Overeenkomsten tussen D66, GroenLinks en de PvdD

ANALYSE - De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit stuk een analyse van de belangrijkste overeenkomsten tussen de drie partijen.

Wie met de stelling komt dat drie partijen moeten gaan samenwerken krijgt zo te merken een hoop kritiek. Hoe durf ik drie zó verschillende partijen op één hoop te gooien! Nu, dat is niet zo vreemd, want ze hebben meer overeenkomsten dan veel mensen kennelijk (willen) denken.

Milieu

De Partij voor de Dieren stelt van zichzelf graag dat zij de enige partij is die staat voor een duurzame economie. Natuurlijk willen ze bij WC-eend alleen maar WC-eend. Milieu-organisaties echter kiezen in hun besprekingen ongeveer net zo vaak GroenLinks als favoriet. Laten we dus niet gaan jijbakken: beide partijen bestaan uit milieugekkies die radicaal kiezen voor de duurzame economie. In plaats van elkaar de maat te nemen kunnen ze wat dat betreft beter samenwerken.

Maar hoe zit het met D66? Die partij wil zich duidelijk minder graag op dit punt profileren. En ze rent zeker niet voor iedere gans die op Schiphol in de weg vliegt naar de interruptiemicrofoon.

Maar D66 heeft wel een heel belangrijk punt gemeen met die andere twee. Een punt dat verder geen enkele andere partij zo sterk heeft. Al deze drie partijen willen dat ons belastingstelsel ingrijpend hervormd wordt op de volgende manier: de loonbelasting omlaag, en in plaats daarvan de belastingen op producten die vervuilend zijn voor mens, dier en samenleving flink omhoog. Denk aan de groentaks, de vettaks, de vleestaks, en meer van zulks. Resultaat: wie vervuilt draait zelf voor de kosten op, en er komt een zeer sterke prikkel om dat vervuilen voortaan te laten. Bovendien is het leuk voor de werkgelegenheid.

Dit punt is zoveel ingrijpender dan de discussie over of het beter is om everzwijnen af te schieten, ze bij te voeren of te laten creperen, afhankelijk van je beeld van de natuur. Dit gaat over het werkelijk omvormen van de economie: het stelselmatig en structureel afrekenen op vervuiling. Vergeleken met dit punt is al het andere, inclusief een losse accijns van een procentje erbij, eigenlijk maar klein bier.

De EU

Misschien zelfs opvallender is de gedeelde agenda voor de EU. Ondanks de anti-EU teneur van de laatste jaren is er gelukkig nog een grote groep mensen die snapt dat als we een vuist willen maken tegen het internationale bankwezen, we dat als Europa moeten doen.

Wie hiermee komt echter wordt door menigeen direct weggezet als EU-knuffelaar. Maar dat is onterecht. De notie dat we een EU nodig hebben betekent allerminst dat we tevreden zijn met de EU zoals die er nu is.

Nu wil het feit dat juist D66 en GroenLinks de meest verstrekkende hervormingsvoorstellen voor Europa hebben. Deze partijen willen een veel grotere inspraak van de Europese burgers rechtstreeks in Brussel.

En de Partij voor de Dieren dan? Die was toch altijd Eurokritisch? Klopt, maar dan wel op precies dezelfde manier als dat D66 en GroenLinks dat zijn. De Partij voor de Dieren is immers de enige andere partij die ook de eis van democratisering van de EU in haar programma heeft staan.

Helaas staan deze drie partijen hier alleen in. Alle andere partijen laten het op dat vlak afweten, PvdA, VVD en SP inclusief. Die willen aan de zeggenschapsstructuur in de EU weinig tot niets veranderen.

Mensenrechten

Verder zijn de drie partijen de meest uitgesproken mensenrechtenpartijen. Dit uit zich in overzichten als de humanistische meetlat van het humanistisch verbond. Daarbij scoren deze drie partijen veruit het hoogst. Hoger dan de SP en de PvdA.

Dit is mede te danken aan de internationale gezindheid. Met name D66 en GroenLinks lijken als enige partijen door te hebben dat de EU meer is dan alleen economische samenwerking en “geen oorlog”. De EU is namelijk ook een hoeder van afspraken over democratie, vrijheid van meningsuiting, gelijke behandeling ongeacht afkomst, sekse of geaardheid, toegang tot de rechtspraak en persvrijheid. De kernwaarden van onze samenleving dus. Daarmee heeft de EU niet alleen het zuiden en het oosten van Europa helpen bevrijden, waar die rechten hoogst waarschijnlijk nooit zo snel zouden zijn ingevoerd als het geen toelatingseisen waren geweest, maar beschermt zij ook van tijd tot tijd burgers in ons land, zoals vluchtelingen. D66 en GroenLinks zijn bij uitstek de partijen die de EU blijft aansporen haar mensenrechtenbeleid uit te breiden en na te leven.

Sociale zekerheid

Zowel GroenLinks, D66 als de Partij voor de Dieren doen in hun programma voorstellen om ons sociaal stelsel aan te passen op de flexibele maatschappij.

