënt als lijdend voorwerp, naar de patiënt als actieve deelnemer in het zorgproces. Een mooie illustratie hiervan is het ‘persoonlijk gezondheidsdossier’(PGD): een soort ‘facebook’ van jezelf als patiënt waarin je bijvoorbeeld je huisarts, specialist en naasten inzage kunt geven. Door al je persoonlijke medische gegevens bij elkaar te brengen, en daarnaast bijvoorbeeld een logboek bij te houden van je klachten, medicijngebruik, eetpatroon en dagelijkse beweging, creëer je het ultieme overzicht van je eigen gezondheid. Zo’n overzicht is op zichzelf nuttig wanneer je bij je arts komt voor een diagnose- of behandelplan. Maar er zijn ook al ‘slimme’ PGD’s die automatische gezondheidsadviezen geven op basis van de ingevoerde gegevens.

Foto: Val Kerry (cc)

Mensenrechten een verkapte vorm van Westers imperialisme?

OPINIE - Afgelopen maandag en dinsdag was er een congres aan de Universiteit Utrecht over mensenrechten, waarin specifiek de vraag centraal stond of deze universele status kunnen claimen. Eén van de sprekers stelde dat dit absoluut niet het geval is: ze* legde uit dat mensenrechten als institutie vaak door Westerse machten worden gebruikt om niet-Westerse culturele groepen “onze” waarden en wil op te leggen, en daarmee te onderdrukken. Het zou dus duidelijk zijn dat mensenrechten geen aanspraak op universaliteit kunnen claimen, en te eisen van staten dat zij mensenrechten respecteren zou zodoende onmiskenbaar een vorm van Westers imperialisme zijn.

Hoewel zo’n standpunt waarschijnlijk uit de allerbeste intenties voortkomt, is het om verschillende redenen ten diepste problematisch.

Ten eerste volgt de conclusie niet uit de premissen: dat soms een beroep op mensenrechten gedaan wordt om onderdrukking te verbloemen of maskeren, leidt niet tot de conclusie dat het idee van mensenrechten als zodanig onhoudbaar is. Zoals een toeschouwer in het publiek opmerkte: je kunt de meest fantastische idealen misbruiken, institutionaliseren op zo’n manier dat ze moreel problematische consequenties hebben – je kunt zelfs vrede gebruiken als excuus om oorlog te voeren. Maar dat betekent natuurlijk niet dat vrede “verkeerd” is!

Foto: Eric Heupel (cc)

Waarom de vluchtelingenkwestie geen goud-wit-zwart-blauw jurkje is

OPINIE - cc Flickr Leigh Blackall photostream relativisme #truth #relativismIn een recente column stelt Rob Wijnberg dat onze ‘meningen’ over de vluchtelingenkwestie of de dramatische aanslagen in Parijs van dezelfde soort zijn als onze meningen over het goud-witte of blauw-zwarte jurkje (voor de digibeten onder ons, het gaat om dit jurkje—zie ook deze post van Helen de Cruz). Volgens Wijnberg bestaat er wat betreft onze meningen over de jurk geen waarheid, en over de vluchtelingenkwestie evenmin. Wijnberg is niet de enige die hier zo over denkt. Dergelijk relativisme lijkt inmiddels salonfähig te zijn geworden.

Als ik naar de foto met de jurk kijk, zie ik hem als blauw-met-zwart, en ik krijg het niet voor elkaar om hem als goud-met-wit te zien. Wanneer ik naar een foto kijk van Syriërs achter hoge hekken in Hongarije, zie ik vluchtelingen, en krijg ik het niet voor elkaar om hen als gelukszoekers of terroristen te zien. Volgens Wijnberg zijn deze uitspraken dus wezenlijk hetzelfde.

Ik ben het daar grondig mee oneens. En dat is niet zomaar ‘een meningsverschil’.

Onlangs publiceerde Wijnberg zijn column ‘Waarom de vluchtelingenkwestie een goud-wit-zwart-blauw jurkje is’. Hij schrijft:

Het is een fenomeen dat mij al jaren mateloos fascineert: hoe kan het dat wij enerzijds een realiteit delen en anderzijds zulke waanzinnig uiteenlopende dingen zien als wij naar die realiteit kijken?

