In Hongarije wint Magyar misschien, maar het systeem blijft staan

De verleiding is groot om de opkomst van Péter Magyar te zien als een klassieke regimewissel. Zestien jaar Viktor Orbán en Fidesz zouden eindigen, de illiberale staat wordt ingeruild voor iets wat weer meer op een democratie lijkt, en Brussel kan opgelucht ademhalen. De realiteit oogt aanzienlijk weerbarstiger. De cijfers voeden de illusie van een breuk. Peilingen suggereren dat Magyar met zijn Tisza-partij zelfs een tweederdemeerderheid kan halen, voldoende om grondwet en instituties te hervormen. Tegelijk erkennen vrijwel alle analisten dat het systeem dat Orbán heeft opgebouwd diep verankerd is in media, rechtspraak en economie. Dat systeem verdwijnt niet automatisch bij een verkiezingsverlies. En daar zit het eerste probleem. Hongarije functioneert al jaren als wat politicologen een verkiezingsautocratie noemen: verkiezingen bestaan, terwijl het speelveld structureel scheef en anti-democratisch is. Onder Orbán is de rechterlijke macht uitgehold, media geconcentreerd in handen van de staat en bevriende oligarchen, en het kiesstelsel aangepast ten gunste van de zittende macht. Dat zijn geen beleidskeuzes die je met één verkiezing terugdraait; het zijn infrastructuren van macht. Het tweede probleem is persoonlijker: Magyar zelf. Hij presenteert zich als breuk met het systeem, terwijl hij er rechtstreeks uit voortkomt. Hij was jarenlang insider binnen Fidesz en kent de mechanismen van binnenuit. Dat maakt hem electoraal aantrekkelijk, omdat hij geloofwaardig kan spreken over corruptie. Het roept tegelijk een andere vraag op: waarom zou iemand die in dat systeem functioneerde het fundamenteel ontmantelen, in plaats van het zelf te gaan gebruiken? Daar komt bij dat zijn politieke profiel opvallend vaag blijft op cruciale punten. Analyses van zijn positie laten zien dat hij zich grotendeels op de vlakte houdt over rechtsstaatkwesties en geopolitieke keuzes. Zijn campagne draait om corruptie en economische stagnatie, nauwelijks om institutionele herbouw. Dat is electoraal logisch, institutioneel weinig belovend. Zelfs in het meest optimistische scenario stuit een nieuwe regering op een derde probleem: de staat zit vol met loyale benoemingen. Sleutelposities in rechtbanken, toezichthouders en media zijn bezet door Orbán-getrouwen met lange mandaten . Zonder tweederdemeerderheid blijven die zitten; met zo’n meerderheid ontstaat de verleiding om dezelfde machtsinstrumenten simpelweg van eigenaar te laten wisselen. En dat is precies het risico. De Hongaarse staat is de afgelopen jaren ingericht als een politiek instrument, geen neutrale infrastructuur. Wie die staat erft, erft ook de mogelijkheid om tegenstanders te marginaliseren, media te sturen en economische netwerken te bevoordelen. Dat systeem heeft een ingebouwde logica: het loont om het te behouden. De ironie is dat Magyar daardoor tegelijk de grootste kans op verandering en de grootste garantie op continuïteit vertegenwoordigt. Hij kan Orbán verslaan omdat hij op hem lijkt: conservatief, pragmatisch, bereid tot machtspolitiek, en niet fundamenteel ideologisch gebonden aan liberale instituties. Zijn belofte om Hongarije “terug te brengen naar Europa” klinkt concreet zolang het over EU-geld gaat; zodra het over onafhankelijke rechtspraak of mediapluralisme gaat, wordt het stil. De conclusie ligt daarmee voor de hand. Een overwinning van Magyar zou een politieke aardverschuiving zijn. De kans dat het ook een institutionele breuk oplevert ligt aanzienlijk lager. Hongarije kan van bestuurder wisselen zonder van systeem te veranderen. In het slechtste geval verandert alleen de naam op de deur van hetzelfde ondemocratische machtsapparaat.

