Bij Nader Inzien

36 Artikelen
Bij Nader Inzien presenteert inzichten uit de academische filosofie voor een breed publiek. Actuele maatschappelijke kwesties worden van filosofische analyse en reflectie voorzien. Recente ontwikkelingen in de academische filosofie worden toegankelijker gemaakt voor niet-specialisten
Foto: Bij Nader Inzien - Floor van Heuveln - illustratie Sara Mertens

De revolutie in je Instagram story

ESSAY - door Floor van Heuveln (Universiteit van Amsterdam & Wageningen University & Research)

Het was een nek-aan-nekrace. Afgelopen november woedde er een heuse Spotify-strijd tussen het haatdragende, door AI gegenereerde Nee tegen azc-nummer en diens hoopvolle tegenhanger Vrijheid, Gelijkheid en Zusterschap van de activistische zangeres Sophie Straat. In de voorafgaande weken kroop het anti-azc-lied gestaag omhoog in de Nederlandse hitlijsten. Om te voorkomen dat xenofobisch Nederland daadwerkelijk de top van streamend Nederland zou bereiken, riepen de Dolle Mina’s via sociale media op om Straats lied massaal te streamen en te delen.

Een ludieke actie die veelal op lof kon rekenen. Maar toch riep deze actie ook kritiek op. Satirisch nieuwsplatform De Speld bespotte de actie als een ‘gezond asieldebat’ via Spotify, terwijl Eva Dieteren zich in de Volkskrant afvroeg of politiek engagement dat zich uit in streams en shares niet vooral de kapitaalaccumulatie van het platform zelf dient. Of zoals het internationale pop-culture magazine Dazed het scherp stelt: “When did everything (and everyone) become so ‘performative’?”

Protestbewegingen gebruiken muziek al sinds mensenheugenis als politiek instrument. Het programma OVT van de VPRO dook afgelopen zomer in de geschiedenis van de protestsongs die de tijdgeest vertolkten en tegelijkertijd ook weer terug beïnvloedden. Zoals het Ierse rebellenlied Óró, sé do bheatha ‘bhailevrij vertaald: je bent welkom thuis. Tot op de dag van vandaag luid bezongen in de pub, fungeert de vrouwelijke piraat Gráinne Mhaol Ní Mhaille als feministisch symbool van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd en hedendaags taalherstel.

Foto: Illustratie Sara Mertens, met toestemming auteur en illustrator

AI is vreselijk

ESSAY - Door Teun van Son (Universiteit Antwerpen)

Deze tekst zal ongetwijfeld in de databases van AI-modellen zoals ChatGPT, Gemini en DeepSeek belanden. Die modellen maken namelijk gebruik van zogenaamde ‘scrapers’: programmaatjes die het web afstruinen op zoek naar data voor hun meesters. Die scrapers nemen data die vrij beschikbaar is – denk aan Wikipedia-pagina’s, sociale mediaposts, en blogposts – en gebruiken deze data voor commerciële doeleinden. AI-scrapers zijn maar nauwelijks tegen te houden; aan toestemming vragen doen ze niet. Ook deze tekst zal dus de ChatGPTs van deze wereld voeden. Hoe moet ik me daarbij voelen?

Door de gootsteen 

Laten we beginnen bij het meest voor de hand liggende euvel van generatieve AI (‘genAI’): het is enorm verkwistend. Een prompt in ChatGPT kost gemiddeld 10 keer zo veel energie als een zoekopdracht via Google. Dit zal de komende jaren alleen maar erger worden. Het genereren van een e-mail van 100 woorden door GPT-4 kost meer dan een halve liter water. De populaire beeldspraak dat deze diensten ‘in de cloud’ zouden leven, verhult de keiharde materiële werkelijkheid: genAI draait op datacenters, en die datacenters slurpen water en energie.

Google, een van de grootste spelers in het miljardenspel van genAI, beloofde in 2019 om zijn uitstoot tegen 2030 terug te dringen tot netto 0. Maar tussen 2019 en 2024 is Googles uitstoot niet gedaald; ze is gestegen met maar liefst 48%. De hoofdschuldige? Datacenters. GenAI is nu al verantwoordelijk voor 11% tot 20% van al het stroomgebruik van datacenters.

Foto: Jip Meijers (illustrator)

Op een planeet in crisis moet wetenschap interdisciplinair zijn

ESSAY, LONGREAD - Lange tijd gingen we ervan uit dat we klimaatproblemen zouden kunnen oplossen door voldoende wetenschappelijke kennis te vergaren, technologische innovaties te ontwikkelen en politieke kaders te creëren. Maar nu we dit alles gedaan hebben en de klimaatcrisis toch steeds verder uit de hand loopt, blijkt er meer nodig te zijn.

Aanpassing aan de klimaatcrisis is niet alleen een technische opgave waarbij vakgebieden als natuurkunde, techniek en geologie moeten samenwerken. Het is ook een sociale transitie en een overgang naar een nieuwe manier van denken en spreken.

Deze complexiteit vergt een combinatie van verschillende soorten kennis en manieren van kijken. Niet voor niets wordt de klimaatcrisis vaak aangehaald als illustratie om het belang van interdisciplinariteit aan te geven. Maar door de structuur van de universiteit wordt de belofte van interdisciplinariteit nog onvoldoende waargemaakt. Dat moet veranderen, en juist interdisciplinariteit kan ons daarbij helpen.

Een nieuwe taal leren

Er wordt vaak ingewikkeld gedaan over interdisciplinariteit, maar het betekent simpelweg ‘tussen disciplines’. Specifiek gaat het om leren communiceren tussen disciplines. Je leert steeds een nieuwe taal, zoals die van de natuurkunde of transitiewetenschap, en vertaalt je eigen discipline in die taal. Als je met anderen samenwerkt, ga je eerst in dialoog om te ontdekken wat de achtergrond en het niveau van je gesprekspartners is, zodat je daarbij kunt aansluiten.

Foto: Retha Ferguson Studio, via Pexels.

Is er plek voor de wetenschappelijke expert in de democratie?

ESSAY - door Lucas Dijker (University College Dublin)

Coronavirus, stikstofcrisis, kunstmatige intelligentie – onze samenleving staat bol van complexe problemen die alleen experts kunnen begrijpen. Toch verwachten wij in een liberale democratie dat burgers direct of via hun gekozen vertegenwoordigers deelnemen aan de besluitvorming over dit soort zaken. In een democratie ligt de uiteindelijke politieke macht immers bij het volk. Maar wanneer besluitvorming steeds afhankelijker wordt van wetenschappelijke experts, wat blijft er dan over van de democratie?

In veel opzichten staan wetenschap en democratie lijnrecht tegenover elkaar: democratische besluitvorming gebeurt door te stemmen, terwijl wetenschappers niet stemmen over wat waar is. De wetenschap zegt, of probeert te zeggen, wat de feiten zijn. Zoals filosofe Hannah Arendt schreef: feiten staan los van “overeenstemming, discussie, mening of instemming.” Het democratisch debat daarentegen draait juist om instemming, onenigheid en verschillende meningen.

Twee uitersten

De liberale democratie is min of meer een geïnstitutionaliseerd besluitvormingsproces waarin burgers op basis van gelijkheid collectief beslissen, met respect voor grondwettelijk beschermde individuele rechten. Maar omdat wij deze besluitvorming ook toepassen op complexe vraagstukken, zijn wij vaak afhankelijk van deskundigen.

Als de democratie zo sterk afhankelijk wordt van experts, riskeert zij een technocratie te worden – een elitaire vorm van epistocratie waarin alleen experts publieke besluiten nemen.

Foto: Boekomslag De politiek van vruchtbaarheid, ISVW 2024

Mannen steriliseren: een vrouwenzaak?

door Suzanne Roes

Ik lig met mijn partner op bed terwijl ik mijn zoveelste beklag doe over anticonceptie. Na dertien jaar giert er voor het eerst geen hormonaal voorbehoedsmiddel meer door mijn lichaam en ik ben er blij mee.

Al heel wat jaren ben ik ervan overtuigd dat ik geen kinderen wil en mijn (cisgender en mannelijke) partner heeft in de vier jaar dat we samen zijn altijd hetzelfde gezegd, maar ons gesprek verliep niet zo vloeiend als ik had verwacht. Hij leek verbaasd toen ik over sterilisatie begon. Een ding werd direct duidelijk: hij zou niet onder het mes gaan. Waarom zou je de optie om kinderen te krijgen wegnemen? Meer opties is in de meeste gevallen beter.

Hoewel we beiden feministisch in het leven staan, werd in dit gesprek duidelijk dat ik door in een vrouwenlichaam* geboren te zijn aan het kortste eind trok. Ik heb goede redenen om de optie weg te nemen, want ik kan zwanger worden en dat wil ik niet. Hij heeft goede redenen om zijn opties open te houden, want met het uitstellen van de beslissing om wel of geen kinderen te nemen verliest hij niets. Hij hoeft geen jaren te leven met ongezonde hormonen, of angst voor potentiële zwangerschappen te doorleven, en enkel als ik, zijn partner, niets anders gebruik, zal hij door het gebruik van een condoom wat minder voelen tijdens seks.

