Politiek Kwartier | Cito-toets

COLUMN - Deze week geeft Klokwerk alle onderhandelaars over de Cito-toets een advies voor een vervolgopleiding.

Wat zou het toch mooi zijn als we aan een simpel cijfer konden zien of een school goed of slecht presteert. Dan konden we namelijk rustig de vrije markt zijn werk laten doen en werd het vanzelf beter in onderwijsland. Want welke ouder kiest nu voor een slechte school?

Dat is ongeveer het idee van de VVD achter het openbaar maken van de Cito-score. Er is echter een fundamenteel probleem: de Cito-toets meet niet de prestaties van de school, maar die van de leerling. En dat zijn twee heel verschillende zaken.

De Cito-toets meet het niveau van de leerlingen vlak voor het kiezen van een vervolgopleiding, om bij die keuze te helpen. Maar dit betekent niet dat de school met een beestachtig hoog gemiddelde Cito-score ook goed onderwijs geeft. Aanleg en sociale omgeving bepalen immers ook de score. Het kan dus zelfs gebeuren dat kinderen goed presteren ondanks de school, in plaats van dankzij.

De VVD wil de Cito-toets dus gebruiken voor iets waarvoor hij niet bedoeld en ook ongeschikt is. Dit zien de meeste andere partijen ook, en daarom krijgt de VVD voor dit plan zelfs het aan de marktidealen verslaafde D66 niet mee. Alleen PvdA, CDA en PVV willen onderhandelen over dit onderwerp. En die hebben allemaal zo hun wensen.

Coalitiepartner PvdA voelt eigenlijk niets voor dit plan, maar ziet een ander probleem. De toets heeft het meestal bij het rechte eind, maar er worden fouten gemaakt. Zo’n fout kan voor een individu nadelig uitpakken. Vandaar dat de PvdA haar steun geeft in ruil voor het onschadelijk maken van de toets door hem pas af te nemen nadat de vervolgopleiding gekozen is.

Daarmee assisteert ze de VVD dus niet alleen in haar onzalige idee, maar maakt ook nog de toets onbruikbaar voor het doel waar hij juist wél toe dient. Gevaarlijk lijkt mij, want ook scholen kunnen fouten maken. Een test kan nuttig zijn door aan te tonen dat er meer in zit dan eruit komt.

Maar het kan nog erger. Het CDA benadrukt dat ook andere vaardigheden op school dienen te worden geleerd dan logisch nadenken en je goed uitdrukken. Denk dan aan dingen als knutselen, touwtje springen, lief zijn voor elkaar en in God geloven. Daarom wil het CDA wel meewerken, maar alleen als de Cito-toets niet verplicht is en scholen zelf een toets naar keuze mogen gebruiken.

Hiermee wordt natuurlijk iedere mogelijkheid tot een eerlijke vergelijking gesaboteerd.

Als deze drie partijen tot een compromis komen, krijgen we dus een veelheid aan toetsresultaten die onvergelijkbaar zijn en nutteloos voor het doel waartoe ze eigenlijk dienen.

De PVV tot slot komt met de eis dat los van wat details het oorspronkelijke VVD plan onverkort wordt doorgevoerd, en plaatst zich daarmee buiten spel.

Gelukkig maar. Want laten we maar hopen dat hier nooit een compromis over komt.

Ik adviseer alle onderhandelaars voordat ze hierover verder gaan eerst een wetenschappelijke opleiding te volgen. Hoewel ik vrees dat het wat hoog gegrepen zal zijn. Want op het idee om simpelweg een nieuwe toets te ontwikkelen om op objectieve manier per school de voortgang van de gewenste schoolprestaties te meten, lijkt nog geen van hen te kunnen komen.

  1. 1

    Helemaal mee eens.

    Mogelijk net zo onzalig is het idee van de “dynamische toets”, waarbij het toetsniveau zich aanpast aan de leer. Ik zie daar twee mogelijke doelen:
    1. Het wordt slechts gebruikt om voortgang te meten. Dan is er geen reden om hem in te voeren, want dat kunnen alle huidige LVS-en net zo goed.
    2. Een hoge score op een lagere toets gaat hoger wegen dan een lage score op een hogere toets. Dan stromen de middelbare scholen vol met incompetente leerlingen en gaan de competente naar een lager niveau.
    Beide doelen zijn dus zinloos. Misschien heeft iemand nog iets anders bedacht, maar het geheel ademt de sfeer uit van: kom, laat ons het onderwijs eens naar de kloten helpen om een politiek compromis te kunnen sluiten.

  2. 2

    Een heel goed stuk, niks op af te dingen. Het is echter wel zo dat er toch enigszins iets van een prestatie gevraagd mag worden van leerlingen in groep 8. Vaak geeft de cito score aan hoe de leerling in het vervolg onderwijs gaat presteren, uitzondering daar.
    Teveel meegemaakt dat adviezen van een basisschool ronduit waardeloos zijn. Informeer eens bij leerkrachten in het middelbaar-onderwijs hoe het mogelijk is dat er een grote groep leerlingen naar het VMBO gestuurd wordt terwijl ze met pijn en moeite net hun naam en adres kunnen schrijven, in en intriest maar wel de realiteit. Wat hebben ze in hemelsnaam acht jaar lang met deze kinderen gedaan? Ik mocht altijd de plantjes in heel de school verzorgen is dan vaak het antwoord. Dit is geen gekheid maar realiteit. Wist u trouwens dat de inspectie van onderwijs 3 maanden voor bezoek te kennen geeft wanneer zij langskomen.
    U begrijpt dat er toch wel woede in mij zit naar een grote groep juf hoofdpijnen in het basis-onderwijs, helaas de goede niet te na gesproken. Ik ben trouwens wel benieuwd naar de cito uitslagen van de kinderen van de leerkrachten zelf.

  3. 3

    Interessante discussie, waarbij niemand zich lijkt te realiseren dat in Amsterdam (mede dankzij Asscher) Citoscores per school al jaren gepubliceerd worden, in combinatie met een referentiescore — de gemiddelde score van scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie. Sociale omgeving wordt zo uit de vergelijking gehaald. Aanleg natuurlijk niet, maar het lijkt me niet onredelijk om aan te nemen dat die gemiddeld genomen gelijkelijk over scholen verdeeld is. Als een school jarenlang slechter of beter presteert dan het gemiddelde van vergelijkbare scholen zegt dat wel degelijk iets lijkt me, al valt erover te discussiëren wat precies.

    Het is misschien anecdotisch, maar mij valt in de Amsterdamse cijfers op dat een school die ik ken als behoorlijk treurig, en een directeur heeft die brieven vol spel- en stijlfouten schrijft, consequent een van de laagste citoscores in zijn categorie haalt, terwijl er ook een paar ‘zwarte’ scholen zijn die scores halen ver boven het categorie-gemiddelde.

    En daarbij valt dan weer op dat groei of afname van het aantal leerlingen nauwelijks gerelateerd lijkt aan citoscores, blijkbaar trekken ouders zich niet veel van deze cijfers aan. Ik begrijp dus niet waar die scholen nu zo bang voor zijn.

