Weinig privacy en toch vrij

Op Sargasso bieden we regelmatig ruimte voor gastbijdragen. Vandaag wederom een bijdrage van Dimitri Tokmetzis, freelance journalist te New York. Het artikel is ook op zijn eigen blog te lezen. Ligt het aan mij, of steekt er eindelijk een privacystorm op in Nederland? De laatste tijd lijken de mainstream media eindelijk het onderwerp te hebben opgepakt, met als boegbeeld de activistische Telegraaf. De ontwikkeling van het Elektronisch Patienten Dossier ligt ineens onder een vergrootglas en stuit op onverwacht veel verzet. De herstart van Bits of Freedom werd met veel gejuich ontvangen. Op internet en daarbuiten zijn inmiddels meerdere blogs en bewegingen actief die er niet voor terugschrikken naar de rechter te stappen. Toch stel ik mezelf geregeld de vraag: is het nu echt zo erg gesteld met onze privacy? De onderstaande passage illustreert mijn punt. Het komt uit het boek The naked society van de Amerikaanse journalist Vance Packard. A quite different kind of electronic surveillance – and control – has become possible through the development of giant memory machines, each month more and more information about individual citizens is being stored away in some gigantic memory machine. Thus far, the information about individuals is usually fed into the super-computers to serve a socially useful or economically or politically attractive purpose. But will it always be? This might especially be asked concerning those memory machines that are building up cumulative files on individual lives.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wet bewaarplicht: strijd met grondrechten verdedigbaar vanwege miskenning samenhang opslag en opvraging

Deze bijdrage is gebaseerd op de scriptie “Alles onder controle?”, waarvoor Axel Arnbak op 10 september j.l. de Internet Scriptieprijs 2009 won. In de scriptie worden een aantal alternatieven geboden om de inbreuk op de grondrechten te beperken, alsmede aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek. Axel zet zich vanaf maandag a.s. fulltime in voor digitale burgerrechten bij Bits of Freedom, waar hij verantwoordelijk wordt voor het dossier Privacy & Communicatie.

Even leek het erop dat de Eerste Kamer, onze “chambre de réflection”, bij zinnen was gekomen. Maar toen op 6 en 7 juli j.l. puntje bij paaltje kwam, verleidde de Minister van Justitie met een reeks concessies coalitiegenoot ChristenUnie om alsnog om vóór de wet te stemmen en verbaasde CDA-senator Franken, tot dan toe fel tegenstander van de bewaarplicht, vriend en vijand met zijn “standpunt, waarin politieke opportuniteit zwaarder weegt dan wetenschappelijke rationaliteit”. Aldus de Leidse hoogleraar Informatierecht.
En zo kwam het dat per 1 september de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens van kracht is geworden. Een eerder op Sargasso bekritiseerde maatregel, waarvan nut, noodzaak en grondwettelijke toelaatbaarheid al uitgebreid ter discussie stonden. Maar in dat debat bleef één cruciaal onderwerp onderbelicht: de onjuiste scheiding tussen de opslag van telecomgegevens en de opvraging daarvan door OM en politie (‘de opsporingsdiensten’). Dit kunstmatige onderscheid miskent de onafscheidelijke samenhang tussen die twee, en verhevigt de schending van ons grondrecht op privacy. Juist daarom is het goed verdedigbaar dat de Eerste Kamer een ongrondwettelijke wet heeft aangenomen.

Miskenning samenhang opslag en opvraging
De nieuwe wet verplicht ISPs en telecombedrijven om bepaalde categorieën verkeers- en locatiegegevens (samen ‘telecommunicatiegegevens’) op te slaan, zodat deze voortaan gegarandeerd beschikbaar zijn voor opvraging door opsporingsdiensten. Die mogelijkheid hadden de opsporingsdiensten voorheen nog niet. Tot 1 september moesten ze het doen met strikte regels over verwijdering, dan wel anonimisering van dergelijke gegevens, in plaats van de opslag daarvan. De bewaarplicht is dus ingesteld voor de opsporingsdiensten, en daarom een strafprocesrechtelijke maatregel.
De verplichte opslag kan niet los worden gezien van de al bestaande bevoegdheid van opsporingsdiensten om allerlei soorten gegevens, waaronder telecommunicatiegegevens, op te vragen op grond van het Wetboek van Strafvordering. De criteria voor opvraging zijn soepel, en in vergelijking met het Duitse strafprocesrecht erg laag: zo is tussenkomst van de rechter-commissaris geen vereiste, is deze opsporingsmethode niet het laatst mogelijke middel in het onderzoek en zijn de delicten waarvoor opvraging is toegelaten nauwelijks afgebakend. Bovendien is het kwaad al geschiedt als de vraag of opvraging rechtmatig was bij de rechter voorligt, aangezien het inzicht in telecommunicatiegegevens dan al heeft geleidt tot een bepaalde richting in het opsporingsonderzoek. Deze lage toegangsdrempels werden de afgelopen jaren zelfs significant verruimd, met name in de Wet vorderen gegevens telecommunicatie uit 2004.
Tijdens de parlementaire behandeling heeft de Minister het bestaan van deze samenhang steevast ontkend, en daarenboven duidelijk gesteld dat een heroverweging van de criteria voor opvraging voor hem onbespreekbaar was. De aandacht van beide Kamers ebde stilaan weg, maar de gevolgen zijn drastisch: meer categorieën gegevens van alle telecomgebruikers worden niet alleen opgeslagen, maar ook voor langere tijd beschikbaar gemaakt voor opsporingsdiensten, die deze kunnen opvragen onder voorwaarden die zijn geformuleerd in wetten die jaren geleden waren aangenomen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Een grote anti-privacy bittenbak

schemaBittenbak is IT lingo voor een database. De database in kwestie is die de telecom en internetproviders moeten aanleggen als gevolg van de dataretentiewet. U weet wel, die wet waardoor uw volledige bel- en internetgedrag een jaar moet worden opgeslagen.
Via via bereikte mij een datamodel voor die database. Waarschijnlijk niet de versie waarmee men nu werkelijk bezig is. Het sitebezoek ontbreekt namelijk nog.
Maar het geeft toch een aardige indruk van de gegevens die men van u aan het opslaan is.
Voor de niet-ITers onder u, de blokjes zijn tabellen (zeg maar een groot werkblad van excel) en de pijltjes zijn relaties (om bijvoorbeeld te verwijzen naar een uniek persoon met een nummer).
Geen flauw idee of het publiceren van dit document me een inval van de AIVD zal opleveren. Maar mocht het na dit postje plots stil worden, weet u waar het van komt.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende