Van de billen en de blaren
Zoals hiervoor al gemeld, stelde politicoloog Jos de Beus gisteren op de radio dat de politieke partijen nog wel probeerden iets inhoudelijks te melden, maar dat dat op televisie onmogelijk was geworden. De media hadden alleen nog interesse voor de relletjes, zoals afgelopen week met Verdonk.
Zou hij het zelf geloven? Natuurlijk, in de media hebben we een flinke vervlakking gezien. Een echt praatprogramma is een zeldzaamheid, het moet altijd lollig, snel of snedig zijn en liefst alledrie. Ischa Meijer zou geen programma meer krijgen anno 2007. Maar als er één beroepsgroep is die zelf in hoge mate heeft bijgedragen aan de vervlakking, dan is het wel die van de politici.
Toen bleek dat Fortuyn in 2002 tientallen zetels in de wacht kon slepen met allerlei met veel aplomb gebrachte plannetjes waarbij de onderbouwing volstrekt ontbrak, waren de meeste partijen niet te beroerd die strategie acuut over te nemen. Sindsdien is het zaak zo snel mogelijk en zo verontwaardigd mogelijk te reageren op nieuwsberichten in diepgravende rubrieken als Hart van Nederland en RTL Boulevard. Politici buitelen over elkaar heen om als eerste hun Kamervragen ingediend te hebben en het zoveelste spoeddebatje aan te vragen. De Constante van Steeph zegt dat 75% van de Kamervragen rechtstreeks uit onderwerpen in de media voortkomen. Als er allochtonen bij betrokken zijn of desnoods met de haren bij te slepen zijn, is niet de vraag of de PVV Kamervragen zal stellen, maar alleen of de vragen nog voor de middag gesteld zullen worden of niet.
Hondje mishandeld? Vre-se-lijk! Van een gehandicapte oudere vrouw ook nog? Het is toch een schande dat dat zomaar kan gebeuren in Nederland! De minister mag opdraven om bij het vragenuurtje te vertellen dat het onderzoek in volle gang is en dat hij de resultaten daarvan moet afwachten. Zinloze Kamervragen dus. Althans: inhoudelijk. Maar daar gaat het dan ook niet om. Het gaat erom wie als eerste en met de meeste – uiteraard geheel oprechte – verontwaardiging zijn snufferd voor de camera kan krijgen. Mocht later blijken dat het verhaal niet op waarheid berust dan hoor je niemand meer. Heilige verontwaardiging en zorgvuldigheid zijn immers een lastige combinatie, en de publiciteit gaat voor. En het is de televisie die het gedaan heeft? Kom nou!
De politiek is één groot circus van soundbites en cameramomenten geworden, maar mede dankzij de partijen die goedkope successen op de korte termijn verkiezen boven degelijk beleid en langetermijnvisie. En dat gold en geldt niet alleen de “nieuwe partijen”. De enige partijen die niet vol in het populisme zijn meegegaan zijn de PvdA – die nog altijd lijkt te twijfelen wat te doen -, GroenLinks en de kleine christelijke partijen. Het CDA? Zeker nog nooit Sybrand van Haersma Buma en Joop Atsma gehoord, die alle vunzigheid meteen willen verbieden zonder erbij te vertellen dat dat juridisch nooit dicht te timmeren is. De SP? “Een dikke extra plus”, meer zeg ik niet.
Het fraaiste voorbeeld is echter de VVD. Is het immers niet de VVD, die na 2002 8 jaar Paars direct vies en voos verklaarde en achteraf blijkbaar 8 jaar PvdA-beleid had zitten uitvoeren? Is het niet juist de VVD die voortdurend roept dat het eindelijk eens allemaal anders moet, maar zelf het langst van alle partijen heeft geregeerd in pakweg de laatste twintig jaar? Is het niet Gerrit Zalm – u weet wel, die man die zo van flipperen en computerspellen houdt, zoals bekend belangrijke vaardigheden voor elke bestuurder – die zo’n twaalf jaar minister van Financiën is geweest en daarmee bij uitstek de persoon die je mag aanspreken op haperende economische groei?
Zalm’s protégé Rita Verdonk was het ultieme voorbeeld van het vleesgeworden VVD-populisme. Zelden heeft iemand zo’n aura van daadkracht opgebouwd met zo weinig beleidsdaden die daadwerkelijk ergens toe leidden. En uiteraard had ze ook helemaal niets met Den Haag te maken. Een carrière als topambtenaar, da’s ook wel enorm volks, inderdaad. Maar elke kritiek leek steeds weer van haar af te glijden. Sterker nog: ze werd er alleen maar populairder door. Ze speelde met verve de rol van underdog, hoewel ze zichzelf doorgaans eerst in die rol gemanoeuvreerd had. Door zich volstrekt onbuigzaam op te stellen, met als mantra “Regels zijn regels”, bouwde ze een imago op van het verzet van de kleine luyden.
De VVD was er dolblij mee, omdat ze heel wat van de voormalige LPF-kiezers zo aan zich konden binden. Dat er aan de linkerzijde van de partij een flink stuk afhaakte nam men voor lief. De misrekening van de VVD-top en een flink deel van de conservatieve achterban was echter dat ze rekenden op Verdonks loyaliteit aan de partij. Binnen de VVD is (was) die loyaliteit vanzelfsprekend, waardoor de liberale tak en de conservatieve tak elkaar al jaren in evenwicht hielden. Tegen het einde van het vorige kabinet werd steeds duidelijker dat Verdonk maar één loyaliteit kent: die aan zichzelf. Niet voor niets zijn de vastgoedbonzen die voorheen de LPF steunden nu bij Verdonk te vinden, die hebben het meten met twee maten tot kunst verheven. De overheid is overal verantwoordelijk voor en de regels moeten strenger, maar als het hun eigen handel en wandel betreft bepalen ze zelf wel wat ze wel en niet mogen. Verdonk toont glashelder aan dat dat ook haar werkwijze is. Dat bleek al bij de Schipholbrand, de Congolese asielzoekers en tal van andere incidenten tijdens haar ministerschap. Tot zover was er geen vuiltje aan de lucht voor de VVD.
Maar met de lijsttrekkerverkiezing was haar belang niet meer dat van de VVD en dat heeft geleid tot de taferelen van vorige week. Het begon natuurlijk al met de campagne, waarin ze vooral een persoonlijke campagne voerde. Vervolgens de cafécoup, waar ze zich afzette tegen de “40 bobo’s” in de fractie en het partijbestuur. Wat Rutte toen al wist was dat er ook een volgende keer zou komen. Verdonk toonde zich vorige week “verbijsterd”, hoewel ze met columnist Joshua Livestro daarvoor al had gesproken over een eigen partij. Bovendien schond ze de regels waar ze zelf mee akkoord was gegaan. “Regels zijn regels”, maar nu even niet. En nadat het congres haar niet alsnog tot fractievoorzitter heeft gebombardeerd bleef ze in de Kamer, maar wel als VVD-lid. Dan moet het bestuur haar immers wel royeren, en is dat weer goed voor een fraaie opvoering van “Rita Tegen De Rest Van De (Haagse) Wereld”.
De partijen hebben zelf de vervlakking van het politieke debat in de hand gewerkt. Dat dat zich uiteindelijk tegen je keert ondervindt nu de VVD. Dat is niet de schuld van de televisie, dat is ouderwets “wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten”.

