Kansen voor D66, GroenLinks en de PvdD

ANALYSE - De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit laatste stuk van de serie een schets van de mogelijkheden en de strategie.

Bij de huidige stand van zaken in de politiek liggen er politieke kansen voor D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Eigenlijk zijn die kansen alleen maar goed te grijpen als ze kiezen voor samenwerking.

Geen fusie

In de vorige stukken zette ik op rij in welke opzichten D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren overeen komen. Daarmee bedoelde ik geenszins dat de partijen zouden moeten fuseren. Dat lijkt me ook helemaal geen goed idee. Door alleen maar te zinspelen op een fusie springt meteen de achterban van je partij hoog op de kast. Gevolg: tientallen congressen over “de koers van de partij”, en in plaats van met politiek zijn je politici alleen nog maar met de partij bezig. De media zullen smullen. Maar je politieke concurrenten ook.

Nog belangrijker: de partijen zijn gezamenlijk sterker als ze gebruik maken van het feit dat ze verschillende doelgroepen aanspreken. Die kiezersgroepen kunnen zich namelijk vaak maar slecht met elkaar identificeren. Bovendien hebben die partijen naast overeenkomsten nu eenmaal ook verschillen in standpunten. Die verschillen onder het kleed schoffelen zou de democratische discussie alleen maar schaden en de partijen terecht ongeloofwaardig maken.

Samenwerking

Ondanks de verschillen die er zijn is er voor wie even verder kijkt een duidelijke agenda die deze drie partijen gemeenschappelijk voeren, en waarmee zij zich wezenlijk onderscheiden van andere partijen. Het gaat in het kort om een radicale vergroening van het belastingstelsel, een flinke democratiseringsslag voor Brussel, het gelijk trekken van de rechten van flexwerkers en vaste werkers op een sociale manier, en een vrije samenleving over het algemeen, dus ook als het gaat om bijvoorbeeld het drugsbeleid en het privacy-debat.

Hoe kan deze agenda het best politiek gepresenteerd en verdedigd worden? De drie partijen zouden los van elkaar hun standpunten kunnen blijven verdedigen, maar dat maakt geen extra indruk. Er zijn inmiddels negen partijen in de oppositie in de Tweede Kamer. Zonder samenwerkingsverbanden zullen met name de kleinere partijen simpelweg verzuipen in de kakofonie.

Beter zouden ze voor de gezamenlijke agenda die ze voeren extra aandacht kunnen trekken door bijvoorbeeld met een gezamenlijke oppositieverklaring te komen, en elkaar vervolgens op die agendapunten te blijven steunen.

Daarbij liggen er vervolgens kansen in de politieke discussie en in de eerste kamer.

Kansen in de politieke discussie

PvdA en VVD hebben samen een meerderheid in de Tweede Kamer, maar ze weten dat hun meerderheid electoraal gezien fragiel is. De noodzaak voor die twee partijen om met dit project door te gaan is daarom hoog: beide partijen weten dat ze uit eventuele volgende verkiezingen kleiner tevoorschijn zullen komen. Een reden dat dit kabinet nog wel even zou kunnen blijven zitten.

Het huidige regeerakkoord is er echter één op hoofdlijnen, waarbinnen de politieke partners elkaar veelal nog moeten vinden. En zelfs aan die hoofdlijnen blijkt nog te tornen. Dat betekent dat mensen met kritiek of ideeën gehoord worden, met name als blijkens de peilingen een groot deel van de mensen weet aan te spreken dat de vorige verkiezingen VVD en de PvdA gestemd heeft.

Kansen via de Eerste Kamer

De samenstelling van de Eerste Kamer blijft nog ruim twee en een half jaar hetzelfde als deze nu is. Ook als het kabinet Rutte II de hele rit uitzit, zal de politieke werkelijkheid voor het grootste deel van de termijn dus nog zijn zoals die nu is.

In de Eerste Kamer kunnen de PVV, het CDA en de SP het kabinet los van elkaar aan een meerderheid helpen. Indien dat niet lukt kunnen alleen D66 en GroenLinks in combinatie die meerderheid garanderen. We gaan waarschijnlijk politiek spannende tijden tegemoet waarin het kabinet verschillende meerderheden zal proberen te zoeken.

D66 en GroenLinks staan van alle oppositiepartijen het dichtst bij dit kabinet. Zij zitten qua politieke kleur redelijk in het midden tussen PvdA en VVD. Bovendien zijn zij hervormingsgericht, in tegenstelling tot het CDA dat met name conservatief is ingesteld. D66 en GroenLinks stonden tijdens de besprekingen van het regeerakkoord dan ook het meest positief tegenover het kabinet. Het ligt dus voor de hand dat het kabinet daarom op deze twee partijen vaak een beroep zal doen.

Invloed

Die steun mogen deze partijen mijns inziens echter niet gratis geven. Aan die steun dienen voorwaarden te worden verbonden.

Denk aan: geen geknabbel aan de ontslagbescherming als dit niet eindelijk gepaard gaat met die scholingsfondsen waar mensen recht op hebben ongeacht hun voorgaande contractvorm, waar beide partijen al jaren voor pleiten.

Of: geen steun voor overdracht aan de EU als de minister president niet serieus werk gaat maken van een pleidooi voor een veel democratischer besluitvorming in Brussel (denk aan meer macht voor het Europees Parlement of zelfs een Europees referendum).

Of: verlaging van de inkomstenbelasting OK, doe maar nog meer dan van plan was, maar dan wel met de invoering van belastingmaatregelen om vervuilend en ongezond gedrag tegen te gaan (vettaks, groentaks, vleestaks).

Draagvlak

Zonder elkaar zullen GroenLinks en D66 een stuk minder sterk zijn in het stellen van dit soort voorwaarden. Want het “njet” van GroenLinks of D66 is lang niet zo interessant als de voorwaarden waaronder ze het kabinet toch aan een meerderheid willen helpen. Voor het opstellen daarvan hebben ze door de getalsmatige verhoudingen al snel elkaar nodig.

Voor dit spel is de Partij voor de Dieren niet noodzakelijk, maar het zou van strategisch inzicht getuigen als D66 en GroenLinks deze partij in hun verklaring meenemen wanneer de standpunten toch al overeen komen. Politiek is tenslotte draagvlak zoeken voor je voorstellen, en niet het vertonen van sologedrag.

Sologedrag mag verleidelijk zijn omdat sommige kiezers dat verwarren met “trouw blijven aan je idealen”. Maar als het ideaal is de samenleving te verbeteren, dan is sologedrag vertonen een doodlopende weg.

Zonder elkaar zie ik die drie partijen in de oppositie dan ook helaas niet veel presteren. Ze zijn door veel van hun standpunten, door hun positie in het politieke spectrum, en door de getalsmatige verhoudingen bijna wel gedwongen tot samenwerken. Het zou stom zijn daar dan niet maximaal op voor te sorteren.

  1. 1

    Samenwerking op punten lijkt me logisch. Dat moet elke partij nu eenmaal om iets binnen te halen. Maar wat de verdere samenwerking zou moeten inhouden is me niet duidelijk. Geen van de drie zal waarschijnlijk de kans laten liggen om een programmapunt te realiseren met een andere partij.

  2. 2

    Ze vinden elkaar op fundamentele punten inhoudelijk en opereren in dezelfde hoek van het politieke spectrum. Daarbij zijn ze ook getalsmatig tot samenwerken met elkaar veroordeeld.