REDD moet het bos redden
Dit is een gastbijdrage van Marjolein van de Water van Noticias.nl.
Rijke landen gaan arme landen betalen om hun bossen te beschermen. En als alles volgens plan verloopt, kunnen bedrijven hier goed aan verdienen. Walmart, de Wereldbank en andere grote spelers op de klimaattop in Cancun, zijn laaiend enthousiast over REDD, een mechanisme waarbij men de co2 die in bomen ligt opgeslagen, inzet om klimaatverandering tegen te gaan. Boeren en sociale organisaties vrezen voor de gevolgen ervan.
REDD (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation) was een van de weinige punten op de agenda in Cancun, waar de VN landen redelijk unaniem achter staan. Het idee is simpel. Bomen en planten absorberen co2 en slaan dat op. Landen gaan eerst uitrekenen hoeveel co2 er precies ligt opgeslagen in hun bossen. Als ze deze bossen vervolgens niet kappen, telt dat als vermindering van uitstoot. Hiervoor worden de landen dan financieel gecompenseerd. Kortom, er komt een prijskaartje te hangen aan de co2 die opgeslagen ligt in bomen.
Bomen op de markt
De vraag is natuurlijk wie dat gaat betalen. Brazilië is groot voorstander van het opzetten van een fonds waar rijke landen geld in storten. Ontwikkelingslanden kunnen dit geld dan gebruiken om hun REDD programma’s te financieren. Maar de meeste landen, vooral de westerse landen, pleiten voor een systeem waarbij ze de co2 uit bossen op de emissiemarkt kunnen verkopen. Zo kunnen landen en bedrijven die meer uitstoten dan afgesproken, hun klimaatschuld aflossen.
Het vorige kabinet had ambitieuze doelstellingen voorgenomen voor CO2-reductie: 30 procent minder CO2-uitstoot in 2020 (ten opzichte van 1990) en 20 procent duurzame energie. Het nieuwe huidige kabinet heeft die doelstelling naar beneden bijgesteld naar 20% reductie in CO2-uitstoot en 14% duurzame energie. Echter, zonder daadkrachtige overheid zal het moeilijk zijn om zelfs die doelstelling te halen. Natuurlijk, we draaien tegenwoordig allemaal een spaarlampje in de fitting, we letten wat meer op of de stekkers ’s nachts uit het stopcontact liggen en we draaien de was op 30° in plaats van 60°. En het bedrijfsleven doet hier en daar ook zijn best om energie te besparen, maar zet dit nu echt zoden aan de dijk? Het blijven uiteindelijk kleine beetjes. Kan dat niet wat voortvarender? Even wat cijfers ter illustratie.




De mondiale vraag naar energie zal in het jaar 2035 met 36% zijn gestegen, dat komt neer op een groei van 1,2% per jaar. Fossiele energiebronnen blijven dominant, maar duurzame energie groeit wel van 7% naar 14%. Het leeuwendeel van de groeiende vraag naar energie: 93% komt voor rekening van sterk groeiende niet-OECD landen, China, Brazilië, India u kent ze wel. In het jaar 2035 heeft de wereld 18% meer olie nodig dan ze nu al verbruikt. Maar de productie van conventionele fossiele olie zal al in 2020 minder dan 69 miljoen vaten per dag zijn (nu 84). De rest komt uit onconventionele bronnen: met name vloeibaar aardgas