serie

Uit de jeugdzorg

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Jasmina

COLUMN - ‘Als ik hier druk, doet het dan pijn?’ Jasmina verbijt zich. ‘Au, ja…’ Ze trekt haar been weg. Ze vertelt zich verstapt te hebben toen ze de trein uitstapte. ‘Ik hoorde gewoon “krak”! Maar ik wist dat je aan het koken was, dus ik wilde je niet bellen om te vragen of je me op kon halen. Dus ben ik maar komen hinkelen.’ Er volgt een theatrale snik.

Maar toch, om kleine dingetjes ben ik niet overtuigd. Haar enkel ziet er niet dik uit. Als ik heel goed kijk misschien een beetje. Maar dan ook een héél klein beetje. Dat ze het hele stuk gehinkeld heeft, lijkt me sterk. Daarvoor is het te ver. En ik kan me nog goed herinneren dat ze een aantal maanden geleden wél belde voor een lift. Omdat het regende…

Ik ben in dubio en overleg met mijn collega. We kijken elkaar aan en denken precies hetzelfde. Een situatie zoals een jaar geleden met Britt willen we nooit meer meemaken. Inmiddels kan die er gelukkig wel weer om lachen. Maar ik kan je vertellen: je voelt je knap lullig als je ouders moet bellen om te vertellen dat hun dochter haar pols heeft gebroken. Tijdens een val, twee dagen geleden. Maar dat je vandaag pas naar de huisarts bent gegaan. Omdat er twee dagen geleden een invalkracht was die ‘het nog even wilde aankijken’.

En de volgende collega zag dat Britt haar vingers nog redelijk kon bewegen en er voor het idee een verbandje om deed. En de collega die de dienst overnam voor de zekerheid een afspraak bij de huisarts maakte, voor de dag dáárna. En ik tenslotte aan haar ouders uit moest leggen waarom we een meisje twee dagen met een gebroken pols rond hadden laten lopen.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Francis

COLUMN - Kippenvel krijg ik tijdens het nummer Michel. Niet alleen door die geweldige stem. Of door de kwetsbaarheid waarmee ze zingt. En door de kracht die ze daar tegelijkertijd mee uitstraalt. Maar ook om het verhaal áchter Anouk.

Terwijl ze daar staat te zingen in de Ziggo Dome, springen de tranen in mijn ogen. Ik denk aan haar optreden in College Tour in november en het, voor haar, onverwachte weerzien met één van de begeleiders uit het kindertehuis waar ze destijds woonde. Dennis, de man met de gitaar. Die iedere woensdag liedjes speelde voor de kinderen uit de groep. En zo Anouk aan het zingen kreeg. Deze Dennis zag wat ze in zich had en hielp haar haar talent te ontwikkelen. Iedereen weet wat daarvan gekomen is.

Tussen al die 17.000 mensen in de Ziggo Dome denk ik aan Francis, een meisje uit mijn groep. Een meisje met een ongelofelijk talent, want voetballen kan ze als de beste. Dat weten niet alleen mijn collega’s en ik, dat weten ook haar trainers. Ze speelt als spits in het eerste meisjeselftal. Voetballen doet haar goed. Ze kan er haar energie in kwijt, ze haalt er zelfvertrouwen uit. Ze vindt er haar sociale contacten en ze droomt van een carrière als profvoetballer. Ook al is die klein in het vrouwenvoetbal: voetballen is alles voor haar.

Francis kan haar geluk dan ook niet op als er scouts langskomen. Ook bij het meisjeselftal. Scouts van een eredivisieclub die er niet om liegt. Weken van tevoren traint ze op het grasveld dat gelukkig nog niet is verkocht.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Boventallig

COLUMN - ‘Nou ja! Wat doe jij hier?! Jij was toch overgeplaatst omdat je boventallig was?’ Verbaasd spreek ik mijn oud-collega aan.

Dat wás ook zo. Ze was niet meer nodig. Vooruitlopend op de nieuwe Jeugdwet werden bij verschillende instellingen voor jeugdhulp leefgroepen gesloten. Contracten die afliepen, werden niet verlengd. Pedagogisch medewerkers werden overgeplaatst naar wijkteams. Een aantal leefgroepen werd gesloten. Mijn collega was boventallig. Maar nu niet meer. Nu is ze weer keihard nodig.

De huidige crisisopvanggroepen zitten inmiddels overvol. Noodbedden (een extra slaapkamer op een leefgroep die alleen wordt gebruikt als alle crisisopvanggroepen vol zitten) zijn bezet. Over de impact die dit heeft op de kinderen die er al wonen zal ik het maar even niet hebben. Dus worden er nieuwe crisisopvanggroepen geopend. Zo ook bij mijn stichting. Hier is haast bij, dus volgende week gaat het eerste nieuwe project open. Dit klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Een aantal panden stond leeg, dus het gebouw is er. Nu de rest nog.

Afgelopen week vonden er sollicitatiegesprekken plaats. Er zijn pedagogisch medewerkers overgeplaatst, of toch maar weer aangenomen. Er is een gedragswetenschapper en een locatiemanager. Op papier is het plaatje rond. Maar in de praktijk heb je acht verschillende mensen met acht verschillende manieren van werken. Zij moeten dus een team gaan vormen waarbij ze op elkaar ingespeeld zijn.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Aimee (en Lauren)

COLUMN - Dolgelukkig was ze, bijna 11. Ze zou voor het eerst van haar leven een kinderfeestje krijgen. Toen ze nog gewoon thuis woonde, was er geen geld voor feestjes. Er was vaak geen geld voor eten, laat staan om een verjaardag te vieren.

Nadat het gezin het huis was uitgezet, kwamen de drie kinderen in verschillende crisisopvanggroepen terecht. Omdat kinderen daar in principe slechts een paar weken blijven, werden er geen kinderfeestjes gevierd.

In het pleeggezin waar Aimee vervolgens terecht kwam, deden de pleegouders niet aan kinderfeestjes. Jarenlang vingen zij tientallen kinderen op. Tientallen verjaardagen vierden ze. Maar na zestig kinderfeestjes hielden ze dat deel van een verjaardag vieren voor gezien.

Aimee kijkt er al weken naar uit. Ze weet precies wie ze gaat vragen: haar beste vriendinnetje Lauren en vier meisjes over wie ze het regelmatig heeft. Met Lauren speelt ze vaak. Lauren is pienter, maar vooral heel bescheiden. Met de andere vier kinderen speelt ze, voor zover ik weet, nauwelijks. Maar ze wil hen per se op haar feestje.

Samen maken we een plan. Na schooltijd rijden we meteen met een collega en alle kinderen in de personenbus door naar de binnenspeeltuin. Daar drinken we wat, kan iedereen haar een cadeautje geven en daarna kunnen ze lekker spelen. Voor het eten brengen we iedereen terug naar huis.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Talkshow (2)

COLUMN - Vol spanning zaten kinderen en collega’s afgelopen dagen voor de buis, in de hoop een stukje van de talkshow te zien. Weken waren twee meisjes uit mijn groep ermee bezig. Mailcontact, mediatraining, kennismaking, vragen voorbereiden, enz.

Alles werd uit de kast getrokken voor de talkshow die georganiseerd werd door Stichting Het Vergeten Kind. De opnames vonden plaats in de studio van RTL Late Night. En aangezien er tijdens de viering van 25 jaar RTL4 ruimschoots aandacht werd besteed aan Stichting Het Vergeten Kind, hadden we nu ook minimaal een fragment verwacht.

Bij RTL Late Night? Niets. Geen Johnny de Mol. Geen fragment. Er werd niet eens gesproken over ‘Het Vergeten Kind’. Bij het Jeugdjournaal? Niets. Deze week zag ik wel items over ‘De week van’ in de krant, bij het Jeugdjournaal en RTL Boulevard, maar niet over De talkshow waar de twee meisjes uit mijn groep al weken mee bezig waren.

