Weekendquote | Ik word daar gek

Ik wil daar niet wonen. Ik word daar gek. Ik zie elke dag een vierkante doos.

Aldus een jongen wiens uithuisplaatsing naar een gesloten opvang door een rechter verlengd wordt.
In het streven te voorkomen dat jongeren een foute opvoeding krijgen, wordt er steeds vaker naar het middel uithuisplaatsing gegrepen. In 2008 kwamen daarvoor meer dan 50.000 verzoeken.
Soms is wel duidelijk dat een kind het thuis niet goed heeft. Wat echter weinig aandacht krijgt, is of kinderen in de nieuwe situatie beter af zijn. Te makkelijk wordt er vanuit gegaan dat professioneel geregelde opvang beter is. Maar weggerukt worden uit je familie gaat sowieso niet zonder schade. Pleeggezinnen kunnen veel goeds doen, maar als er lang gewacht moet worden of veel gesleept, is het de vraag of dat positieve effect er nog wel is. En de zware gevallen komen in een omgeving terecht waar door geldgebrek de separeercel vaak nog de enige plaats is waar ze kostenefficiënt kunnen verblijven.

Sargief

  1. 2

    50.000? Vind ik nogal een schokkend hoog aantal.

    Ik wist niet dat er zoveel uitkeringstrekkende kansloze bijstandouders waren.

    En die 3 kwartier per geval helpt natuurlijk ook niet bij een weloverwogen oordeel.

  2. 3

    Ik heb een zus in die sector werken en die verhalen zijn niet misselijk, er worden veel mensen getekend voor het leven. Hartverscheurende verhalen. En Micha, het is een misconceptie dat het hier voornamelijk om bijstandsouders gaat.

  3. 5

    Het doel is natuurlijk om de uit huis geplaatste gast een stabiele, betrouwbare, veilige, inspirerende en corrigerende omgeving te bieden.

    Nu het middel nog. Mijn nog steeds toenemende ervaring met voormalige, nu volwassen pleegkinderen leert me in ieder geval dat een duurzame plaatsing in een stabiel pleeggezin met beperkte begeleiding de schade kan beperken. Ik kan me daarnaast ook een situatie voorstellen waarbij professionele opvang de “normale” gezinssituatie prettig weet te vervangen (GVT-achtig), maar heb zo mijn twijfels of dat op dit moment allemaal wel zo lekker uit de verf komt.
    Veel en vaak overplaatsen moet in ieder geval worden vermeden vanwege het destabiliserende effect en omdat het het vertrouwen in de hulpverlening ondermijnt. Niet doen.

  4. 6

    @Steeph, Beide maar ik doel hier op de institutionele opvang. Talloze malen heb ik het verhaal gehoord van jongeren die afglijden, vaak ervaren ze hun opvang/behandeling als straf en worden lastig. Soms al vanaf het begin, komen doorgebrand binnen, worden in een separeer cel gezet omdat er geen mogelijkheid is door gebrek aan middelen om er anders mee om te gaan. Vaak is de toon van de verhouding dan al gezet, in het beste geval worden ze dan hard en cynisch maar suïcide, geweld en criminaliteit zijn veel voorkomende problemen en eindigen vaak in psychiatrie of jeugdgevangenissen. Ze worden vermalen in het systeem en krijgen in feite geen kans om hun leven te beginnen.

    Niet dat het allemaal rampspoed is soms krijg ik ook de verhalen te horen van kinderen die hun plek vinden en opgroeien tot prachtige mensen ondanks het verleden dat ze met zich mee dragen.

    Maar van mijn zus hoor vaak dat ze niet begrijpen waarom ze uit huis geplaatst moesten worden ook al is dat voor buitenstaander heel duidelijk. Er wordt te makkelijk en te snel over de bezwaren van het kind heen gestapt omdat na constatering van problemen vaak de inzet is zo spoedig mogelijk in te grijpen en het is erg moeilijk om dan een vertrouwensband te krijgen met de kinderen.

  5. 8

    Wat de inzet van separatie betreft: zowel in de Sargief-link (voorbeeld uit Noorwegen) als de NRC-link (voorbeeld Oostenrijk) wordt duidelijk dat het ook anders kan. Alleen dat kost extra personeel, extra opleiding/training en dus geld.
    Voorzover mijn kennis strekt wordt in heel zorg- en hulpverlenend Nederland nu wel energie gestoken in het werkwijzes die leiden tot een andere band met “de cliënt”, dan de zweedse.

    Eén oplossing is alle separeerkamers en fixatiemiddelen morgen slopen en bij het grof vuil zetten.
    Als er geen alternatieven zijn (o.a. betere methodes) dan zal dat wel tot een paar ongelukken leiden.

    De aanpak is niet het enige wat kan veranderen. Het toch al weinige personeel, moet steeds meer werk erbij doen. Werkdruk is stress is spanning. Dat geldt zowel voor opvoedende ouders, jeugd- en gezinshulpverleners en de jeugd zelf.

    In mijn werk weet ik inmiddels dat een crisisgeval gemiddeld twee uur praktisch werk kost (soms ben je er in een half uur mee klaar, soms kan het wel 6 uur duren) en minimaal drie kwartier administratie(als de ict-voorzieningen naar behoren werken). Al die tijd zijn mijn handen gebonden aan de situatie en de collega heeft het dan twee keer zo druk met de lopenede rimram. Dat is los van verplichte vervolgstappen (evaluaties met leidinggevende, ketenpartners) en natrekken van de folow-up.

    Ik ben niet tegen de toegenomen protocolaire zaken die er tegenwoordig bijhoren. Zitten een paar hele goede zaken bij. Maar dat werk is er sluipenderwijs dus wel bijgekomen. Tegelijkertijd is de “klandizie” toegenomen en het personeelsbetand op dezelfde sterkte gebleven.

    Niet verbazingwekkend dat er dan wel eens wat mis gaat.

  6. 9

    @rb Ik weet niet wie je met ze bedoeld of wat hun grote gelijk dan zou zijn maar uit de semantiek kan ik concluderen dat je een heel zwart-witbeeld hebt van een wereld die vooral bestaat uit grijstinten. Je beseft denk ik niet hoe traumatisch het kan zijn voor jonge mensen om gedwongen in een inrichting te verblijven. De vreemde omgeving, de angst, het wantrouwen dat is niet zonder gevolgen. Hoewel ik zelf niet professioneel in het veld werk weet ik uit de discussies met mijn zus dat het regelmatig voorkomt dat de schade die dat aanricht veel groter is dan het verblijf in een disfunctionele familie. En ik heb het dan niet over misbruik en ernstige mishandeling, dat is een minderheid van de uithuisplaatsingen.

    Er is een groot grijs gebied waarbij het helemaal niet duidelijk is hoe ernstig de situatie is. De uithuisplaatsing gebeurd dan op basis van een mening van een hulpverlener waar bij de onderliggende argumentatie flinterdun is. Deze hulpverlener is ook niet altijd zonder zonde en soms lijkt het vermijden van verwijtbaarheid belangrijker dan wat het beste is voor het kind.