Het echte verraad van links

Ondanks de eeuwige klaagzang van rechts, dat beweert slachtoffer te zijn van linkse dictatuur, weet iedereen die de politiek ook maar een beetje volgt dat links al jaren op haar retour is. Dit viel me onlangs weer op toen ik dit fragment tegenkwam van een verkiezingstoespraak uit lang vervlogen tijden: We had to struggle with the old enemies of peace--business and financial monopoly, speculation, reckless banking, class antagonism, sectionalism, war profiteering. They had begun to consider the Government… as a mere appendage to their own affairs. We know now that Government by organized money is just as dangerous as Government by organized mob. Never before in all our history have these forces been so united against one candidate as they stand today. They are unanimous in their hate for me--and I welcome their hatred.

Door:

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Femke Halsema neemt (weer) afscheid

In haar afscheidslezing als Leonardohoogleraar aan de Universiteit van Tilburg op 26 mei pleitte Femke Halsema voor grotere openbaarheid. Politici deinzen ervoor terug om ‘inzicht te geven in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Openbaarheid van informatie kan de legitimiteit van beslissingen vergroten’, zo stelde Halsema.

Halsema heeft, samen met Tilburgse studenten, een half jaar onderzoek gedaan naar de politieke betekenis van de jaren ’0. Het onderzoek richtte zich op drie geleidelijke veranderingen die de politiek ingrijpend hebben veranderd, waaronder ‘de globalisering van de risicomaatschappij’. Halsema ontleent deze term aan het werk van Ulrich Beck, die hiermee aangeeft dat de risico’s van de moderne technologie, zoals milieuvervuiling, zich niets aantrekken van maatschappelijke tegenstellingen. In het algemeen geldt, zegt Halsema, dat ‘globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn’.

In de ogen van Halsema is ‘Nederland onderdeel geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij’. Eerder was globalisering een abstracte notie en ‘leek het wel mee te vallen met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s’. Dat crises zich allang niets meer aantrekken van landsgrenzen is bijvoorbeeld duidelijk te zien aan ‘de razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten’.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De donkere kant van vrijheid

Op de lezingencyclus ‘Weet de overheid wat goed voor ons is?’ van het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks volgt dit najaar een boek over libertair paternalisme, een politiek-filosofische stroming die paternalisme en vrijheid probeert te verenigen. Daarin wil het Bureau dein de cyclus opgedane ideeën over vrijzinnig paternalisme verder uitwerken. Dick Pels: ‘Je moet ook de donkere kant van de vrijheid onderzoeken en de grenzen aan de vrijheid formuleren. Wat is het GroenLinkse idee van het goede leven?’

Kan GroenLinks haar groene en sociale doelen bereiken zonder de vrijheid van burgers te beperken? Deze centrale vraag werd tijdens de lezingen door de verschillende sprekers uitgewerkt. Uitgangspunt was het concept Nudge van de Amerikaanse wetenschappers Thaler en Sunstein. Een nudge is een manier om mensen te stimuleren de juiste keuze te maken, zonder daarbij dwang te gebruiken. De manier waarop een keuze gepresenteerd wordt, kan de uitkomsten van besluitvorming sterk beïnvloeden.Bijvoorbeeld: als we van een “nee, tenzij”, naar een “ja, tenzij”stelsel van orgaandonatie gaan, dan wordt het aantal orgaandonoren sterk vergroot, zonder dat mensen gedwongen worden om hun organen te doneren.