Foto: risingthermals (cc)

Waarom identiteitspolitiek noodzakelijk blijft

ESSAY - van Katrien Schaubroeck (Universitair hoofddocent Universiteit Antwerpen)

Identiteitspolitiek is een scheldwoord geworden. Iets waar je liever niet aan doet, want dan krijg je een hoop rotzooi over je heen. Niets dat zo polariseert als een mening over identiteit. Maar zogenaamde identiteitsstrijden zijn in oorsprong gevechten tegen onderdrukking. Vanuit moreel opzicht is het dan ook merkwaardig dat daar zo veel ophef over is ontstaan.

De Zwarte feministen van het Combahee River Collective

Dat de term identiteitspolitiek een stevige ‘bad rap’ heeft gekregen komt doordat publieke intellectuelen zoals Francis FukuyamaGreg Lukianoff en Jonathan Haidt en dichter bij huis mensen als Sid Lukkassen zich de term identiteitspolitiek toegeëigend hebben om er hun cultuurkritiek op te bouwen.

Maar als we teruggaan naar de geboorte van het begrip, moeten we kijken naar het Combahee River Collective, een collectief van Zwarte feministen dat in de jaren zeventig actief was in Boston. In de missieverklaring van het collectief, gepubliceerd in 1977, lezen we dit:

“This focusing upon our own oppression is embodied in the concept of identity politics. We believe that the most profound and potentially most radical politics come directly out of our own identity, as opposed to working to end somebody else’s oppression.”

Foto: duncan c (cc)

Jongeren moeten geen voorrang krijgen op de IC

Het draaiboek van ‘code zwart’ rammelt aan alle kanten, betoogde ethicus Fleur Jongepier afgelopen juni al. Nu de discussie hierover weer oplaait en minister Van Ark een wetsvoorstel heeft aangekondigd om het voorgestelde leeftijdscriterium te verbieden, plaatsen we het betoog van Jongepier opnieuw.

COLUMN - Er is een draaiboek dat artsen moeten gaan gebruiken bij het maken van keuzes in het geval er in de toekomst schaarste zou ontstaan op de ic’s. Het meest controversiële punt van het draaiboek gaat over wat te doen in ‘fase 3’. In fase 3 is de schaarste zo ernstig dat beslissingen mogelijk moeten worden genomen op ‘niet-medische’ gronden, dat wil zeggen: op ethische gronden.

In het draaiboek staat onomwonden dat de ‘jongere generatie een sterkere morele aanspraak’ heeft op levensreddende zorg, en dat het ‘rechtvaardig’ is om hun ‘voorrang te geven, omdat jongere generaties nog een lang leven voor zich hebben, terwijl dat voor oudere generaties minder opgaat’. Lees: iemand van 81 jaar krijgt sowieso géén ic-bed wanneer iemand van 33 ook een bed nodig heeft en er niet genoeg bedden zijn.

De opstellers benadrukken dat het draaiboek is bedoeld om een publiek debat op gang te brengen. Het valt vanuit ethisch oogpunt te betwijfelen of een draaiboek een wenselijk startsignaal is voor het voeren van een constructief publiek debat, maar laat ik bij deze bijten: het morele fundament onder het draaiboek rammelt aan alle kanten. Ik beperk mij tot vijf punten.

Foto: © NOS schermafbeelding persconferentie 12 maart 2020

Waarom Rutte de natiestaat als lichaam presenteert

ESSAY - door Levi van Veurs (Redacteur Kosmos Uitgevers)

“Nederland is nu een patiënt. En die patiënt moet behandeld worden,” zei premier Rutte afgelopen 12 maart tijdens een persconferentie over de maatregelen tegen het coronavirus. Rutte haakt daarmee in op een metafoor die in ons cultureel geheugen gegrift staat en ons denken beïnvloedt, namelijk: de figuurlijke relatie tussen natiestaat en lichaam.

Deze metafoor baant een weg voor politieke besluiten. Hoe dient ze Ruttes agenda?

Als je het ene zegt, maar het andere bedoelt

Als je ooit Il Postino (1995) over Pablo Neruda hebt gezien, kun je je waarschijnlijk het glunderende gezicht van Massimo herinneren als bij hem het kwartje valt na Neruda’s uitleg van het begrip ‘metafoor’: “Een metafoor, dat is als je het ene zegt, maar het andere bedoelt.”

