Hoe de conservatieven wonnen

Het was een kwart eeuw geleden. Hans Janmaat zat nog in de Tweede Kamer, samen met twee collega-Centrumdemocraten. Ze werden met de nek aangekeken – nieuwe nazi’s waren het, volgens velen. Maar de sfeer was ook aan het omslaan. Negen jaar daarvoor wist Janmaat maar ternauwernood ontkomen aan een gewelddadige overval door linkse activisten op een CD-partijbijeenkomst in Kedichem. Zijn secretaresse (later zijn vrouw) Wil Schuurman raakte zwaar gewond; het hotelletje op de dijk brandde af. De eerste, wrede reacties van ‘net goed’ maakten daarna al snel plaats voor een gevoel van schaamte. Zoiets hoorde toch niet in Nederland. En met het besef dat ‘de strijd tegen neonazi’s’ ook te ver kon gaan, groeide het besef dat Janmaat al die jaren misschien toch, zij het op schrille toon, een belangrijk probleem had aangekaart. De immer groeiende groep immigranten in de grote steden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

The conservative embrace of progressive values – Merijn Oudenampsen

RECENSIE - Conservatismedoor Addie Schulte, redacteur van Boekenstrijd.

Opeens was Nederland rechts. In mei 2002 won de LPF 26 zetels en kwam er een centrum-rechts kabinet. Een schokgolf ging door het land. Wetenschappers en journalisten hebben de Nederlandse ‘ruk naar rechts’ tot nu toe vooral verklaard als een stem die nu eens aan het woord kwam. Dit was de doorwerking van opvattingen van het publiek naar het politieke platform. De stemmers van Fortuyn en Wilders werden afgeschilderd als een vergeten groep, die zich eindelijk kon manifesteren. De politici waren de spreekbuis van die opvattingen, een soort doorgeefluik.

Maar in zijn proefschrift over de Nederlandse ruk naar rechts zet politicoloog Merijn Oudenampsen de schijnwerpers op de andere kant: op de ideeën van politici als Bolkestein, Fortuyn, Bosma, Hirsi Ali, wetenschappers als Cliteur en Kinneging en publicisten als H.J. Schoo, Wansink en vele anderen. Ideeën doen er toe, is de eerste stelling van Oudenampsen. En daarom is het zinnig om die ideeën te bekijken en niet eindeloos de gevoelens van Wilders-stemmers op te tekenen.

Pragmatisme

Daarvoor is wel een hobbel te overwinnen. De Nederlandse politiek, politieke wetenschap en journalistiek hebben de sterke neiging ideeën te negeren. Die doen er weinig toe, is de overtuiging. En sterker: ideeën zijn belemmerend en potentieel gevaarlijk, zo hebben tal van politici volgehouden. Politiek gaat om het pragmatisch oplossen van problemen en met allerlei vastgeroeste opvattingen mist de beweeglijkheid om compromissen te sluiten. Premier Mark Rutte is een uitgesproken vertegenwoordiger hiervan. De politieke wetenschap heeft lang de nadruk gelegd op het pragmatisme van de Nederlandse politiek en de journalistiek op de rol van personen en akkefietjes.

Verkennende vooruitblik op het BuZa-beleid van de 45ste president van de VS (van A)

COLUMN - Wat voor buitenlandbeleid te verwachten van de volgende president van de Verenigde Staten?

Stephen Walt werpt alvast een verkennende blik in de toekomst en gaat per ‘What If?” het rijtje af van de huidige ‘Big 5’ kandidaten (Clinton, Trump, Cruz, Sanders, Rubio).

In een notendop:

  • A Clinton foreign policy will look a lot like Barack Obama’s, but with a decidedly more hawkish edge.
  • high tariffs on China […] building walls to keep immigrants out […] Muslim-bashing […] The real worry is that we have no idea what Trump’s foreign policy would be.
  • a Ted Cruz presidency would probably make George W. Bush-style “unilateralism” seem like a Quaker meeting. […] If it bothers you that the current U.S. president is now the most popular leader in the world, don’t worry: Cruz would almost certainly fix that problem.
  • For Sanders, foreign policy is mostly an afterthought. He’s not going to squander lots of money on idealistic foreign-policy crusades, and he’s not likely to pick fights with countries that aren’t directly threatening the United States.
  • a Rubio presidency would confirm that the United States has learned precisely nothing from its tragic experiment with neoconservatism.
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Wilders in Rome (2): Crumbling foundations of supremacist mythology

Een gastbijdrage van Huib Riethof. Dit stuk werd met toestemming overgenomen van zijn persoonlijke weblog.

