Hoe naïef kan je zijn, Lubach?

Arjen Lubach vindt het eng dat Ongehoord Nederland mogelijk uit het publieke bestel verdwijnt nadat de zaak pas echt escaleerde vanwege de inhoud van een uitzending. Zijn angst: een toekomstige rechtse regering kan dat precedent gebruiken om linkse omroepen aan te pakken. Ik kijk Lubach vaak wat later, dus vergeef me dat ik zijn uitzending van maandag nu pas behandel. Zijn politieke conclusie is in ieder geval kinderlijk naïef. Rechts heeft namelijk helemaal geen precedent nodig om achter linkse omroepen aan te gaan. Lubach neemt ON! zelf nadrukkelijk niet in bescherming. De omroep was journalistiek al lang af. Er waren sancties, overtredingen van de journalistieke code en structurele problemen met feitencontrole en samenwerking. Volgens Lubach had ON! dáárop gepakt moeten worden. Zijn probleem is dat de zwaarste escalatie pas kwam nadat Joost Niemöller en zijn medewerkers in een uitzending positieve elementen uit een speech van Hitler probeerde te halen. Alleen: waarom zou dat eigenlijk zo erg zijn? Een samenleving mag ergens van schrikken. Sterker nog, soms is dat precies hoe een grens zichtbaar wordt. Jarenlang kun je discussiëren over journalistieke normen, incidenten, sancties en procedures, totdat er iets gebeurt waardoor ineens glashelder wordt waar al die regels voor bedoeld waren. Dat zo'n uitzending de druppel vormt, maakt de eerdere overtredingen niet minder relevant. Het maakt vooral duidelijk dat eindeloze tolerantie zelf ook een politieke keuze is. De tolerantieparadox Daar zit de tolerantieparadox die Lubach vrijwel omdraait. Een open samenleving hoeft mensen die haar normen ondermijnen niet onbeperkt te faciliteren uit angst anders zelf intolerant te worden. Ongehoord Nederland wordt bovendien niet verboden. Niemöller mag morgen weer een website beginnen, podcasts opnemen en nog honderd speeches van Hitler doorspitten op zoek naar pareltjes. De vraag is of de Nederlandse samenleving verplicht is daar een plek in het publieke omroepbestel en publiek geld voor beschikbaar te houden. Volgens Lubachs logica moeten we bijzonder voorzichtig zijn met zo'n grens, omdat een toekomstige rechtse regering hem tegen links zou kunnen gebruiken. Alsof die regering eerst onze toestemming nodig heeft. En alsof Lubachs veilige alternatief, de journalistieke code, rechts wél zal tegenhouden. Een groot deel van rechts Nederland vindt zulke journalistieke normen sowieso al links gelul of gezeik om niks: factchecks zijn bevooroordeeld, de NPO is links, vriendjespolitiek, dat doet toch iedereen, de journalistiek is links en regels over betrouwbaarheid en zorgvuldigheid worden al snel gezien als middelen waarmee het (linkse) establishment afwijkende (rechtse) meningen onderdrukt. Wie denkt dat een radicaal-rechtse regering straks eerbiedig zal zeggen dat BNNVARA helaas keurig aan de journalistieke code voldoet en daarom niet verboden kan worden, heeft de afgelopen jaren weinig opgelet. De Verenigde Staten vormen inmiddels één lange demonstratie van de zwakte van die redenering. Na de dood van Antonin Scalia nomineerde Obama in maart 2016 de gematigde Merrick Garland voor het Hooggerechtshof, als compromis om de Republikeinen tegemoet te komen. Die weigerden de benoeming zelfs maar te behandelen omdat het een verkiezingsjaar was. Vier jaar later overleed Ruth Bader Ginsburg enkele weken voor de verkiezingen en joegen dezelfde Republikeinen Amy Coney Barrett door de Senaat. Ze werd acht dagen voor de verkiezingsdag benoemd. De norm gold zolang hij rechts uitkwam. Hetzelfde zie je bij de media. Trump had geen eerdere Democratische aanval op Fox News nodig om publieke media en onwelgevallige omroepen aan te pakken. Precedenten zijn vooral belangrijk voor mensen die van plan zijn zich eraan te houden. En precies daarom is Lubachs angst zo naïef. Wie uit vrees voor toekomstig rechts misbruik weigert grenzen te stellen aan extreemrechts, bindt vooral zichzelf de handen. Want de andere partij heeft die gentlemen's agreement nooit ondertekend, en reken er maar op dat ze zich niet zullen inhouden. Als een toekomstige radicaal-rechtse regering BNNVARA, HUMAN, de VPRO of, reken er maar op, Lubach wil aanpakken, vindt ze wel een reden. Daarvoor hoeft Joost Niemöller eerst helemaal niets positiefs over Hitler te zeggen. Die wil is er al. Alleen de macht ontbreekt nog.

