Steeds meer privaat geld naar universiteiten

DATA - Universiteiten in Nederland zijn voor hun inkomsten stuk voor stuk voor meer dan 10 procent afhankelijk van privaat geld.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer. In totaal harkten de dertien Nederlandse universiteiten in 2009 liefst 1,1 miljard euro binnen aan geld dat niet van de overheid kwam en dat bedrag stijgt sindsdien door.

Volgens de rekenkamer kregen in 2009 de Nederlandse universiteiten tussen de 44 en 188 miljoen euro – 10 tot 26 procent van de jaarinkomsten – binnen uit de zogenoemde ‘derde geldstroom’. Daar vallen, naast opbrengsten uit speciale cursussen aan derden, ook de opbrengsten onder van specifiek onderzoek in opdracht van overheden, instanties en bedrijven zoals Philips.

Uit een aantal recente jaarverslagen van verschillende universiteiten blijkt dat het aandeel van privaat geld alleen maar toeneemt. Zo steeg de opbrengst uit de ‘derde geldstroom’ tussen 2009 en 2011 in Delft van 135 naar 143 miljoen euro, bij de Erasmus Universiteit van 136 naar 150 miljoen en in Leiden van 135 naar 164 miljoen.

De rekenmeesters zien daar echter gevaar in, omdat de ‘publieke taak’ van universiteiten in gevaar kan komen. Ze kunnen volgens de onderzoekers niet aantonen dat deze ‘contractonderzoeken’ bijdragen aan een goede leerschool. Ook zouden universiteiten door onderzoek in opdracht te doen de markt verstoren voor andere onderzoeksinstellingen.

Recht

Anderzijds benadrukt de rekenkamer dat de universiteiten wel in hun recht staan. ,,De middelen uit de eerste geldstroom (dus rechtstreeks vanuit de overheid) nemen de afgelopen jaren sterk af. De middelen uit de derde geldstroom maken het juist voor universiteiten mogelijk om te investeren in kwaliteit’’, laat de Universiteit van Twente weten. De eerste geldstroom is de rijksbijdrage, de tweede geldstroom is subsidie voor onderzoeksprogramma’s uit de kluis van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

De Vereniging van Universiteiten (VSNU) laat weten dat er juist wordt samengewerkt met bijvoorbeeld de Europese Unie, collectefondsen zoals het Astmafonds, overheidsorganisaties en het bedrijfsleven om onderzoek aan te laten sluiten bij de maatschappij. Daarbij is er al tien jaar een afspraak dat universiteiten niet met marktpartijen concurreren, alleen met elkaar. ,,Het onderzoek aan de Nederlandse universiteiten vindt in wereldwijde concurrentie plaats. Dit juicht de VSNU van harte toe. Het gaat immers om het realiseren van de kwalitatief beste onderzoeksresultaten.’’

  1. 2

    @1: Dat komt omdat ie breder is dan het beeld (je zou ook kunnen zeggen: omdat de kolom voor het artikel te smal is, maar dat wist de redactie al). Als je wat meer op de rechterkant van een staafje klikt, zie je dat elk staafje het aantal instellingen van een bepaald type in een categorie van inkomsten uit private gelden voorstelt.

    @redactie: Ik denk dat de interactieve grafische weergave nog wel wat bijschaving kan gebruiken.