Ambachtelijke strapatsen en de pepernotenrevolutie

Er loopt op de tv een heel irritant reclamespotje voor Lu. In een bakkerij staat een bakker trots de lekkerste koekjes te verkopen. Hij doet of hij ze zelf heeft gemaakt (“van goudgeel graan”) maar in werkelijkheid staat hij achterin de zaak niets anders te doen dan industriële koekjes van Lu uit de verpakking halen. De boodschap is duidelijk: je hoeft niet naar de ambachtelijke bakker, want die kan het tóch niet zo lekker als Lu. Natuurlijk zijn er voor de rest nog een paar ondertonen, maar dat is uiteraard per ongeluk.

Van zulke spotjes word ik best boos. Er zijn in Nederland heus niet meer zo gek veel vakmensen die eerlijke spullen leveren en die hebben het al moeilijk genoeg in een tijd waarin een groot deel van ons volk tijd noch geld wenst te besteden aan het in huis halen van behoorlijke waar.

Maar vandaag liep ik binnen bij mijn lokale vestiging van Harrie van Looijengoed, ambachtelijk bakker en lid van een organisatie die zich Het Gilde noemt. “Het Gilde zorgt ervoor dat haar (sic!) leden aan de hoogste kwaliteitseisen voldoen (…) Alle Echte Bakkers hebben een eigen bakkerij waar de producten zelf gemaakt worden”. Harrie heeft best lekker brood overigens.

En wat zag ik bij de echte ambachtelijke bakker Harrie van Looijengoed achter de toonbank staan? Een kartonnen doos van die andere industriële koekenbakker Bolletje van waaruit de fabriekspepernoten kennelijk rechtstreeks in daartoe klaarliggende echte ambachtelijke zakjes werden geschept.

Ik zweer het u, eetlezers: waar moet het heen met de wereld? En minstens even belangrijk: waar moet ik nu heen voor mijn brood?

Het is tijd voor pepernotenrevolutie, want behalve het feit dat de pepernoten ons tegen de tijd dat het 5 december is onderhand de strot uitkomen (pepernoten niet vóór Sinterklaas het land in!) zijn ze sowieso al niet meer te hachelen. Zooi is het met laffe industriële smaakjes. Terwijl pepernoten niet voor niets zo heten: ze horen naar peper te smaken!

Gelukkig is Lizet Kruyff er nog. Zij ging op zoek naar het vrijwel in de mist der tijd verloren recept voor échte pepernoten en ijvert nu voor een heuse pepernotenrevolutie. Met een pepernoot waarin staartpeper gaat, een Afrikaanse zwarte pepersoort die minder scherp maar wel veel spannender smaakt dan de Oostaziatische peper die we allemaal kennen. Geen wonder dus dat je je er een slag in de rondte naar zoekt, want wat lekker is, is in Nederland nauwelijks te krijgen. Lizet verwijst ons naar Cava d’Or in Hoevelaken of Vanilla Venture in Amsterdam.

Pepernotenrevolutie, ik ben ervoor. Het woord is trouwens voorgedragen voor de publieksprijs foodlingo van het jaar, waarvoor u–mits u in het bezit bent van een Twitteraccount–nú kunt stemmen. Bij de twaalf nominaties zijn overigens dit jaar niet minder dan drie begrippen die aan mijn eigen creatieve brein zijn ontsproten, iets waarop ik stiekem (nou, vooruit, openlijk) best wel heel trots ben, vooral omdat twee ervan het erg goed doen in de tussenstand. Nee, ik ga u niet zeggen welke het zijn. Dat mag u zelf proberen uit te maken. Maar ik vind het wél leuk als u erop stemt natuurlijk.

  1. 3

    Misschien moet je je eten ook net als vroeger in een vliegenkastje bewaren, in plaats van in de koelkast of diepvries. Daar krijgt het na een paar dagen vanzelf een extra smaakje van.

  2. 5

    Ik kocht in de 80s al colaflesjes en jodenvet bij ‘het bakkertje’. Zo raar is dat niet. Voor “eigen baksel eerst” zijn niet meer genoeg klanten te vinden denk ik. Zullen vast wel peperettes of kruidtraiteurs zijn voor de fijnproevert. Maar als pauper vind ik een zakje roomboter kruidnootjes van Trolletje prima te doen. Die hoef je ook maar heel kort te frituren. Zouden ze in Myra al met Afrikaanse pepers hebben gewerkt? Reeds door de goedheiligman zelluf als premium-select aangewezen toen ie er rondtrok om Pietjes te halen?