  4. 4

    @3:

    blijkbaar trekken ouders zich niet veel van deze cijfers aan

    Scholen hebben een maximum aantal leerlingen dus veel keus is er soms niet. Als andere scholen vol zijn, moet je genoegen nemen met een school die nog wel plek heeft. Daar komt bij dat cito-score in groep 8 niet de enige reden is voor een schoolkeuze. Nabijheid/bereikbaarheid zijn ook belangrijk.

  5. 5

    Tony @3 dank voor het nuttige inzicht van het bestaan van referentiescores. Want dan is er inderdaad een zinvol vergelijk mogelijk van scholen. Namelijk van scholen die gezien het soort leerlingen dat ze hebben meer of minder dan gemiddeld hun leerlingen verder weten te brengen.

  6. 6

    In het artikel wordt gezegd: “de Cito-toets meet niet de prestaties van de school, maar die van de leerling

    Dat is -op zijn best- maar de halve waarheid. De hoofdgedachte achter de CITO toets is, dat er niet alleen aan het eind, maar ook bij aanvang van de school/opleiding een CITO toets af te nemen. Gebeurt dat dan hebben we objectieve informatie over alle leerlingen waarmee daarna de inzichten (en dus ook het beleid) verder kunnen worden ontwikkeld. Meten is weten, ook al zullen mensen die alle kennis als een soort politiek zien daar anders over denken.

  7. 7

    Een plusje voor Tony op #3. Nog wel een klein detailpunt, het kan ook nog zo zijn dat de ouders zich wél iets van de CITO-scores aantrekken, maar dat ze gewoon in staat zijn de cijfers juist te interpreteren. (M.a.w. dat ze inzien dat scholen met een laag instroomniveau i.h.a. ook een lager uitstroomniveau zullen laten zien, m.a.w. dat de aan opleiding an sich hierdoor niet noodzakelijkerwijs iets schort)

  8. 8

    @5: nauwelijks hoor. Je weet de beginsituatie van de leerlingen toch niet? De enige wijze waarop je heel misschien iets kun zeggen over de kwaliteit van een school, is door hun lvs te mogen doorploegen. Hoe scoorden leerlingen in groep 1, hoe in groep 2, enz. Wat is er door de school gedaan aan lage scores (of hoge scores), wat waren de scores op de volgende toetsen en dan tot slot de scores van de leerlingen op de (cito) eindtoets.

  9. 9

    Nou niet helemaal Jan @8. Als ik het goed heb zijn er sterke correlaties tussen sociaal economische indicatoren van ouders en gemiddelde leerprestaties. En daar kan je met behulp van een cito misschien iets over zeggen.
    Ik ben overigens tegen de Cito als eindexamen, en voor het Cito volgsysteem waarmee we goede ervaringen hebben.

  10. 10

    @Bork: Eens.

    @Bas: Ik vind de Cito-toets prima als instrument waar hij voor bedoeld is; als extra tool die onafhankelijk van de school nog eens de capaciteiten van de leerling op een moment weer te geven, om hem te helpen met de schoolkeuze. Zeker, er wordt wel eens onder de maat gepresteerd door een leerling door stress (overigens is daarom het afnamemoment nu verspreid naar drie ochtenden) en iedere test kent uitbijters die je moet wegstrepen. Je moet dan ook weten hoe je zo een instrument hanteert. Maar het is een test die al tientallen jaren verder geijkt wordt. Ik ken verhalen van mensen uit een laag milieu waarbij de test uiteindelijk hielp bij de “ontdekking” en onderkenning van de sociale omgeving dat ze toch konden leren.

    @Tony: “Aanleg natuurlijk niet, maar het lijkt me niet onredelijk om aan te nemen dat die gemiddeld genomen gelijkelijk over scholen verdeeld is.”

    Dat mag je natuurlijk nooit zomaar aannemen. Daarbij denk ik dat dit juist niet zo is.

    “Als een school jarenlang slechter of beter presteert dan het gemiddelde van vergelijkbare scholen zegt dat wel degelijk iets lijkt me, al valt erover te discussiëren wat precies.”

    Iets waarvan we weten niet wat is niets in dit geval.

    De Cito-toets levert een momentopname. Om voortgang te meten heb je meerdere meetmomenten nodig. Er wordt wel gedurende de hele leercarrière getoetst, maar de gemiddelde score behelst alleen de eindtoets.

    Daarbij ben ik het, ondanks dat ik ze een beetje belachelijk maakte, ergens wel met de kritiek van het CDA eens: we willen dat kinderen meer leren op scholen dan alleen maar wat ze nodig hebben voor een hoge status vervolgonderwijs. Denk dan aan algemene kennis, neem als voorbeeld verkeersregels. Dat is voor het doel van de Cito-toets (het adviseren voor vervolgonderwijs) onbelangrijk maar voor de beoordelen van scholen is dat wel belangrijk.

    Kortom, ook met een correctie voor sociale omgeving is de Cito-toets ongeschikt.

    @Joseph: Het anti-meten sentiment wat in deze discussie woedt vind ik ook erg verdacht. Meten is weten inderdaad, en kinderen zijn waardevol genoeg om ze niet zomaar toe te vertrouwen aan wie dan ook, ook al gaat het meestal natuurlijk meer dan goed.

    Mij lijkt het daarom juist erg nodig dat er een algemene verplichte toets wordt ontwikkeld om de prestaties van de school te meten. Maar de Cito-toets is daarvoor ongeschikt. Niet zo gek, want hij is daarvoor ook helemaal niet gemaakt.

  11. 11

    Vroeger, in mijn tijd (en zo oud ben ik niet), was er 1 Cito eindtoets. Nu schijnt er een in elke groep te zijn. Als extraatje had mijn basisschool dan ook nog een test van een lokaal bureau. Dat leek en lijkt me voldoende. Ik kwam op het niveau terecht waar ik thuishoorde, met eenzelfde advies van de basisschool. Maar goed, het hoeft niet bij iedereen zo te gaan als bij mij. Scholen kunnen dwarszitten of de leerling kan een blackout hebben, of gewoon zijn dag niet, dat komt voor. Enige coulantie, een slag om de arm, is dus niet verkeerd

    De CITO is ontwikkeld om de potenties van de leerling te meten en daarop mogelijk een advies te geven voor een vervolgopleiding, in plaats van de aanbeveling van leerkrachten/ouders/school, die tot dan toe leidend waren geweest. Om te kijken ‘of er meer in zit dan eruit komt’ en aan de hand daarvan de middelbare school te kiezen.

    Nu hebben we dus gegevens, en er zijn genoeg mensen die er iets mee willen doen. “Kunnen we het niet uitbreiden naar alle leerjaren, zodat we een voortgang kunnen zien?” Waarom niet? “Kunnen we dit niet inzetten om scholen [i]objectief[i/] te beoordelen?” Tja, waarom niet?

