Blogpolemiek: Privacy

In deze post gaan vertegenwoordigers van politieke jongeren met elkaar in debat over het onderwerp privacy. De stelling die ze kregen:
“De overheid tast de privacy van haar burgers te veel aan in haar streven de veiligheid te garanderen”
Na hun initiële bijdragen kunnen ze op elkaars argumenten ingaan. Deze bijdragen zullen dan aan deze post worden toegevoegd, voorzien van naam en het tijdstip. Zo ontstaat er een online “briefwisseling” met meerdere partijen.
Uiteraard kunnen ze ook ingaan op de reacties die u als reaguurder geeft.
Wij wensen iedereen een interessante discussie toe.
Mark Thiessen (JOVD):
Begin januari 2008 riep de JOVD D66-europarlementarier Sophie in ’t Veld uit tot Liberaal van het Jaar, een prijs die eerder gewonnen werd door Femke Halsema en Gerrit Zalm. In ’t Veld verdient volgens ons deze onderscheiding door haar niet aflatende inzet de toenemende schending van privacy in de moderne tijd een halt toe te roepen. Sophie in ’t Veld maakt zich over deze toename buitengewoon veel zorgen. Ook de JOVD luidt de noodklok.
Door de zich steeds verbeterende techniek zijn we tegenwoordig in staat vrijwel alles over een persoon te weten te komen, te bewaren en tegen deze persoon te gebruiken. Iedere dag weer leggen we vol vertrouwen, vaak zonder het te weten, onze gedragingen bloot. Vaak gebeurt dit in volstrekt routineuze situaties, als het bezoeken van een website of het gebruiken van je bonuskaart.
Met het moderne technologische kader is een overheid in staat volledige controle over haar burgers uit te oefenen. Het enige dat nog ontbreekt is het wettelijke kader dat dit toe kan staan, maar met de huidige ontwikkelingen lijkt dit niet meer ver weg. Minister Rouvoet wil van alle kinderen onder de 19 jaar een uitgebreid dossier bij laten houden, passagiersgegevens mogen door overheden onderling gebruikt worden, en binnenkort gaan we met zijn allen naar het gemeentehuis om een mooie vingerafdruk achter te laten. Daarnaast lijkt het erop dat veel mensen deze afdaling naar het rijk der privacyschending niet bewust meemaken of zelfs niet als iets negatiefs zien. Veiligheid gaat tegenwoordig boven het recht op privacy. Natuurlijk is het belangrijk in een veilige omgeving te leven, maar vaak wordt bij privacyschendende veiligheidsmaatregelen, zoals het EKD en bijvoorbeeld de groteske Amerikaanse Patriot Act, het doel volkomen voorbij geschoten. Dit soort maatregelen tasten de rechtstaat in haar kern aan, en vormen zodanig een groter gevaar dan waarvoor zij als oplossing bedoeld zijn.
Hier komen we bij de kern van de zaak. Het mag niet zo zijn dat er een wettelijk kader wordt gecreëerd waar door de overheid misbruik van gemaakt kan worden om haar burgers te controleren. Vanzelfsprekend gaan we allemaal uit van de goede bedoelingen van onze huidige regering, maar bij dit soort maatregelen moet altijd in het achterhoofd meespelen in welke mate ze in de toekomst misbruikt kunnen worden en of ze op den duur tot een kwaad op zich kunnen verworden. Het doel heiligt niet altijd de middelen. Onze privacy is een fundamenteel recht, dat door iedereen gekoesterd moet worden. Helaas lijkt dit niet te passen in de geest van onze tijd, en dat is een gevaarlijke ontwikkeling. De JOVD zal er alles aan doen de Nederlander hierop te wijzen, en het kabinet waar nodig aanvallen op haar kortzichtige privacybeperkende maatregelen.
Mark Thiessen Algemeen Bestuurslid Politiek & Voorlichting JOVD
Floris Kreiken (Jonge Democraten):
Een maatschappij die een fundamentele vrijheid opoffert voor een beetje veiligheid, verdient geen van beiden en verliest beiden.
Een aantal weken publiceerde Privacy International de jaarlijkse landenranglijst van privacybescherming. Nederland staat op plaats 20 van de 27 EU landen met de kwalificatie “Systemic failure to uphold safeguards”. De overheid gaat steeds verder in het begrenzen van onze privacy en geen haan die er naar kraait. De OV-chipkaart hóeft niet persoonsgebonden te zijn, maar de kaart, die in eerste instantie is bedoeld als vervoersmiddel, kan op deze manier ook mooi dienen als opsporingsmiddel. Weer is er geen haan die er naar kraait.
