Belastingvrijstelling voor liefdadigheid is immoreel en onrechtvaardig

ANALYSE - In Nederland kan je giften die je doet aan een goed doel aftrekken van je inkomen. Op die manier betaalt de overheid 36 tot 52% van je gift. De aftrekbaarheid is ooit ingesteld om mensen te stimuleren geld aan goede doelen te geven. Dat klinkt als een goede maatregel die moreel gedrag bevoordeelt. Maar vanuit bepaalde filosofische perspectieven, is het juist onrechtvaardig of zelfs immoreel om bepaald gedrag te bevorderen.

Consequentialisten en deontologen

De moraliteit van een handeling kan je op verschillende manieren beoordelen: op basis van de gevolgen die de handeling heeft of op basis van intentie van de actor. Volgens de eerste doctrine, het consequentialisme, is het bevorderen van het doen van giften heel wenselijk. Immers meer mensen geven aan goede doelen! Daarmee krijgen die goede doelen meer geld om hun goede werk te doen. Iedereen wint!

Maar volgens de tweede benadering, de deontologie, wordt de moraliteit van een handeling bepaald door de intentie van de actor. Stel nu dat iemand 59 euro geeft aan een goed doel; dat is één euro onder het minimumbedrag waaronder je je gift kan aftrekken. Als hij 60 euro uit zou geven zou hij 22 euro terugkrijgen van de belastingen: die ene extra euro levert dus 21 euro op! Als iemand om die reden een extra euro geeft, doet dat volgens deze benadering af aan de moraliteit van de handeling. Liefdadigheid zijn dingen die je doet omdat je er zelf niet beter van wordt. Als je fiscaal gestimuleerd wordt om giften te geven zijn er gevallen waarop je vanuit egoïstisch perspectief beter meer dan minder kan geven. Vergelijk dit met het wettelijk verbod op door rouwstoeten heen rijden. Als je dit alleen maar doet om dat je anders door de wet gestraft wordt, heeft het niets met respect voor de doden te maken maar heeft het alleen te maken met respect voor de wet.

Katholieken en protestanten

Deze twee benaderingen zijn niet alleen maar verschillen van meningen tussen filosofen, het is ook een van de belangrijkste theologische onderscheid tussen katholieken en protestanten. Volgens katholieke theologen worden mensen uiteindelijk door God gered vanwege hun goede werken. Als we die bevorderen, bevorderen we de moraliteit van de bevolking. Maar voor protestantse theologen geldt Sola Fide. Volgens hen kijkt God slechts naar geloof, de pure intentie van bevolking. Dit onderscheid is een fundamenteel onderscheid tussen protestanten en katholieken. Dit kan je ook zien in de doctrines over vrijheid van godsdienst van Locke en Spinoza. Voor Locke geldt het Sola Fide. De overheid moet de uiterlijke verschijningsvormen van geloof niet bevorderen omdat dit leidt tot huichelarij. Volgens Spinoza is geloof zonder handelingen dood. Vervolgens bewijst hij dat morele handelingen gericht moeten zijn op de stabiliteit van de staat.

Hiermee is de keuze om liefdadigheid fiscaal te stimuleren niet meer neutraal ten opzichte van morele doctrines. Niet neutraal tussen deontologen en consequentialisten maar ook niet neutraal tussen katholieken en protestanten. En daarmee is de keuze om deze regeling in te stellen vanuit liberaal perspectief onrechtvaardig, want niet neutraal ten opzichte van ideeën van het goede leven. Het gaat uit van consequentialistische en katholieke morele opvattingen en is in strijd met deontologische en (in mindere mate) protestantse opvattingen. .

Het lijkt dus een mooie, faire regeling die giften aan goede doelen stimuleert, maar uiteindelijk is deze regeling vanuit sommige perspectieven immoreel: er zijn gevallen waarin mensen beter extra geld kunnen doneren omdat ze daar zelf op vooruitgaan. Altruïstisch gedrag wordt zo gecorrumpeerd tot egoïstisch gedrag. En omdat je vanuit verschillende morele en theologische perspectieven anders kan kijken naar de moraliteit van deze regeling, is hij niet neutraal ten opzichte van ideeën van het goede leven. En daarmee, vanuit liberaal perspectief, onrechtvaardig.