    Heel simpel. Zodra je met de lijfspreuk “meten is weten” komt, moet je ook heel goed door hebben [i]wat[i/] je meet, en heel voorzichtig zijn met [i]wat[i/] je dan weet. Oftewel, kort door de bocht: het afrekenen van scholen op de Citoscore van de leerlingen is dus het afrekenen van een dynamische groep mensen (leerkrachten, ouders, kinderen, ander ondersteunend personeel) op hoe goed een leerling mentaal blokjes kan draaien. En dat is gewoon verkeerd, naar mijn mening. Ik zeg ook niet dat alle kennis politiek is, maar er zijn zeker keuzemomenten bij het interpreteren van gegevens.

    Om daarmee ook even een korte reactie te geven op #6, die begintoets was er niet (ik weet niet of die er nu is). Maar die zou dan nog, in theorie, alleen een toe- of afname ‘meten’ in de potentie van de leerling. Hoewel dat in beginsel geen slecht idee lijkt, lijkt me dat nu bijzonder moeilijk, maar mogelijk. Je kan er namelijk geen conclusies aan verbinden waar die potentie vandaan komt of hoe de school dat kan beïnvloeden. Maar meer nog: potentie is nog niks. Een vrouw heeft de potentie tot het baren van tientallen kinderen, een man tot het verwekken van miljarden. Dat zegt nog niks. Het zal zeker nog wel gebeuren dat scholen worden afgerekend op hun (slechte) prestaties, maar als die prestaties de potentie van hun leerlingen zijn, tja, waar reken je de scholen dan op af?

  12. 12

    En aldus leidt de minister van onderwijs met een achterlijk plannetje de boel mooi af van wat belangrijk is:

    Het onderwijs gaat ten onder aan regeltjes en managementkosten.
    De opleidingen van de toekomstige lesgevenden laat te wensen over.

  13. 13

    Het probleem met dit soort meetsystemen is altijd dat er een feedbackloop ontstaat: de mensen die gemeten worden (of dat nou ouders, leraren of scholen zijn) gaan zich richten op de toets. Onderwijs wordt niet meer gegeven om mensen voor te bereiden op de maatschappij, maar voor de toets.

    In de VS zie je dat gebeuren. Chris Hayes beschrijft in zijn boek Twillight of the elites hoe een school met idealen – onderwijs voor iedereen, de besten worden toegelaten ongeacht inkomen van de ouders – is verworden tot een elite school waar alleen welgestelde ouders hun kinderen nog op kunnen krijgen, want alleen zij hebben het geld voor de “prep-school” of hoe dat dan ook heten mag. Daar gaat het om toelatingsexamen, maar het principe is het zelfde: de meting wordt het doel op zich.

    In Nederland is niet zo extreem, en ook met de Cito-toets zal het nog wel niet zo’n vaart lopen, maar hoe meer er van afhankelijk wordt gemaakt – zoals de VVD wil – hoe meer dat ook hier zal gebeuren.

    Waarom vertrouwen we niet meer op de vakkrachten, de onderwijzers, de leraren, mensen met verstand van onderwijs en lesgeven? Ik ben geen onderwijs deskundige en heb geen enkel idee hoe je dat moet inrichten, maar ik weet wel dat de weg die VVD op wil, met natuurlijk weer de brave PvdA in haar voetsporen, een doodlopende weg is.

  14. 14

    @9:

    Als ik het goed heb zijn er sterke correlaties tussen sociaal economische indicatoren van ouders en gemiddelde leerprestaties.

    Dat klopt, als je de positie van de ouders op sociaal-economische ladder kent, kun je in het licht daarvan de cito-scores bekijken. Een gemiddelde score van 535 in een achterstandsbuurt kan dan heel mooi zijn en een gemiddelde van 545 in een villawijk kan dan niks voorstellen (even zwart/wit gezegd) zodat die 535-school dus beter lijkt.
    Maar goed, die 535-school besteedt dan misschien wel veel aandacht aan leerlingen die beneden het gemiddelde scoren en daardoor van een laag C’tje naar een hoog C’tje stijgen, maar misschien laten ze de B’tjes gewoon B’tjes en misschien worden de bovengemiddelde A-leerlingen een beetje aan hun lot overgelaten. Heel veel misschiens. Zaken waarin je dus geen inzicht hebt en die volgens mij van belang zijn om te kunnen zeggen of een school goed is of niet.

    Om te weten wat de “kwaliteit” van een school is, heb je meer nodig dan gemiddelde eindscores + kennis van de sociaal-economische positie van de ouders.

    Ik ben ook geen voorstander van die eindtoets en vind net als jij het cito-lvs genoeg. Vanaf groep 6 wordt er in ons administratieprogramma (ParnasSys) zelfs al aangegeven wat de verwachte uitstroom zal zijn.

  15. 15

    @11:

    Het zal zeker nog wel gebeuren dat scholen worden afgerekend op hun (slechte) prestaties, maar als die prestaties de potentie van hun leerlingen zijn, tja, waar reken je de scholen dan op af?

    Je kunt scholen afrekenen op wat ze aan een leerling die uitval vertoont doen. Dat moet tegenwoordig nauwgezet in kaart worden gebracht middels groepsplannen, didactische groepsoverzichten, ontwikkelperspectieven en handelingsplannen. Als een kind in groep 3 en 4 een D scoort op rekenen/wiskunde en het scoort in groep 8 een nette C en je hebt beschreven hoe je dit hebt bereikt, heb je als school goed je best gedaan.

  16. 16

    Jan @14, interessant wat je zegt over je ParnaSys. Mijn ervaring met het volgsysteem is dat er enorme sprongen te zien op de verschillende indicatoren die worden gebruikt. Langdurige stilstand op de ene en revolutie op de andere, tegelijkertijd. Is het in jouw ervaring al in groep 6 redelijk mogelijk te voorspellen welke schooladvies een leerling twee jaar later zal krijgen?

  17. 17

    @frankw: ik werk op een school voor asielkinderen. Ze zitten bij ons meestal maar een korte periode. Grote delen van hun schoolloopbaan hebben ze op andere scholen doorgebracht. De cito-gegevens die ik van voorgaande scholen krijg zet ik altijd in ParnasSys en het beeld dat ParnasSys me dan geeft, komt eigenlijk altijd wel redelijk overeen met het beeld dat mijn schoolmeestersverstand me geeft. De enkeling die bij ons een cito-eindtoets maakt, heeft meestal wel een score die ik en ParnasSys/cito verwachtten.
    De revoluties en stilstanden zoals jij die noemt zijn me niet opgevallen. Uiteraard verloopt de leercurve bij mijn leerlingen wel wat schokkerig, maar dat heeft dan eigenlijk altijd te maken met verhuizingen of andere zaken die het leerproces stilzetten.

  18. 18

    @3: “blijkbaar trekken ouders zich niet veel van deze cijfers aan.”

    Nou, dat betwijfel ik, kijk hier maar eens naar:
    http://stadsdeeloost.buurtmonitor.nl
    En vergelijk de CITO scores van de Ambonpleinbuurt met Amsterdam Middenmeer (twee buurten gescheiden door een dun kanaal met een brug en een spoorlijn met een tunnel). Het score verschil is enorm (7 punten in het voordeel van Middenmeer).