Gisteravond vertelde Johnny de Mol overigens wel over de Week van het Vergeten Kind, bij RTL Late Night dus. Hij gaf aan dat ‘er nu eindelijk mensen zijn die hun nek uitsteken voor deze kindjes’. Het deed mijn tenen krommen. Want dan vergeten ze dat er, met mij, duizenden mensen zijn die dat al járen doen. Maar dat er, dankzij de geweldige PR van deze stichting, nu veel meer maatschappelijke aandacht en is voor onder andere ‘mijn’ kinderen, zal ik niet ontkennen.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Talkshow

COLUMN - Vrijdag wordt een spannende dag voor twee meisjes uit mijn groep. Ze doen dan namelijk mee aan een talkshow. Een talkshow georganiseerd door Stichting Het Vergeten Kind. Deze stichting zet zich in voor kinderen in opvangcentra.

Behalve de talkshow hebben kinderen wensvlaggen gemaakt die overhandigd worden aan staatssecretaris Van Rijn van VWS. En er worden ‘tovertuinen’, speciale ontspanningsplekken in opvanghuizen, ingericht.

Hoewel ik nog steeds moeite heb met de naam, vind ik het geweldig om te zien hoe deze stichting dingen realiseert die anders niet van de grond zouden komen.

Dankzij haar bekende ambassadeurs, zoals Johnny de Mol, Angela Schijf en Babette van Veen bereikt deze stichting de publiciteit. Daarmee hebben zij kinderen in opvangcentra een gezicht gegeven zoals niemand anders dat ooit deed.

De talkshow van vrijdag wordt geleid door Johnny de Mol, samen met Milouska Meulens van het Jeugdjournaal.

Voor de deelnemende jongeren was er een intensief voortraject. Er zijn opnames in onze groep gemaakt, de kinderen zijn geïnterviewd, ze deden onder begeleiding onderzoek naar de situatie van kinderen en jongeren in verschillende opvangcentra. En ze hebben mediatraining gehad en een aantal BN’ers ontmoet.

Aan tafel gaan ze in gesprek met politici, hulpverleners, beleidsmakers en ambassadeurs van Het Vergeten Kind. De jongeren vertellen over het onderzoek dat ze hebben verricht en hun eigen ervaringen. Middels korte filmpjes geven ze een blik achter de schermen van hun leven.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Glas

COLUMN - Met de feestslinger nog in mijn hand, spring ik van het trappetje. Maar ik ben te laat, Ashley gaat door de ruit. De scherven vliegen door de lucht en gillend van de pijn trekt ze een stuk glas uit haar schouder. Voorzichtig, maar zo snel mogelijk schuif ik het glas opzij en doe ik de deur open. Door de gebroken ruit heb ik al gezien dat ze gelukkig haar arm nog kan bewegen.

De schrik is groot, maar de schade valt op het eerste gezicht mee. Er stroomt bloed uit de wond, maar met een doek is het goed te stelpen. Uiteraard moet het gehecht worden, maar het is avond en mijn collega is al naar huis. Gelukkig hebben we een geweldige buurman, die op dit soort momenten klaarstaat. Hij brengt Ashley naar de huisartsenpost. Evita gaat mee, de ruzie van twee minuten eerder is ze spontaan vergeten.

Evita hielp mee om de slingers voor een jarige medebewoner op te hangen. Ashley vroeg haar stijltang te leen, maar Evita weigerde. ‘Zak in de stront!’ is Ashleys reactie. Ze loopt ondertussen de trap op, naar haar kamer. ‘Wát zeg je?!’, reageert Evita. De felheid waarmee ze dat zegt, heeft ze al sinds ze vanochtend hoorde dat ze blijft zitten. Daarom vroeg ik juist haar om me te helpen. Dan zou ze niet tegelijk met Ashley boven zijn, want die twee zijn vaak water en vuur.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Wesley

COLUMN - Er klinkt een enorme knal. Het komt uit de keuken, er ontploft iets. Ik schrik me rot.