Het afschaffen van deze regeling is net als het invoeren van het homo-huwelijk en het legaliseren van euthanasie een stap in de richting van een liberale samenleving die niet bepaalde morele doctrines het overheidsbeleid laat dicteren.

  1. 1

    Volgens deze redenering zouden straffen op diefstal, moord en verkrachting ook afgeschaft moeten worden, want laten we wel zijn: dit werkt in de hand dat mensen diefstal, moord en verkrachting nalaten vanwege angst voor de lange arm der wet, in plaats van op grond van hun zuivere intentie.

    Welnu, aangezien je vanuit verschillende ethische theorieën verschillend aan kunt kijken tegenover dergelijke verboden, zijn ze niet neutraal ten opzichte van ideeën van het goede leven.

    Je zou – even verder denkend – best kunnen betogen dat in een liberale samenleving, mensen gewoon maar moeten kunnen doen wat ze willen (inclusief moord, roof en verkrachting) en dan de consequenties moeten aanvaarden: dat de familie van het slachtoffer wraak komt nemen bijvoorbeeld.

    Ik wil maar zeggen: politiek houdt altijd ook het opdringen van je morele overtuigingen aan anderen in. We verbieden diefstal, moord en verkrachting omdat we de maatschappij zonder zulke verboden een stuk minder aangenaam vinden dan mét zulke verboden; vervolgens rationaliseren we dat.

    Idem met snelheidsbeperkingen, de verplichting om autogordels en kinderzitjes te gebruiken, parkeerverboden, etcetera, etcetera.

    Maar als het fiscale voordelen betreft om wenselijk gedrag te stimuleren dan schrikt Simon Otjes ineens van zijn leestafeltje op omdat men dan “bepaalde morele doctrines het overheidsbeleid laat dicteren”? Hoe wereldvreemd is dat?

  2. 2

    @1

    Om nog maar te zwijgen van alle filosofen die niets van al die ethica moeten hebben, consequentialistisch, deontologisch, metaphysisch of wat dan ook. Die zeggen doodleuk dat zulke oordelen en theorieen niet tot de filosofie behoren maar eerder tot de religiestudies.

  3. 3

    @1: De redenatie van Otjes kan op jouw manier inderdaad teniet worden gedaan.

    Maar aan de andere kant is de rationalisering van liefdadigheid door de staat natuurlijk pas effectief als de staat de doelen aangeeft. En dat doet ze juist niet: de staat laat aan individuen de volledige vrijheid waar men zijn geld aan uit wil delen.

    Dat is niet goed voor de begunstigden vanwege de enorme verspreiding van het geld en het laat hen met veel geld feitelijk de rol van de staat overnemen waarbij men meer voordeel heeft – financieel – dan de minder bedeelden.

    Kort: de ongelijkheid snijdt ook hier eigenlijk maar aan een kant: de armen moeten het hebben van de vrijwillige vrijgevigheid van de rijken (ze moeten de reet likken van de rijken om wat te krijgen om het wat oneerbiedig te zeggen) en de rijken worden er beter van omdat ze in hun gift gesubsidieerd worden waar ieder ongevraagd aan mee moet betalen inclusief de onderste lagen.

    Nou, wat rommelig opgeschreven, maar als u maar begrijpt wat ik bedoel.

  4. 5

    Ik vind uit principe dat de overheid het geven aan goede doelen niet subsidiëren mag.
    Want als de overheid vindt dat een doel geld nodig heeft, kan de overheid belasting heffen om het doel te financieren.

    Een probleem is wel dat we niet weten of de overheid in de praktijk hierbij eerlijke criteria hanteert.

    Maar ik vermoed dat de overheid op andere plekken meer geld over de balk gooit (automatiserings-projecten, Betuwe-lijn, en door geen belasting-controles uit te voeren).