Nederlanders geven dan ook aan dit recht op privacy minder belangrijk te vinden. Wanneer zij voor de keuze tussen privacy in veiligheid moeten kiezen, kiest volgens het nationaal vrijheidsonderzoek van het nationaal comité 4 en 5 mei maar een kwart voor privacy, met als motto ‘wie niets op zijn kerfstok heeft, heeft ook niets te verbergen’. Dit is een zorgelijke ontwikkeling. Inbreuken op onze privacy en persoonlijke levenssfeer maken ons immers niet alleen minder vrij, maar ook minder veilig.
Privacy is een afweerrecht, bedoeld om onze persoonlijke levenssfeer te beschermen. Het kan ook worden beschreven als het recht om met rust gelaten te worden, op vrijwaring van overheidsbemoeienis wanneer deze niet strikt noodzakelijk is. Helaas vindt de Nederlandse overheid het steeds vaker noodzakelijk om inbreuken te maken op onze persoonlijke levenssfeer. Onder het mom van bescherming tegen een terroristische aanslag wordt onze privacy beperkt. De voorbeelden zijn talrijk: in Amerika zijn de resultaten van zo’n soort politiek al te zien. De voortdurende mensenrechtenschendingen op Guantanamo Bay, burgers die verdacht zijn vanwege de boeken die ze lezen en kleuters worden op een vliegveld staande gehouden omdat zij op één of andere terroristenlijst staan.
Willen wij in Nederland ook die kant op gaan? Het lijkt er wel op. De Nederlandse overheid zou garant moeten staan voor een zorgvuldige omgang met uw gegevens. Maar de gegevens van uw bankoverschrijvingen zijn inmiddels beschikbaar voor de Amerikaanse geheime dienst, sinds recentelijk moeten Europese luchtvaartmaatschappijen ook uw creditcardgegevens, emailadres en voedselvoorkeur doorspelen. In Nederland zijn inmiddels al heel wat boetes uitgedeeld onder de identificatieplicht. Maar hoeveel terroristische aanslagen zouden daardoor voorkomen zijn? Op deze manier moeten wij straks ons tegen de overheid gaan beschermen, in plaats van tegen terroristen.
Het wordt tijd om te accepteren dat geen enkele inperking van onze vrijheid ervoor kan zorgen dat we volledig veilig zijn. Iedere fundamentalist kan met wat huis-, tuin-, en keukenmiddelen een bomgordel fabriceren en daarmee een grote mensenmassa inlopen. Maar wanneer wij onze fundamentele vrijheden laten inperken om dit te voorkomen dienen wij ook het doel van die terrorist.
Terrorisme is ooit treffend gedefinieerd als zo veel mogelijk mensen angst aanjagen en tegelijkertijd zo min mogelijk slachtoffers te maken. Ook is terrorisme gericht op de ondergang van de democratische rechtsstaat. Wanneer wij uit angst voor een terroristische aanslag onze democratische rechtstaat afbreken door burgers minder rechten te geven, hebben terroristen het makkelijk. Een vergelijking kan gemaakt worden met een gijzelingssituatie. Daar wordt ook nooit toegegeven aan de eisen van de gijzelnemers, zelfs als dat het gevolg heeft dat de gegijzelden het niet overleven. Waarom geven wij dan wel toe aan de dreiging van terrorisme in plaats van dat we datgene, waar zij het op gemunt hebben, juist beschermen?
Terroristische aanslagen moeten zeker voorkomen worden, maar niet door de verdere inkrimping van onze vrijheidsrechten. Wanneer de overheid dit toch doet, moeten wij hier als burgers tegen in verzet komen. Benjamin Franklin verwoordde het al treffend: ‘Een maatschappij die een fundamentele vrijheid opoffert voor een beetje veiligheid, verdient geen van beiden en verliest beiden.’ Laten we ons dit ter harte nemen.
Oorspronkelijke tekst van Marianne Meijssen, Secretaris Politiek van het landelijk bestuur van de Jonge Democraten
Floris Kreiken is voorzitter van het landelijk bestuur van de Jonge Democraten.
Mart Keuning (PerspectieF):
Heeft ondanks toezeggingen geen bijdrage geleverd.
Mart Keuning, Vice-voorzitter en bestuurslid Politiek, PerspectieF, ChristenUnie jongeren)
Joeri van der Hoff (Dwars):
Heeft ondanks toezeggingen geen bijdrage geleverd.
Joeri van der Hoff, landelijk voorzitter Dwars, GroenLinkse jongeren