Foto: zczillinger (cc)

De Hongaarse connectie

Vlak voordat hij zijn kabinet Schoof opblies bezocht Geert Wilders een bijeenkomst in Hongarije van de extreemrechtse organisatie CPAC (Conservative Political Action Conference). Hij trad daar op als een van de sprekers naast Alternative für Deutschland-voorvrouw Alice Weidel, Santiago Abascal van het Spaanse Vox, de zoon van Netanyahu,  diverse kopstukken uit de Israëlische politiek en natuurlijk de Hongaarse premier Viktor Orbán zelf. Met de jaarlijks terugkerende conferentie hoopt de conservatieve Hongaarse regering bruggen te slaan richting de Angelsaksische wereld. Donald Trump en de zijnen zien de aartsconservatieve, autoritaire en pro-Russische Orban als een voorbeeld ter navolging. Dilan Yeşilgöz noemde het zondag in Buitenhof  onverantwoord van Wilders dat hij juist nu ‘weekend gaat vieren met allemaal Poetinvriendjes’. Voor Geert was het ongetwijfeld een warm bad dat hem extra heeft gesterkt in zijn voornemens om zijn Nederlandse politieke vriendjes te laten vallen. Asielmigratie is het excuus, maar waar het om draait is dat Geert inziet dat hij met Schoof, Yeşilgöz en Van der Plas nooit de Nederlandse Orbán kan worden. Ook voor hem is de Hongaarse premier een lichtend voorbeeld.

Trump noemde de Hongaarse premier ‘een zeer goede leider, een zeer sterke man’. Hij voegde eraan toe: ‘Sommige mensen mogen hem niet omdat hij te sterk is. Het is fijn om een ​​sterke man je land te laten besturen.’ En dat geldt ook voor de extreemrechtse omgeving van Trump. Zo citeert The Guardian Kevin Roberts, de directeur van de Heritage Foundation die het befaamde ‘regeerprogram’ van Trump, Project 2025, schreef: “Het moderne Hongarije is niet alleen een model voor conservatief staatsmanschap, maar hét model.” Steve Bannon noemde Orbán ooit ‘Trump vóór Trump’. The Guardian: ‘Sinds Trump in januari aan zijn tweede termijn begon, lijkt de adoratie in razend tempo te zijn omgeslagen in navolging. Trump heeft, net als Orbán vóór hem, de macht van de staat aangegrepen om rivalen te achtervolgen, duistere retoriek omarmd om politieke tegenstanders te demoniseren en ‘woke’ uit instellingen te zuiveren, in wat analisten de ‘orbánisering van Amerika’ noemen.’ 

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du Jour | de gevolgen van ultrarechts autoritarisme in Hongarije

Police in Hungary on Wednesday at 6am detained an opposition politician, János Csóka-Szűcs, in Gyula, a small town in Békés County, the media outlet Magyar Narancs reported. Csóka-Szűcs is the local leader of an opposition movement called the Kossuth Circle and a supporting member of the Momentum party. Police raided his home and seized his mobile phone and computer, and he was detained and interrogated at the local police station.

Foto: Joan (cc)

Falend licht

RECENSIE - Niet de liberale democratie maar het illiberalisme lijkt dertig jaar na het einde van de Koude Oorlog aan de winnende hand. Wat ging er mis?

Toen in 1989 de Muur viel en het communistische Oostblok definitief uiteen viel was overal de verwachting dat het kapitalisme en de liberale democratie zich nu wereldwijd zouden verspreiden. Het westen, de democratie, het liberalisme en de kapitalistische economie hadden bewezen superieur te zijn. Dit systeem zou nu over de hele wereld worden uitgerold. De Amerikaanse socioloog Fukuyama schreef daarover zijn bekende boek: ‘Het einde van de geschiedenis en de laatste mens’.

Fukuyama heeft zijn stellingen later moeten relativeren. Het idee dat met de val van het communisme westerse waarden en praktijken universele geldigheid verwierven is in de loop van de tijd door velen bekritiseerd op grond van politieke en economische ontwikkelingen in de nieuwe eeuw. Ivan Krastev en Stephem Holmes leveren in Falend Licht; Hoe het Westen de Koude Oorlog won maar de vrede verloor een originele en plausibele analyse van deze ontwikkelingen. Ze citeren in hun inleiding uit de biografie van Barack Obama die bij zijn afscheid van het Witte Huis in een reflectief moment twijfels opgeworpen zou hebben over de juiste interpretatie van de periode na de Koude Oorlog. ‘Wat, als we het bij het verkeerde eind hebben?’ vroeg hij zich af. Krastev en Holmes laten in hun boek over de illiberale tendensen van Oost-Europese regeringen, over Poetin’s antwoord op de pogingen van het westen de voormalige Sovjetstaat en zijn satellieten in te palmen, over de populariteit van Trump en -kort ook nog- over het Chinese staatskapitalisme, zien dat Obama’s twijfels terecht waren. En dat na dertig jaar het kapitalisme misschien nog wel leeft, maar dat de liberale democratie in ernstig vaarwater is gekomen.

