‘Omdat ik de dingen heb gezien zoals ze zijn, ben ik aan de zijlijn blijven staan.’, zegt de Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran ergens aan het einde van deze vierde aflevering van Zomergasten. Schrijver Tommy Wieringa liet een fragment met deze vrolijke pessimist zien omdat hij diens zwartgallige wereldbeeld zei te delen. Wieringa zit alleen net wat anders in elkaar, heeft een ‘gelukkige chemie’, waardoor de uitzichtloosheid van de dingen hem niet verlamt en hij juist wel dingen doet. Zoals fondsen werven om Oekraïne te kunnen helpen. En bomen planten.
Tegen beter weten in misschien. Maar ook weer niet. Want, zoals Joe Speedboat zegt in het gelijknamige boek waarmee Wieringa doorbrak bij het grote publiek: ‘Er is geen vooruitgang, er is alleen beweging.’ En als je zo’n beweging lang genoeg volhoudt, dan kan het zomaar zijn dat er op een gegeven moment iets is wat er eerst niet was.
‘I am gonna do something’
Neem de eenvoudige tegelzetter van Italiaanse komaf uit het derde fragment, die in een kleine 34 jaar met ontelbare kapotte flessen, scherven en cement een kathedraal voor het menselijke wist te bouwen gebouwd. Wat Wieringa bewonderde aan deze Simon Rodia was diens verbeeldingskracht en werklust. ‘Hij zag schoonheid en betekenis in iets wat anderen weggooien.’ Wat dat betreft was hij een circulair kunstenaar avant la lettre. ‘I am gonna do something’, met die woorden was hij ooit aan het project begonnen.
Of neem de Indiase man die, toen hij in 1974 merkte dat de droogte de slangen liet sterven, boompje voor boompje een bos wist te planten waar nu tijgers, neushoorns en pauwen leven. En slangen.
Of neem A.L. Snijders die elke dag een Zeer Kort Verhaal maakte en zo een uniek oeuvre bij elkaar wist te schrijven. Waarin hij, zoals Wieringa het zei, het dadaïsme en taoïsme samenbracht. Snijders’ favoriete Taoïstische wijsheid, zo weet ik toevallig, is dat de weg onbestendig daadloos is, maar dat niets ongedaan blijft. Hij hield zich op aan de rand van de wereld, zegt Wieringa, om die wereld haarfijn te kunnen beschrijven. ‘Alles geeft licht in die verhaaltjes.’
Tussen kunst en actie
Toen hij nog fictie schreef, was hij denk ik met hetzelfde bezig: het bouwen van een kathedraal van romans over excentrieke moeders en vliegtuigen. Maar toen werd hij in 2023 door Jaap Scholten uitgenodigd om per konvooi mee te gaan naar Oekraïne. Sindsdien heeft hij aan den lijve ondervonden wat er op het spel staat en rijdt hij geregeld met Protect Ukraine mee om medische hulpmiddelen, drones en wat dies meer zij naar het front te brengen. En is hij eigenlijk fulltime bezig om geld in te zamelen.
Zo nu en dan merkte je een soort spagaat. Aan de ene kant vindt hij niet dat het individu verantwoordelijk is voor de staat van de wereld en begrijpt hij dat de Ciorans en A.L. Snijdersen aan de zijlijn blijven staan. Aan de andere kant doet hij wel degelijk een beroep op ieders morele verantwoordelijkheid om iets te doen.
Janine Abbring probeerde hier en daar nog wat tegengas te geven. Na een fragment over de problemen van kernafval voor toekomstige beschavingen, probeerde Abbring nog even aan te stippen dat we kernenergie nodig hebben om het gat te vullen dat fossiele energie achterlaat en wind- en zonne-energie nog niet kunnen invullen (een argument dat ooit in Zondag Met Lubach werd gemaakt – waar Abbring hoofdredacteur is, zoals u ongetwijfeld weet). Wieringa had één woord voor haar: koelwater. Volgens hem waren onze zeeën en rivieren al te zeer opgewarmd om als koelwater te kunnen dienen.
Ook toen Abbring aanstipte dat hij in Konvooi de Oekraïners als vrijheidslievende helden afschildert terwijl hij de Russische soldaten Orks noemt, wist Wieringa haar vrij snel en eloquent de mond te snoeren. Maar ik moest toch ook denken aan een fragment dat een eerdere Zomergast, Sana Valiulina, had laten zien, over een dorp, diep in Rusland, ver verwijderd van Moskou, waar straatarme mannen zich voor roebels laten verleiden om ten strijde te trekken. En ik moest ook denken het bericht dat de gemiddelde levensverwachting van een Russische soldaat aan het front amper dertig minuten is. Ik neem het de Oekraïners niet kwalijk dat voor Poetin een mensenleven niks waard is, maar ik blijf het belangrijk vinden om me te beseffen dat het wel degelijk mensenlevens zijn die daar worden opgeofferd. Maar net toen Wieringa, kreeg ik de indruk, een voor hem essentieel punt wilde maken, werd hij onderbroken door Abbring, die naar het fragment met Cioran wilde.
Tijd voor een koude verbinding
‘Als het je lukt om mensen mee te nemen, als je je niet geneert voor het grote gebaar, en ook niet voor sentimentaliteit, en zelfs niet voor clichés, als je je allemaal niet bekommert om wat mensen vinden, dan krijg je dit soort literatuur’, zei Wieringa over The World According To Garp, waarmee hij de avond begon. Datzelfde kun je zeggen over Zomergasten. ‘Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk’, zo verwoordde A.L. Snijders het. Als iemand zich niets aantrekt van de kijker, dan levert dat de mooiste uitzendingen op.
Tommy Wieringa schuwde het grote gebaar niet, schuwde de sentimentaliteit niet, schuwde zelfs het cliché niet, maar de kijker vergeten? Dat was denk ik te hoog gegrepen. Had volgens mij twee redenen. De eerste reden schuilt in Wieringa’s activisme: het is een man met een missie. Als je zulke belangrijke boodschappen hebt over te brengen, kun je je niet veroorloven de kijker te vergeten.
De tweede reden schuilt in zijn kunstenaarschap: Wieringa is teveel maniërist om te vergeten hoe hij overkomt. Het is iemand die niet alleen schrijver is, maar ook schrijver speelt. Een schrijver die op televisie in ronkende volzinnen wil spreken. Die zegt dat dingen hem ‘midscheeps raken’ en die het woord ‘machteloosheid’ in een klein notitieblokje schrijft terwijl hij naar een zeer, zeer indringend fragment kijkt, dat hij voor de vijfde keer ziet. Om dan in een notitieblokje het woord ‘machteloos’ te schrijven, lijkt mij puur performatief, om met Merel Pauw te spreken.
Maar goed, hoor mij zeuren. Mierenneukerijen van een fan. Met Joe Speedboat en Dit Zijn De Namen heeft Tommy Wieringa wat mij betreft twee van de beste Nederlandstalige boeken van de laatste vijftig jaar geschreven. Ik lees zijn columns graag en ben het van harte eens met zijn kijk op zowel klimaatverandering als Oekraïne, enige aanstellerij vergeef ik hem graag.
Een fraaie avond over het leven als hel waarin ieder moment een wonder is.