    En kijk dan bijvoorbeeld hiernaar:

    http://www.funda.nl/koop/amsterdam/appartement-48656091-copernicusstraat-52-bv/

    http://www.funda.nl/koop/amsterdam/appartement-48678704-insulindeweg-944/fotos/

    Twee appartementen met nagenoeg hetzelfde woonoppervlak op minder dan een kilometer bij elkaar vandaan, gelegen in één van beide buurten, maar wel met een prijsverschil van 2 ton. Dit is misschien een extreem voorbeeld, maar het is wel exemplarisch voor de prijsverschillen tussen de twee wijken.
    Wellicht dat er ook andere factoren zijn die deze prijsverschillen bepalen, maar ik ben er van overtuigd dat het verschil in gem. CITO scores hierbij ook zeker een rol speelt.

    Het wrange is natuurlijk dat de oorspronkelijke idee van de postcode gebonden scholing was het voorkomen van segregatie. Maar het effect is geweest dat mensen met geld gewoon meer zijn gaan betalen om bij elkaar te gaan wonen, en wel rondom de scholen met hoge CITO scores.

  19. 19

    @18:

    Maar het effect is geweest dat mensen met geld gewoon meer zijn gaan betalen om bij elkaar te gaan wonen, en wel rondom de scholen met hoge CITO scores.

    Als ik in dat tabelletje van jou kijk en de Ambonpleinbuurt met Middenmeer vergelijk m.b.t. overlast van groepen jongeren, zie ik een percentage van 32,6 bij de eerste en bij de tweede 7,2. Bij het percentage mensen dat vaak verloedering ervaart zie je bij de Ambonpleinbuurt 33,3% en bij Middenmeer 12,6%.

    Zomaar twee van de vele mogelijke oorzaken die de prijs van een huis kunnen drukken en ik denk eerlijk gezegd dat dit redenen zijn die vele malen zwaarder wegen bij de keuze van een huis, dan de hoogte van de gemiddelde cito-score van de buurtbasisschool.

  20. 20

    Toen ik bijna 30 jaar geleden de cito toets deed, op een Jena-plan school, werden de resultaten helemaal niet bekendgemaakt. Niet aan de leerlingen en niet aan de ouders. Het diende slechts als hulpmiddel voor de leraren bij het schooladvies. De reden was dat men niet wilde dat er tussen kinderen competitie ontstond op basis van de scores, volgens de Jenaplan filosofie is het namelijk belangrijker te leren samenwerken dan te leren wedijveren.

  21. 21

    @Michel: Zo erg is het gelukkig (nog) niet. Het lijkt er niet op dat de VVD de Cito-toets leidend wil maken voor de schoolkeuze, anders was ze nooit op het – mijns inziens belachelijke – PvdA compromis ingegaan. Verder staat de schoolkwaliteit op zich los van de toelatingseisen. Het is kortom volgens mij nog niet zó slecht. Politici realiseren zich de beperktheid van de toets, en zien de gevaren ervan dat er op individueel niveau teveel aan op zou worden gehangen.

    Ze blijken er echter in deze discussie geen flauw benul van te hebben welk middel je bij welk doel dient in te zetten.

    Ik ben voor het meten van individuele leerlingen voor een goed (of beter) schooladvies. Ook ben ik voor het meten van scholen of ze ook echt bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen ten aanzien van de leerdoelen. En ik ben zelfs geïnteresseerd in de discussie of selectie vooraf om leerlingen in een goede groepssamenstelling te krijgen een goed idee is – zo ja, op welke criteria en met welk doel.

    Maar wel allemaal met daarvoor geschikt gemaakte meetmethoden. En die zijn gezien de verschillende doelstellingen niet uitwisselbaar.

    Voor het eerste hebben we de Cito-toets, en die wordt gecombineerd met het schooladvies, dat volgens mij leidend is, en wat de leerlingen en ouders er eigenlijk zelf van vinden. Dat systeem draait nu al een tijdje, is ook vele malen herijkt, en ik denk dat het op zich zo slecht nog niet werkt. Ik ken mensen wiens slechte Cito-toets door de leerkracht lachend terzijde werd geschoven, en die nu aan het promoveren zijn. Ik ken ook mensen wiens goede Cito-toets de leerkrachten maar vooral de ouders ervan overtuigd heeft dat er meer in hun kinderen zat – en met goede resultaten. Zelfs kan de toets helpen om ouders te accepteren dat hun kind misschien beter in een andere omgeving past dan ze voor hun spruit gedroomd hadden.

    Voor het tweede hebben we kennelijk alleen de onderwijsinspectie (en hoe meet die eigenlijk?), en wat de scholen zelf meten en/of naar buiten brengen. Prima dat ze dat doen, maar het lijkt me gezien er om scholen, het management, het onderwijs zelf, etc, al dan niet ten onrechte nogal eens wat schandaaltjes boven komen, wat povertjes.

    Voor het derde, selectie aan de poort, is ouders-met-geld een heel slecht criterium om mensen met de juiste talenten op de juiste plaats te krijgen. Gemiddeld hou je er dan wel op talent en toekomstperspectief verschillende groepen aan over, op individueel niveau haal je op zo een manier natuurlijk niet het beste uit de mensen: dan stigmatiseer je ze.

    @Folkward & Jan: Reeds geplust maar ook bij deze: mooie bijdragen, dank.

  22. 22

    @18 Zelfs in deze crisistijd is in Amsterdam de woningmarkt zo krap dat je niet eventjes zomaar kunt gaan wonen in de buurt van jouw favoriete school. Tegen de tijd dat je in een specifieke buurt een geschikte woning hebt is je kind al opgegroeid.

    De verschillen tussen de twee buurten die je noemt – Middenmeer en Ambonpleinbuurt – zijn heel groot. Middenmeer is een van de betere buurten (inkomen, woonduur, tevredenheid) en de Ambonpleinbuurt is een van de armste buurten van Amsterdam. Maar belangrijker is de achtergrond van die buurtbewoners: Middenmeer telt 74% ‘Nederlandse Amsterdammers’ tegen 22% in de Ambonpleinbuurt.

  23. 23

    @21, maar er zijn wel plannen om scholen af te rekenen op de citoscore toch? In een wetsvoorstel vorig jaar was het nog het plan om citoscores erg belangrijk te maken in de beoordeling van scholen door de inspectie. http://www.nrcnext.nl/blog/2012/02/14/next-checkt-scholen-worden-niet-afgerekend-op-de-eindtoets/

    Gecombineerd met het voorstel om zeer zwakke scholen slechts een jaar te geven om de situatie te verbeteren kan ik me voorstellen dat dat zeer onwenselijke situaties geeft.

  24. 24

    De meetfobie o.a. in het onderwijs heeft tot een berg extra zinloos werk en overhead gelijd, met lange ij. De meetfobie dient nergens toe. Je moet handelen (en meten) als dat nodig is.
    Testen en toetsen, onderzoek, hoor je te doen bij twijfel en onzekerheid.
    Voor het merendeel van de leerlingen zijn ouders en docenten (zonder Cito) prima in staat, om samen met de leerling, een vervolgopleiding te kiezen die passend is.
    Het zou heel wat kosten en werkdruk besparen indien de meetcultuur werd teruggebracht tot de momenten waarop er gemeten moet worden.

  25. 25

    @Klokwerk:

    Maar wel allemaal met daarvoor geschikt gemaakte meetmethoden.