Een talig trucje dus. Leuk voor een dichter, maar geen directe aanduiding van de dingen zelf. Waarom zegt Rutte niet gewoon waar het op staat?

Neruda’s uitleg impliceert dat er bij het gebruik van een metafoor een beweging van het figuurlijke naar het letterlijke gemaakt moet worden om de betekenis te snappen. Maar is het wel zo dat we, als we het gordijn van de metafoor opzij trekken, de naakte waarheid aantreffen? Hoewel metaforisch taalgebruik door de eeuwen heen door verschillende denkers als ‘leugen’ werd bestempeld, zijn er ook filosofen die beweren dat metaforen juist constructief zijn voor ons denken.

Foto: ApolitikNow (cc)

Is online manipulatie oké als het niet effectief is?

ESSAY - door Fleur Jongepier (Universitair Docent Radboud Universiteit Nijmegen).

De concepten “individu” en “vrijheid” hebben in het digitale tijdperk geen betekenis meer (Yuval Noah Harari). Omdat algoritmes “ons beter begrijpen dan wij onszelf begrijpen, kunnen ze ons manipuleren op manieren die we niet kunnen begrijpen” (Jamie Bartlett). We worden door big tech bedrijven behandeld als een massa “gebruikers” die als een kudde “samengedreven” kan worden (Shoshana Zuboff).

Poeh, poeh, nou, nou, zo kan die wel weer. Wordt de soep werkelijk zo heet gegeten als die wordt opgediend? Jesse Frederik en Maurits Martijn (hierna: team FrederikMartijn) plaatsen in een stuk in de Correspondent terecht de nodige vraagtekens. Online advertenties (dat is waar het de meesten die alarm slaan om te doen is) zijn, stellen zij, de “nieuwe internetbubbel”.

Wordt ons brein “gehijacked”?

Team FrederikMartijn geeft goede reden om te twijfelen aan de effectiviteit van online advertenties en dus ook, zou je denken, aan de ernst van – dat wil zeggen, de morele bezwaren omtrent – online manipulatie. Ik moet eerlijk toegeven: ik ben door het stuk geturned. Aanvankelijk zat ik in het “onze autonomie staat mogelijk (!) op het spel”-kamp, en nu denk ik toch: ja, aan mij zul je toch geen stilettohakken kunnen slijten, hoeveel een algoritme ook over mij weet, en hoe vernuftig de advertenties ook zijn. Plus, de meeste van de belangrijke keuzes die ik in mijn leven maak (wat betreft carrière of sociaal leven) zijn voldoende autonoom. Ik heb bepaald niet het idee dat mijn “brein” in feite “gehijacked” wordt (Harari). Waar hebben we het dus precies over?

Foto: Clair Graubner (cc)

Vogelvrij in je eigen huis

ESSAY - door Matthé Scholten (Ruhr-Universität Bochum)

Sinds de jaarwisseling zijn mensen met psychische aandoeningen vogelvrij in hun eigen huis. Op 1 januari is namelijk de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in werking getreden.

Onder voorganger Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen waren (zoals de naam van de wet al doet vermoeden) enkel gedwongen opnames in instellingen geregeld. Dat is niet meer van deze tijd – een tijd waarin mensen met psychische aandoeningen een plek midden in de maatschappij zouden moeten hebben. En niet onbelangrijk: een tijd waarin vanwege verregaande kostenbesparingen het aantal bedden in psychiatrische ziekenhuizen in rap tempo is afgebouwd.

De nieuwe wet maakt het daarom mogelijk om personen met psychische aandoeningen ook in de thuissituatie gedwongen te behandelen.

Aan goede bedoelingen geen tekort.

Zo moet de wet bijvoorbeeld vroegtijdige interventie mogelijk maken en de inspraak van betrokkenen vergroten. Verder is het uitgangspunt van de wet dat dwangmaatregelen alleen als uiterste middel mogen worden toegepast. Deze video van het ministerie vat de hoofdpunten van de nieuwe wet kort samen.

Alle goede bedoelingen ten spijt lijkt het erop dat mensen met psychische aandoeningen sinds de jaarwisseling in de meest ongelukkige combinatie van een nanny state en een politiestaat leven.

Foto: Knar Bedian (cc)

Waarom we zonder ‘zelfmoord’ zouden moeten

ESSAY - door Govert den Hartogh (Emeritus hoogleraar Universiteit van Amsterdam).

Zelfmoord. We komen het woord dagelijks tegen, in de krant, in het journaal. Maar is iemand die zijn eigen leven beëindigt eigenlijk wel een moordenaar?