  5. 6

    Warrig verhaaltje hoor. Ook als de staat een deel mee betaalt (beter gezegd: als de gever minder belasting betaalt) wordt een groot deel van de gift alsnog gewoon gegeven, en het hele verhaal van Otjes gaat niet op voor dat deel van de gift.

    Waarom is trouwens alleen belastingvrijstelling voor liefdadigheid immoreel en onrechtvaardig? Hetzelfde kan over de HRA gezegd worden, bijvoorbeeld, en over belastingvoordelen voor grote bedrijven, en op aftrek bij investeringen, en ga zo maar door. Wat mij betreft gaan we eerst eens eventjes naar al die andere regelingen kijken. Dat levert nog veel meer op ook. Liefdadigheid staat voor mij achter aan dat rijtje hoor.

  6. 7

    “Volgens de eerste doctrine, het consequentialisme, is het bevorderen van het doen van giften heel wenselijk. Immers meer mensen geven aan goede doelen! Daarmee krijgen die goede doelen meer geld om hun goede werk te doen. Iedereen wint!”

    Dit is nog een onvolledige uitleg van hoe het consequentialisme werkt. De premisse die je niet noemt is dat het doel (zoveel mogelijk mensen geven geld aan goede doelen) ook als goed erkent wordt. Dit doel kan ook anders worden ingevuld, bijvoorbeeld dat het bestaan/noodzaak van goede doelen moet worden verminderd (omdat dit niet thuishoort in een juiste samenleving). Het doel bij consequentalisme kan altijd vrij arbitrair gekozen worden (een van de kritieken van Kant op consequentialistisch denken trouwens).

    Daarnaast is jouw interpretatie van het liberalisme erg nauw waarbij de enige zuivere bestaansvorm erg dicht in de buurt komt van anarchisme. Hier kom ik mede op door je observatie dat de fiscale regelgeving voor giften niet neutraal staat tov andere morele perspectieven (op het goede leven), welke nogal een dooddoener is. Niets staat neutraal tov andere morele perspectieven, ook een vorm van liberalisme waarin een dergelijk idee wellicht nagestreefd wordt niet, omdat deze niet neutraal is tov morele perspectieven die absoluut zijn bijvoorbeeld en dus ook geen neutraliteit veronderstellen omdat zij deze ontkennen. Extreem voorbeeld allicht, maar goed.

    Dit soort discussies en uiteenzettingen krijg je mijns inziens nogal snel wanneer je middels ethiek een toetssteen in handen denkt te hebben om gedragsuitingen mee te kunnen beoordelen. Een beetje handige denker (en zeker filosofen) kunnen erg makkelijk shoppen in de metafysische keuken om op die manier met elke wind mee te kunnen waaien. Niet dat het niet verruimend en nuttig is om met ethische theorie vertrouwd te raken, ik denk alleen dat je huiverig moet zijn om ze ook daadwerkelijk te hanteren als toetssteen.

  7. 8

    Eenvoudig sommetje leert mij dat als ik 60 euro doneer en 22 euro terugkrijg van de belasting, dat ik dan nog steeds 38 euro kwijt ben. Hoezo word ik er dan beter van?

  8. 9

    @4: Als je per sé liefdadig wil zijn, ja inderdaad, dan kan de staat dat beter doen. De staat is de rationele invulling van het gemeenschappelijk handelen. In die context mag je verwachten dat de liefdadigheid het meest rationeel, efficiënt en goed uitgevoerd wordt.

    Overigens ben ik van mening dat liefdadigheid principieel fout is. Maar dat is een ander verhaal.

  9. 10

    @zuiver Volgens mij is er wel degelijk een lijstje van organisaties (stichtingen e.d.) die een goed doel zijn (50.000 bij de Belastingdienst met o.a. een ANBI-status(?)). Sta je niet op het lijstje: geen goed doel.