Optreden
Bij de eerste bijeenkomst was Joel Anderson kritisch over deze benadering: ‘Het is het perspectief van de expert die weet wat goed voor mensen is. Er is echter heel weinig aandacht voorde vraag hoe de experts beteugeld kunnen worden. Waar ligt de grens tussen nudges en bemoeizucht?’ Ook Klaas van Egmond wees nudges resoluut af in zijn betoog over milieu en moralisme: deze waren in zijn ogen niet effectief om de grote milieuproblemen op te lossen. Daarvoor was in zijn ogen een sterke overheid nodig die met consistente hand beleid oplegt: niks geen balans tussen vrijheid en moralisme, gewoon optreden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Demonstratie tegen Wilders, Gele Rijdersplein Arnhem 26 februari 2011

Scan van folder die werd uitgedeeldDat ik meeliep in de demonstratie was stom toeval: ik was onderweg naar het centrum van Arnhem om te winkelen. Toen ik uit de trolleybus stapte zag ik de ongeveer 150 man en vrouw staan. Voornamelijk jonge mensen. Warm gekleed want is het was koud. Ik kreeg een folder aangereikt waarin werd uitgelegd dat het ging om een demonstratie tegen het rechtse kabinet van van Wilders: Samen in verzet tegen Wilders en zijn kabinet. Dus niet het kabinet van Rutte maar het kabinet van Wilders! Hoewel ik de openingstoespraak had gemist besloot ik onmiddellijk om mee te lopen. Ik sta geheel achter het doel van deze demonstratie: ook ik ben tegen het hak en snoei beleid, tegen de economische kwakzalverij die doorgaat voor “verstandig beleid” en de afbraak van het beetje cultuur dat we nog hebben in Nederland.

Ik demonstreer niet vaak: de laatste keer dat ik meeliep in een demonstratie was in de jaren tachtig. En wat een contrast: met 400 000 man liepen we door Amsterdam. Deze keer waren het er slechts 150. In die goede oude tijd kon je veel mensen bij elkaar brengen om actie te voeren of te protesteren. Wat is er toch gebeurd? Hebben we het zo goed? Maar hé dat is vreemd, als we Wilders moeten geloven zijn de mensen het nu “zat” en heeft de linkse elite er een potje van gemaakt. Hoe zit dat eigenlijk met die onvrede vraag ik me dan af. Bij mijn weten worden we al jaren niet meer door links geregeerd, er zat altijd wel een VVD en/of CDA in de regering en meestal was de Premier een CDA-er. Over jeugdsentiment gesproken …

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Minder ministers

Dan hebben ze alleen teveel gebouwen... (Foto: Flickr/Haags Uitburo)

Een van de voorstellen van GroenLinks in het nieuwe verkiezingsprogramma is de reductie van het aantal ministeries van de dertien nu naar acht. Voor een politicoloog of bestuurskundige is het altijd leuk om na te denken over hoe verantwoordelijkheden rationeel zouden verdeeld moeten worden. In het volle besef dat in het openbaar bestuur beslissingen bijna nooit op rationale gronden tot stand komen. In plaats daarvan is de indeling van ministeries afhankelijk van path dependency en institutional stickiness: of in gewoon Hollands oude beslissingen worden in stand gehouden zonder dat daar rationale redenen voor zijn.

Toch zijn er zeker wel rationale elementen aan hoe verantwoordelijkheden tussen ministeries samen hangen: de bestuurders die de ministeries indeelden probeerden dat zo rationeel mogelijk te doen en in de tussentijd proberen bestuurders de bestaande structuur rationeel te gebruiken. Je zou kunnen stellen dat de huidige ministeries met elkaar samenhangen in clusters van ministers met een aan elkaar gerelateerde portefeuilles. Dat zie je terugkomen in de kabinetsformaties waarbij geprobeerd wordt om binnen zulke clusters alle partijen deel te laten nemen.

