Poetins nationalistische lachgas

Poetins ‘Groot-Rusland-project’ zou wel eens bedoeld kunnen zijn om de aandacht af te leiden van de aanzienlijke economische ongelijkheid in Rusland, denkt Matthijs Rooduijn. Het gedrag van Rusland is 'zeer zorgwekkend', aldus premier Mark Rutte afgelopen zaterdag. De opstelling van de Russische president Vladimir Poetin wekt steeds meer verontwaardiging op in het westen. De annexatie van de Krim, alweer bijna een half haar geleden, en Ruslands huidige inmenging in het conflict in Oost-Oekraïne, hebben ertoe geleid dat de spanningen tussen Rusland en de NAVO flink zijn opgelopen. Veel commentatoren lijken het erover eens te zijn dat Ruslands agressieve opstelling direct te maken heeft met Poetins ‘Groot-Rusland-project’. Het kernidee dat aan dit project ten grondslag ligt is dat het Russische nationale karakter en de daarbij horende tradities en culturele waarden beschermd moeten worden, en – na veel te lang verwaarloosd te zijn geweest – weer het uitgangspunt zouden moeten worden voor iedere zichzelf respecterende Rus (zie bijvoorbeeld hier). Met een reeks aan symbolische maatregelen en daden zet Poetin dit idee kracht bij. Zo deed hij zijn Mercedes de deur uit ten gunste van een auto van Russische makelij, en stimuleerde hij het wapperen met de Russische vlag en het zingen van het volkslied. Zijn binnenlandse opstelling ter bescherming van de Russische identiteit is echter niet alleen maar onschuldige symboolpolitiek. Zo heeft Poetin veel tegenstanders (denk aan Chodorkovski, Navalny en andere politici en journalisten) uitgeschakeld door ze op te pakken of ze op een andere manier onschadelijk voor hem te maken. Zijn argument naar buiten toe: deze lui vormen een grote bedreiging voor het Russische nationale belang.

Foto: Tilemahos Efthimiadis (cc)

Gelijkheid vraagt om meer dan herverdeling

OPINIE - Echte gelijkheid vraagt niet alleen om economische herverdeling, maar ook om sociale gelijkwaardigheid.

Nu we hebben ontdekt dat Nederland veel ongelijker is dan we dachten, praten we weer over herverdeling. Onze verzorgingsstaat heeft daarin een belangrijke rol. In het onlangs verschenen rapport Hoe ongelijk is Nederland? rekent de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit dat zonder onze verzorgingsstaat de inkomensverdeling even ongelijk zou zijn als in de Verenigde Staten.

Dankzij ons stelsel is het niveau van ongelijkheid laag vergeleken met andere landen. Een geruststellende gedachte? Niet als je bedenkt dat herverdeling voor de laagste inkomensgroepen, de mensen die geen inkomen uit werk hebben, nog nauwelijks als ‘gelijkmaker’ werkt. Immers, wie een beroep moet doen op sociale voorzieningen moet zich voorbereiden op wantrouwen en bemoeizucht. Herverdeling leidt op deze manier geenszins tot meer gelijkwaardigheid.

Een uitkering (AOW uitgezonderd) was allang geen recht meer, maar ook van een gunst (‘uit vriendelijkheid geven’) kunnen we eigenlijk niet meer spreken. De uitkering moet worden verdiend met ‘respectabel’ gedrag.

De nieuwe Participatiewet illustreert de neerbuigende en afkeurende houding jegens uitkeringsontvangers: als mensen ‘verwijtbaar’ slecht gekleed zijn of de taal niet spreken kan de uitkering worden ingehouden. Op vakantie? Nee, u mag vooral niet ontspannen als u steun krijgt van de staat. En ook het plan van de gemeente Den Haag om uitkeringsontvangers te onderwerpen aan een Big Brother-achtige risicoanalyse om fraude op te sporen onderstreept dat zij bij voorbaat worden gezien als profiteurs en fraudeurs.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du jour | Hypocriet

So why has America chosen these inequality-enhancing policies? Part of the answer is that as World War II faded into memory, so too did the solidarity it had engendered. As America triumphed in the Cold War, there didn’t seem to be a viable competitor to our economic model. Without this international competition, we no longer had to show that our system could deliver for most of our citizens.

Ideology and interests combined nefariously. Some drew the wrong lesson from the collapse of the Soviet system. The pendulum swung from much too much government there to much too little here. Corporate interests argued for getting rid of regulations, even when those regulations had done so much to protect and improve our environment, our safety, our health and the economy itself.

But this ideology was hypocritical. The bankers, among the strongest advocates of laissez-faire economics, were only too willing to accept hundreds of billions of dollars from the government in the bailouts that have been a recurring feature of the global economy since the beginning of the Thatcher-Reagan era of “free” markets and deregulation.

Foto: IISG (cc)

Wat kunnen sociaal-democraten van Piketty leren?

ANALYSE - Hoe kunnen sociaal-democraten de bevindingen van Thomas Piketty het beste vertalen naar concreet beleid? Naar aanleiding van een analyse van ‘Capital in the Twenty-First Century’, doet Paul de Beer enkele aanbevelingen.