Volgens het strafrecht is moord het doden met voorbedachten rade. En het is zeker zeldzaam dat iemand zichzelf zo impulsief doodt dat je niet van voorbedachten rade kunt spreken. Maar aan ‘moord’ zitten meer connotaties vast. In het Duitse wetboek van strafrecht is in de Hitler-tijd de volgende definitie van ‘moordenaar’ opgenomen: iemand die een mens doodt uit moordlust, ter bevrediging van de geslachtsdrift, uit hebzucht of uit enige andere minderwaardige beweegreden, heimelijk of gruwelijk of met middelen die gevaarlijk zijn voor anderen of om een misdrijf mogelijk te maken of te verdoezelen. Ja, de Nazi’s wisten waar ze het over hadden. Juristen kunnen weinig met deze definitie maar als opsomming van betekeniselementen van ‘moord’ in de dagelijkse taal is zij heel herkenbaar.

Ga het maar na, van bijna geen enkel van die elementen is normaal sprake bij ‘zelfmoord’.

Het belangrijkste verschil is wel dat iemand die zichzelf doodt in elk geval op dat moment denkt dat de dood voor hem te verkiezen is boven het leven. Hij heeft geen ‘minderwaardige beweegreden.’ We associëren zelfmoord weliswaar met het gebruik van gruwelijke middelen: jezelf ophangen, verdrinken, van een hoog gebouw of voor de trein werpen, of door het hoofd schieten. Maar oude en zieke mensen kunnen ook een eind maken aan hun leven door op te houden met eten en drinken, en dat is bij voldoende voorbereiding en begeleiding een humane dood. De middelen die de dokter gebruikt voor hulp bij zelfdoding kun je ook zelf via internet in Mexico bestellen. Ook dat zijn geen gruwelijke middelen.

Foto: bixentro (cc)

Er zit een ‘kloof’ tussen burgers en bestuurders. Maar welke?

COLUMN - In de bijdrage van 4 februari 2019 op Bij Nader Inzien, concludeert politiek filosoof Teun Dekker dat de Nederlandse politiek zich de afgelopen twintig jaar heeft bewogen “tussen de regenten van het tweede Paarse kabinet en het populisme van ‘de nieuwe politiek’”, waarmee “de relatie tussen burgers en bestuurders ernstig verstoord” is geraakt. Hiermee probeert Dekker de veelbesproken kloof te verklaren. Uit deze verklaring volgt een remedie: wederzijds respect tussen burgers en bestuurders. Of eigenlijk, als eerste stap, wederzijds begrip. Het betoog is echter gebaseerd op een inconsistente analyse van het – vermeende – probleem van de kloof tussen burgers en bestuurders.

De ‘kloof’ als vertrouwensbreuk

Dekker heeft het enerzijds over het gebrek aan vertrouwen in de ‘hoge heren’ van het bestuur en anderzijds over het gebrek aan de wil bij bestuurders om hun beleid uit te leggen aan de mensen. Die tweede component heeft meer onderbouwing nodig dan de stellige bewering dat het zo is. Op welke manier zijn bestuurders nu minder bereid hun beleid uit te leggen dan twintig jaar geleden? Of minder open wat betreft dat beleid? Een meer principieel probleem schuilt echter in de eerste vermeende component: het gebrek aan vertrouwen.

Foto: Martin Tod (cc)

Kunst op Zondag | Kunst hoef je helemaal niet te ‘snappen’

ANALYSE - Vandaag in Kunst op Zondag een gastbijdrage van Clinton P. Verdonschot, een artikel dat eerder verscheen op Bij Nader Inzien.

Toen afgelopen 5 mei Childish Gambino (a.k.a. Donald Glover) de single “This is America” uitbracht, ontplofte het internet. Iedereen, zo leek, had vrij genomen voor een bijzondere sessie muziekvideo bingewatchen. Dat leek mij niet eens zo gek: de eerste keer dat ik de clip zelf zag, voelde als een lawine van subtiele en minder subtiele verwijzingen naar de kwestie van racisme in de V.S. Ik heb meteen die avond de video nog minstens drie keer bekeken, daarna heb ik een nieuwsartikel gelezen over de vele verwijzingen in de clip, en toen heb ik de clip nóg maar een keer gekeken. Dit is de clip, voor degenen die hem nog niet hebben gezien:

Waar ik het nu vooral over wil hebben is dat nieuwsartikel en de talrijke interpretaties die worden aangeboden op YouTube. Die variëren namelijk van zinnige observaties tot wilde fan-theorieën over de ‘diepere’ betekenis van de song.

