Dagelijkse Doses Europese Grondwet – Samenvatting 1 – 14
Gastredacteur Steeph neemt de europese grondwet voor u door en voorziet deze van zijn eigen commentaar. De volledige serie is te vinden op zijn eigen log:
Daily Dose of EU Constitution (Steeph’s Blog).
Op Sargasso staat sinds kort de Nederlandse versie van mijn dagboek over het lezen van de Europese grondwet. Ik was echter al even bezig voordat Sargasso mij de gelegenheid bood ook bij hun de stukjes te plaatsen. Daarom is de eerste aflevering op Sargasso al nummer 37.
Het is dan wel zo aardig om even een samenvatting te geven van het voorafgaande. Dat spaart het lezen van alle oude edities in het Engels op mijn weblog. De samenvatting gebeurd in stukken, anders wordt het teveel.
Het eerste deel gaat over deel van de grondwet. Ik heb de meest interessante opmerkingen uit mijn dagboek verzameld. Veel leesplezier.
Deel I: Basisbepalingen
Titel – Definitie en Doelstellingen van de Unie
I-1 Instelling van de Unie
1. Bij deze Grondwet, die geinspireerd wordt door de wil van de burgers en de staten van Europa om hun gemeenschappelijke toekomst op te bouwen,…..
Zo, dat is gelijk een stevige aanname! Niemand heeft ooit uitgezocht of de meerderheid van de mensen die nu in de landen wonen die de EU vormen ook daadwerkelijk deze visie delen.
Ik wel, trouwen :-)
I-3 De doelstellingen van de Unie
1. De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen.
2. De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen, en een interne markt waarin de mededinging vrij en onvervalst is.
3. De Unie zet zich in voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei en van prijsstabiliteit, een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en van een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu. De Unie bevordert wetenschappelijke en technische vooruitgang.
De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming, de gelijkheid van vrouwen en mannen, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind.
De Unie bevordert de economische, sociale en territoriale samenhang, en de solidariteit tussen de lidstaten.
De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europees cultureel erfgoed.
4. In de betrekkingen met de rest van de wereld handhaaft de Unie haar waarden en belangen en zet zich ervoor in. Zij draagt bij tot de vrede, de veiligheid, de duurzame ontwikkeling van de aarde, de solidariteit en het wederzijds respect tussen de volkeren, de vrije en eerlijke handel, de uitbanning van armoede en de bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder de rechten van het kind, alsook tot de strikte eerbiediging en ontwikkeling van het internationaal recht, met inbegrip van de inachtneming van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties.
5. De Unie streeft deze doelstellingen met passende middelen na, naargelang van de bevoegd heden die haar daartoe in de Grondwet zijn toegedeeld.
Bij 2 en 3: Hier worden twee heel verschillende zaken gecombineerd. Vrijheid, veiligheid en recht zijn op hun plaats in een grondwet. “Interne markt” zou hier eigenlijk niet in hetzelfde rijtje horen te staan. Hiermee wordt heel bot een Unie gepromoot op basis van vrije markt principes. Zelfs als je vindt dat een vrije markt goed is (wat ik niet vind), hoort het nog steeds niet in een grondwet. Vrije markt is een economisch principe waarvan veel mensen op dit moment denken dat het de beste oplossing is. Maar dit kan (en zal waarschijnlijk) veranderen. Het is niet zo erg verstandig om toekomstige ontwikkelingen op dit vlak te blokkeren dor het zo hard in de grondwet op te nemen.
Bij 4: Blij dat woorden als “duurzaam”, “solidariteit” en “wederzijds respect” gebruikt worden.
I-6 Het recht van de Unie
De Grondwet en het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toe gedeelde bevoegdheden vaststellen, hebben voorrang boven het recht van de lidstaten.
Lijkt me duidelijk. Het is Europa die het recht bepaald en niet langer de landen zelf.
Titel II – Grondrechten en burgerschap van de Unie
I-10 Het burgerschap van de Unie
1. Eenieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit, is burger van de Unie. Het burgerschap van de Unie staat naast het nationale burgerschap en treedt niet in de plaats daarvan.
2. De burgers van de Unie genieten de rechten en hebben de plichten die bij de Grondwet zijn bepaald. Zij hebben:
a) het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven;
b) het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en bij de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijf houden, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat;
c) het recht op bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, niet vertegenwoordigd is, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat;
d) het recht om verzoekschriften tot het Europees Parlement te richten, zich tot de Europese ombudsman te wenden, alsook zich in een van de talen van de Grondwet tot de instellingen en de adviesorganen van de Unie te richten en in die taal antwoord te krijgen.
Deze rechten worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke bij de Grondwet en de maatregelen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.