Foto: Michael Gubi (cc)

Rechtstaat onverdedigd

COLUMN - Politici als Trump en Orbán combineren kritiek op multiculturalisme met een aanval op de rechtstaat. Sommige commentaren bejubelen de kritiek op multiculturalisme; andere putten zich uit in afkeuring. In beide gevallen raakt verdediging van de rechtstaat op de achtergrond.

“Er bestaat een totaal verkeerd beeld van Orbán. Hij wordt gestigmatiseerd. Weggezet als de duivel, de bad guy, het zwarte schaap.” Vorige week nam voormalig staatssecretaris Dzsingisz Gabor (CDA) het in NRC Handelsblad op voor de Hongaarse premier Viktor Orbán. Een rapport van het Europese Parlement over de politieke situatie in Hongarije deed Gabor af als “een fantastisch links circus.”

Dit ondanks alle bewijs dat de rechtstaat in Hongarije onder vuur ligt.

Het rapport heeft felle kritiek op onder andere het functioneren van het constitutionele stelsel, de onafhankelijkheid van de rechtspraak en de bestrijding van corruptie en belangenverstrengeling. Het is moeilijk om zulke kritiek als “links” te zien. En Orbán zelf tooit zijn land met de geuzennaam “onliberale democratie.”

Gabor, gretig geciteerd door Volkskrant-columnist Martin Sommer op 20 april, hecht weinig belang aan de rechtstaat. Pas als het land een dictatuur zou worden “waar de mensenrechten niet in acht worden genomen, waar journalisten voor de rechter worden gesleept” dan “moeten we ons bedenken: willen we daar zaken mee doen?” Vraagteken. Dus Gabor ziet zelfs dan nog ruimte om zaken te doen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Meest nutteloze EU-instellingen: kandidaat 4

De komende weken stelt GeenCommentaar een top 5 samen van de meest nutteloze Europese instellingen. Vorige week: de Commissie Visserij van het Europees Parlement. Deze week de vierde kandidaat: Europees Commissaris voor meertaligheid Leonard Orban.

Europees Commissaris Orban (Foto: Audiovisuele dienst EU)

Het moet een behoorlijke bittere pil zijn geweest voor Roemenië, dat het land na de toetreding zo`n matige eurocommissarispost kreeg. Het veel kleinere Bulgarije dat gelijktijdig toetrad kreeg wèl een post van formaat, namelijk consumentenbelangen. Roemenië moest het doen met meertaligheid, feitelijk een spek-en-bonen-post.

Op zich is meertaligheid geen onbelangrijk politiek thema. Denk bijvoorbeeld aan de status van minderheidstalen als het Baskisch, het Schots of het Fries. Alleen zijn dit strikt nationale aangelegendheden, en de lidstaten zijn er fel op tegen dat de EU zich hiermee gaat bemoeien.

Wat kan er dan wel met meertaligheid op Europees niveau gebeuren? Nou, Orban bemoeit zich een beetje met het stimuleren van taalonderwijs in de lidstaten. Maar daarmee begeeft hij zich eigenlijk al op het terrein van zijn collega Jàn Figel, Commissaris voor Onderwijs (waar Europa sowieso al weinig over te zeggen heeft).

De belangrijkste taak van Orban is feitelijk leiding geven aan de dikke drieduizend vertalers die in dienst zijn van de EU. Dat maakt hem echter eerder een hooggeplaatste ambtenaar dan een politicus. Bovendien, zo`n ambtenaar is er al. Wat Orban dan de hele dag doet? Geen idee. Zijn agenda is voor komende maand in ieder geval niet bijzonder gevuld.