Het klinkt fijn: misdaad voorkomen in plaats van achteraf opruimen. Minder slachtoffers, minder schade, efficiënter gebruik van capaciteit. Wie kan daartegen zijn. Toch wringt hier iets fundamenteels. Op het moment dat politie zich richt op wat mogelijk gaat gebeuren in plaats van wat feitelijk is gebeurd, verschuift het hele systeem van rechtshandhaving.
De recente plannen om de politie meer ruimte te geven om sociale media te doorzoeken passen naadloos in die logica. Niet wachten tot iemand een strafbaar feit pleegt, maar alvast meekijken, signaleren en ingrijpen. De belofte is veiligheid. De prijs is een steeds meer structurele verschuiving van handelen naar vermoeden.
Capaciteit verdampt in waarschijnlijkheden
Politiecapaciteit is eindig. Elke inzet op preventieve monitoring gaat ten koste van het oplossen van daadwerkelijk gebeurde misdrijven. Dat is geen ideologisch punt, dat is een rekensom. Het doorzoeken van sociale media, het analyseren van patronen, het volgen van risicoprofielen levert vooral veel ruis op en een kleine hoeveelheid bruikbare signalen.
De opbrengst per geïnvesteerd uur is laag. Ondertussen blijven zaken liggen die wél hebben plaatsgevonden en waar slachtoffers op antwoord wachten. Preventie verkoopt zich als efficiëntie, maar functioneert in de praktijk ook vaak als verdunning.
Selectie creëert zijn eigen werkelijkheid
Preventie vereist selectie. Wie ga je volgen, wie krijgt extra aandacht, welke signalen zijn verdacht. Die keuzes zijn nooit neutraal. Ze leunen op historische data en impliciete aannames. Het gevolg is dat groepen die al vaker in beeld zijn, nog intensiever in beeld komen. Dat is geen aanname, maar een vrij goed gedocumenteerd
Meer toezicht leidt per definitie tot meer geconstateerde overtredingen binnen diezelfde groep. Dat wordt vervolgens gelezen als bevestiging dat de selectie terecht was. Zo ontstaat een cirkel die zichzelf voedt. Niet omdat het gedrag in die groep daadwerkelijk anders is, maar omdat de observatie ongelijk verdeeld is, en de een dus een grotere kans heeft om voor hetzelfde vergrijp gepakt te worden dan de ander. Het resultaat is een statistische vertekening die zich voordoet als objectiviteit, maar in feite discriminatie en racisme in de hand werkt en institutionaliseert. En ondertussen groeit de afstand tussen groepen burgers en de staat.
Van daad naar intentie
Klassiek strafrecht draait om handelingen. Iemand doet iets dat verboden is en wordt daarop aangesproken. Preventieve logica verschuift dat naar intenties en waarschijnlijkheden. Het gaat niet langer om wat iemand heeft gedaan, maar om wat iemand mogelijk gaat doen.
Dat lijkt een kleine stap, het is een principiële breuk. De burger wordt niet langer beoordeeld op gedrag, maar op profiel. Op basis van context, netwerk, taalgebruik en eerdere registraties.
Iedereen wordt daarmee in zekere zin verdacht, al is het met verschillende intensiteit.
Wantrouwen als systeem
Politie opereert op basis van legitimiteit. Dat vraagt om een zekere mate van gelijkheid in behandeling. Zodra bepaalde groepen structureel vaker gecontroleerd worden, verandert de ervaring van wat politie is. Voor de ene groep blijft het een vangnet. Voor de andere groep wordt het een constante aanwezigheid die meekijkt, registreert en ingrijpt, ook wanneer dat niet nodig is. Dat verschil is een structureel gevolg van preventieve selectie.
En waar ongelijkheid structureel wordt, verdwijnt vertrouwen.
De logica die kantelt
Het probleem zit niet in individuele agent of diens intenties. Het zit in de logica van het systeem. Preventie op basis van brede surveillance en voorspelling maakt van burgers dataprofielen en van politie een instantie die permanent vooruitkijkt naar mogelijke afwijkingen. Daarmee verschuift de politie van beschermer naar filter. Van reactie naar anticipatie. En in dat proces verandert ook de morele positie van de organisatie.
Wat bedoeld is om misdaad te verminderen, creëert een infrastructuur van ongelijkheid, wantrouwen en permanente observatie, waar ook nog eens de al zwakkere groepen in de samenleving bovenmatig het slachtoffer van zijn.