De VVD heeft op haar partijcongres weer eens ontdekt dat ondernemers de oplossing zijn, vakbonden lastig doen en links de economie vooral in de weg loopt. Dilan Yeşilgöz en Ruben Brekelmans richtten zich tot vakbonden en linkse partijen: zij moesten “meedenken” en de economische groei vooral niet “tegenwerken”. Ook moest de sociale zekerheid op de schop, anders zou die onbetaalbaar worden.
Daarna kwam de zin die het hele VVD-denken in één keurige vitrinekast zette: “Het grootste verschil tussen links en rechts is: wij kijken naar de wereld hoe die is, niet hoe die had moeten zijn.”
Die formulering is bedoeld om nuchterheid te suggereren, alsof de VVD slechts constateert wat ieder verstandig mens allang zou moeten zien. In werkelijkheid worden politieke keuzes voorgesteld als feiten waar niemand onderuit kan. Lage lonen, uitgeklede sociale zekerheid, belastingvoordelen voor bedrijven en een economie die vooral om aandeelhoudersvertrouwen draait, verschijnen zo als onvermijdelijke randvoorwaarden. Je kunt er boos over worden, je kunt er idealistisch over doen, je kunt met een bord op het Malieveld gaan staan, alleen verandert dat volgens de VVD niets aan de werkelijkheid.
Het is vooral handig: wie de eigen ideologie natuurwet noemt, hoeft die ook niet meer te verdedigen.
Die werkelijkheid van de VVD blijkt altijd opvallend goed te passen bij de wensenlijst van grote bedrijven. Bedrijven overwegen te vertrekken, dus moet de politiek soepeler worden. Ondernemers staan volgens de partij tot hun knieën in het moeras, dus moeten regels weg. Europa daalt op lijstjes, dus moet de verzorgingsstaat efficiënter, lees: kariger. Werknemers willen hogere lonen, dus vormen vakbonden een bedreiging voor groei en vooruitgang. Zo wordt macht omgeschreven tot realiteitszin.
De oude klassieker is ook terug: loonmatiging. Een prachtig woord, want het klinkt alsof iemand met verstand van zaken de thermostaat een graadje lager zet. In gewone taal betekent het: werknemers worden armer. Zeker wanneer prijzen, huren, zorgpremies en energielasten sneller of hardnekkiger stijgen dan het loonstrookje. De rekening van concurrentiekracht belandt weer op het nachtkastje van de werknemer, naast de wekker die steeds vroeger afgaat.
Deze taal werkt altijd één kant op. Winstmatiging hoor je zelden. Dividendmatiging ook al niet. Topbeloningsmatiging blijft meestal steken in een commissie, een code of een bezorgde column in het FD. Zodra werknemers meer vragen, heet dat onverantwoord. Zodra bedrijven meer vragen, heet dat marktwerking. Zodra aandeelhouders meer vragen, heet dat investeringsklimaat.
En dan moet links vooral “meedenken”. Dat betekent in VVD-taal meestal: instemmen met de diagnose, netjes onderhandelen over de snelheid van de amputatie en achteraf blij zijn dat er nog een folder over om- en bijscholing is gedrukt. Vakbonden mogen meepraten zolang ze hun belangrijkste functie vergeten: namens werknemers tegenmacht organiseren. Op het moment dat ze dat wél doen, werken ze de economie tegen.
Alsof werknemers buiten de economie staan. Alsof een verpleegkundige, leraar, magazijnmedewerker, buschauffeur of bouwvakker pas economisch relevant wordt wanneer de looneis onder de inflatie blijft. Alsof “de economie” een heilig apparaat is dat gevoed moet worden met koopkracht, flexibiliteit en pensioenleeftijd, waarna er misschien ooit wat kruimels terugvallen in de vorm van groei.
De VVD noemt dat realisme. Het is vooral een morele truc. Eerst maak je de wereld zo dat kapitaal mobieler is dan arbeid, bedrijven landen tegen elkaar kunnen uitspelen en publieke voorzieningen afhankelijk worden van begrotingsdiscipline. Daarna wijs je naar diezelfde wereld en zeg je: kijk, zo werkt het nu eenmaal. Wie zich daartegen verzet, begrijpt de werkelijkheid niet. Wie ervan profiteert, is realistisch.
Zo verdwijnt politiek uit beeld op precies het moment dat ze zichtbaar zou moeten worden. Achter lijstjes, achter concurrentiekracht, achter Europa, achter ondernemers die dreigen te vertrekken, achter sociale zekerheid die “onbetaalbaar” wordt. De boodschap is steeds dezelfde: er is geen alternatief, alleen verantwoord bestuur. En verantwoord bestuur blijkt verdacht vaak neer te komen op werknemers die hun eisen temperen, burgers die minder zekerheid accepteren en bedrijven die gerustgesteld worden dat Den Haag nog steeds weet voor wie het in geval van paniek moet rennen.
Wie naar de wereld kijkt zoals die is, kan ook zien wie haar zo heeft ingericht. Het is geen natuurkunde. Het is beleid. En beleid kan anders. Zodra je VVD-realisme weer noemt wat het is, een politieke keuze, wordt het hele verhaal herkenbaarder: oude belangen in een nieuw manifest, met loonmatiging als frisse naam voor een oude rekening.
Reacties (2)
Nog iets waar ze eenzijdig naar kijken: de markt. Het idee dat marktwerking competitie is, en dat je in een competitie niet alleen winnaars hebt, maar ook verliezers, wil er bij de VVD niet in. Terwijl hun eigen ideologie simpelweg impliceert dat er ook bedrijven zijn die het moeilijk hebben en het uiteindelijk niet redden. Dat ís marktwerking.
Als je echt voor marktwerking zou zijn, moet je dat accepteren. Het is wel een probleem als je eigenlijk doel het beschermen van gevestigde belangen is. De economische elite. Die zijn winsten binnen wil blijven halen, en de gevolgen en risico’s zoveel mogelijk afwentelt op de maatschappij. Op de belastingbetaler, met andere woorden; de hardwerkende Nederlander.
O, en veel van de “ondernemers” waar de VVD het over heeft zijn eigenlijk geen ondernemers, maar goedbetaalde werknemers die als CEO (of zoiets) op de loonlijst staan van hun bedrijf. Waardoor ze beschermd zijn tegen veel van die ouderwetse ondernemersrisico’s. Alleen bij de kleinste bedrijven bestaan die grote risico’s nog echt: de mogelijkheid om achter te blijven met een grote schuld als je bedrijf het niet redt.