Foto: Kim'n'Cris Knight (cc)

Wie gelooft er nog in menselijke waardigheid?

OPINIE - Aan het begin van de zomer schreef ik over de teloorgang van menselijke waardigheid. De afgelopen maanden zijn de consequenties van het mensonwaardige Europese beleid alleen maar verhevigd: in volgepropte vrachtwagens op Oostenrijkse snelwegen, op een strandje bij Bodrum en iedere dag weer in de kampen van Calais. Dat schreeuwt om onmiddellijke actie, maar roept ook op tot nadenken. De trend om mensen af te schrijven treft namelijk niet alleen maar asielzoekers, maar ook werklozen, criminelen en hele volken als de Grieken. Over de hele politieke breedte roept die verharding steeds dezelfde prangende vraag op: begrijpen we eigenlijk nog wel waarom we mensen moeten helpen, gewoon omdat ze mens zijn? In dit essay zoek ik naar een antwoord.

Minderwaardig volk

In de afgelopen jaren is een gigantische groep medemensen ontmaskerd, die door hun gedrag niet alleen onze waardering heeft verloren, maar in sommige gevallen ook haar rechten.

Asielzoekers zijn natuurlijk al een geheel politiek tijdperk persona non grata. Het maatschappelijke dieptepunt werd onlangs bereikt in Steenbergen, maar het politieke dieptepunt vond plaats afgelopen april, de maand die gekenmerkt werd door drie kleine woordjes: bed, bad en brood. Even onschuldige als elementaire zaken die in Nederland niet gratis verkrijgbaar zijn. Sterker nog, volgens onze regering hebben uitgeprocedeerde asielzoekers er helemaal geen recht op. Dat recht hadden ze natuurlijk ooit wel. Maar op de dag dat de rechter definitief vonnist dat een asielzoeker niet in Nederland mag blijven wordt hij illegaal en verdient hij geen hulp. Blijkbaar heeft een illegaal zijn waarde verspeeld, en verdient hij slechts uitzetting.

En zo denken we wel over meer mensen. Werkgeversnotabele Hans de Boer zei het al: bijstanders zijn labbekakken. Wie niet werkt is schuldig, en moet verantwoording afleggen. In Rotterdam denken ze er ook zo over, waar uitkeringsgerechtigden gedwongen worden tegenprestaties te leveren. Voor wat, hoort wat. In Nederland is namelijk geen plek voor naïevelingen die iets willen krijgen terwijl ze er niets voor doen. Burgers moeten overheidshulp verdienen.

Foto: Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) (cc)

Waarom is orgaandonatie nog steeds een probleem?

Eens in de zoveel tijd laait de discussie op: moet er in Nederland een ander registratiesysteem komen voor orgaandonoren? Onlangs heeft D66 wederom een initiatiefwet ingediend om het bestaande systeem (geen donor, tenzij je expliciet aangeeft dit te willen zijn) te veranderen in een ‘opt-out’ systeem (automatisch donor, tenzij je bezwaar maakt). Dit is een tweede poging sinds de Raad van State negatief advies gaf over een voorstel van D66 en CDA in 2012. De verwachting is dat de wet er nu opnieuw niet doorkomt. En dat terwijl er toch veel levens mee gewonnen zouden zijn: naar schatting overlijden jaarlijks 150 mensen in afwachting van een orgaan. Van waar dan toch die weerstand?

Het ‘opt-out’-, of ‘geen bezwaar’- systeem houdt in dat iedere burger in Nederland orgaandonor is, tenzij hij of zij bezwaar maakt. In de praktijk zou dit volgens de initiatiefwet betekenen dat iedereen een brief thuiskrijgt met de vraag of je orgaandonor wilt zijn of niet. Bij geen reactie, krijg je na zes weken opnieuw een brief met dezelfde vraag. Wie dan nog niet reageert, wordt geregistreerd als orgaandonor. Het blijft daarna mogelijk om alsnog aan te geven geen orgaandonor te willen zijn. Ook behouden nabestaanden het recht om anders te beslissen.

Vorige Volgende