De overjarige geheimen van de BVD

In de jaren vijftig van de vorige eeuw waren alle inspanningen van de geheime dienst gericht op de bestrijding van het communisme. Onderzoek daarnaar wordt nog steeds belemmerd door de 'geheimhoudingsreflex' van de AIVD. Ondanks dat transparantie vrijwel elke politicus tegenwoordig in de mond bestorven ligt heeft de overheid nog steeds vele geheimen. Gevoelige dossiers blijken keer op keer extra gevoelig omdat er informatie is achtergehouden die pas na volhardend speurwerk van journalisten boven tafel komt. De geheimhouding raakt niet zelden de integriteit en reputatie van huidige diensten, diensthoofden en zittende politici. Verklaarbaar, al deugt het in de meeste gevallen niet en is het strijdig met die veelgeroemde openheid die de overheid tegenwoordig nastreeft. Als die geheimhouding echter ook gehanteerd wordt voor het overheidsbeleid van meer dan zestig jaar geleden lijkt alle redelijkheid zoek. Zoals bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de militaire inlichtingendienst MIVD, waar, zoals Prof. Dr. Hans Blom, emeritus hoogleraar geschiedenis, het formuleerde ‘per saldo de geheimhoudingsreflex overheerst’. Zullen we ooit kunnen achterhalen wat de geheime dienst in het verleden ter bescherming van onze democratie allemaal heeft uitgespookt? Van de naoorlogse archieven is nog slechts een fractie overgedragen aan het Nationaal Archief, dat de taak heeft alle overheidsarchieven openbaar toegankelijk te maken. De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten geeft burgers onder zeer strikte condities toegang tot de archieven die nog bij de AIVD en de MIVD liggen. Ze kunnen, als ze vermoeden dat de dienst gegevens over hen bewaart, een persoonlijk dossier opvragen. Historici kunnen inzage vragen in ‘bestuurlijke aangelegenheden’ van de AIVD en voorgangers. In beide gevallen zijn de resultaten van dergelijke inzageverzoeken teleurstellend. Veel gegevens worden eenvoudig geweigerd en kopieën van archiefstukken die wel worden verstrekt bevatten veel weggelakte delen.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.