    Het kern van het probleem is dat iedere keer weer geprobeerd wordt om objectieve meetmethoden te vinden, voor zaken die zich niet objectief laten meten.

    Twee redenen:

    1 Dat wat je wilt meten laat zich niet in simpele kengetallen uitdrukken – het is geen natuurwetenschappelijk onderzoek.

    2 De meting beïnvloedt het gedrag dat je probeert te meten.

    Hierdoor weet je eigenlijk niet goed wat je meet, en kunnen rare effecten optreden, zoals het voorbeeld dat ik geef met selectie aan de poort – goed bedoeld, maar uiteindelijk meet men het inkomen van de ouders, niet het talent van de leerlingen.

    Het is en blijft mensenwerk, met alle problemen die daarbij horen, en een daarvan is de subjectiviteit van het oordeel. Pogingen om dat weg te werken met “objectieve meetmethoden” verplaatsen de problemen alleen maar.

  26. 26

    @13: Ik heb leraren erg hoog zitten, en zie dagelijks hoe ze hard werken met hart voor de zaak. Maar leraren zijn ook maar mensen. En de beoordeling van leerlingen is vaak subjectief. Leerlingen die jaren lang als “zwak” zijn bestempeld bloeiden in groep 6 op door de toewijding van een leraar. En andere middelmatige leerling haalde een hoge citoscore, een indicatie van een onderpresteerder. Leraren en toetsen vullen elkaar goed aan. Houden die toetsen (en ze misschien als ouders, school en politiek wat minder hypen) en vertrouwen op de combi van toets en oordeel van de leraar

  27. 27

    @26: Ik ben ook niet tegen toetsen in het algemeen. Een combinatie van toetsen en persoonlijke aandacht lijkt mij ook het beste. Leraren werken bovendien in teamverband. Bedenk dat het vakmensen zijn die (als het goed is) weten waarover ze het hebben, en persoonlijke voor- of afkeur voor een kind niet zullen mee laten meewegen. Niet perfect, en er is geen garantie, ik weet het.

    Hoe het precies moet weet ik ook niet, maar zie mijn argument @25. Waar ik tegen ben is de grote nadruk die wordt gelegd op “objectief meten en vergelijken”- iets dat typerend is voor deze onze tijd. Het is quasi-objectief. Daarom herhaal ik me zelf nog maar eens:

    Het is en blijft mensenwerk, met alle problemen die daarbij horen, en een daarvan is de subjectiviteit van het oordeel. Pogingen om dat weg te werken met “objectieve meetmethoden” verplaatsen de problemen alleen maar.

  28. 29

    @Inca: Ja, dat lijkt mij ook een veel te platte manier van beoordelen. Thanks voor de correctie.

    @Reinaert: Bedoel je niet meet-filie? Ik ben het overigens niet met je eens. Juist door met regelmaat te meten komen misstanden eerder aan het licht. Bovendien krijg je dan een betere controlegroep. Verder hoeft dat meten helemaal niet zo kostbaar te zijn.

    @Michel: Ik verzet me tegen het idee dat de kwaliteit van het onderwijs niet objectief te meten zou zijn. Kennisvoortgang is te meten. Als ik als leerdoel stel dat kinderen bijvoorbeeld de verkeersregels kennen, dan is dat heel goed te controleren. Maar ook een vager concept als veiligheid op school is te meten, bijvoorbeeld door middel van enquêtes. Een cijfer zegt niet alles, sterker nog, een koud cijfer zegt eigenlijk niets. Maar het wijst wel onregelmatigheden aan. Naar aanleiding daarvan kan vervolgens gekeken worden wat daarachter zit. Meten kan zodoende misstanden aan het licht brengen die anders verborgen zouden zijn gebleven.

    De Cito-toets is voor dat doel echter zwaar ontoereikend, want er ook niet voor gemaakt.

    Selectie aan de poort op basis van inkomen is inderdaad een zeer onwenselijke situatie, maar daar zijn we het over eens. Ik denk ook dat selectie aan de poort zoals dat nu plaatsvindt: de ouders die hun kind het eerst inschrijven krijgen de keuze, vertekenend is. In een lager milieu geven de ouders over het algemeen minder om opleiding en ze zijn er dan ook niet zo mee bezig.

    @Toko: Helemaal mee eens.

  29. 30

    @29: Neen ik bedoel nadrukkelijk: fobie. Een angststoornis vanwege de vrees iets te missen, vanuit de waan dat men zo controle houdt.
    Al dat getoets en getest bevestigt in de meeste gevallen wat je al lang wist en is in die zin geld- en tijdsverspilling.
    Toetsen en testen moet je inzetten als er een vermoeden is dat leerlingen in positieve of negatieve zin “afwijken”, dan kan dat je inzicht geven en je opvattingen al dan niet ondersteunen, dan heeft het zin.
    De info die je haalt uit het werk van leerlingen, uit het gedrag van leerlingen, uit de wensen van leerlingen volstaat. Voorwaarde is wel dat er ware proffesionals voor de kals staan.
    Kanjers die bevlogen en betrokken zijn. Zijn die er die dan helpt geen enkele test.
    Daar bovenop worden testresultaten vaak als stempel benut, misbruikt. Een kind scoort niet goed en ach wat blijkt (als voorbeeld) de dle score op begrijpend lezen is laag. Nou dat weten we dan en wat is de actie: het advies om toch maar veel te lezen. En verder is de score een excuus voor de slechte cijfers.
    Het gaat er kortom om hoe je toetsen zinvol inzet en ik beweer uit ervaring dat toetsen voor allen voor de leerling zelf geen extra’s opleveren.

  30. 31

    Michel @27,

    Ik zie leraren erg hard werken, maar het zijn niet allemaal de vakmensen waar jij het over hebt. Net als elders heb je sociale, flexibele, starre, slimme maar ook behoorlijk domme leerkrachten. En (bijna?) elk mens, ook een leerkracht, heeft de neiging gemakkelijker contact te maken en zich in te voelen met de ene medemens dan met de andere.

    Een vriendin van mij heeft ooit van de leerkracht advies “huishoudschool” gekregen en was bij de toen net ingevoerde citotoets de beste van de school. Met pijn en moeite kwam er een havo advies uit. Ze is inmiddels ingenieur, uiteraard zou ik willen zeggen.

    Onze zoon is ook dankzij de cito op de plek gekomen waar hij hoort (bij hem kwam uit het cito volgsysteem al heel vroeg een bijzonder profiel bovendrijven, en de cito eindtoets bevestigde dat). Ik zie meer intelligente kinderen die zich vervelen op de lagere school die niet zijn opgemerkt door leerkrachten, die tegendraads gedrag ontwikkelen en daardoor juist nog lager worden ingeschat.

    In de laatste jaren is er gelukkig steeds meer aandacht ook voor dit soort speciale kinderen, maar voorheen zijn er ongetwijfeld heel wat kinderen door “de vakkundige inschatting” van leerkrachten niet op het meest geëigende vervolg onderwijs terecht zijn gekomen.

    De Cito eindtoets misbruiken voor een scholenranglijst is overigens om heel veel reden, zoals het voortreffelijke artikel aangeeft, misplaatst.

