Kwaliteit van hoger onderwijs (7) – slechte doelstellingen, slechte voorstellen, slechter toezicht

Lees ook deel één, twee, drie, vier, vijf en zes. Het ministerie van onderwijs werkt aan een nieuw systeem voor het toezicht op de kwaliteit van het hoger onderwijs, onder de noemer ‘accreditatie 3.0’. Zoals besproken in de vorige twee stukken zijn enkele doelstellingen die aan die wijziging ten grondslag liggen twijfelachtig. En als de doelstellingen niet deugen, dan deugen de nieuwe regels natuurlijk ook niet. In dit artikel een opsomming van een aantal vreemde wendingen die de minister wil maken.* Eén van de voorstellen is om voortaan toe te staan dat opleidingen worden gekeurd door medewerkers van de eigen instelling.

Door: Foto: SP (cc)
Foto: hansfoto (cc)

Goh: geen democratisering in het hoger onderwijs

ANALYSE - Het is er! De minister presenteerde vrijdag het nieuwe wetsvoorstel over medezeggenschap, bestuur en toezicht in het hoger onderwijs. Het had een krachtige reactie kunnen zijn op de al langer aanhoudende kritiek op de wijze waarop ons (hoger) onderwijs wordt bestuurd, en op bijvoorbeeld een Maagdenhuisbezetting die meer dan een maand duurde.

U heeft het voorstel misschien gemist, maar dat ligt niet aan u. Het moment van verschijnen was niet aangekondigd, en het kwam naar buiten toen er ook ander groot nieuws speelde: de Griekse crisis woedde in alle hevigheid, en de regering maakte bekend dat er eindelijk een cao was voor de rijksambtenaren. Wat betekent dat er nauwelijks media-aandacht voor was. Als een wetsvoorstel op deze manier gebracht wordt, betekent het twee dingen. Dat het op veel kritiek kan rekenen, en dat de spinners en voorliegers hun werk weer goed gedaan hebben. Chapeau voor de jongens en meisjes van communicatie op OCW dus!

U vraagt zich wellicht af wat er dan in het wetsvoorstel staat (al heb ik misschien al een hint gegeven). Enige tijd geleden publiceerde ik hier een analyse over hoe de politiek de afgelopen twintig jaar (niet) heeft gefunctioneerd op dit dossier en deed ik de volgende toekomstvoorspelling:

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Laauwen Media (cc)

Na het Maagdenhuis

OPINIE - Na elf dagen werd het Amsterdamse Bungehuis ontruimd, na ruim zes weken het Maagdenhuis. In beide gevallen leidde het tot forse discussies in de media. Voorstanders zetten de bezetters neer als helden, die opkomen voor democratisering en rechten voor studenten. Tegenstanders benadrukken dat de bezetters niet allemaal studenten waren. Dat het Maagdenhuis een puinzooi werd en de schade maar liefst is opgelopen tot een half miljoen.

Voor- en tegenstanders zullen beamen dat de bezettingen een nieuwe discussie hebben losgemaakt. Al eerder betoogde ik dat ik de actievoerders goed begreep: jarenlange lobby had immers weinig opgeleverd.

Natuurlijk, praten kan heel effectief zijn. In een goed gesprek overtuig je met goede argumenten. Voorwaarde is wel dat beide kanten van de tafel openstaan voor de mening van anderen en dat de verhoudingen in evenwicht zijn. Helaas ontbreken die ingrediënten vaak, zo toont de ontknoping van de bezetting in het Maagdenhuis pijnlijk aan.

Opvallend is dat weinig personen de doelen van de bezetters afkeuren. De nadruk ligt op de manier – de bezetting. Die wordt door critici afgedaan als een te zwaar middel. We vergeten bijna dat de studentenacties rond 1969 ook draaiden om democratisering van de universiteiten dat de studenten daarmee een aantal forse verbeteringen binnenhaalden.

Foto: Guido van Nispen (cc)

Een leven lang leren

ANALYSE - De column van Han van der Horst die afgelopen zaterdag op Joop.nl verscheen is mij uit het hart gegrepen. Hij benoemt dit stuk een aantal punten die ik dermate belangrijk vind dat ik ze graag nog even op rij zet.

Het opheffen van de democratie in de besluitvorming op de universiteiten heeft volgens hem geleid tot een onverantwoordelijk rendementsdenken dat keer op keer leidt tot mislukkingen:

(…) megalomane egotrippers konden op topposities ongeremd hun gang gaan, raden van toezicht en colleges van bestuur jutten elkaar op in plaats van dat er sprake was van een gezonde controle. Dat  leidde tot onberaden bezuinigingen, fusiegolven in het hbo en het in de markt zetten van allerlei nieuwmodische opleidingen – Europese Studies, vrijetijdsmanagement et cetera – die als multidisciplinair werden gepresenteerd maar in feite studenten op heel breed gebied alleen maar oppervlakkigheden boden. Naast de onberaden bezuinigingen zag men even onberaden investeringen. Tot in derivaten toe. De werkvloer werd ondertussen aan een groeiende hoeveelheid administratieve controles onderworpen.

Wat klinkt dat toch allemaal treurig herkenbaar. Niet voor niets wordt in het stuk de universiteit vergeleken met “woningbouwverenigingen, de zorginstellingen en voormalige overheidsbedrijven”. Er is een hoop stukgemaakt in de jaren 90. Het is zo jammer dat veel politieke partijen (VVD, D66) daar nog steeds niet van geleerd hebben.

Maar goed, terug naar de universiteit. Opvallend is van der Horsts hekel  aan multidisciplinaire studies, als stuk voor stuk mislukte pogingen om op die veranderende arbeidsmarkt in te spelen. Om op een continu veranderende arbeidsmarkt en samenleving voorbereid te zijn, moet je volgens van der Horst juist een studie volgen die verdieping geeft, die studenten leert dat er meer is dan de waan van de dag. Weg met ‘Europese studies’, ga Deens studeren. Om in de media te gaan werken ga je geen ‘Mediastudies’ of ‘Communicatieleer’ studeren, maar Psychologie. Ik kon het tot zover niet méér met van der Horst eens zijn.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Louise Gunning maakt geen beste indruk

VICE-redacteur Thijs Roes deed verslag van de informele dialoogbijeenkomst tussen de bezetters van het Maagdenhuis (UvA), rector Dymph van den Boom, voorzitter van het College van Bestuur Louise Gunning en burgemeester van der Laan.

Roes schrijft een vernietigend stukje opiniejournalistiek over het optreden. Conclusie: Gunning stelde zich dermate neerbuigend en onsportief op dat ze zichzelf tot symbool maakte van de arrogantie van de macht.

Een discussie die begon als een kleine strijd over hoe bezuinigingen bij een faculteit in de Randstad moeten worden doorgevoerd, wordt nu steeds meer een brede discussie over de macht van het managementdenken in alle lagen van de samenleving. En hoe arroganter de macht zich gedraagt, hoe breder deze beweging wordt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.