Wachten we op de volgende watersnood?

ACHTERGROND - door Bart Ossendrijver

Talloze keren heeft het water in Nederland hoog gestaan. Meestal hielden de dijken stand. Soms niet, met alle gevolgen van dien: verdronken vee, verwoeste huizen, hoog water in de straten. Pas nádat de ramp zich voltrok, werden de dijken verhoogd en de noodplannen herschreven. Tegelijk is het een kwestie van tijd voordat de volgende ramp zich voordoet.

Je zult het nog wel weten uit de lessen op de basis- en middelbare school. Zo’n zeventig jaar geleden moesten de Zeeuwen dagenlang op hun daken schuilen vanwege de doorgebroken dijken. Een enorme ramp, maar niet geheel onverwacht. Nederland ligt in een delta, een kwetsbare plek waar het water een continue dreiging vormt. De rivier rukt op vanuit het binnenland, de zee vanuit de kust. Ertussenin ligt een laaggelegen strook grond, blootgesteld aan overstromingsrisico. Toch wonen we hier graag vanwege de vruchtbare grond en economische voordelen. Wereldwijd wonen er 500 miljoen mensen in delta’s, bijv. in steden als Rotterdam, New Orleans, Dhaka & Guangzhou. Als je op Europese schaal kijkt is heel Nederland een delta. We liggen tussen de bergen, waar vanuit grote rivieren ons land doorstromen richting de Noordzee. Grootschalig menselijk leven op deze plek is alleen mogelijk door hoge dijken, diepe geulen en sterke pompen. Zijn die nog wel opgewassen tegen de effecten van de klimaatcrisis in de vorm van oprukkend water?

In een delta moet je de verdediging op orde hebben

Om ons tegen de zee te beschermen hebben we een uitgebreid verdedigingssysteem gebouwd: de Deltawerken. Maar de zeespiegel stijgt en deze reusachtige constructies zijn niet genoeg. Wanneer de aarde, volgens het waarschijnlijke scenario, tot twee graden opwarmt in 2050, zal de zeespiegel vijftig centimeter stijgen in de komende vijftig jaar. In eerste instantie klinkt een halve meter niet problematisch. Maar de limiet van de Deltawerken is al bereikt vanaf een zeespiegelstijging van veertig centimeter. Het is dus een kwestie van tijd voordat de Deltawerken, een project wat decennialang duurde en miljarden kostte om te voltooien, niet voldoende zijn om ons te beschermen. Kortom, als we Nederland willen blijven beschermen tegen het water, moet er nú geïnvesteerd worden in adaptatie.

Hoe kunnen we ons land in de toekomst beschermen?

Om te voorkomen dat de zeespiegelstijging grote schade veroorzaakt zijn er talloze strategieën en technieken beschikbaar, zo vertelt Marjolein Haasnoot, hoogleraar klimaatadaptatie bij de Universiteit Utrecht. Een van de meest sprekende voorbeelden is de ‘terugtrekkingsstrategie’. Dit houdt in dat menselijke activiteiten verplaatst worden naar hoger gelegen gebieden om te voorkomen dat onze steden onder water komen te staan. Als we deze lijn volgen, kunnen we steden als Amsterdam en Rotterdam vergeten. Ergens in het hoger gelegen oosten zal een nieuw economisch centrum ontstaan. Maar voordat alle Amsterdammers massaal naar Salland verhuizen… er zijn ook andere opties. Haasnoot: “We kunnen ook zeewaarts in de aanval. Dan moeten we wel drie nieuwe Texels voor de Hollandse kust aanleggen.” Ook een immense ingreep. Als onderzoeker denkt Haasnoot hier veel over na en voor klinkt het voor de hand liggend. Maar als ‘gewone burger’ begint het je een beetje te duizelen als je beseft dat deze kunstgrepen nodig zijn. Hoe dan? En wie beslist erover?