  31. 32

    @Frankw & @Klokwerk

    Eerst een terzijde: anekdotische bewijzen overtuigen mij niet. Het is een beetje zoals de roker die weigert te stoppen met het argument dat zijn rokende opa ook 80 is geworden. Die dingen gebeuren, maar bewijzen niets.

    Ik ben niet tegen toetsen of proefwerken, integendeel, als je dat niet meer zou doen kun je nooit vordering meten. Waar ik mij tegen verzet is het idee dat je scholen, leraren en kinderen aan een objectieve meetlat kan leggen op basis waarvan je beslissingen kan nemen.

    Ik werk niet in het onderwijs, dus ik kan niet meer doen dan een vermoeden uitspreken, maar ik denk dat de mensen “in het veld” die bij die school, in de regio of bij de schoolinspectie werken geen “objectieve meetinstrumenten” nodig hebben om te weten wie of wat wel of niet goed functioneert. Degene die deze objectieve metingen wel nodig hebben zijn de managers en andere functionarissen die veraf staan – op het ministerie, of in de directie van de school met 10000 leerlingen. En natuurlijk voor de ouders die op basis van de jaarlijkse “schoolvergelijking” in de €lsevier een school voor hun kind moeten kiezen.

    Ik verzet me er tegen dit soort quasi objectieve meetsystemen gaan bepalen wat wel en niet goede scholen, onderwijzers en leerlingen zijn. Niet ideaal, dat geven jullie voorbeelden ook aan, maar ik weet ook geen beter systeem.

  32. 33

    Hmmm, Michel, heb jij eigenlijk schoolgaande kinderen (gehad)? Ik denk namelijk dat bijna alle ouders die een beetje betrokken zijn bij schoolzaken zullen beamen dat er grote verschillen zijn tussen leraren zoals hierboven “anekdotisch” is aangehaald.

  33. 35

    Wat mij opvalt is dat sommigen de illusie hebben dat cito-toetsen de zwakke docent (of school) helpen of corrigeren in het werk.
    Echter de cito-toets is daar noch geschikt voor, noch voor gemaakt.
    Werk je in een achterstandwijk dan zal jouw cito-score lager zijn dan bij een school die gesitueerd is binnen een schuldenbult(villawijk).

  34. 36

    @35:

    Wat mij opvalt is dat sommigen de illusie hebben dat cito-toetsen de zwakke docent (of school) helpen of corrigeren in het werk.

    Was mij niet opgevallen in het draadje. Het zal de zwakke leerkracht of school inderdaad niet helpen. Pas ingrijpen als een cito-score laat zien dat stof niet beheerst wordt, is veel te laat.

    schuldenbult

    Hihi :-)

  35. 37

    @Frankw: Dank voor de voorbeelden, dat is die ik bedoel. Zo ken ik er ook een heel aantal. Zoveel dat het zeker niet zomaar een paar anekdotes zijn.

    @Michel: Anekdotische bewijzen die je niet overtuigen? Het gaat hier over individuele mensen die goed geholpen zijn door middel van inzicht verkregen door testen. Hoe blind moet je zijn om dit moedwillig te negeren omdat je maar één kant van de zaak wilt zien?

    De vergelijking met de roker gaat totaal niet op, omdat die opa van 80 natuurlijk niet bewijsbaar langer leeft door te roken, terwijl het met bijvoorbeeld hoogbegaafte kinderen wel evident is dat ze door de test “ontdekt” werden.

    De combinatie van vertrouwen op de leerkrachten en ze ondersteunen door te meten is ver superieur boven alleen het eerste inzetten.

    Even een ander voorbeeld. Stel dat er een landelijke enquête was over veiligheid op school, anoniem en digitaal ingevuld door leerlingen. Denk je dan niet dat kindermisbruik veel sneller aan het licht zou komen dan nu het geval is?

    @Reinaert: Dan bedoelde je dus fobisch meten. Bij de term meetfobie denk ik juist dat er een angst is voor het meten zelf (zoals homofobie ook niet betekent dat je zo bang bent voor hetero’s dat je je extra homoseksueel gaat gedragen).

    Als je toetsen en testen pas inzet als je denkt dat er iets mis is, dan zie je alles wat je niet vermoed over het hoofd en krijg je bovendien vertekende resultaten, omdat je niet weet wat normaal is.

    Als je niet op wetenschappelijke manier meet kan je het beter laten.

    Hoe garandeer je dat er kanjers voor de klas staan en niet mensen die de kinderen juist schade doen?

    Door pas te gaan meten als je vermoed dat er iets mis is ben je waarschijnlijk altijd te laat.

  36. 38

    @klokwerk: als ik zeg dat anekdotisch bewijs me niet overtuigt dan bedoel ik daarmee dat het precies dat is: anekdotisch, niet dat het onwaar zou zijn, of dat een test voor een kind niet nuttig is. Zoals ik ook steeds heb geschreven hier: ik ben niet tegen testen.

    Maar als je op grond van tests beleid gaat voeren, spelen er andere zaken. Het gaat een eigen leven leiden. Zoals de agenten die afgerekend worden op het aantal bonnen dat ze schrijven – een objectieve maat! – of leerlingen gaan die zich voorbereiden op slagen voor een test. Dat is niet de bedoeling van een test.

    Volgens mij is dat iets dat je niet moet willen. Het enige verweer tegen bovenstaand is “maar mijn kind is er door geholpen” is daarom niet relevant.

  37. 39

    Michel, ik heb me gisteren grotendeels afzijdig gehouden na jouw teleurstellende opmerking over “anecdotes”. Voor mij zijn de verschillende anecdotes die ik mee maak en mijn omgeving mee maakt (en waar Klokwerk het ook over heeft) een manier om de voors en tegens van Cito toetsing te kunnen inschatten. Het gaat dus niet om “mijn kind” maar om “het systeem”.

    Overigens denk ik dat in deze discussie het echt wel helpt als je zelf kinderen hebt en meemaakt hoe het Nederlandse onderwijs systeem werkt. Het is een autoriteitsargument, ik weet het.

    Nou dan, nog even een anecdote van dit jaar. Twee zeer begaafde kinderen uit onze klas bleken de Cito bepaald zwak te hebben gemaakt. Allebei dezelfde fout, namelijk een vraag over geslagen, en dan schuiven de antwoorden allemaal een vraag op. De schooldirecteur heeft hemel en aarde moeten bewegen om de twee op de middelbare scholen te krijgen waar ze in zijn ogen thuishoren maar op grond van de cito toetsen niet thuis zouden horen. En dan nog maar te zwijgen over het gemiddelde voor zijn school van de Cito. Ergo, de huidige Cito is volstrekt ongeschikt als eindtoets. De combinatie goede leerkracht-goede toets is het meest probate middel.