‘Wesley is in de keuken, hoe is het met hem?’ is het eerste dat ik denk. Mijn collega zit een seconde net zo verstijfd als ik en een van de kinderen komt snel een stukje dichterbij me zitten.

Na de eerste schrik rent mijn collega naar de keuken. Ik blijf bij de kinderen. De een giechelt, de ander trilt. Tot mijn grote opluchting komt Wesley, ongedeerd, de keuken uit. Krom van het lachen.

‘Hahaha, nou, de melk is warm, hoor!’ lacht hij. Ik kijk in de magnetron. Daar ligt een plasje melk op de glazen plaat. Omringd door duizenden stukjes glas. En een metalen lepeltje… Wesley zag mijn collega en mij in de huiskamer zitten. Hij had het idee dat we trek in koffie hadden. Dat ik er altijd warme melk in doe, wist hij. En dat ik daar de magnetron voor gebruik, wist hij ook. ‘En dat er nooit metaal in een magnetron mag, wist ik ook,’ zegt hij. ‘Maar ik dacht, dertig seconden, dat kan wel. Nou, niet dus!’

Wesley is elf en ‘er zit geen kwaad in’. Hij vindt iedereen aardig, hij vindt alles leuk en is uiterst behulpzaam. Hij ligt goed in de groep en zijn moeder ziet hem, sinds hij bij ons woont, met de dag groeien.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | John

COLUMN - Oersterk was hij. Nog maar elf, maar minstens zo groot als ik. Door zijn verleden zat hij vol frustraties. Zijn moeder had borderline. De ene keer stootte ze hem af, de andere keer wilde ze hem fijnknuffelen. Om vervolgens weer boos te worden als John dat niet wilde.

Drie keer wees ze iemand aan als Johns vader. Maar drie keer gaf ze later toe dat het toch niet om zijn vader ging. Nadat zijn moeder opgenomen was in een psychiatrische inrichting, ging John naar een crisispleeggezin. Om vervolgens in mijn groep te belanden, omdat er geen blijvend pleeggezin was voor een jongen van zijn leeftijd.

Keer op keer afgewezen, duldde John niemand in zijn buurt.

Zijn passie was rugby. Hij telde de dagen af tot de volgende training. Ook daar kenden ze zijn kracht. Zijn reputatie ging hem soms vooruit. Ik herinner me nog een wedstrijd waarbij een tegenstander al uit voorzorg opzij sprong toen hij zag dat het John was die met de bal aan kwam rennen.

In de groep was het over het algemeen een lieve, rustige jongen. Maar soms kwamen zijn frustraties naar boven en dan vlogen de stoelen door de kamer.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Evan

COLUMN - Over iets meer dan een week is het 2015. Dan gaat de nieuwe Jeugdwet in. Ik ben benieuwd. Nieuwe ontwikkelingen zijn vaak goed. Maar niet altijd. Hoe de uitvoering van de wet er precies uit zal zien, weet niemand. Maar dat er veel opschudding over de wet bestaat, zal duidelijk zijn. Binnen mijn stichting heeft er een grote reorganisatie plaatsgevonden. Er zijn wijkteams opgestart, kinderen overgeplaatst, leefgroepen zijn gesloten, collega’s overgeplaatst, enzovoort.

Hoewel er natuurlijk grote verschillen zijn, zie ik overeenkomsten met mijn beginjaren in de jeugdhulpverlening. Vooral de onrust die het cliënten geeft om wéér te moeten wennen aan een nieuwe locatie of een nieuw contactpersoon.

Jaren geleden was er al een trend om kinderen zo lang mogelijk thuis te begeleiden. De wachtlijsten werden korter, of verdwenen zelfs. De groep waar ik werkte was onderbezet en werd samengevoegd met een naastgelegen groep. Kinderen verhuisden en collega’s werden overgeplaatst, wat voor de betreffende cliënten veel onrust gaf. Zo ook voor Evan. Tien jaar was hij en verhuisde mee van groep 3 naar groep 1. Een collega die het nieuws aan de kinderen moest vertellen, barstte zelf in tranen uit.

Een jaar later ging ook groep 1 sluiten. Dit keer vertelde de directeur het nieuws, we wilden het beter aanpakken dan de vorige keer. Evan verhuisde naar groep 4, een groep voor 4-12-jarigen. Een jaar later ging Evan, inmiddels twaalf, naar een pubergroep, waar hij in principe tot zijn 18de kon wonen.

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Alwin

COLUMN - Alwin is met negen jaar veruit de jongste van onze groep. Zijn plaatsing bij ons is tijdelijk. Hij staat sinds drie maanden op een wachtlijst voor een behandelgroep voor kinderen met psychiatrische problematiek. De diagnose: een combinatie van ADHD, hechtingsstoornis en een trauma opgelopen doordat zijn vader voor zijn ogen zelfmoord pleegde.

De situatie in zijn vorige groep was onhoudbaar. Mijn collega’s konden hem geen seconde uit het oog verliezen. Groepsgenootjes waren bang voor hem, durfden alleen te slapen met hun kamerdeur op slot. Met als gevolg dat ze ’s nachts, als ze moesten plassen, in hun slaperige toestand in paniek raakten omdat ze hun deur niet open kregen. Overdag trok Alwin broeken van groepsgenootjes naar beneden, sloeg schijnbaar uit het niets knutselwerkjes kapot en maakte hatelijke opmerkingen tot de ander uit z’n dak ging.

Als Alwin geen prikkels van buitenaf kreeg, zag je hem ontspannen. Hij kon minutenlang aan tafel zitten kleuren. Af en toe vroeg hij: ‘Vind je hem mooi worden?’ Na een complimentje straalde hij.

Op zijn vorige groep gaf Alwin regelmatig aan ongelukkig met zichzelf te zijn. Hij voelde wat de onrust in zijn groep met hem deed. Hij kon daar niet mee omgaan. Hij zei letterlijk: ‘Als het te druk is, voel ik dat ik een andere Alwin word. En die Alwin vind ik niet leuk, want die gaat klieren.’

Foto: daisy.images (cc)

Uit de jeugdzorg | Daniëla (3)

COLUMN - Als je in het verleden vaak bent gekwetst, is het logisch dat je een muur om je heen bouwt. Tenminste, zo werkt het voor Daniëla. Ze zegt alles wat ze denkt en houdt daardoor mensen op een afstand. Zo ook vrienden en vriendinnen. Met andere woorden: die heeft ze niet. Wel veel contacten, maar daar blijft het bij.

Zoals bij iedere jongere werken we bij Daniëla aan leerdoelen. Doelen die we nastreven. Doelen waar de jongere zelf ook (al is het niet altijd met de volle overtuiging) achterstaat. We zijn immers veel meer dan een logeeradres. Een van Daniela’s leerdoelen is ‘inzicht krijgen in eigen gedrag’.

Doel één is Daniëla te leren dat ze het gedrag van haar ouders niet kan veranderen, maar wel de manier waarop zij op dat gedrag reageert. En om haar duidelijk te maken dat ze geen strafwerk krijgt op school omdat de leraren haar niet mogen, maar omdat zij bepaald gedrag niet accepteren. En om haar duidelijk te maken waarom ze destijds werd ontslagen bij de supermarkt.

Doel één loopt deels over in doel twee, het opbouwen van een sociaal netwerk.

Hoewel Daniëla het niet nodig vindt, schaffen we voor haar een boek aan dat stap voor stap de verschillende aspecten van sociale vaardigheden behandelt. Les één: ‘Hoe zie ik mezelf’ Op een schaal van 1-10 vult ze overal een 9 of een 10 in.

Volgende