    @5 “Want als de overheid vindt dat een doel geld nodig heeft, [dan] kan de overheid belasting heffen om het doel te financieren.” Klopt, maar de overheid ‘vindt’ dat in de meeste gevallen niet per se. Dat zou betekenen dat ‘de overheid’ bepaalt (a) wat een goed doel is (wat ze heeft gedaan met bijv. die ANBI-status), maar ook (b) hoe belangrijk dat doel is (en dus hoeveel geld er heen moet gaan). Dit zou inderdaad kunnen, maar dan moet de overheid wel een stevig mandaat van het volk hebben om te beslissen over maatschappelijke kwesties. Door het huidige systeem kunnen donateurs zelf bepalen hoe belangrijk ze een goed doel vinden, mét de voordelen die de staat biedt (belastingvrij), maar zonder de inmenging van de staat op de relatieve relevantie voor de maatschappij van het goede doel.

    Het ‘filosofisch’ probleem in #0 is echter makkelijk opgelost: een grens van € 0 voor giften. Of -inderdaad- geen belastingvrijstelling. Uberhaupt ontgaat mij een beetje waarom er drempelbedragen zijn voor giften aan een goed doel.

  10. 12

    Heerlijk Prediker +1.

    Weet je van welke morele doctrine in het overheidsbeleid ik graag af zou willen?
    Dat iedereen maar de kans krijgt om te studeren wat ie wilt.

    Simon had beter kunnen gaan werken vanaf zijn zestiende. Dat heeft meer toegevoegde waarde jegens de maatschappij dan dit gescherm met begrippen door een filosofie-student die de pretentie heeft filosofische blog-artikelen de wereld in te slingeren.

  11. 13

    @11 Ja, die ja :)
    Ik zeg niet dat het allemaal zo goed werkt met die ANBI-status, en van die 50.000 (?) zullen er vast wel een stuk of wat schimmige zijn, dan wel door opzet, dan wel door knulligheid. Het was meer als reactie op: #3

    Maar aan de andere kant is de rationalisering van liefdadigheid door de staat natuurlijk pas effectief als de staat de doelen aangeeft. En dat doet ze juist niet: de staat laat aan individuen de volledige vrijheid waar men zijn geld aan uit wil delen.

    Ik koppel het ‘doelen aangeven’ en het ‘geld uitdelen’ expres los. Ik snap dat jij ‘geld uitdelen’ als -eigenlijk- noodzakelijk gevolg van ‘doelen aangeven’ ziet (wat betreft de staat).

    Want -als ik het goed heb- zie jij wat ik ook zie: door goede doelen van belasting vrij te stellen creëer je een branche waar er een bijna complete vrije markt* is: de goede doelen. Ik zie daarin vooral die dingen die vrijemarktdenken ‘beter’ of ‘wenselijker’ maakt boven andersoortig denken (volgens vrijemarktdenkers). Dit zijn: het duidelijk maken en vormgeven van de behoefte (aan goede doelen), en het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod. Jij ziet in die vrije markt (niet onterecht) de ‘slechte’ kant: wie geld heeft, heeft macht (en macht corrumpeert!), en de geldgevers van goede doelen hebben dan ook macht, zullen die ook gaan gebruiken, en worden (door de belastingvrijstelling) daarin dus gesteund door de overheid!

    *Je hebt dus wel die ANBI/SBBI-status nodig. Ook zijn er drempelbedragen. De ‘vrije markt’ zit hem erin dat het wel gereguleerd is, maar er geen afdracht naar de overheid is.

  12. 16

    Wat ik mij afvroeg:

    Als een goed doel nou een actie heeft waarbij, als je meer dan 60 euro doneert, je een gratis boek ontvangt (ter waarde van 22 euro). Is dat dan ook immoreel en onrechtvaardig volgens de auteur?

  13. 18

    @17: Ik snap je vraag niet, omdat ik niet precies inzie waarom dat relevant is. Ik probeer in te haken op het voorbeeld in het artikel, waarin de auteur het heeft over de intentie van de actor en hoe die wordt beïnvloed door externe factoren. En of die intentie nou wordt beïnvloed door een gratis boek of een gratis boek naar keuze maakt volgens mij niet heel veel uit.