Van de week was ik getuige van de ontruiming van een kraakpand. Het betrof een pand in Almagro, een centrale, wat verarmde wijk van Buenos Aires. Kraken en ontruimen, ze waren wa van mijn netvlies verdwenen, deel geworden van een ver verleden. De televisiebeelden van de jaren tachtig staan me bij: die brandende tram (lijn 10), eindeloze rijen blauwe busjes, ronde rieten schilden, barricades en waterkanons.
“ME, weg ermee!” schreeuwden de krakers en hun sympathisanten. Als weerwoord zat op een aantal ME-busjes een sticker met de tekst “sla vaker een kraker”. De ongeregeldheden kregen de geuzennaam krakersrellen. Als er iets of iemand was dat de verzuilde, vastgeroeste en onrechtvaardige samenleving zou gaan veranderen, dan was het de kraakbeweging. En mocht dat doel te hoog gegrepen zijn, dan hielp het in elk geval tegen de woningnood. Kraakpanden werden broedplaatsen voor activisme, kunst, cultuur en theater. Een beetje kraakpand had een drukkerijtje, een podium, ateliers en een bar. Krakers waren jonge, hoger opgeleide, kansrijke en bevlogen mensen.