Transitie en belangen, het gelijk van Machiavelli

Belangen, Lobby, Invloed en Macht. In het energiedebat werd altijd een beetje met een boog om die factoren heen gelopen. Het moest immers gaan over energiebesparing en windturbines, over emissiehandelssystemen en energielabels, en over doelstellingen en subsidieregelingen.

Ook onderzoeksprogramma’s bleven liefst een beetje weg van de BLIM (Belangen, Lobby, Invloed, Macht). Weinig aandacht, een enkeling daargelaten. Geen geld voor. Griezelig. Niet in het belang van grote sponsoren. Geen onderzoekstraditie. Wel geld voor onderzoeken naar de vraag hoe Hendrik en Ina ertoe zouden kunnen worden verleid hun autobanden goed op spanning te houden, welk effect, zo dat er al was, onmiddellijk wordt opgevreten door de mogelijkheid 130 km/u te rijden dankzij een hobby van een Minister-zonder-portefeuille.

Maar er is amper geld voor onderzoek naar de vraag hoe het nou kon dat die Minister er zo’n maatregel doorheen wist te jassen, terwijl haar Staatssecretaris-met-portefeuille en de Minister van Economische Zaken zich met de handen in het haar afvragen hoe ze in hemelsnaam aan de klimaateisen van de rechtbank in de Urgenda-rechtszaak kunnen voldoen. En terwijl gemeenten, GGD’s en actiegroepen wijzen op de gezondheidseffecten van een toenemende luchtverontreiniging door stikstofoxiden en fijnstof en voor extra ongevallen in het verkeer. Maar die krijgen geen poot aan de grond, hun waarschuwingen vervliegen als fijnstof in de wind. Hardrijders hebben hun BLIM duidelijk beter voor elkaar dan astmalijders.

De te weinig onderzochte vraag is: hoe komt dat eigenlijk?

In de wetenschap is de aandacht voor vragen naar macht, invloed, lobby en belangen aan het toenemen. Al moeten de middelen voor onderzoek hiernaar wel voor de poorten van de hel worden weggesleept. Niettemin, de groeiende aandacht heeft onder meer geresulteerd in een opmerkelijk proefschrift van Magda Smink, die op 20 november bij de Utrechtse Innovatieprofessor Marko Hekkert promoveerde. Dat boekwerk helpt te begrijpen waarom duurzame veranderingsprocessen zo moeizaam verlopen, zeker ook in Nederland: de instituties (de regel die economie en maatschappij structureren) zijn het stolsel van de maatschappelijke strevingen uit het verleden. Die zijn op goede gronden in het leven geroepen, maar zijn tevens een blok aan het been voor verandering. Als er nieuwe strevingen komen aan de hand van nieuwe inzichten: eventjes geduld a.u.b., de steven kan niet snel worden gewend; de institutionele stroop waarin de samenleving vaart staat behendig laveren naar een nieuwe toekomst niet zomaar toe.

Machiavelli schreef het al rond 1514 in De Heerser (il Principe): “Niets is lastiger om aan te pakken, hachelijker om er de leiding over te nemen, of minder zeker van succes, dan het invoeren van nieuwe dingen, omdat degene die nieuwigheden invoert, hen die het in de oude toestand goed ging tot vijanden en hen die het onder de nieuwe omstandigheden goed zou kunnen gaan, als lauwe verdedigers heeft”.

Het proefschrift van Smink onderbouwt het gelijk van Machiavelli, en laat zien hoe zittende belangen vaardig gebruik maken van de instituties om ontwikkelingen die hun positie bedreigen tegen te houden of te vertragen. Ze doen dat, samengevat, door:

1) zich als partner van overheden op te stellen om zo hand in hand de instituties te beïnvloeden en op hun belangen gericht te houden,
2) proactief zelf alternatieve plannen op te stellen (die natuurlijk het zittende belang meer dienen dan de voorstellen voor verandering),
3) de eigen belangen handig te framen als algemeen belang
4) onderzoek op tafel te leggen dat de zienswijze onderbouwt; dat onderzoek is op zichzelf meestal wel onafhankelijk, maar de vraagstelling kan sterk door het opdrachtgeversframe gekleurd zijn, en tenslotte
5) via de media de publieke opinie goed te bespelen.

De lezer die blijmoedig in dit proefschrift begon zou na afloop kunnen sombermansen dat het allemaal toch niet gaat lukken. Wie of wat is immers tegen de BLIM van de zittende orde opgewassen? Toch hoeft dat niet, de strategieën van de zittende macht zijn óók door de nieuwkomers in te zetten. Voorwaarde is wel coalitie- en machtsvorming, zoals onder meer door De Groene Zaak en recent de  NVDE (Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie) wordt vormgegeven.