Nu wil ik niemand het plezier ontzeggen om eindeloos te speculeren over wat Childish Gambino misschien wel/niet bedoelde te zeggen met (bijvoorbeeld) zijn vreemde danspasjes, maar ik wil wel beargumenteren dat die mindset niet noodzakelijk is om de clip te bekijken. Met andere woorden, je hoeft de clip helemaal niet te zien als een uitdaging om allerlei verborgen verwijzingen te ontdekken. Sterker nog, ik denk dat die mindset je soms ook blind kan maken voor wat de kracht van een kunstwerk kan zijn.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De waarde van privacy(schendingen)

COLUMN - door Esther Keymolen

cc commons.wikimedia.org Marion ManolaWat heeft zangeres Marion Manola (zie foto), die furore maakte op Broadway aan het eind van de 19de eeuw, gemeen met voetballer Robin van Persie en realityster Barbie (aka Samantha De Jong)? Alle drie beroemdheden zijn geconfronteerd met privacy-inbreuken. Marion Manola werd belaagd door fotografen toen ze in haar weinig verhullend kostuum op het podium stond. Haar werkgever, die het plan had opgevat de foto’s als reclame te publiceren in de krant had daartoe opdracht gegeven maar had dit niet van te voren aan Marion Manola voorgelegd. Zij was furieus en stapte naar de rechter om de publicatie van de foto’s tegen te houden. De rechter gaf haar gelijk en de foto’s mochten niet zonder haar toestemming worden afgedrukt.

Deze gebeurtenis was één van de aanleidingen voor de juristen Samuel Warren en Louis Brandeis om hun legendarische artikel “The Right to Privacy” te schrijven. In dit artikel definiëren ze privacy als “the right to be let alone”, het recht om met rust gelaten te worden.

De noodzaak om zo een recht te formuleren kwam niet uit de lucht vallen maar is rechtstreeks verbonden met de opkomst van het fototoestel en het verdienmodel van de tabloids (ook wel yellow journalism genoemd, naar de kleur van het papier waarop het gedrukt werd). Deze (riool)journalistiek was erop gericht smeuïge en niet noodzakelijk waarheidsgetrouwe nieuwtjes te publiceren, het liefst vergezeld van een prikkelende foto. Tegen zulke journalistieke wanpraktijken moesten burgers beschermd worden, zo meenden Warren en Brandeis. Als je je op straat begeeft of je ergens anders in de publieke ruimte bevindt, moet je erop kunnen vertrouwen dat je niet gelijk met foto en al de volgende dag op de voorpagina van de krant prijkt. Wat Marion Manola overkwam als celebrity, zo voorzagen Warren en Brandeis, kon immers iedereen gebeuren.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

‘Illusies voor gevorderden. Of waarom waarheid altijd beter is’ van Maarten Boudry

RECENSIE - © Uitgeverij Polis Cover Illusies voor gevorderden van Maarten Boudrydoor Hans van Eyghen (PhD, Vrije Universiteit Amsterdam)

Waarheid is altijd beter. Deze boude claim vormt de kern van wat Maarten Boudry in zijn boek Illusies voor gevorderden. Of waarom waarheid altijd beter is (Uitgeverij Polis) betoogt. Wie het boek leest, merkt dat Boudry deze claim niet echt beargumenteert. Hij argumenteert hoogstens dat waarheid meestal beter is en laat enkele illusies met beperkte impact toe. Boudry gebruikt de term ‘illusie’ min of meer als synoniem voor ‘onwaarheid’. In een wereld waar waarheid (meestal) beter is, is geen plaats voor illusies. Boudry geeft drie argumenten: de catch 22 van illusies, de meeste illusies hebben geen nut, en illusies die nut lijken te hebben, hebben dat in feite niet. In wat volgt bespreek ik deze drie argumenten. Ik eindig met enkele algemene opmerkingen over het boek.

De catch 22 van illusies

Boudry’s belangrijkste argument tegen onwaarheid noemt hij de catch 22 van illusies.[1] Boudry merkt op dat het onmogelijk is onwaarheden voor waar aan te nemen. Zelfs als er nuttige illusies zouden zijn  (wat Boudry ontkent in zijn tweede argument), is het onmogelijk deze voor waar aan te nemen wanneer men weet dat ze illusies zijn en nuttige illusies kunnen hun nut niet uitoefenen als ze niet voor waar worden aangenomen. Als we Boudry’s argument reconstrueren lijkt hij te stellen dat een nuttige illusie de mens voor twee keuzes stelt, of zij verwerpt de illusie of zij neemt hem aan. In het eerste geval heeft ze vanzelfsprekend geen baat van de illusie. In het tweede geval ook niet omdat ze weet dat de illusie niet waar is (het is nu eenmaal een illusie).