March 26, 2011, Mr. Wilders continued (see first part) his remarkable horror story in front of a Roman public by referring to ideas first espoused by Edward Gibbon, a great 18th century British historian, whose “Decline and Fall of the Roman Empire” (1776-1789, 6 vol.) was a first exhaustive study into the fragility of empires.

Inevitably, Wilders (or his ghost writer, for Mr. Wilders did not study at a University) concentrates on a 402 AD (or 401 or 405 AD) event. Some Germanic [and Slavic, HR] peoples crossed the Rhine river and started an invasion into the Roman Gaul lands. Which leads, finally, to plundering of the City of Rome in 406 AD (or 410 AD).

Gibbon’s source is Jerome in Bethlehem, who was observing from a large distance in space and time what had happened to the Western part of the Roman Empire. The event is not central to Edward Gibbon’s theory about the way and causes of the Roman downfall. But Jerome was one of the few written sources he could access. Historiography has much progressed since then. But Mr. Wilders needed a source to underline his anti-islamic world vision and his idée-fixe about Christian supremacy.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Wilders in Rome (1): White supremacism, wild mythology

Een gastbijdrage van Huib Riethof. Dit stuk werd met toestemming overgenomen van zijn persoonlijke weblog.

March 25 (26), Mr. Geert Wilders, Dutch MP and leader of an authoritarian movement (no membership, one leader), called the ‘Freedom Party’ (PVV), spoke at a meeting in Rome, Italy.

In addition to what Mr. Wilders will have to say himself about his actual position and perspectives in Holland and elsewhere, we’d like to mention, that his hosts (the Italian Magna Carta Foundation) are closely linked to media tycoon and much criticized populist head of Government Silvio Berlusconi as well as to the American Enterprise Institute (AEI). The AEI, as is well known, are under neo-conservative influence.

But, actually, neither the AEI, nor the main neocon publication (The Weekly Standard, Washington DC) seem to be much in favor of a crusade against Islam as such. The US Neoconservatives consider religion, Christian or not, as an efficient disciplining tool for the masses.

That is, why AEI and WS scarcely mention the Dutch verbal crusader against Islam. They prefer a more subtle approach.

GWIFA failure

Wilders is trying to establish an international federation of anti-Islam movements. He has already a name for it: ‘Geert Wilders International Freedom Association’ (GWIFA). GWIFA should be established in the US. But, alas for him, large egos like Robert Spencer, Pamela Geller and Daniel Pipes, are not in a mood to leave the stage and put up a wooden shoe loon as their mascot.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het einde van de zachtmoedigheid

De zachtmoedigen waren niet langer te handhaven. Hoezeer de neoconservatieven, de marktwerkinggoeroes, de nieuw-spirituelen en de financieel toezichthouders ook probeerden – de zachtmoedigen kónden niet kijken met de sociaal-econcomische bril die hen met kracht op de neus werd gedrukt. De zachtmoedigen waren blind voor de waarheid: dat alles, werkelijk alles, in financiële waarde kon worden uitgedrukt. Het was de grootste prestatie van de mens: een systeem ontwerpen waarop alles wat bedacht kon worden – nee sterker nog, de gedachten zelf – op waarde beoordeeld konden worden.

Alles had immers sociaal-economische waarde, uitgedrukt in euro’s. Op die schaal kon alles worden gewogen, bekeken en geanalyseerd. Beleidsmakers werd aangemoedigd vooral strikt te budgetteren en te streven naar kosten-efficiëntie. Wat het beleid moest doen, was zo slank en elegant mogelijk zo min mogelijk kosten, en zo veel mogelijk opleveren. Dit was niet nieuw. In alle tijden was er sprake geweest van een economische afweging, maar dat het door iedereen werd omarmd als als wereldlijke kenwijze was wel nieuw. Het oversteeg de vroegere scheidslijnen in het maatschappelijk debat want iedereen deed mee: confessionelen, liberalen, zelfs socialisten en sociaal-democraten. Iedereen had het over geld, en bij elk interessant plan of leuk voorstel stelde men in de vraag: ‘Leuk, maar wat kost dat?’

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Volgende