Donkergroene pioniers van de duurzaamheidsbeweging huiverden wel eens bij het idee dat bedrijven en organisaties een belang zouden krijgen bij vergroening. Ze hebben ongelijk: die belangen zijn juist keihard nodig. Ze beginnen te ontstaan, de wetenschap laat zien hoe ze beter in het maatschappelijke en politieke spel kunnen worden uitgespeeld.

Dit artikel verscheen eerder op Energiepodium.nl.

Jan Paul van Soest is partner bij De Gemeynt, samenwerkingsverband van adviseurs, denkers en entrepreneurs, zie www.gemeynt.nl

  1. 1

    Wetenschap confronteert: ik schrijf in mijn stukken over innovatie regelmatig: “het bestaande is de vijand van het nieuwe”.
    Onbewust geef ik daarmee een korte samenvatting van Macchiavelli, die ik overigens zo bewonder dat ik ooit zijn graf heb bezocht.
    Als ik de samenvatting van het proefschrift lees, zie ik veel van mijn gading: de logica van de grootschaligheid, b.v.. De energietransitie zal nooit iets worden wanneer we blijven denken dat energie grootschalige opwekking behoeft en derhalve ook grootschalig gedistribueerd moet worden.
    Ook aardig: ooit beschreven wij de “ijzeren driehoek”, een al dan niet bewuste samenzwering van politiek, ambtelijke deskundigheid en belangen behartigende deskundigheid, waardoor de verandering kon worden gehinderd. De vraag is hoe die associatie te doorbreken? De vijanden van de EU kijken naar Brussel en zien daar een grote structuur van ijzeren driehoeken, als een soort samenzwering van bestaande belangen. Als ik zwaar getafeld heb, zie ik die samenzwering ook.
    Kortom: Magda Smink moet maar goed gelezen worden.

  2. 2

    Verandering heeft vaak een verhaal van alles wordt anders. De ontvanger wordt geconfronteerd met onzekerheid, stress en de dreiging dat hij/zij straks niet meer goed mee kan doen. Met alle angsten die daar bij komen. Vanuit psychologisch perspectief is weerstand dan ook een logische eerste reactie op grootse veranderingsverhalen. En lauwe volgers is het meest waar je dan op kan hopen.

    Tegelijk zie ik niet in waarom de veranderaar zich niet van de 5 punten in @0 gebruik kan maken. Je kan ook een soort stabiliteits -verhaal kunnen houden. We willen dolgraag x behouden, we gaan er alles aan doen om x te behouden etc. Er is al onderzoek waaruit blijkt dat dat helpt aan verandering (Sonesheim 2010 uit mijn hoofd).

  3. 3

    Wat een mooie omschrijving over de werkwijze van bedrijven zoals CE Delft:

    1) zich als partner van overheden op te stellen om zo hand in hand de instituties te beïnvloeden en op hun belangen gericht te houden,
    2) proactief zelf alternatieve plannen op te stellen (die natuurlijk het zittende belang meer dienen dan de voorstellen voor verandering),
    3) de eigen belangen handig te framen als algemeen belang
    4) onderzoek op tafel te leggen dat de zienswijze onderbouwt; dat onderzoek is op zichzelf meestal wel onafhankelijk, maar de vraagstelling kan sterk door het opdrachtgeversframe gekleurd zijn, en tenslotte
    5) via de media de publieke opinie goed te bespelen.

  4. 4

    @0: “In de wetenschap is de aandacht voor vragen naar macht, invloed, lobby en belangen aan het toenemen”
    – Begrijpelijk steeds meer wetenschapsonderzoek is zelf afhankelijk van de opdrachtgever Goed om die toenemende afhankelijkheid te onderzoeken al is meer onafhankelijk onderzoek beter.

    Machtsvorming van “de groene zaak” is mij ontgaan, het lijkt een belangengroep van een aantal opgegroende bedrijven. Inhoudelijk toetst “de groene zaak” de leden niet, wel zo gemakkelijk!

    @1: “energietransitie zal nooit iets worden wanneer we blijven denken dat energie grootschalige opwekking behoeft”.
    – Hoe lokaal kan zeewindenergie of horen zeewindmolens met hun grootschalige opwekking die tot de energietransitie?

  5. 5

    @4: dat is inderdaad paradoxaal. Energie van wind uit zee is gebaseerd op een grootschalig systeemdenken, dus die kant gaat het wel uit.
    Maar wij mogen verwachten dat de wet van Moore op gaat voor zonnepanelen, dus over 15 jaar moeten wij het teveel aan energie, omdat ons dak goed op de zon ligt, verkopen aan de buurman, die geen geschikt dak heeft.
    Daarvoor ontbreekt de wettelijke ruimte: dus verkopen we aan de producent, die via het net door distribueert. Ik wilde zo graag een kleine, lokale energie ondernemer worden, maar de liberale denkers staan me dat niet toe.