Capital in the Twenty-First Century van de Franse econoom Thomas Piketty heeft een schokgolf onder economen teweeggebracht. Een enkeling heeft het boek al begroet als het belangrijkste economische werk sinds Marx’ Das Kapital. Niet alleen de titel geeft hiertoe aanleiding, maar ook de breedte en diepgravendheid van Piketty’s analyse. In een tijd waarin de grote verhalen heten te hebben afgedaan omdat de wereld van vandaag te complex is om in enkele simpele formules te vangen, is dat precies wat Piketty doet.

Heel kort samengevat luidt Piketty’s geschiedenis van de afgelopen twee eeuwen dat zowel de omvang als de concentratie van vermogen en het aandeel van vermogensinkomsten in het nationaal inkomen een U-vormig verloop vertonen. Daardoor zijn de westerse landen momenteel op weg naar een situatie waarin het vermogen net zo omvangrijk is (in verhouding tot het nationaal inkomen) en net zo sterk geconcentreerd als in de negentiende eeuw.

De grote beweging van vermogen en inkomen schetsen en verklaren, dat lijkt inderdaad weinig minder dan de essentie van het hedendaagse kapitalisme blootleggen. Maar is dat ook werkelijk zo?

Foto: Parti Socialiste du Loiret (cc)

De toekomst van ongelijkheid

OPINIE - Zonder ingrijpen, dreigt de economische ongelijkheid de komende decennia drastisch toe te nemen, vindt Thomas Piketty.

De verdeling van inkomen en vermogen is een van de meest controversiële vraagstukken van vandaag. Het goede nieuws is dat het verschillende kanten op kan gaan. De geschiedenis leert ons dat economische krachten zowel naar meer als minder gelijkheid kunnen voeren. Welke kracht sterker blijkt is afhankelijk van de welke instellingen en welk beleid we gezamenlijk kiezen.

Efficiëntie en gelijke kansen in het onderwijs combineren

Historisch gezien is de belangrijkste gelijkmakende kracht de verspreiding van kennis en vaardigheden. Maar hiervoor zijn wel onderwijsinstellingen nodig die voor iedereen toegankelijk zijn, en structurele investeringen in scholing. De vraag hoe te komen tot een hogeronderwijssysteem dat efficiënt is en tegelijk gelijke kansen biedt, vormt wereldwijd een grote uitdaging waarvoor nog geen enkel land een volledig adequate oplossing heeft gevonden.

Heroverweeg belasting op hoge inkomens uit arbeid

Gelijke toegang tot onderwijs is noodzakelijk, maar niet voldoende. Het garandeert niet automatisch een eerlijke en harmonieuze verdeling van inkomen en vermogen. De inkomensongelijkheid in de VS is sinds de jaren tachtig spectaculair gestegen, vooral door de ongekende explosie van de inkomens van grootverdieners. Daardoor is nu sprake van een ware scheiding tussen de topbestuurders van grote bedrijven en de rest van de bevolking.

Financial Times: ‘Pikkety knoeit met z’n data’

Nu is de Financial Times natuurlijk wel een van de parochieblaadjes van de zittende kapitalistische klasse, maar als ze het hier bij het rechte eind hebben, slaat het wel een deuk in Pikkety’s betoog (om over z’n reputatie nog maar te zwijgen):

…there is little evidence in Prof Piketty’s original sources to bear out the thesis that an increasing share of total wealth is held by the richest few.

Prof Piketty, 43, provides detailed sourcing for his estimates of wealth inequality in Europe and the US over the past 200 years. In his spreadsheets, however, there are transcription errors from the original sources and incorrect formulas. It also appears that some of the data are cherry-picked or constructed without an original source.

For example, once the FT cleaned up and simplified the data, the European numbers do not show any tendency towards rising wealth inequality after 1970. An independent specialist in measuring inequality shared the FT’s concerns.

Foto: federico corradi (cc)

Ongelijkheid in Frankrijk en Amerika

ACHTERGROND - Begin dit jaar brak er in Frankrijk een storm van kritiek los naar aanleiding van een een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Newsweek: The Fall of France.

De journaliste, tien jaar geleden verhuisde vanuit Londen naar Parijs, schrijft dat er een grijze deken over Frankrijk ligt. Frankrijk heeft te maken heeft met een brain drain die vergelijkbaar is met de tijd van de Hugenoten. Toen vertrokken honderdduizenden intellectuelen uit Frankrijk (o.a. naar Nederland, waar we nog veel plezier van ze hadden).

De Fransen zijn in zichzelf gekeerd en doen nauwelijks mee aan internationale fora, zoals het Global Forum in Davos, omdat ze onvoldoende Engels spreken. Ze zijn te weinig ondernemend en nieuwe belastingen (tot 75%) zorgen voor een vlucht naar het buitenland. De journaliste baseert haar verhaal op nogal wat anekdotes uit haar directe vriendenkring, en werd in meer dan vijfhonderd reacties neergesabeld. Newsweek zag zich genoodzaakt haar te verdedigen, en schreef in de week erna nog een artikel over Frankrijk.

