Vakantiebestemming 2020 | Wallonië

Wij nodigen u uit de komende tijd uw verhalen, anekdotes en wetenswaardigheden over uw vakantiebestemming bij te dragen aan onze zomerserie. Vandaag een, in meerdere opzichten  ‘onverwachte’, bijdrage van Jona Lendering.

Het was niet mijn bedoeling in juli al op vakantie te gaan maar familieomstandigheden maakten dat ik mijn huis even moest uitlenen, zodat ik een vaag plan om eens naar Wallonië te gaan vervroegd uitvoerde. Er waren collega’s die ik eens wilde opzoeken, zoals de Herman Clerinx wiens boeken over de hunebedden en de Keltische verhalen ik al eens besprak. Ik moest een stuk of acht musea bezoeken waarvan ik de collectie niet kende. Maar wat me vooral motiveerde is dat ik van België houd.

En zoals het gaat: als je een idee onverwacht en te vroeg uitvoert, dan loopt het nooit helemaal zoals je wil. Zeker in coronatijden.

Evengoed heb ik een leuk reisje gemaakt in Wallonië, dat ermee begon dat ik mijn fiets in Aken moest zien te krijgen. Het verbod om je fiets mee te nemen is inmiddels niet meer van kracht, dus mijn bezorgdheid hierover was misplaatst. Ik bracht mijn eerste nachten door in Gemmenich, op de Belgische helling van de Vaalserberg, in een huisje waar ik vaker logeer. Daarvandaan ben ik op een maandag naar Luik gefietst – en toen merkte ik pas goed hoezeer corona onze levens verandert.

Land van Herve

Het Land van Herve vanuit Hendrik-Kapelle

Het is maar vijftig kilometer van Gemmenich naar Luik. Rustig peddelend en rustend om te bekijken wat je mooi vindt, zou je er in vier uur echt moeten zijn, zeker omdat er een Waals rijwielnetwerk is, RAVeL, dat voor een groot deel bestaat uit tot fietspaden omgewerkte oude trambanen. Je hoeft nooit echt zwaar te klimmen. De winkels waar we lunch hadden willen kopen bleken echter gesloten en de horeca waar we dachten even een koffie weg te tikken eveneens. En niet omdat het maandagochtend was.

Luik-Guillemins

Ik had een hotel bij het door Calatrava ontworpen station Guillemins. In het hotel: plastic schermen, vastliggende looproutes, mondkapjes, alleen digitale betalingen. Toen ik uitcheckte, kreeg ik geen factuur mee; de PDF zou me worden toegestuurd. Alles om contact en besmetting te vermijden. In het station: de meeste horeca gesloten. Het stelde me gerust dat men zo voorzichtig was.

Romeins Wallonië

Chokier aan de Maas

Ik fietste verder door de vallei van de Maas, waar ik de archeologische musea van Amay en Hoei had willen zien en ook het graf van de Merovingische edelvrouw Chrodoara in de kerk van Amay. Alles bleek echter gesloten en ik zou dat hebben kunnen weten als ik mijn voorbereiding beter op orde had gehad. De rit eindigde in Namen, waar het museum eveneens gesloten was. Het was niet helemaal de studiereis die ik voor ogen had maar ik had een fijne dag gehad.

De dag erna, een donderdag, was het heet, waren er vervelende heuvels en was mijn weg voor een deel een slecht onderhouden grindpad. De routeplanner van Google, die vaak prima is, maakt namelijk geen onderscheid tussen verharde en onverharde fietsroutes. Toch bereikte ik Liberchies, een oud-Romeins wegdorp dat ik eens gezien wilde hebben. Even verderop was het museum van Mariemont, gelegen in een park waar het redelijk druk was met mondkapdragende wandelaars.

Strépy-Thieu

Na een overnachting in La Louvière fietste ik langs de scheepslift van Strépy-Thieu naar Bergen en Ath. In dat laatste stadje is een erg aardig museum voor de vondsten van het niet veel verderop gelegen oud-Romeinse dorp Pommeroeul. Daarbij behoort een vrijwel complete Romeinse boot. Aardige geste van de gemeente Ath: om het culturele leven in coronatijden niet helemaal te laten doodbloeden, was het museum gratis gemaakt.

Archéosite, Aubéchies

Een ruim half uur verder ligt de Archéosite van Aubéchies, waar reconstructies zijn van de diverse gebouwen zoals die in Wallonië hebben gestaan van het Neolithicum via de Bronstijd en Keltische IJzertijd tot en met de Romeinse periode. Leuk was vooral de herbouw van een tempel, compleet met een van de portico’s die ooit het voorterrein afbakenden, en een Romeinse villa. Verder dobbert hier een nagebouwde boot van Pommeroeul. Geen coronabijzonderheden overigens.

Doornik en Rijsel

Markt in Doornik

Ik overnachtte in Doornik, waarover heel veel te vertellen valt. (U leest mijn verslagje hier.) Het archeologisch museum was wegens corona gesloten en men maakte geen uitzonderingen voor mensen die beweerden speciaal hiervoor vanuit Nederland te zijn komen fietsen. De twee kerken met Merovingisch erfgoed, de Sint-Piatus en de Sint-Brixius, waren om dezelfde reden dicht. De beroemde kathedraal met haar vijf torens, waar de romaanse bouwstijl zó gedurfd was dat ze overging in gotiek, was wel toegankelijk, maar de schatkamer was weer dicht. Er was markt maar die kon je niet zo maar op: er waren drie ingangen en je werd gecontroleerd – verplicht handen wassen dus en mondkap op. De afstanden tussen de kramen waren ook opvallend groot.

Wallonië verlatend reed ik afgelopen zondag verder naar het Franse Rijsel, waar ik het Paleis voor de Schone Kunsten bezocht, dat vooral bekend is om de maquettes van allerlei achttiende-eeuwse vestingsteden, maar waar ook wat Egyptische, Griekse en Romeinse oudheden zijn. De afdeling middeleeuwse kunst vond ik het mooist. Coronamaatregel: je moest je bagage bij je houden, dus geen lockers waarin je je tas kon leggen. De reden daarvoor werd me niet duidelijk.

Mondkapjes of niet?

Duinkerke / Malo in 1940 en in 2020

Die middag ben ik zonder verdere problemen via Kassel naar Duinkerke gefietst. Ook hier een coronamaatregel die ik niet begreep: mijn hotel had de fietsenstalling afgesloten. Mijn fiets stond dus een hele nacht aan een lantaarnpaal. Overigens was het hier, net als in de andere hotels, heel rustig. Weinig toeristen in deze contreien.

Dat veranderde op maandag, toen ik naar Breskens peddelde. Het leek wel alsof heel België een mooie dag aan het strand wilde doorbrengen. En geloof het of niet: iedereen liep met een mondkapje. Ook als je tussen twee steden fietste, pakweg van Nieuwpoort naar Oostende, hadden fietsers mondkapjes. Des te schokkender was mijn aankomst in Cadzand-Bad, waar in een even drukke als dompige supermarkt niemand een mondkap droeg of rekening hield met anderhalve meter afstand. Ik las later dat in de zorgeloze Zeeuwse badplaatsen Code Oranje was afgekondigd. Als ik corona heb opgelopen was het in de supermarkt Cadzand-Bad.

Dat gezegd zijnde: ik heb een prima tijd gehad. Wallonië en vooral Henegouwen zijn prachtig en ik hoop dit reisje nog eens te maken, iets beter voorbereid en op een moment waarop de musea weer open zijn.

  1. 1

    Wie bij De Plank de grens passeert en dan direct rechts afslaat (St. Martens-Voeren 3), wordt even verderop getrakteerd op een prachtig uitzicht, waarbij je wel wil geloven dan god daar ergens vakantiehuisje heeft. Dat is er inderdaad: de abdij van Val Dieu en wie daar wat rondloopt ontwaart er ook een ‘Atelier du Monde’. Of daar de wereld geschapen is? In de précoronaire era was het er in het weekend doorgaans stervensdruk. Niettemin laat een bezoek aan de abdij zich goed combineren met de markt in Aubel, donderdag- en zondagochtend. De kazen en worsten aldaar mogen er zijn. De stroop en cider ook.