Maar wel op een heel andere manier dan die de VVD voorstaat, die de sociale zekerheid ten gunste van die flexibilisering wil terugdringen. En ook op een andere manier dan de PvdA en de SP, die net doen alsof die flexibele arbeidsmarkt nog tegen te houden is en met name opkomen voor verworven rechten. Alsof niet de helft van alle werknemers inmiddels al ZZP’er is, werkt onder een jaarcontractje of op uitzendbasis.

GroenLinks, de Partij van de Dieren en D66 hebben geen gelijke maar wel zeer vergelijkbare standpunten over sociale zekerheid: flexibilisering van de arbeidsmarkt door kortere maar hogere werkloosheidsuitkeringen, waarbij de nadruk ligt op bij- en herscholing, met als doel onder meer het gelijktrekken van rechten van mensen met een vast en een ander dienstverband. Dit gaat bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren tevens gepaard met een steviger vangnet voor de onderkant, inclusief financiële erkenning voor maatschappelijke taken zoals mantelzorg en eventueel vrijwilligerswerk.

De achtergrond is dat deze drie partijen niet uitgaan van het Angelsaksische model of het Rijnlandmodel voor sociale zekerheid (respectievelijk VVD en PvdA/SP), maar van het Scandinavische model. In het huidige coalitieakkoord (zolang dat nog bestaat) wordt het slechtste uit twee werelden gecombineerd: de WW wordt korter maar niet hoger, de ontslagbescherming wordt minder waard, de bureaucratie blijft. D66, GroenLinks en de PvdD hebben een alternatief, dat zowel de solidariteit en stabiliteit bevordert als de flexibiliteit van de arbeidsmarkt.

Oppositie

Als je toch met negen partijen in de oppositie zit, dan kan je volgens mij het best blokken vormen. De SP en de PVV vormen op links en rechts al een blok op zich. De Christenen zullen elkaar ook wel kunnen vinden.

Het lijkt mij vanuit strategisch belang niet meer dan normaal als D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren hecht gaan samenwerken, en wel door hun overeenkomsten te benadrukken. Niet alleen omwille van de strategie, maar met name om die overeenkomsten zelf, waarmee zij gezamenlijk toch echt duidelijk verschillen van andere partijen.

  1. 3

    Wie met de stelling komt dat drie partijen moeten gaan samenwerken krijgt zo te merken een hoop kritiek. Hoe durf ik drie zó verschillende partijen op één hoop te gooien

    Nee, de kritiek was dat je redeneringen nergens op sloegen en je schrijfsels niet boven het niveau van een schoolopstel uitkwamen.

    In ieder geval is dit stukje beter geschreven.

  2. 6

    @Kevin: Wellicht zegt het wat dat een vriend van mij, al jaren overtuigd D66 aanhanger, ooit dacht naar een D66 spot op TV te kijken, totdat aan het eind daarvan het logo van de Partij voor de Dieren in beeld kwam.

  3. 12

    Ik denk dat een samenwerking leidt tot een gezamenlijk minder aantal zetels. Dat denk ik omdat veel D66 kiezers niet op D66 stemmen vanwege hun groene “de-vervuiler-betaald” standpunt. Zij zullen zich dus niet vertegenwoordigd voelen in deze nieuwe samenwerking. Zij zullen ook zeker zeggen dat PVDD ver van hun afstaat. Anderzijds denk ik dat PVDD stemmers en Groenlinks stemmers niets zien in een samenwerking met de ‘rechtse’ D66.

    Waar bazeer ik bovenstaande stelling op? Op het gegeven dat Groenlinks de afgelopen jaren naar D66 is toegekropen is haar stemgedrag en daar zijn ze fors op afgestraft.

    Je zoekt dus naar overeenkomsten in het stukje, en die zal ik niet bestrijden, maar komt er ook nog een stukje over de verschillen?

  4. 13

    “GroenLinks, de Partij van de Dieren en D66 hebben geen gelijke maar wel zeer vergelijkbare standpunten over sociale zekerheid” Opmerkelijke vaststelling in een stuk dat de overeenkomsten benadrukt.
    Welke partijen zijn tegen EU democratisering, zeker als dit zonder gevolgen blijft nu de vorderingen minimaal zijn? Blijkbaar is het EU beleid ondergeschikt aan deze demokratisering.
    De effektiviteit van een gezamenlijke groentaks hangt sterk af van de hoogte ervan.

    Inderdaad de drie partijen zijn vergelijkbaar, maar is dat voldoende om de verschillen weg te poetsen. Dat blijkt niet uit het stuk, dat zich alleen richt op enkele overeenkomsten.

  5. 14

    @Roland & Mark:
    Er is volgens mij geen enkele noodzaak om verschillen weg te poetsen om een goede samenwerking op deze hoofdpunten mogelijk te maken. Als het doel zou zijn verschillen weg te poetsen, zouden jullie wellicht gelijk hebben. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Ik zou de verschillen lekker laten bestaan, maar vooral extra kracht putten met de gezamenlijke agenda. Want daarin verschillen ze wel degelijk van alle andere partijen.

    @Roland: PvdD, D66 en GroenLinks zijn de enige partijen die in hun programma hadden staan dat het EP het laatste woord moet hebben in plaats van de ministerraad, en spreken over een Europabreed referendum.