Het ‘adaptatiegat’

Het is duidelijk dat Nederland bescherming nodig heeft. We hebben de technische kennis om dat voor elkaar te krijgen. Maar Haasnoot spreekt niet zonder reden van een adaptatiegat. En dat gat ligt tussen de kennis en de uitvoering. Momenteel wordt alleen het minimale gedaan om ons op de korte termijn te beschermen. In de Tweede Kamer en onder de Nederlandse bevolking ontbreekt het aan urgentie om onze delta op de lange termijn te verdedigen tegen het stijgende water. We weten wat er moet gebeuren, we weten hoe het moet, maar we doen het niet. Wat is er nodig om Nederlanders wakker te schudden en het draagvlak voor grootschalige klimaatadaptatie te creëren?

Een kleine geschiedenis van grote Nederlandse adaptatie

Vanwege de kwetsbare ligging heeft Nederland zich altijd al aan het dreigende water moeten aanpassen. Vaak gebeurde er pas wat, nadat een ramp had plaatsgevonden. Zo ontstonden in 1667 de eerste plannen om een groot stuk water af te sluiten met een dijk. Hendrik Steven wilde de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer) indammen om overstromingen bij Amsterdam te voorkomen. Het was lang onhaalbaar om dit idee tot uiting te brengen. Tot er in 1916 een grote overstroming plaatsvond waarbij 51 mensen om het leven kwamen en veel huizen werden verwoest. Dankzij de grote schade kwam het politieke besef dat er iets moest gebeuren, waarna de financiële middelen die nodig waren om de Afsluitdijk te realiseren snel volgden.

We zien hetzelfde terugkomen bij de Deltawerken. Die kenden hun eigen klokkenluider met Johan van Veen. Al in de jaren 30 ontdekte Van Veen, werkend bij Rijkswaterstaat, dat de dijken in Zeeland te laag waren om een goede storm te doorstaan. Hij waarschuwde hiervoor, maar er leken altijd andere zaken belangrijker te zijn voor de politieke leiding. Pas toen in 1953 die nu befaamde Watersnoodramp 1.836 mensen doodde en enorme materiële schade aanrichtte, was er genoeg draagvlak om de plannen te realiseren.

“Geef ons heden ons dagelijks brood, en af een toe een watersnood.”

Zo luidt een bekend en cynisch grapje in de waterwereld. Want een watersnood leidt tot actie.

Wat kunnen we hier van leren?

Telkens dwongen catastrofes ons om de kustlijn te beschermen. Vaak terwijl onze voeten al nat waren. Er zijn namelijk altijd andere urgente politieke thema’s. In de jaren 40 waren dat de Duitse bezetting en de daaropvolgende wederopbouwing. Tegenwoordig zijn het oplopende geopolitieke spanningen en migratie. Ook nu lijken we ons niet te beseffen dat het zo weer mis kan gaan. Ook nu lijken we weer een watersnood nodig te hebben. De overstromingen in Enschede en Limburg hebben niet genoeg urgentie gebracht. Misschien is het goed als de duinen bij Den Haag het de volgende keer begeven. Dat het water dwars door Scheveningen naar het Parlement stroomt en de sokken van onze Kamerleden soppen in hun schoenen. En dat onze nieuwe premier vanuit het Torentje in een rubberbootje naar huis moet. Misschien beginnen we dan aan die nieuwe deltawerken?

Wil je meer weten over hoe we onze kustlijn kunnen versterken? En over welke strategieën en adaptatieplannen we kunnen gebruiken? Kijk dan hieronder naar de lezing van Marjolijn Haasnoot.


Dit artikel verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht.

Reacties (7)

#1 Jos van Dijk

Het kalf en de put. Ik vraag me wel af of je de huidige situatie kunt vergelijken met de watersnoodramp toen. De ‘put’ is nu al decennia lang zichtbaar. Door onszelf gegraven én open gehouden en steeds groter.

#2 cerridwen

Als er één onderwerp is waar Nederland zich wél actief voorbereid op de lange termijn dan is dat bescherming tegen een stijgende zeespiegel. Het ophalen van herinneringen aan grote overstromingen uit het verleden is toch vooral bangmakerij; inmiddels zijn we vele malen beter beschermd dan toen, ook als het je gaat om pro-actief handelen op veranderende risico’s in de toekomst.