Foto: Michal Soukup on Unsplash

Luisteren naar de buurt, buigen voor intolerantie

De gemeente Lansingerland had voor een nieuwbouwwijk in Bleiswijk zes Arabische straatnamen bedacht. Wadi Musa, Wadi Rum, Wadi Shab, dat werk. En logisch, want in de wijk komen ook wadi’s: groene greppels waarin regenwater wordt opgevangen. Het woord wadi is Arabisch. Niet zoveel aan de hand, zou je denken.

Of nou ja, het is Nederland in 2026. Dus omwonenden maakten bezwaar. De namen pasten niet bij het gebied, vonden ze. Ze misten de relatie met Bleiswijk. Dus krijgen de straten nu namen als Kolenschuitpad, Westlanderstraat en Tuindersvlet. Alsof de Nederlandse identiteit alleen nog veilig is wanneer je bij het bezorgen van een pakketje het gevoel krijgt dat je door het Openluchtmuseum loopt.

Dit is geen groot geweld. Er staan geen fakkels voor een gemeentehuis. Er wordt geen zwaar vuurwerk gegooid bij een informatieavond over een AZC. Er worden geen raadsleden bedreigd omdat ergens mensen moeten worden opgevangen die hun land zijn ontvlucht. Dat is de harde variant: intolerantie als intimidatie, als straatterreur, als politiek drukmiddel. Daar zien we in Nederland inmiddels óók genoeg voorbeelden van.

Bleiswijk is kleiner. Nette intolerantie. Procedurele intolerantie. Het bezwaarformulier als hooivork. Geen Arabische woorden in de straat, want dat voelt niet eigen. Niet omdat iemand er écht last van heeft. Niet omdat een straatnaam schade veroorzaakt. Alleen omdat een stukje taal uit een ander deel van de wereld kennelijk al genoeg is om de plaatselijke cultuurpaniek aan te zetten.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: "Charlie Kirk" by Gage Skidmore is licensed under CC BY-SA 2.0

Waarom ik niet en wél rouw om Charlie Kirk

Waarom ik niet rouw om Charlie Kirk

Er zijn mensen wiens overlijden vanzelf stilte en respect oproept. Charlie Kirk hoort daar voor mij niet bij. Zijn dood is geen verlies voor de democratie, maar hooguit het verdwijnen van een van haar luidruchtigste ondermijners. Want laten we eerlijk zijn: Kirk zal niet worden herinnerd om zijn bijdrage aan een open samenleving, maar om zijn hardnekkige inzet om achterdocht, ressentiment en complottheorieën te voeden.

Hij zette de Civil Rights Act weg als een “enorme fout”, droeg complottheorieën als de “Great Replacement” met trots uit en wijdde zich aan het in twijfel trekken van verkiezingsuitslagen zodra de uitkomst hem niet beviel. De belangrijkste taak van vrouwen is kinderen krijgen en abortus is erger dan de Holocaust. In elk ander systeem zou dit slechts gênant theater zijn geweest, maar in de VS, waar miljoenen zijn woorden omarmden, kreeg het gewicht. Hij was een van de speerpunten van een beweging die de democratische spelregels alleen respecteert zolang ze zelf wint.

Hier komt de tolerantieparadox van Karl Popper om de hoek kijken. Een samenleving die onbeperkt tolerant is tegenover intolerantie, graaft haar eigen graf. Kirk was bij uitstek een vertegenwoordiger van die intolerantie: niet de felheid van een debatpartner die de democratie scherper maakt, maar de gretigheid van iemand die aan haar fundamenten zaagt omdat diversiteit, inclusie en verkiezingsresultaten niet in zijn straatje pasten. Tolerantie voor dat soort denkbeelden is geen deugd, maar een zwaktebod dat aan de basis ligt van de ondergang van de democratie.