Bij een tour door het noorden van Frankrijk afgelopen week, vroeg we ons ook af waar mensen in al die slapende dorpen hun geld mee verdienen. Als er nog mensen wonen. Tegelijkertijd is er in iedere stad naar Amerikaans model een megawinkelcentrum te vinden, dus helemaal ongevoelig voor buitenlandse invloeden is men niet.

Foto: Pedro González Betancor (cc)

Piketty, ongelijkheid en domrechts

ACHTERGROND - Conservatief-rechts houdt zich graag van de domme. Zo ook in deze column in Elsevier over ‘nivelleringsgoeroe’ Thomas Piketty.

We moeten ons niet, in navolging van Piketty, druk maken over ongelijkheid, meent ‘filosoof’ Sebastien Valkenberg, maar over armoede. En de armoede neemt af: sinds 1990 is het percentage mensen dat van minder dan één dollar per dag moet rondkomen, gehalveerd!

Maar dat betekent natuurlijk niet dat ook de armoede in Nederland afneemt. Integendeel, zo valt op te maken uit dit nieuwsbericht van eind vorig jaar:

Vorig jaar leefden zo’n 1,2 miljoen mensen in Nederland in armoede. Dat waren er fors meer dan in 2011, blijkt uit het rapport Armoedesignalement 2013.

Mogen we ons daar dan niet druk over maken omdat het tegenwoordig beter gaat in de Derde Wereld? Bespeur ik hier een onverwacht gevalletje van oikofobie?

Verder bestaat er überhaupt nauwelijks ongelijkheid in Nederland, vindt Valkenberg. Uitgedrukt in de Gini-coëfficiënt (0 = maximale gelijkheid; 1 = maximale ongelijkheid) bedraagt de inkomensongelijkheid een heel bescheiden 0,274.

Het zal echter geen toeval zijn dat over de Nederlandse vermogensongelijkheid in alle talen wordt gezwegen, terwijl juist deze verrassend hoog, rond 0,8 ligt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Truthout.org (cc)

Piketty voor dummies

ACHTERGROND - Onlangs verscheen in The New York Times een lang commentaar van David Leonhardt gewijd aan het boek van dit moment: Thomas Piketty’s Capital in the Twenty-First Century.

Piketty’s centrale thesis is dat groeiende economische ongelijkheid de historische norm is. De egalitaire, na-oorlogse samenleving (in de VS en West-Europa) is zodoende een historische anomalie. Inmiddels zijn we dan ook weer hard op weg een erfelijke, economische aristocratie te creëren.

Dit betekent tevens dat als we onze relatief egalitaire, ‘onnatuurlijke’ samenleving willen behouden, we daarvoor actief maatregelen moeten treffen. De ‘vrije markt’ gaat dit niet voor ons oplossen.

Het bovenstaande zal voor degenen die alle commentaren en discussie rondom Capital in the Twenty-First Century een beetje hebben bijgehouden niet als een verrassing komen.

Maar waarom neemt economische ongelijkheid onder normale omstandigheden voortdurend toe? Commentator David Leonhardt zocht het voor ons uit:

For all of the clarity of Piketty’s historical analysis, I emerged from the book not quite grasping the mechanics of rising inequality. What is it about market economies that typically cause the assets and incomes of the rich to rise more rapidly than those of everyone else? So I called Piketty at his office in Paris, and he agreed to walk me through it.

He suggested imagining a hypothetical village from centuries ago in which neither the population nor the economy was growing. Every year, the village produced the same amount of goods for the same number of people to divide — a reality that was typical before the Enlightenment, when material living standards and human longevity barely rose. (The peasants of the 15th century were not better off than peasants in ancient Rome.) Even in a zero-growth society, however, assets that helped people produce goods — also known as capital — had value. Capital, Piketty told me, counts as anything “useful, any kind of equipment. Basic tools. Stones in prehistorical times.” Anything, in other words, that “makes people more productive.”

In our hypothetical village, a large farm might produce $10,000 worth of crops in a year and yield $1,000 in profit for its owner. A small farm might have the same 10 percent rate of return: $1,000 in annual crop sales, yielding $100 in profit. If the large farmer and small farmer each spent all of their money every year, the situation could continue ad infinitum, Piketty said, and the rate of inequality in the village would not change.

But one of capital’s great advantages is that its owners can make enough income to spend some of their money and sock the rest of it away. If the large farmer saved $500 of that $1,000 profit, he could buy more capital, which would bring more profit. Perhaps a few owners of smaller farms had debts to pay, and one of the large farmers bought them out. Eventually, the owner of the expanding farm might find himself owning land that yielded $1,500 or $2,000 in annual profit, allowing him to put aside more and more for future capital acquisitions. Less-stylized versions of this story have been playing out for centuries.

I have come to think of this idea as Piketty’s First Law of Inequality. The fact that the rich earn enough money to save money allows them to make investments that other people simply cannot afford. And investments — whether stones, land, corporate stock or education — tend to bring a positive return. Piketty describes the relationship formally as r > g: the rate of return on capital usually exceeds economic growth.

Vorige Volgende