Genoeg uitdagingen natuurlijk, vooral ook in het omgaan met periodes van langdurige droogte of juist hevige regenval. Maar ook op die punten zijn we de laatste jaren op scherp gezet en komen we in actie.

#2.1 Hans Custers - Reactie op #2

Als we daar Sargasso’s gedomesticeerde struisvogel niet hebben.

Als er iemand is die weet waar ze het over heeft, als ze iets zegt over de toekomstige waterveiligheid van Nederland, is het Marjolijn Haasnoot wel. Natuurlijk is het heel onwaarschijnlijk dat er morgen een ramp plaatsvindt zoals die in 1953. Maar voor de lange termijn ligt er echt een heel ingewikkelde kwestie. We krijgen te maken met én zeespiegelstijging, en meer extreme neerslag en dus hogere piekafvoeren in de rivieren, en meer droogte. En dat allemaal met forse onzekerheidsmarges, vooral omdat we niet weten in hoeverre het de komende decennia de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd terug te brengen.

Er zit een grens aan wat je op kunt lossen met pleisters plakken. Dus is het wel degelijk nodig om hier fundamenteel over na te denken. Uiteindelijk zullen er heel dure en ingrijpende maatregelen nodig zijn, die ook niet binnen een paar jaar uit te voeren zijn. Vergelijk het met de Deltawerken. De planvorming begon kort na de watersnood in 1953, het laatste onderdeel was af in 1997. Het idee was dat ze 200 mee zouden moeten gaan, maar dat is ondertussen achterhaald. Dat zijn de tijdschalen waarop je moet denken. Gelukkig zijn er mensen die dat doen, zoals Marjolijn Haasnoot. Hopelijk staat haar naam in de toekomst niet in een rijtje met Hendrik Stevin en Johan van Veen.

#3 Co Stuifbergen

Maar de limiet van de Deltawerken is al bereikt vanaf een zeespiegelstijging van veertig centimeter.

Gaat het om die 40 centimeter, of om de kans op een zware storm?
(die kans neemt ook toe door de klimaatverandering).

Ik dacht dat onze overheid 1 overstroming in 1000 jaar acceptabel vindt
Zitten we nog onder die kans?

(we kunnen natuurlijk ook huizen op palen gaan bouwen, en parkeergarages 5 meter boven de grond.
Dan geeft een overstroming even veel overlast als een paar dagen flinke ijzel)

#3.1 Hans Custers - Reactie op #3

Gaat het om die 40 centimeter, of om de kans op een zware storm?

Ik denk dat het criterium de maximale hoogte van een stormvloed is. Als een waterkering daar tegen bestand is, zal het niet zoveel uitmaken of de kans op zo’n stormvloed wat groter of kleiner is.

Ik dacht dat onze overheid 1 overstroming in 1000 jaar acceptabel vindt

Voor grotere overstromingen is het eens in de 100.000 jaar. En op sommige plekken is de norm nog strenger. Het wordt dan wel uitgedrukt als “individueel risico”, ofwel de kans op overlijden van een individu ten gevolge van een overstroming, wat niet exact hetzelfde hoeft te zijn als de kans dat er een overstroming plaatsvindt. De precieze details van risicoberekeningen en -normeringen ken ik niet.

Ik dacht dat die norm nu overal of vrijwel overal wordt gehaald.

#4 Frank789

Je zou politici moeten dwingen te gaan wonen daar waar de ellende is of gaat komen.

Dus in mogelijke overstromingsgebieden aan zee of de rivier.
In Wijk aan Zee bij Tata Steel.
Onder de vele vliegtrajecten van Schiphol tot wel 40km daar vandaan.
Onder het vliegtraject van startende F35’s.
Bij Chemours.
Op het Gronings-Drentse aardbevingsgebied.
Naast een mega-varkensstal zonder sprinkler installatie.
Enz.

#4.1 Joost - Reactie op #4

Hoeveel woningen denk je per politicus nodig te hebben? Een paar 100?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*