WW: Dansen zit in je hoofd

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Brain dance (Foto: Flickr/RubyVrooom)

Als je één wetenschapsgebied moet noemen waar nu elk jaar gigantische sprongen voorwaarts worden geboekt dan is het wel hersenonderzoek. In de afgelopen jaren kwamen we door sterk verbeterde technieken om in de hersenen te kijken (MRI, PET, CAT…) steeds meer te weten over hoe de menselijke hersenen werken. Zodoende komen we steeds meer over onszelf en onze diepste zieleroerselen te weten (the mind is what the brain does) en kunnen we steeds meer vertellen wat ons mensen nou zo menselijk maakt. En welke menselijke activiteit is in dat kader nou een beter onderwerp voor breinonderzoek dan misschien wel de meest menselijke aller kunstvormen: dans.

Dansonderzoek heeft zich tot nu toe voornamelijk in twee richtingen afgespeeld: het ene type wetenschap houdt zich net als bijvoorbeeld muziektheorie bezig met analyse van choreografieen, het ontstaan van dansen en de culturele achtergronden. Het tweede type onderzoek is meer gespitst op het lichaam en hoe dat lichaam bewegingen uitvoert en valt in die zin in te delen bij de bewegingswetenschappen. Met het onderzoek van neurowetenschappers Steven Brown en Lawrence Parsons wordt een nieuwe weg ingeslagen door naar de hersenactiviteiten te kijken van amateurs en professionals tijdens het dansen.

Brown en Parsons lieten in één onderzoek amateur tangodansers plaatsnemen in een PET-scanner en registreerden de hersenactiviteit tijdens het uitvoeren van danspasjes (dit moet erg komisch geweest zijn, de dansers lagen horizontaal met het bovenlijf vastgesnoerd met hun voetjes in de lucht te trappelen). Van deze resultaten werden de hersenactiviteiten tijdens ‘normale’ voetbewegingen afgetrokken, wat je dan overhoudt is specifiek voor dans.

In dit geval was daar de meeste activiteit in een klein gebiedje in de pariëtale kwab, waar het brein de stand en draaiing van het lichaam en de verschillende ledematen bijhoudt en waar je je positie ten opzichte van de ruimte en andere mensen regelt. Dat klinkt inderdaad als nuttige informatie tijdens het dansen.

In een tweede onderzoek werden PET-metingen van dansende mensen mét en zonder muziek vergeleken. Dit keer zat het verschil vooral in activiteit in het cerebellum (de kleine hersenen). De onderzoekers denken dan ook dat dit gedeelte van de hersenen functioneert als een soort ‘metronoom’ die gebruikt wordt om ritmische informatie (muziek) te synchroniseren met bewegingen (dans). Ook als je onbewust met muziek je voet meetapt wordt dit hier geregeld.

De onderzoekers bekeken ook hoe het aanleren van dans(pasjes) door de hersenen geregeld wordt. Ze vonden onder andere dat als dansers naar een voorbeeldvideo keken, ze niet alleen visuele hersengebieden aanspraken, maar ook de motorische. Het brein instrueert als het ware alvast de gebieden die het straks ‘echt moeten gaan doen’ om goed op te letten.

De laatste, en misschien wel meest interessante, vraag die Brown en Parsons probeerden te beantwoorden is waaróm mensen eigenlijk dansen. Wat was het oer-doel en hoe is het geëvolueerd? De bevindingen van de onderzoekers (ze detecteerden veel activiteit in het gebied van Broca in de hersenen dat met taal wordt geassocieerd) ondersteunen de zogenaamde ‘gestural theory’ over het ontstaan van taal. Het idee is dat er eerst een gebarentaal was voordat deze vocaal werd. Gebaren en het imiteren daarvan is waarschijnlijk parallel ontwikkeld met dans. De resultaten van Brown en Parsons suggereren dan ook dat dans in de eerste instantie een communicatiemiddel is.

Dus als je volgende keer je buurman op het jumpstyle feest een sigaretje wil vragen en de muziek staat te hard, doe een sigaretten-dansje, zijn brein begrijpt het vast wel.

Reacties zijn uitgeschakeld