Zelfoverschatting

COLUMN - Ben je een vrouw? Dan denk je waarschijnlijk dat je intelligenter bent dan gemiddeld. Ben je een man? Dan denk je waarschijnlijk dat je aanzienlijk intelligenter bent dan gemiddeld. Mannen overschatten zichzelf gemiddeld nog net iets meer dan vrouwen. Die zelfoverschatting is een hardnekkige inschattingsfout: hij blijft bestaan, ook als we beloond worden voor een exacte inschatting van onze eigen prestaties, en zelfs als we feedback krijgen over hoe we presteren.

Nu hebben twee Tilburgse economen een verband aangetoond tussen zelfoverschatting en de hoeveelheid testosteron waaraan iemand blootgesteld is in de baarmoeder. Nee, het is niet wat je denkt: meer testosteron leidt juist tot minder zelfoverschatting.

Een handige aanwijzing voor testosteronlevel bij mannen is de verhouding tussen wijsvinger en ringvinger: hoe korter de wijsvinger relatief is, des te hoger was het testosterongehalte toen die persoon in de baarmoeder zat. Het was al bekend dat dat testosteronniveau invloed heeft op iemands voorkeuren, carrièrekeuzes, sportprestaties, hoeveel risico hij neemt en hoeveel hij verdient als beurshandelaar- dat laatste namelijk minder als hij prenataal meer aan testosteron is blootgesteld.

De onderzoekers wilden weten of zelfvertrouwen, en dan vooral een teveel aan zelfvertrouwen, ook beïnvloed is door testosteron. Ze lieten 250 deelnemers een puzzel bekijken (een variant van de Torens van Hanoi) en vroegen hoeveel van dat soort puzzels ze zouden kunnen oplossen in twintig minuten.

Ze kregen per stuk betaald; maar hoe meer ze ernaast zaten met hun inschatting, des te minder geld verdienden ze. Het aantal puzzels dat ze te hoog hadden ingeschat was de maat voor zelfoverschatting. Gemiddeld dachten mannen dat ze 40% meer zouden klaarspelen dan vrouwen, maar overschatten mannen en vrouwen zichzelf even vaak.

Mannen met kortere wijsvingers (meer testosteroninvloed) overschatten zichzelf minder. Dat zorgde, net als bij beurshandelaren, voor hogere verdiensten. De onderzoekers suggereren dat testosteron dus niet, zoals het in de volksmond heet, leidt tot competitiviteit, risico nemen en vechtlust, maar juist tot een zeer strategisch ‘verdedigingspessimisme’: de gedachte ‘ach, laat ik maar niet te hoog inzetten’ zou tegen te hoge verwachtingen beschermen en daarmee tegen prestatieangst.

Maar vergeet niet dat dit relatief is – voor iedereen, of je nu korte of lange wijsvingers hebt, kan wat minder zelfoverschatting geen kwaad.

  1. 1

    Ik denk niet alleen dat ik aanzienlijker intelligenter dan gemiddeld ben, ik weet het.

    Of deze:
    Stel je een persoon voor met een gemiddeld IQ. En bedenk dan dat de helft van de mensen dommer is dan die persoon.

  2. 2

    @1: Die laatste kun je beter andersom doen: Stel je de hele bevolking voor (of neem als steekproef bijvoorbeeld de bezoekers van je supermarkt) en pik daar de mediaan qua IQ uit.

  3. 3

    Testosteron of wellicht opvoeding?
    Nature vs nurture. Ook hier zie ik niet hoe de wetenschappers menen te weten dat testosteron voor dit gedrag heeft gezorgd, alleen op de aanname dat ze voor de geboorte meer zijn blootgesteld aan testosteron.

    Maar goed, wat verwacht je van economen. Ook hier bewijzen ze weer dat economie nooit een exacte wetenschap zal worden. Blijkbaar willen ze het zelf ook niet al te graag, kijkend naar hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. Tilburg zou er goed aan doen om het predikaat universiteit in te trekken bij dat instituut.

  4. 4

    Dat testosteron-verhaal gaat ook op voor het syndroom van Asperger. Overigens zegt blootstelling aan testosteron in de baarmoeder niets over testosteron op de werkvloer m.i.

  5. 7

    De onderzoekers suggereren dat testosteron dus niet, zoals het in de volksmond heet, leidt tot competitiviteit, risico nemen en vechtlust, maar juist tot een zeer strategisch ‘verdedigingspessimisme’: de gedachte ‘ach, laat ik maar niet te hoog inzetten’ zou tegen te hoge verwachtingen beschermen en daarmee tegen prestatieangst.

    Het eerste deel van die conclusie, betreffende competitiviteit, risico nemen en vechtlust, zie ik nog niet helemaal? Op basis waarvan meent men over deze eigenschappen conclusies te kunnen trekken naar aanleiding van een test die feitelijk enkel een combinatie van drie zaken meet:
    – strategisch/logisch denken;
    – zelfkennis;
    – het vermogen om een tijdsinschatting voor een taak te kunnen geven op basis van een abstracte beschrijving.

    Om maar een zijstraat te noemen waarin nog meer vragen over dit onderzoek te vinden zijn: misschien is er wel een correlatie tussen testosteron-niveau en het aantal keer dan men heeft geoefend met de torens van Hanoi. Dat zou wel eens beinvloed kunnen worden door het testosteron-niveau; het is typisch een puzzel die gewaardeerd wordt door mensen met autistische trekjes en, zoals @4 al aangeeft, wijst onderzoek in de richting dat prenataal testosteron de kans op Asperger verhoogt.

    Voor de liefhebbers trouwens hier een Asperger-test. Ik had mezelf bij voorbaat onderschat maar blijk toch een mooie 38 te scoren. Wie biedt meer? :-)

    http://www.aspergersyndroom.nl/index.php/doe-de-test.html

  6. 10

    @7:

    Als ik dan even de wijsneus uit mag hangen: Dat is niet de/een “asperger-test” maar een test om te zien hoe je scoort binnen het autistisch spectrum. Daar zijn sinds de laatste DSM wat minder smaakjes in te vinden dan gebruikelijk, maar PDD-NOS is toch iets anders, zoals klassiek autisme ook niet erg lijkt op asperger of PDD-NOS.

    /detailgeneuzel

  7. 13

    @6: Ik heb mijn moeder gebeld en die had meer last van de rechter- dan de linkerkant na de liefdesnacht met mijn vader.
    Tot mijn geboorte en toen was het precies andersom.

  8. 15

    @14: Ik denk niet als ik inparkeer. Je stuurt in als je in het rechter-raampje van de achterbank ziet dat de helft bedekt is door de auto waarachter je wilt parkeren. De rest gaat vanzelf. Score van mij bij de ‘Asperger-test’ van #zmoooc: 126. Valt me tegen.