Grofweg zou je de structuur van de ministers kunnen voorstellen als in dit figuur: centraal staat de sociaal-economische driehoek met daarin de ministers van Financien, SZW en Economische Zaken. De minister van sociale zaken staat echter ook relatief dichtbij de ministers van OCW en VWS, die zo samen een cluster rond de softe publieke sector vormen. De minister voor Economische Zaken staat dichtbij de ministers van V&W en LNV, die zich bezighouden met sectoren waar de vrije markt in principe het belangrijkste regulerende principe is. Economische Zaken in mindere mate, maar Verkeer en Landbouw in grotere mate hebben veel overeen met de minister van VROM, omdat zij allemaal te maken hebben met ruimtelijke en milieu-vraagstukken. Boven in het figuur staan de ministers van BZK, BuzA, Justitie en Defensie. Tussen hun portefeuilles bestaan een opvallende relatie: de ministeries van BZK en Justitie houden zich bezig met het binnenlands bestuur, de ministeries van Defensie en BuZa met internationale samenwerking. BZK en BuZa houden zich met name bezig met de organisatorische kanten hiervan. Justitie en Defensie met de toepassing van geweld.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Minder kamerleden

Wordt het in de Tweede Kamer nog rustiger (Foto: Wikimedia Commons/Sysifus)

Naast een reductie van het aantal ministeries, wil GroenLinks het aantal kamerleden reduceren van 150 naar honderd. En de Eerste Kamer afschaffen. Daarmee zou het aantal politici dat de regering controleren reduceren van 225 naar honderd.

Ik wil twee opmerkingen maken bij het voorstel om het aantal kamerleden te reduceren: het relatief lage aantal kamerleden dat Nederland al heeft in vergelijkend perspectief en het effect op de diversiteit van de kamer.

Er is een sterke lineaire correlatie tussen het aantal kamerleden in het Lager Huis dat een land heeft en het aantal inwoners. Zoals in dit figuur te zien is, geldt voor alle landen in de Europese Unie: kleine landen hebben kleinere Lagere Huizen en grotere landen hebben grotere Lagere Huizen. Alleen in de kleinste Europese landen hebben kamers die kleiner zijn dan 102 leden: Estland, Letland, Slovenie, Malta, Luxemburg en Cyprus hebben allemaal minder dan drie miljoen inwoners. Bij de middelgrote landen is er grote variatie: de kleinste Lager Huizen zijn in Litouwen, Belgie en Nederland. Maar Hongarije, een land met net meer dan tien miljoen inwoners heeft 386 Kamerleden in hun unicamerale parlement. Bij de middelgrote landen valt überhaupt op: als zij eenkamer stelsel hebben hebben ze gemiddeld meer kamerleden in het Lager Huis dan als zij een twee kamerstelsel hebben (208 tegen over 169). Daarna is de relatie lineair: grote landen krijgen steeds grotere kamers. Gemiddeld vertegenwoordigt een lid van een Europees Parlement zo’n 49,252 stemmer. Als we dat in Nederland ook zouden doen zou het aantal kamerleden niet verlaagd moeten worden naar honderd leden, maar verhoogt naar 322 leden (meer dan een verdubbeling). Als we kijken naar landen met een unicameraal stelsel en meer dan drie miljoen inwoners zouden we zelfs aan 529 leden moeten denken (wat meer dan een verdrievoudiging is).

En dan diversiteit. Een reden om een groot parlement te hebben is omdat minderheden daar beter in vertegenwoordigd worden: meer parlementariers betekent dan meer ruimte voor vrouwen en meer allochtonen. Maar ook ruimte voor Friese of boerenvertegenwoordigers. Als we kijken naar de verkozen kandidaten per partij (zonder voorkeursstemmen en ministersbenoemingen) is dit echter niet helemaal waar. Het aantal vrouwelijke kamerleden is onder deze restricties bij 150 leden 55 (37%). Bij honderd leden zou dat 38 leden zijn. Een verbetering. Er zouden meer vrouwen in een kleinere kamer zitten. Bij etnische minderheden is de verhouding net anders: elf kamerleden met een niet Nederlandse achtergrond bij 150 leden (7%) en vijf leden bij een kamer van honderd leden. Daarbij valt het aantal kamerleden met een diverse achtergrond dus iets naar beneden.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.