Foto: Zennie Abraham (cc)

Esthetische redenen tegen Kevin Spacey

door Clinton Peter Verdonschot (PhD, University of Essex)

In een blogpost over het waarderen van kunst/films van moreel bezwaarlijke figuren, schrijft Kathleen Stock over haar liefde voor Woody Allen films zoals Annie Hall en Crimes and Misdemeanors. Ze vraagt zich af: waarom heb ik geen problemen om deze films te waarderen, terwijl ik erken dat Allen zelf een akelig persoon is en mogelijk zelfs een pedofiel? Ze beargumenteert dat ons inlevingsvermogen niet noodzakelijkerwijs geblokkeerd wordt, zolang maar de voorgestelde wereld van de film gescheiden kan worden van de persoonlijke overtuigingen van de artiest.

Op grond hiervan, trekt Stock de wat snelle conclusie dat het geen esthetische reden is om kunstwerken te verwerpen simpelweg omdat ze gemaakt zijn door (of met medewerking van) moreel slechte personen. Neem het geval van Kevin Spacey: het lijkt me duidelijk dat Spacey moreel verwerpelijke dingen heeft gedaan. Er kunnen daarom morele of politieke redenen zijn om niet meer naar House of Cards te kijken (bijv. omdat je Spacey niet langer financieel wil ondersteunen). Maar zolang House of Cards niet zelf propaganda is voor seksueel misbruik, zijn er vooralsnog geen esthetische redenen om de serie te verwerpen, aldus Stock:

even people with very bad characteristics can sometimes make and produce enjoyable, pleasant, good, true, or otherwise life-enhancing things.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Hoe de vrijheid van meningsuiting van de een die van een ander kan verhinderen

OPINIE - Wanneer wegen de pros van vrijheid van meningsuiting op tegen de cons, en aan welke cons moeten we denken? In een eerdere blogpost boog ik me over de vraag of verweer en weerlegging altijd een goede manier is om om te gaan met onware en kwetsende uitspraken. Ik beloofde toen een vervolgblog waarin ik in zou gaan op de relatie tussen vrijheid van meningsuiting en het toebrengen van schade aan anderen. In deze blog wil ik specifiek verkennen of de uitoefening van iemands recht op vrijheid van meningsuiting soms datzelfde recht van een ander om zeep kan helpen. Als dat zo is, kan het opvolgen van Mill’s principe in bepaalde gevallen zelfondermijnend zijn.

Vrijheid van meningsuiting en Mill’s schadebeginsel

In de eerdere blogpost vatte ik schematisch ‘Mill’s principe’ over vrijheid van meningsuiting als volgt samen:

  • Foute meningen mogen niet worden gecensureerd.
  • Foute meningen vragen om verweer en weerlegging.
  • Verweer en weerlegging brengen epistemische voordelen.
  • Mill was een optimist – ik denk niet dat hij de Baudets, Trumps en internettrolls van deze wereld had kunnen voorzien. Je kunt je dan ook afvragen hoe Mill over het gewicht van zijn eigen principe zou hebben gedacht als hij nu had geleefd. Absoluut is het principe in elk geval niet. Mill is hier expliciet over: het toebrengen van schade aan anderen is de grens. Het Milliaanse principe van het recht op vrijheid van meningsuiting dient dus te worden afgewogen tegen een ander Milliaans principe, namelijk, het schadebeginsel (zie ook deze blog). Kortweg, als iemands uitspraken anderen schade toebrengen, dan vervalt daarmee zijn recht op vrije meningsuiting.

    Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

    Is verweer en weerlegging de juiste reactie op onware en kwetsende uitspraken?

    ANALYSE - Door Fleur Jongepier (postdoc, University of Cambridge)

    Wat is de juiste reactie op onwaarheden, kwetsende uitspraken en bullshit? Er is een manier om deze vraag te beantwoorden die ik steeds vaker tegenkom: ‘verweer en weerlegging’. In zijn TEDx Talk zegt Quassim Cassam bijvoorbeeld dat het antwoord op complottheorieën moet zijn “rebut, rebut, rebut”. En afgelopen maandag schreef Patrick Loobuyck dat moreel of wetenschappelijk foutieve meningen “niet verboden, maar bestreden [moeten] worden”.