  38. 40

    @Michel: Zo gesteld zijn we het wel weer eens. Een test alleen is nooit voldoende om een individu te meten, dat geldt niet voor een leerling, dat geldt niet voor een school. Het is en blijft een hulpmiddel. Maar wel één die mijns inziens ook voor het meten van de kwaliteit van de school goed gebruikt zou kunnen worden. Dat is dan echter niet de Cito-toets, want we zijn het eens dat die daarvoor absoluut ongeschikt is. Zoals eerder aangestipt denk ik aan veiligheidsenquêtes en periodieke gestandaardiseerde toetsen aangaande de algemene kennis die gesteld wordt in de leerdoelen. In dit digitale tijdperk liggen daar echt kansen.

    @FrankW: Ik heb zelf geen kinderen maar mensen om mij heen wel. Voor mij is het dus ook discussiëren vanuit de tweede hand. Maar daarnaast ben ik ooit afgestudeerd als psycholoog dus ik heb wel wat met testtheorie, en daarnaast speelt natuurlijk gewoon betrokkenheid bij het wel en wee van kinderen mee.

    Je voorbeelden zijn weer zeer verhelderend, ben het natuurlijk weer roerend eens. Thanks.

  39. 41

    @37: Klokwerk in jouw argumenten stel je dat je door te testen zaken niet over het hoofd ziet en impliciet dat er een zekere objectiviteit gewaarborgd is.
    Dat impliceert dat je voortdurend altijd en overal moet testen.
    Dat kan niet en is doelloos.
    Natuurlijk als je leerlingen volgt dan zijn er “proefwerken” en gedragsobservaties en je bespreekt met elkaar hoe de leerlingen het doen.
    Maar een slechte school, docent corrigeer je niet door een testresultaat.
    Veel voornamer is de man of vrouw voor de klas. Die moet hoog opgeleid zijn. Die moet streng geselecteerd zijn. In Finland gebeurt dit. Wil je voor de klas dan volg je een hbo+/universitaire studie, is er een strenge selctie aan de poort, verdien je goed. En wat blijkt Finland stijgt op de ranglijsten die OESO publiceert. Sterker nog het BNP stijgt met het stijgen van de investeringen in het onderwijs.
    Ik ben niet tegen testen, het garandeert echter niets, het testen schept verwachtingen die niet worden waargemaakt, dat is wat ik beweer. Je moet veel meer dan dat doen.

  40. 42

    @Reineard: Overal en altijd testen kan wel en is zeker niet doelloos. Sterker nog, overal en altijd testen word feitelijk al gedaan, alleen dan op een niet-gestandaardiseerde manier. Kijk, dan wordt het al een stuk nuttelozer.

    Maar als je stelt dat je er daar niet mee bent, dan ben ik het roerend met je eens. Ik heb ook geenszins de bedoeling testen te presenteren als een soort totaaloplossing. Het is gewoon een middel, dat ik helaas vooral verkeerd toegepast zie. Testen worden misbruikt in een poging iets te meten wat ze niet meten, de resultaten worden totaal abusievelijk als iets heiligs gezien, of juist als iets dat alleen maar bedreigend is. Zoals de politiek naar testen kijkt is het om te janken. Vandaar het blogje ;).

  41. 43

    @42: Overal en altijd kan wel? En feitelijk wordt dit al gedaan?
    Ik weet niet waar jij dit waarneemt?

    De rest van je antwoord onderschrijf ik, al blijf ik er bij dat alles staat en valt met de man of vrouw voor de klas. Zijn, haar bevlogenheid is bepalend. Het resultaat in Finland waar ik naar verwijs, is er niet voor niets.
    Nu staan er in Nederland relatief veel onbevoegden voor de klas in het vo, salarissen in het onderwijs blijven al weer jaren achter op die in het bedrijfsleven, aan arbeidsvoorwaarden wordt getornd, een diploma kan je via een achterdeurtje halen, docenten in het basisonderwijs blijken niet te kunnen rekenen, de “besten” vertrekken uit het onderwijs; als je dat weet heb je geen testen nodig om te voorspellen dat de kwaliteit van ons onderwijs achteruit gaat. Dan weet je dat leerlingen de dupe zijn, worden.
    Ja het is triest zoals de politiek haar beleid baseert op de onderbuik.

    Misschien allemaal constateringen buiten dit blogje, echter bedoelt om vast te stellen dat meten lang niet altijd weten inhoudt.

  42. 44

    Een proefwerk is een test. Een overhoring is een test. Een bezoek aan de schoolarts is een test. De cito-toets wordt op vele momenten afgenomen. De onderwijsinspectie test. Er zijn veiligheidsenquêtes.

    Er wordt kortom aan de lopende band en continu getest. Maar veel eenduidigheid in al dat getest is er niet, de wetenschappelijke fundering van de meeste testen is absent, en de tests worden ad hoc afgenomen.

    Dat moet toch een stuk beter kunnen.

    Je punt dat het belangrijkste winstpunt ligt bij het onderwijzend personeel kan ik van harte onderschrijven. Er is een investering in leerkrachten nodig. Overigens is de politiek zich daar ook wel van bewust hoor. De eisen aan leraren en onderwijzers worden momenteel opgeschroefd. Het debat over het hoe is daarover in volle gang.

    Wat jammer is, is dat loonontwikkeling nog achterblijft en de autonomie van de leraar door de recente manie om scholen vooral te laten fuseren sterk is teruggebracht, ten gunste van niet-altijd-even-competente schoolbesturen.

  43. 45

    @44: Je stelt dat moet een stuk beter kunnen. Vast wel. Ik stel daarbij: dat moet een stuk minder kunnen. Minder betekent meer tijd voor “creativiteit”, voor leren dus.
    Dat de overheid vindt dat de kwaliteit omhoog moet klopt. De middelen daartoe kosten geld en dat levert men niet.
    En zo zie je worden we het toch nog goeddeels eens, denk ik?

  44. 46

    Dat de overheid vindt dat de kwaliteit omhoog moet klopt

    De overheid vindt al jaaaaren dat de kwaliteit omhoog moet. Van alles. En dat er innovatiever moet worden gewerkt. En dat nederland een ‘kenniseconomie’ moet worden. Etcetera. Holle woorden.

  45. 47

    Gronk #46, wat onze politieke leiders met hun innovatie “platformpjes”en “taskforces”(praatclubjes) echt willen is dat Nederland een kennisseneconomie wordt. Maar dat durven ze niet hardop te zeggen :)

  46. 48

    @frankw & @klokwerk Misschien was mijn opmerking over anectotisch bewijs onterecht – met name de vergelijking met de roker was erg ongelukkig gekozen – ik begrijp dat jullie het niet zo bedoelen.

    Maar ik blijf bij mijn punt dat het zoeken naar objectieve meetlatten voor zaken die niet objectief meetbaar zijn onvoldoende is beantwoord.

    Ik lees op dit moment (ben halverwege) Identiteit van Paul Verhaeghe – zeer aanbevolen, met name voor jullie. Hij beschrijft hoe in onze cultuur alles wordt onderworpen aan een dergelijke in eerste instantie goed bedoelde meetsystemen, maar hoe dat systeem is verworden tot een neoliberale nachtmerrie, waarin het iedereen voor zich moet vechten en waar de waarden van de gemeenschap verloren raken. Ik kan het niet zo goed verwoorden, en ben nog bezig in mijn eerste lezing van dit boek – het zeker een tweede waard.