    Minder van historisch belang, maar zeker een waardige bestemming en binnendoor een uur fietsen van de grens bij Gemmenich verwijderd is het Möhrenmuseum in Eynatten.

  2. 4

    Dat was een aardige fietstocht alles bij elkaar. Op 21 en 22 juli lagen mevrouw Reus en ik nog op het strand van Duinkerk dat toen redelijk gevuld was met losse badgasten en met groepen kleine (school-)kinderen met hun begeleiders. Gelukig is het strand daar breed genoeg om ruim afstand te houden.

  3. 5

    Zelfs al is er (nog?) geen éénduidige evidentie over de effectiviteit van mondmaskers/mondkapjes, denk ik wel dat er wel degelijk een effect van uitgaat in het geval van een uitbraak van het virus tegenover je medemens, gezien het virus zich in een aerosol verspreidt en deze verspreiding aldus toch enigszins ingedamd wordt… Indien u dus bijvoorbeeld een asymptomatische drager van het virus bent zal u -onwetend- dit toch verspreiden… met mondkapjes wordt dit alvast gedeeltelijk voorkomen, me dunkt… Men zou dit als een altruïstische motivatie kunnen beschouwen, maar er is ook een andere belangrijke factor, die men als een wat meer op zelfbescherming gerichte motivatie zou kunnen beschouwen; mondkapjes voorkomen ook dat u uw mond of neus aanraakt, wat u onbewust willens nillens doet…
    Zelf was ik deze week voor mijn werk te Brussel, waar de testcapaciteit eerder laag ligt (men is bezig deze in een ijl tempo terug op te schroeven…) en de cijfers dus eerder wat vertekend zijn. Gent, dat een vergelijkbare testcapaciteit als Antwerpen, heeft 11 gevallen per 100.000 inwoners in de laatste zeven dagen, tegenover Antwerpen 184… Toch is in bepaalde wijken de densiteit van de populatie vergelijkbaar in beide steden…
    Ik was echter woensdag voor een cultureel uitstapje van Brussel naar Gent gereisd met de trein en in aldaar droeg vrijwel iedereen een mondkapje, zonder verplichting! Zoals Jona al aanhaalde, ook op de fiets en niet enkel in de binnenstad… Er is echter geen verplichting tot het dragen van een masker, maar het wordt ‘spontaan’ gedaan… Ik denk dat er ook een psychologische factor is; men blijft zich zo ook bewust van het feit dat dat men aandachtig moet zijn, en inderdaad -zoals we stilaan zien- moeten we aandachtig zijn en -tijdelijk!- een luttel deeltje van onze vrijheid opgeven, al is het maar vanuit een humanistisch perspectief, uit respect voor onze (kwetsbare) medemensen…

  4. 7

    @6: daar ben ik me terdege van bewust, dat het slechts een zijlijn in het artikel betrof; over de inhoudelijke aspecten had ik namelijk al gereageerd op de uitstekende mainzerbeobachter genaamde blog van Jona Lendering… De reden dat ik hier dan toch dit schreef, is omdat ik enigszins verontrust ben, net vanuit een liefde voor de mensen wonend “benoorden de Moerdijk”, omdat ik denk dat het belang van mondkapjes niet zo futiel is als men denken zou… Door wat Jona bvb schreef over Cadzand, werd ik enigszins aangestoken, omdat een paar vrienden reizend door Nederland me krèk hetzelfde vertelden, ze stonden enigszins perplex hierover, of alleszins waren ze geconsterneerd…. Nochtans zijn het verre van beunhaasjes… Dat weerhoudt er me echter niet van volgende week als cultuurminnende mens o.a. Maastricht en Leiden te bezoeken, waarbij ik een mondkapje zal dragen…. 😊 Het lijkt me het minste dat ik kan doen, om mijn Europese medeburgers te beschermen…
    Ik beloof echter bij deze plechtig dat ik nooit meer zal ingaan op een zijspoor van een artikel, maar me enkel nog zal richten op de hogesnelheidslijn in een blog, ook wel gekend als de rode draad… 😉