    De wortels van de deze benadering zijn te vinden in wat J.S. Mill’s schrijft over de vrijheid van meningsuiting in On Liberty. Daarin voert Mill het zogenaamde kennisargument voor vrijheid van meningsuiting op. Mill’s idee is dat er een vrij toegankelijke ‘marktplaats van ideeën’ bestaat waar kennis kan ontstaan en gedijen. Opvallend aan zijn betoog is dat onware overtuigingen ook toegelaten moeten worden tot de marktplaats. Een reden daarvoor is bescheidenheid: in de geschiedenis is het vaak gebeurd dat men dacht dat x waar was (‘er is niks mis met slavernij’) en y onwaar (‘de aarde draait om de zon’) terwijl dit niet zo bleek te zijn (Mill: “To deny this is to assume our own infallibility”). Door onware meningen niet te censureren, erkennen we dat we er faliekant naast kunnen zitten, hoe zeker we ook van onze zaak zijn.

    Foto: Christoph Lehmann (cc)

    Ethiek van de voortplanting

    COLUMN - Er verschijnt de laatste tijd meer en meer interessant werk in de ethiek van de voortplanting. Daniel Friedrich kreeg van The Journal of Applied Philosophy  de prijs van beste artikel van het jaar 2013 voor zijn artikel ‘A duty to adopt?’, Christine Overall oogstte grote belangstelling met haar boek  Why Have Children?: The Ethical Debate, recent verscheen een bundel Permissible Progeny? The Morality of Procreation and Parenting.

    De moraliteit van ouderschap en voortplanting –  waarover gaat dit eigenlijk? Zoals zal blijken was De Dag van de Aarde best een goed moment om hier enkele gedachten aan te wijden.

    De eerste gedachte die in mij opkomt: bestaat er wel zoiets als een ethiek van de voortplanting? Of wordt dit domein bijvoorbeeld door publicatiedrang in het leven geroepen? Het is een tamelijk nieuw en onontgonnen (en dus spannend) terrein, maar misschien is dat zo om een goede reden?

    Er zijn allerlei overwegingen die meespelen in de beslissing om een kind te nemen (eerst nog een grote reis maken? eerst een job vasthebben? en, misschien typischer voor Vlaanderen dan Nederland, eerst een huis kopen?), maar weinigen met een kinderwens zullen zich de morele vragen stellen die ze zich volgens Friedrich, Overall en collega-ethici moeten stellen. In een paar uitzonderlijke gevallen, zoals moeders van 60 jaar of ouders met een ernstige genetisch overdraagbare aandoening, zullen de meeste mensen hun morele oordeel klaar hebben. Maar wanneer een koppel gezonde dertigers beslist een kind te nemen  – wat zou moraalfilosofie daarover te zeggen hebben? Is dat geen persoonlijke beslissing, gebaseerd op voorkeuren, verlangens, ambities die buiten het morele blikveld vallen?

    Foto: grevillea. (cc)

    Den Haag: de internationale stad van vrede en recht

    COLUMN - Den Haag is de internationale stad van vrede en recht met de hashtag: #peacejustice. “Tienduizenden mensen werken [daar] elke dag samen aan een vrediger, rechtvaardiger en veiliger wereld. In zo’n 160 organisaties, honderden bedrijven en kenniscentra. Ook in het Vredespaleis, al meer dan 100 jaar het symbool voor internationale gerechtigheid.”

    Deze tekst komt van een website die een initiatief is van de gemeente Den Haag en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Buiten Den Haag werken er nog vele juristen, gewetensvolle non-profit mensen en academici (filosofen, sociale wetenschappers, juristen, enz.) aan internationale gerechtigheid. In Nederland is er uit gemeenschapsgelden een hele intellectuele infrastructuur van leerstoelen en onderzoeksinstituten opgebouwd om mensenrechten te bestuderen en te helpen verankeren. Er wordt, al met al, in Nederland goed verdiend aan het internationaal recht. (Echt waar: een van de links op die website, waar The Hague Security Delta en Toeristische informatie Den Haag naast elkaar staan,  is naar Doing Business in the Hague.)

    Beroepshalve spreek ik weleens jonge mensen die carrière willen maken in deze intellectuele infrastructuur om via het internationaal recht zich in te zetten voor een rechtvaardiger wereld; ik leer dan over methoden om het onrecht elders te verminderen of zelfs te voorkomen. Ik hoor over nieuwe juridische, politieke, of filosofische concepten en strategieën die het internationaal recht zullen versterken. Het is mijn taak om jonge geesten aan te moedigen, dus ik luister welwillend. Ik ben altijd onder de indruk van de wilskracht om voor anderen op te komen.

    Volgende