    Wat merk in jullie commentaar is dat je nog steeds lijkt te denken dat het een technisch probleem is – bijvoorbeeld als @klokwerk schrijft:

    Er wordt kortom aan de lopende band en continu getest. Maar veel eenduidigheid in al dat getest is er niet, de wetenschappelijke fundering van de meeste testen is absent, en de tests worden ad hoc afgenomen.

    Dat moet toch een stuk beter kunnen.

    Natuurlijk kunnen testen altijd beter (toegepast worden) – maar dat is niet het probleem. Er zijn zaken die je niet objectief kan testen en meten, en de uitslagen van tests kan je niet altijd gebruiken voor vergelijking en het maken van beleid.

    Nog een keer anectodisch dan: de “anecdote van het jaar” van @frankw @39 is typerend voor het grote belang dat aan deze tests wordt gehecht, gezien de moeite die de leraar moest doen om de kinderen toch geplaatst te krijgen. Dat moet toch aan het denken zetten? Stel je voor dat die kinderen door een dergelijke fout op een heel ander, en ongeschikt carrière pad waren gezet – bijvoorbeeld omdat er toevallig geen goede en gemotiveerde leraar en/of ouders zijn? Willen we dat onze kinderen aandoen?

  47. 50

    @Reinaert: Minder? Geen idee. Ik zie meten en creativiteit in ieder geval niet als elkaars vijanden.

    De eisen aan de opleidingen en docenten zelf worden overigens nu al aangescherpt: eisen stellen kost immers geen geld. Of dat afdoende is? Mwah.

    @Gronk: Je kan zeggen dat de verkeerde maatregelen worden getroffen, of niet genoeg. Maar hol is teveel gezegd.

    @Michel: Je blijft een tweetal dingen herhalen zonder ze te onderbouwen of op de argumenten tegen in te gaan:

    – “Er zijn zaken die je niet objectief kan testen en meten”

    Ik heb je een aantal zeer concrete voorbeelden gegeven hoe je aspecten van de kwaliteit van het onderwijs (kennistoename en veiligheid) kan meten. Als je dat als antwoord onvoldoende vond dan hoor ik graag waarom.

    – “De uitslagen van tests kan je niet altijd gebruiken voor vergelijking en het maken van beleid”

    Dat is precies de kritiek die ik hier in deze column neerleg. Ook mag de uitslag van de Cito-test nooit als bindend worden opgevat.

    Dat neemt niet weg dat het wel degelijk mogelijk is om metingen te gebruiken voor beleid. Op voorwaarde dat er tenminste goed gemeten wordt (betrouwbaar), dat er ook gemeten wordt wat men wil meten (valide), en de mensen begrijpen hoe de cijfers te gebruiken. Ook daar heb ik al een paar woorden aan gewijd, waar je verder niet op bent ingegaan.

    Niet het meten is verkeerd, maar de manier waarop het gebruikt wordt.

  48. 51

    @50: @klokwerk,

    Ok, laat ik het dan wat scherper stellen – de tweede zin die je van mij citeert was onhandig van me. Er zijn altijd dingen te vinden waarvoor je een test of meting kan bedenken – dat bedoel ook niet. Ik zal het scherper stellen: er zijn zaken waarvoor het niet mogelijk is om een test te ontwerpen. Om – voor zo ver ik nu kan zien – twee redenen:

    1. Er zijn zaken die inherent subjectief zijn. Schoonheid, waarheid, wijsheid, verstand, enz. kun je niet “objectief meten”.

    2. Het feedback mechanisme. Het is toevallig, maar een van mijn vorige posts ging daar ook al over – in heel ander bereik: kredietbureaus. Helemaal toevallig is het ook weer niet denk ik, want onze samenleving is op die manier ingericht. Dit denken is diep doorgedrongen in onze cultuur.

    Wat het niet ingaan op je punten betreft: je heb gelijk dat er zaken zijn die goed gemeten kunnen worden, daarover verschillen we gewoon niet van mening.

    En nog een wat verlaat antwoord aan @frankw over wel of niet ervaring hebben met kinderen: ik heb wel degelijk in mijn omgeving meegemaakt hoe de prestaties van 8 jaar basisonderwijs uiteindelijk resulteren in een getal. 587 uit 600 – zoiets. Ik weet de echte getallen niet meer, doet er ook niet toe. Het is de eerste echte test die ze ondergaan in hun leven, zoals er nog heel veel zullen volgen. Nogmaals ik zeg niet dat er niet getest mag worden, maar doet mij ook wel een beetje denken aan de grap uit de The Hitchhiker’s Guide, waarin het antwoord op de ultieme vraag over leven, het universum en alles 42 is.

  49. 53

    ONTPLOOIING VAN KINDEREN VALT NIET ENKELZIJDIG TE METEN MET EEN TOETS

    Te pretenderen dat ditgeen, welk zo complex en subjectief is, op een objectieve manier te meten valt en kinderen op basis daarvan naar het corresponderende hokje door te schuiven is een misdaad tegen de jeugd.

  50. 54

    Mama, ik wil niet naar school dat is saai. Dat kan ik toch allemaal ook gewoon zelf leren? Nee je moet gewoon naar school gaan net als alle andere kinderen. *Gaat maar de hele dag vliegtuigen tellen.

    Papa trek geen gekke bekken naar me eikel! *ik ben toch niet idioot, dat je zo doet? Wat?! Ga naar je kamer! *Waarom gedragen alle volwassenen zich alsof ik dom ben?

    Zeg wat ben jij snel klaar met de Cito-toets? Ja ik wilde snel buiten spelen..

    Wordt de ontwikkeling en het juiste onderwijsniveau van een dergelijk kind het meest geholpen door een intelligente en sociaal ontwikkelde leerkracht die een jaar lang inzicht in het kind heeft als “case-study” of door een “objectieve” test? Een dergelijke test voor kinderen met het doel de opleidingskeuze te bepalen zal nooit accuraat meten wat hij dient te meten. Daar is het geen juist middel voor.

  51. 58

    @57: het stuk betoogt geloof ik wat het niet wil betogen. Tegen het gebruiken van de citotoets als onderdeel van de vervolgkeuze is niet zoveel weerstand. Die citotoets bestaat immers al tientallen jaren, en maakt al even zo lang deel uit van het advies. Niks mis mee.

    Het intrigerende is echter dat juist het openbaarmaken van de citoscore helemaal niets had geholpen om het overduidelijk slechte schoolhoofd te onttronen. Het toont juist aan dat de citoscore niet zo gek veel zegt over de kwaliteit van de school op zich: zelfs bij onambitieuze schoolhoofden met weinig inzicht in hun leerlingen komen er gymnasiumleerlingen voor. En juist een gesprekje over de instelling van een school zegt dan heel wat meer dan een citoscore-lijst.

  52. 59

    @frankw: Eindelijk de tijd om het te lezen.

    Leuk verhaal inderdaad, maar het verandert niets aan mijn argument (@51) Openbaarmaking, zodanig dat scholen en leraren met elkaar vergeleken kunnen worden vind ik een onzalig idee.
    En zoals ik ook al herhaaldelijk heb gezegd: ik ben niet tegen toetsen in het algemeen.