Bij 2.c: Dat is leuk! Dus je kan nu naar de ambasade van een ander EU land met dezelfde mogelijkheden. Ik vraag me alleen af of die dan ook in staat zijn om me de juiste tijdelijke papieren te verschaffen als ik ze kwijt ben.
Bij 2.d: Vrij vertaald betekent dit dat je je mening kan geven op 10 verschillende manieren maar geen rechten of macht hebt. Ze zullen beleefd luisteren in 25 verschillende talen naar je klachten, maar er zal niets gebeuren.
Titel III – Bevoegdheden van de Unie
Hier heb ik de tekst maar even niet overgenomen. Lang en saai.
Twee punten zijn wel belangrijk.
In I-15 wordt aangegeven dat de coordinatie van het economisch beleid gebeurd aan de hand van maatregelen van de Raad van Ministers. Dat is me te ondemocratisch. Die Raad heb ik niet gekozen.
En in I-16 wordt een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid neer gezet. Maar hierin wordt bepaald dat alle landen het gemeenschappelijke defensiebeleid moeten volgen. “Zij onthouden zich van ieder optreden dat in strijd is met de belangen van de Unie of dat afbreuk zou kunnen doen aan de doeltreffendheid ervan”. Oftewel, als de Unie bepaald dat ze een groot leger wil, moeten alle landen hieraan meewerken. Of ze het nou leuk vinden of niet.
Gaat me veel te ver.
Titel IV – Instellingen en organen van de Unie
Ook maar niet helemaal weergegeven.
In dit stuk wordt een te groot parlement (750 zetels max) beschreven zonder macht. En met 750 mensen kan je geen zinvolle debatten voeren.
Feitelijk ligt de macht bij Europese Raad en bij de raad van Ministers. De Europese Raad kan nog weggestuurd worden (in zijn geheel) maar de Raad van Ministers niet. Het parlement heeft dus weinig invloed.
Gelukkig worden veel besluiten vanaf nu genomen op basis van een echte meerderheid (in aantallen landen en in aantallen mensen die vertegenwoordigd worden). Dat is voor kleine landen wel wat nadelig (weinig inwoners, weinig macht).
Geheel nieuw is de rol van minister van Buitenlandse Zaken van de EU. Dat is volgens mij wel een zinvolle toevoeging. Een vaste stem op het diplomatieke wereldtoneel.
Ook wordt er de Europese Centrale Bank beschreven. Paar punten vallen op in I-30.
Bij (3): “….Zij is onafhankelijk, zowel bij de uit oefening van haar bevoegdheden als met betrekking tot het beheer van haar financiële middelen. De instellingen, organen en instanties van de Unie en de regeringen van de lidstaten eerbiedigen deze onafhankelijkheid.”. Dit is natuurlijk toejuichbaar en lachwekkend tegelijkertijd. Alleen al door de mogelijkheden tot het aanstellen van de hoofdbestuurders door de EU op basis van handjeklap is de onafhankelijkheid natuurlijk ver te zoeken.
Maar een nog interessanter stukje is (2): “…Het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken is het handhaven van prijsstabiliteit…”. WAT??? Zetten we zo’n hele dure ECB alleen maar op prijsstabiliteit mag letten? Is dat het meest belangrijke economische punt nu en in de toekomst? Grapje zeker, zelfs de US Federal Reserve heeft progressievere doelen als maximale werkgelegenheid, financiele stabiliteit voor de burgers en bescherming tegen gretige banken.
Titel V – Uitoefening van de bevoegdheden van de Unie
Hoofdstuk II – Bijzondere bepalingen
Hier wordt een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid beschreven. Op zich een goede zaak.
Maar in I-41 (3) staat: “De lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren…”
Dit gaat duidelijk veel te ver. Het forceert het vergroten van de militaire vermogens in alle landen. En dat is niet de richting waarop ik de Unie graag zie gaan. Ik dacht dat het de bedoeling was om een vreedzame weg in te slaan.
Titel VI – Het democratisch bestel van de Unie
I-46 Het beginsel van de representatieve democratie
1. De werking van de Unie is gegrond op de representatieve democratie.
Uhh, representatieve democratie? Met alleen een gekozen parlement zonder verder macht? Met een Raad van Ministers en een Raad van Europa met een vertegenwoordiger van ieder land? Laat me niet lachen.
Titel VIII – De Unie en haar naaste omgeving
I-57 De Unie en haar naaste omgeving
1. De Unie ontwikkelt met de naburige landen bijzondere betrekkingen, die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking.
Kijk, dat is nou een artikel dat ik passend vind bij de EU die ik voor ogen heb. Een mooie om deze samenvatting mee af te sluiten.

